Zoeken

Inloggen

Artikelen

Persbericht NLS 141211

PERSBERICHT NLS
14 december 2011
Gerechtshof Amsterdam wijst alle bezwaren tegen no cure no pay bij letselschade van de hand: advocaat mr. John Beer en voormalig SM-meesteres Thomas verliezen ook in hoger beroep zaak tegen Nederlandse Letselstichting (NLS) en advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. NLS-voorzitter Cynthia Ribbert: "belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade die advocaat willen laten procederen door middel van no cure no pay-afspraak met procesfonds".

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam
Bij uitspraak van 13 december 2011 heeft het Hof Amsterdam in hoger beroep alle bezwaren van tafel geveegd die voormalig SM-meesteres Thomas en mr. John Beer van Beer advocaten hebben geuit tegen de no cure no pay-overeenkomst die Thomas in 2002 met de NLS heeft gesloten.
Ook heeft het Gerechtshof korte metten gemaakt met de geuite bezwaren tegen de belangenbehartiging door advocaat dr. mr. Gijs Verkruisen. De belangenbehartiging, de voorlichting aan Thomas en de inhoud van de overeenkomst zijn naar het oordeel van het Gerechtshof in alle opzichten correct, eerlijk en rechtsgeldig geweest.
In augustus 2010 werd Thomas reeds door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld om de overeenkomst met de NLS volledig na te komen. Het Gerechtshof heeft dat vonnis nu bekrachtigd.

Het belang van de beslissing
Het arrest is een belangrijke stap voorwaarts voor slachtoffers van letselschade. In de uitspraak bevestigt het Gerechtshof dat er juridisch geen bezwaar tegen is dat slachtoffers van letselschade (met behulp van een procesfonds) een deel van hun schadeclaim gebruiken om die claim op basis van no cure no pay door een goede advocaat te laten uitprocederen.
In Nederland is het niet toegestaan om zonder advocaat te procederen (behoudens enkele uitzonderingen). Een letselschadeslachtoffer heeft daarom altijd een advocaat nodig om naar de rechter te gaan. Het is advocaten echter verboden om met slachtoffers af te spreken dat de advocaat een deel van de waarde van de schadeclaim als betaling accepteert als de advocaat de zaak van het slachtoffer wint; no cure no pay is voor advocaten verboden. Door deze twee verboden kunnen slachtoffers van letselschade vrijwel nooit procederen als dat nodig is. Daardoor krijgen slachtoffers vaak lang niet de schadevergoeding waar zij recht op hebben.
De NLS is een instelling zonder winstoogmerk die een procesfonds beheert. Uit het procesfonds worden voor slachtoffers alle advocatenkosten en andere kosten van een juridische procedure betaald. Als de zaak niets oplevert hoeft het slachtoffer het procesfonds niets te betalen. Bij succes betaalt het slachtoffer een percentage van de schade (na aftrek van de kosten van het procederen) aan het fonds.
In 'letselschadeland' is er al enkele jaren geregeld onrust over het door slachtoffers zo gewenste no cure no pay. Van de zijde van belangenbehartigers die intensief met verzekeraars samenwerken (zoals mr. John Beer) is gesteld dat het aanbieden van een no cure no pay-overeenkomst niet eerlijk (en zelfs schadelijk) zou zijn, zeker wanneer de aansprakelijkheid in een zaak reeds is erkend. Televisieprogramma’s als Zembla en Radar namen dit eenzijdige standpunt kritiekloos over. Ook veel kranten besteedden aandacht aan het onderwerp.
Van de zijde van belangenbehartigers die voor slachtoffers optreden is daarentegen steeds gesteld dat no cure no pay vaak juist de enige mogelijkheid is voor slachtoffers die wel een schadeclaim hebben, maar verder geen geld bezitten om naar de rechter te gaan.
In zijn uitvoerige beslissing heeft het Gerechtshof (evenals de Rechtbank vorig jaar) geen spaan heel gelaten van alle naar voren gebrachte bezwaren van de tegenstanders van no cure no pay bij letselschade. Alles wat mr. Beer dienaangaande heeft beweerd is door het Gerechtshof als verzonnen en onbewezen van de hand gewezen.

Een media-genieke zaak
Reeds voordat Thomas weigerde haar afspraken met de NLS na te komen was de zaak van voormalig SM-meesteres Thomas een bekende letselschadezaak die veel publiciteit had gekregen. Het uitzonderlijke beroep van Thomas en de categorische weigering van verzekeraar Allianz om meer dan € 8.800,- voor de schade te betalen die Thomas had opgelopen bij een kop-staart-botsing waren daar mede debet aan.
Omdat het een onzekere en ingewikkelde zaak was en omdat Thomas een procedure niet zelf wilde betalen, sprak Thomas met de NLS af dat zij bij succes 40% van de hoofdsom (plus BTW en na aftrek van de gemaakte kosten) aan de NLS zou betalen.
Als de zaak op niets zou uitlopen zou de NLS alle kosten van de procedure voor haar rekening nemen.
Na vele jaren procederen op kosten van de NLS is de gerenommeerde letselschadeadvocaat
dr. mr. Gijs Verkruisen er uiteindelijk in geslaagd om de verzekeraar tot een schadevergoeding van € 750.000,- te dwingen. Thomas weigerde daarop haar overeenkomst met de NLS na te komen en probeerde de NLS en Verkruisen onbetaald achter te laten.
Namens Thomas heeft de Amsterdamse letselschade-advocaat mr. John Beer de strijdbijl tegen de NLS en advocaat dr. mr. Verkruisen opgenomen. Beer heeft daarop vier jaar lang – aanvankelijk op kosten van Thomas – getracht om de integriteit en het werk van zijn collega-advocaat en de NLS in diskrediet te brengen. Hij stelde dat Thomas haar overeenkomst met de NLS om allerlei redenen niet behoefde na te komen en hij heeft er alles aan gedaan om no cure no pay voor slachtoffers van letselschade in een kwaad daglicht te stellen. Nu Beer ook het Gerechtshof van geen enkel van zijn argumenten heeft kunnen overtuigen, komt aan de procedure een voorlopig einde.

De inhoud van de uitspraak
Door het Gerechtshof zijn alle bezwaren van de hand gewezen die Beer en Thomas tegen de no cure no pay-overeenkomst met de NLS en over de belangenbehartiging door dr. mr. Verkruisen hebben bedacht. Onder meer zijn de stellingen verworpen dat er in een erkende zaak nooit plaats zou zijn voor no cure no pay, dat de voorlichting over de overeenkomst niet correct zou zijn geweest, dat de inhoud van de overeenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn, dat er 'dubbel' zou zijn gedeclareerd en zelfs dat er sprake zou zijn geweest van misbruik van omstandigheden en bedrog. Ook de stelling van Thomas en Beer dat het no cure no pay-percentage van 40% plus BTW (na aftrek van de gemaakte juridische kosten) te hoog zou zijn, is door het Gerechtshof nauwkeurig onderzocht en daarna van tafel geveegd. Thomas is evenals bij de Rechtbank ook nu weer veroordeeld in de kosten van de procedure.
Thomas heeft drie maanden de tijd om eventueel tegen de uitspraak in cassatie bij de
Hoge Raad te gaan.

Deze website maakt gebruik van cookies