Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Amsterdam 260712 verkeersongeval in België; in deelgeschil wordt bepaald dat Belgisch recht van toepassing is

Rb Amsterdam 260712 - verkeersongeval in België; In deelgeschil wordt bepaald dat Belgisch recht van toepassing is;
- begroting kosten; na aftrek 3,24 uur: € 3.950,54 (€ 265,00 x 11,6 + 6% + 19% + € 73,00
)

4. De beoordeling

het deelgeschil
4.1. De deelgeschilprocedure is bedoeld voor de situatie waarin partijen in het buitengerechtelijke onderhandelingstraject stuiten op geschilpunten die de buitengerechtelijke afwikkeling belemmeren. Partijen kunnen in een deelgeschilprocedure de rechter vragen om op die geschilpunten te beslissen, zodat zij vervolgens verder kunnen met de buitengerechtelijke onderhandelingen met als doel het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (artikel 1019wRv).

4.2. Partijen zijn verdeeld over de vraag welk recht in het onderhavige geval van toepassing is. De rechtbank is, met partijen, van oordeel dat de aard van dit geschil zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure en dat de beslechting van dit deelgeschil de weg vrij zal kunnen maken voor verdere schikkingsonderhandelingen tussen partijen en aldus zal kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

het toepasselijke recht
4.3. De rechtbank begrijpt de stellingen van [Eiseres] aldus dat hij primair stelt dat Nederlands recht moet worden toegepast omdat De Ronde telefonisch zou hebben toegezegd dat de Schuldloze derdenregeling op het onderhavige geval van toepassing zou zijn. Delta Lloyd heeft ter comparitie betwist dat De Ronde dit heeft toegezegd en voert aan dat waarschijnlijk sprake is geweest van een spraakverwarring. Bovendien heeft De Ronde ook aangegeven dat Belgisch recht van toepassing is, aldus Delta Lloyd.

4.4. De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of De Ronde voornoemde toezegging heeft gedaan in het midden kan blijven, nu, zelfs indien dit vast zou komen te staan en de Schuldloze derdenregeling van toepassing moet worden geacht, dat nog niet betekent dat Nederlands recht van toepassing is in het onderhavige geval. In de Schuldloze derdenregeling is immers niet bepaald dat in internationale kwesties Nederlands recht van toepassing zal zijn. Niet gesteld of gebleken is dat van een rechtskeuze van partijen (anders dan door verwijzing naar de Schuldloze derdenregeling) sprake is geweest.

4.5. Delta Lloyd heeft terecht aangevoerd dat bij gebreke van een rechtskeuze op grond van artikel 3 van het Haags Verkeersongevallen verdrag, waarbij zowel Nederland als België is aangesloten, de interne wet van de staat op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden van toepassing is (lex loci delicti). Nu vaststaat dat het ongeval in België heeft plaatsgevonden, concludeert de rechtbank dat in het onderhavige geval Belgisch recht van toepassing is.

4.6. De rechtbank volgt [Eiseres] niet in zijn stelling dat Nederlands recht in het onderhavige geval moet worden toegepast op grond van de redelijkheid en billijkheid. De door [Eiseres] ter onderbouwing daarvan aangevoerde omstandigheid dat hij onduidelijkheden verwacht bij een afwikkeling naar Belgisch recht en vreest dat hij met lege handen zal blijven staan en de omstandigheid dat reiskosten en kosten voor een (eventuele) Belgische advocaat voor zijn eigen rekening komen, acht de rechtbank daartoe onvoldoende.

4.7. Het verzoek om te beslissen dat de (gestelde) schade van [Eiseres] naar Nederlands recht zal worden vastgesteld, zal gelet op het voorgaande worden afgewezen.

de aansprakelijkheid
4.8. Voorts overweegt de rechtbank dat Delta Lloyd tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft gesteld dat zij geen aansprakelijkheid heeft erkend ten opzichte van [Eiseres], maar de onderhavige zaak slechts op grond van artikel 29bis van de Belgische WAM in behandeling heeft genomen als regelend verzekeraar. Dit volgt ook uit het rapport van Cunningham Lindsey van 29 december 2011 (zie hiervoor onder 2.6). [Eiseres] heeft nagelaten de door hem gestelde aansprakelijkheid van Delta Lloyd nader te onderbouwen. Gelet hierop zullen ook de verzoeken van [Eiseres] om te beslissen dat Delta Lloyd aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade die [Eiseres] door het ongeval stelt te hebben geleden en om te beslissen dat deze (gestelde) schade door Delta Lloyd moet worden vergoed, worden afgewezen.

de kosten
4.9. [Eiseres] verzoekt om begroting door de rechtbank van alsmede veroordeling van Delta Lloyd in de kosten van rechtsbijstand ten behoeve van deze procedure. De rechtbank overweegt dat niet kan worden gezegd dat het verzoek volstrekt onnodig of onterecht is ingediend. De rechtbank zal derhalve overgaan tot begroting van de kosten van de behandeling van het verzoek aan de zijde van [Eiseres] op de voet van artikel 1019aa Rv.

4.10. [Eiseres] voert aan dat de kosten van zijn advocaat voor het opstellen van het verzoekschrift EUR 2.598,48 bedragen. Blijkens de overgelegde specificatie is in totaal 3 uur en 24 minuten besteed aan “Studie jurisprudentie/literatuur ”, “Memo” en “Intern overleg” tegen een uurtarief van EUR 185,00 en 5 uur en 24 minuten aan “Opstellen verzoek-/verweerschrift” en diverse telefoongesprekken tegen een uurtarief van EUR 265,00. Hierbij dienen nog 6% kantoorkosten en 19% BTW te worden opgeteld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [Eiseres] aangevoerd dat zijn advocaat na het opstellen van het verzoekschrift nog eens 6 uur en 12 minuten aan de zaak heeft besteed (inclusief reistijd en mondelinge behandeling) tegen een uurtarief van EUR 265,00.

4.11. Delta Lloyd betwist dat de door [Eiseres] gevorderde kosten voor het opstellen van het verzoekschrift redelijk zijn. Tegen de 6 uur en 12 minuten die de advocaat van [Eiseres] na het opstellen van het verzoekschrift nog aan de zaak heeft besteed, heeft Delta Lloyd geen bezwaar.

4.12. De rechtbank acht het gehanteerde uurtarief in een zaak als de onderhavige niet onredelijk. Wel acht de rechtbank, met Delta Lloyd, het aantal opgevoerde uren voor het opstellen van het verzoekschrift, mede gelet op het gehanteerde hoge uurtarief, dat erop wijst dat een ervaren advocaat is ingeschakeld, bovenmatig. De rechtbank zal de opgevoerde uren voor de door de advocaat van [Eiseres] bestede tijd aan “Studie jurisprudentieliteratuur”, “Memo” en “Intern overleg” dan ook buiten beschouwing laten en de aan het opstellen van het verzoekschrift bestede tijd begroten op 5 uur en 24 minuten. Ten behoeve van de tijdsbesteding na het opstellen van het verzoekschrift zal hier nog 6 uur en 12 minuten bij worden opgeteld. Het door [Eiseres] betaalde griffierecht bedraagt EUR 73,00. De totale kosten zullen gelet op het voorgaande op de voet van artikel 1019aa Rv worden begroot op EUR 3.950,54 (EUR 265,00 x 11,6 + 6% kantoorkosten + 19% BTW + EUR 73,00).

4.13. Gelet op het feit dat de aansprakelijkheid van Delta Lloyd in deze zaak niet vast staat, zal het verzoek van [Eiseres] om Delta Lloyd te veroordelen tot betaling van de met het deelgeschil samenhangende kosten worden afgewezen. PIV-sitenu ook op: LJN BX4272