Overslaan en naar de inhoud gaan

RBLIM 131216 nieuw onderzoek niet ter zake dienend, gelet op aanwezig onderzoek omtrent c-v tussen de gezondheidsklachten en arbeidsomstandigheden; strijd met de goede procesorde

RBLIM 131216 nieuw onderzoek niet ter zake dienend, gelet op aanwezig onderzoek omtrent c-v tussen de gezondheidsklachten en arbeidsomstandigheden; strijd met de goede procesorde

Zie ook : rblim-080313-bodemprocedure-ligt-in-de-huidige-stand-van-het-debat-tussen-partijen-voor-de-hand
rb-limburg-230518-verband-nek-rug-en-schouderklachten-en-te-lang-wachten-met-ergonomisch-inrichting-werkplek-te-onbepaald

2. De beoordeling 
2.1. Nu partijen ter zitting voor onderhavige zaak een forumkeuze hebben gemaakt voor de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, acht de kantonrechter zich bevoegd van dit geschil kennis te nemen. 

2.2. Het verzoek strekt ertoe dat de kantonrechter een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen omtrent de vraag of X, zonder de werk gerelateerde overbelasting, ook zijn werkzaamheden had moeten staken en omtrent de vermoedelijke omvang van zijn schade. Hij verzoekt om benoeming van een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige. 

2.3. ABS verzet zich tegen inwilliging van het verzoek. ABS stelt dat het verzoek prematuur is en in strijd met de goede procesorde, omdat er eerst duidelijkheid moet bestaan over het causaal verband tussen de werkomstandigheden en de klachten van X alvorens kan worden toegekomen aan de beoordeling van de beperkingen van X en de omvang van de schade. In deze zaak is het niet zeker dat er zal worden toegekomen aan de bepaling van de omvang van de schade. Daarnaast stelt zij dat in het deskundigenrapport van prof. dr. F.e. Öner (hierna: prof. Öner) de thans voorliggende vraag reeds is beantwoord en er geen reden is voor het benoemen van een nieuwe deskundige alleen omdat prof. Öner rapporteert dat hij de vraag niet met zekerheid kan beantwoorden. 

2.4. Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek is dat de rechter geen beoordelingsvrijheid toekomt als het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met een deskundigenonderzoek kunnen worden bewezen. Zo'n verzoek kan echter toch worden afgewezen indien het in strijd is met de goede procesorde: als misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om zo'n verzoek te doen of als om een andere zwaarwegende reden zo'n verzoek moet worden afgewezen. 

2.5. In deze zaak heeft de kantonrechter van deze rechtbank van de locatie Roermond bij beschikking van 28 mei 2014 al een deskundigenonderzoek gelast naar - kort gezegd - het medisch causale verband tussen de werkomstandigheden en de gezondheidsklachten van X. Daartoe is prof. Öner benoemd die op 10 juni 2015 rapport heeft uitgebracht. Op bladzijde 15 en 16 van zijn rapport schrijft prof. Öner naar aanleiding van vraag 7 ("Hoe groot acht u de kans. in procenten uitgedrukt, dat de werkomstandigheden van verzoeker bij ABS de oorzaak van de klachten zijn? Wilt u bij deze inschatting zo mogelijk verwijzen naar de door u geraadpleegde medische literatuur?"): "Mijn uiteindelijke conclusie bij deze casus is dat er bij betrokkene sprake is van een matige discusdegeneratie van de cervicale en lumbale wervelkolom zonder evidente mechanische of neurologische complicaties. Deze afwijkingen hebben waarschijnlijk bijgedragen aan het ontstaan van de chronische pijnklachten. Of hij dezelfde soort chronische pijnen ontwikkeld zou hebben zonder de overbelasting tijdens het werk is niet met zekerheid vast te stellen. Het is naar mijn oordeel wel waarschijnlijk dat zonder de werk gerelateerde overbelasting de klachten minder zouden zijn geweest, en misschien niet hadden geleid tot het staken van werkzaamheden. Met andere woorden: het is best mogelijk dat betrokkene zonder de overbelasting tijdens het werk veel minder last zou hebben gehad van nek- en rugpijn en daardoor misschien niet arbeidsongeschikt was geraakt. Het noemen van een percentage in een soortgelijke zaak vind ik gezien het zwakke bewijs in de literatuur wetenschappelijk niet verantwoord." 
Deze bevindingen heeft prof. Öner onderbouwd met wetenschappelijke gegevens. 

2.6. De vragen die X met het nieuwe onderzoek beantwoord wenst te zien zijn pas relevant nadat komt vast te staan of ABS aansprakelijk kan worden gehouden voor gezondheidsklachten die aan zijn arbeidsomstandigheden bij ABS kunnen worden toegeschreven, zo heeft ABS terecht opgemerkt. X heeft er echter niet voor gekozen om die aansprakelijkheidsvraag aan de deelgeschilrechter voor te leggen, maar wenst eerst nieuw onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige. Dit verzoek is echter niet ter zake dienend omdat er al een onderzoek voorhanden is omtrent het medisch causaal verband tussen de gezondheidskiachten van X en de arbeidsomstandigheden bij ABS waar beide partijen aan gebonden zijn. 
Het verzoek zal dan ook worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. 

2.7. X zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure die tot heden aan de zijde van ABS worden begroot op € 200,00 voor salaris gemachtigde.

Met dank aan mr. I. Laseur, Letselschade Advocaat Laseur, voor het inzenden van deze uitspraken. Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2018/rb-limburg-131216