Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Amsterdam 130417

Rb Amsterdam 130417

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2017/rb-amsterdam-130417

Beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/613955 / HA RK 16-3 10

Beschikking van 13 april 2017

in de zaak van
X
wonende te <woonplaats>,
verzoeker,
advocaat mr. M.C.O. van Gerven te Amersfoort,

en
de onderlinge waarborgmaatschappij
CENTRAMED B.A.,
gevestigd te Zoetermeer,
verweerster,
advocaat mr. O.L. Nunes te Utrecht.

Partijen worden hierna X en Centramed genoemd.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 18 augustus 2016 .
- de tussenbeschikking van 27 oktober 2016, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verweerschrift met bijlagen,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 maart 2017, en de daarin genoemde stukken,
- de brief van 17 maart 2017 van mr. Van Gerven, met daarin opmerkingen over het proces-verbaal,
- de brief van 21 maart 2017 van mr. Nunes, met daarin een opmerking over het proces-verbaal.

2. De feiten
2.1 . Centramed is de verzekeraar van Stichting Nederlands Kankerinstituut-Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis (hierna de stichting alsmede het ziekenhuis: het AvL-ziekenhuis of AvL).

2.2. X heeft zich begin juli 2013 (opnieuw) met klachten gemeld bij een ziekenhuis in Thailand. De Thaise artsen hebben X medisch onderzocht en hebben vervolgens een medisch certificaat opgesteld

2.3. Hierna is X voor verdere medische behandeling naar Nederland afgereisd. Op 31 juli 2013 heeft hij zich onder behandeling gesteld van het AVL-ziekenhuis.

2.4. Op diezelfde datum en ook op 7 augustus 2013 heeft een multidisciplinaire thorax-oncologie overleg (hierna: MDO) plaatsgevonden, waarin telkens de diagnose van X aan de orde is gekomen.

2.5. Op 12 augustus 2013 is X geopereerd (hierna: de operatie) door longchirurg dr. A (hierna: longchirurg A), waarbij de rechter longkwab van X is verwijderd. Bij of voorafgaand deze operatie is niet een Video Assisted Thoracoscopic Surgery-procedure met vriescoupe (hierna: VATS-procedure met vriescoupe) gevolgd.

3. Het verzoek en de beoordeling
3.1. Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, op grond van artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopig deskundigenbericht (hierna: het voorlopig deskundigenonderzoek) zal bevelen.

3.2. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen het eens geworden dat een voorlopig deskundigenonderzoek moet worden verricht door zowel een longchirurg (als verzocht door X) als een longarts (als verzocht door Centrarned). Daarnaast is overeenstemming bereikt over wie daartoe moeten worden benoemd en over de vragen die aan deze deskundigen moeten worden voorgelegd. Nu het verzoek bovendien op de wet is gegrond, zal de rechtbank het verzoek toewijzen op de wijze zoals hieronder nader uitgewerkt en aldus overgaan tot benoeming van de hierna te noemen deskundigen.

Onderverdeling in dossieronderzoek en gevolgenonderzoek
3.3. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het verzochte voorlopig deskundigenonderzoek kan worden onderverdeeld in twee te onderscheiden onderzoeken:
- het onderzoek betreffende vragen 1 t/m 4 dat zich richt op het medisch handelen voorafgaand aan de operatie (hierna: het dossieronderzoek). Dit onderzoek zal worden verricht door zowel de longarts als de longchirurg;
- het onderzoek betreffende vragen 5 t/m 9 dat zich met name richt op de gevolgen van de operatie voor X (hierna daarom: het gevolgenonderzoek). Dit onderzoek zal worden verricht door de longarts.
Uit het partijdebat komt als belangrijkste inhoudelijke geschilpunt de vraag naar voren of ten tijde van de operatie er een diagnose althans een voldoende zekere diagnose van maligniteit (kwaadaardigheid) was. Deze vraag beantwoordt Centramed bevestigend en X ontkennend. X meent daarom dat longchirurg A voor de operatie verdere diagnostiek had moeten doen door middel van de VATS-procedure met vriescoupe, om de kwaadaardigheid zeker te stellen.Teneinde tegemoet te komen aan de wensen van beide partijen en ten behoeve van de zuiverheid en de volledigheid van het dossieronderzoek zal de rechtbank bepalen dat de deskundigen ieder afzonderlijk de vragen 1 t/m 4 vragen moeten beantwoorden. Het is de deskundigen dus ten tijde van het opstellen van hun conceptrapport niet toegestaan om met elkaar hierover contact te hebben.Vervolgens kunnen zij hun respectievelijke concepten aan partijen en aan elkaar toezenden. Indien hun respectievelijke beantwoording daartoe aanleiding geeft, kunnen de deskundigen na ontvangst van het concept rapport met elkaar in overleg treden om te komen tot een gezamenlijk eindrapport.

Afwijzing verzoek om te worden gehoord
3.4. Wat betreft het dossieronderzoek (de vragen 1 t/rn 4) geldt het volgende. X is tijdens de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om zijn visie te geven over het medisch dossier en de feiten voorafgaand aan de operatie. Centramed heeft daar vervolgens op gereageerd. Deze standpunten van partijen maken thans onderdeel uit van het dossier, waardoor er geen aanleiding meer bestaat om te bepalen dat de deskundigen voordat zij hun dossieronderzoek aan zu lIen vangen, eerst partijen hieromtrent zullen horen. De daartoe strekkende verzoeken van partijen wijst de rechtbank dan ook af.

De vragen
3.5. Nu het dossieronderzoek aldus louter plaats zal vinden op basis van het medisch dossier, is voor dit onderzoek niet vereist dat een anamnese, een lichamelijk onderzoek of een gesprek met partijen plaats zal vinden. De daarop betrekking hebbende passage zal om die reden uit vraag 1 worden weggelaten. Voor het overige zullen de vragen aan de deskundigen worden voorgelegd zoals deze door partijen zijn overeengekomen.

3.6. In het kader van het gevolgenonderzoek zal wel (in elk geval) een gesprek tussen de deskundige en X plaats moeten vinden. Ten behoeve van de zuiverheid van beide onderzoeken, zal de rechtbank bepalen dat het gevolgenonderzoek dient plaats te vinden nadat het dossieronderzoek is afgerond.

3.7. Omdat het gevolgenonderzoek als gezegd anders dan het dossieronderzoek niet louter plaatsvindt op basis van het bestaande medische dossier, heeft X daarbij het inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b Burgerlijk Wetboek (BW).

De kosten
3.8. Partijen zijn het er voorts over eens dat het voorschot op de kosten van de deskundige longchirurg door X en het voorschot op de kosten van de deskundige longarts door Centramed moet worden gedeponeerd. Omdat X met een toevoeging procedeert, heeft het bepaalde in artikel 195 juncto 199 lid 3 Rv te gelden en zal zijn deel van het voorschot in debet worden gesteld.

3.9. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

3.10. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3.11. Er bestaat geen aanleiding voor om één der partijen in de kosten te veroordelen. Deze zullen daarom tussen partijen worden gecompenseerd.

4. De beslissing
De rechtbank
4.1. beveelt een onderzoek door de na te noemen deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:

het dossieronderzoek; vragen aan zowel de longarts als de longchirurg

Inleidende opmerking
Partijen hebben een verschillende visie omtrent de noodzakelijkheid van het opvragen van het weefselonderzoek uil Thailand. Kort samengevat stelt Xdat hij hier om heeft verzocht, maar dat dit verzoek ten onrechte niet werd gehonoreerd. Verweerster stelt evenwel dat X heeft aangegeven dat met het opvragen van weefselmateriaal uit Thailand teveel tijd zou zijn gemoeid, gelet op het advies van de oncoloog uit Thailand. Ter nadere toelichting wordt verwezen naar alinea 9 van het verzoekschrift enerzijds en alinea 12 + 13 van het verweerschrift anderzijds.

Indien en voor zover deze verschillende visie op de feiten van belang is voor het beantwoorden van de voorgelegde vragen, wordt u verzocht de betreffende vraag te beantwoorden aan de hand van beide visies ("Uitgaande van de visie van partij X bem ik van mening dat.... Uitgaande van de visie van partij Y ben ik van mening dat .. ")

1. Wilt u op basis van het medisch dossier een beschrijving geven van de relevante ziektegeschiedenis (o.a. aard en verloop van de klachten, verrichte onderzoek, de diagnose, het ingezette beleid, het resultaat daarvan)? Wilt u hierbij aangeven op welke informatie uw beschrijving is gebaseerd?

2. Kunt u beschrijven waaruit het onderzoek en de behandeling van X in het AvL had moeten bestaan op basis van de vigerende medisch-professionele standaarden? Wilt u uw antwoord zoveel mogelijk onderbouwen met medisch-wetenschappelijke literatuur, richtlijnen, protocollen e.d.?

5. Kunt u aangeven of de betrokken longartsen/longchirurgen (althans in het MDO) tijdens de behandeling van X in het AvL in de periode tussen omstreeks 30 juli 2013 en 12 augustus 2013 (inclusief de operatie) op enig moment is/zijn afgeweken van de op dat moment geldende professionele standaard binnen de beroepsgroep van longartsen/longchirurgen? Wilt u hierbij in ieder geval de volgende aspecten betrekken:
a. Mate van onderzoek c.q. aanvullende diagnostiek:
b. De gestelde diagnose;
c. De keuze om geen vriescoupe onderzoek te doen;
d. De indicatie voor de operatie;
e. De keuze voor open chirurgie (in plaats van een VATS-procedure).

4. Indien naar uw oordeel sprake is geweest van een afwijking van de destijds geldende medisch-professionele standaard binnen uw beroepsgroep, kunt u dan beschrijven hoe wel gehandeld had moeten worden? Kunt u hierbij tevens aangeven hoe dan het beleid zou zijn geweest?

Het gevolgenonderzoek: de vragen aan de longarts

5. Indien u vraag 3 bevestigend heeft beantwoord, wilt u dan ook de navolgende vragen beantwoorden:
a. Kunt u aangeven of en zo ja, welke klachten en beperkingen X heeft in het dagelijks leven bij het verrichten van beroepsbezigheden, huishoudelijk werk, hobby's en recreatie?
b. Kunt u aangeven wat de oorzaak/oorzaken van de eventueel aanwezige klachten en beperkingen als bedoeld onder a) is/zijn?

6. Kunt u aan de hand van de AMA Guides to the evaluation of permanent impairment (6e editie) aangeven of er blijvende invaliditeit bestaat en zo ja, welk percentage blijvende invaliditeit op uw vakgebied is ontstaan? Hoe groot schat u de blijvende invaliditeit. uitgedrukt in een percentage volgens de AMA-normen (meest recente editie)? Wilt u de wijze waarop het percentage opgebouwd is zoveel mogelijk toelichten?

7. Hoe zou uw antwoord op de vragen 5 en 6 hebben geluid, indien bij de behandeling van X de vereiste zorgvuldigheid was betracht? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag uw antwoord op vraag 3 en 4 betrekken?

8. a. Is thans een medische eindtoestand bereikt? Zo nee, welke verbetering of verslechtering verwacht u? Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering of verslechtering verwacht? Wilt u zich bij de beantwoording van deze vraag beperken tot de veranderingen die direct verband houden met het door u beschreven onzorgvuldig medisch handelen (zie uw antwoord op vraag 3 en 4).
b. Kunt u aangeven in hoeverre deze eventuele verbetering dan wel verslechtering gevolgen zal hebben voor de op dit moment aanwezige percentage blijvende invaliditeit (als bedoeld in vraag 6) en voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 5)?

9. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen binnen uw vakgebied en in het kader van de aan u verstrekte opdracht opmerkingen dan wel therapeutische suggesties die u naar voren wilt brengen?

4.2. benoemt tot deskundigen:

longchirurg
1) dr. A.G. Hensens.(....)

longarts
2) prof. dr. H.J.M. Groen (....)
4.3. compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,

het voorschot

4.4. bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundigen het volgende:
- de deskundigen dienen binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundigen vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundigen begrote bedrag,
- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

4.5. bepaalt dat Centramed het voorschot op de kosten van de deskundige longarts dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

4.6. draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van bet voorschot,

4.7. bepaalt dat het voorschot op de kosten van het onderzoek door de deskundige longchirurg door de griffier zullen worden betaald aan de deskundige, ten laste van 's Rijks kas en dat dit bedrag hangende de procedure voorlopig in debet wordt gesteld, het dossieronderzoek en het gevolgenonderzoek

4.8. bepaalt dat verzoeker zijn procesdossier in afschrift aan de deskundigen dient te doen toekomen,

4.9. bepaalt dat de deskundigen het dossieronderzoek zelfstandig zullen instellen op de door de deskundigen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

4.10. bepaalt dat de deskundige longarts het gevolgenonderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

4.11. wijst de deskundigen er op dat:
- de deskundigen voor aanvang van het onderzoek dienen kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundigen het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dienen aan te vangen.
- de deskundigen het onderzoek onmiddellijk dienen te staken en contact dienen op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

4.12. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen dienen te verstrekken indien dezen daarom verzoeken, de deskundigen toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige
gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek, het schriftelijk rapport

4.13. draagt de deskundigen op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van hel voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht betreffende het dossieronderzoek in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie.

4.14. draagt de deskundige longarts op om zo spoedig mogelijk maar uiterlijk drie maanden na inlevering van het dossieronderzoek. een schriftelijk en ondertekend bericht betreffende het gevolgenonderzoek in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

4.15. wijst de deskundigen er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd,
- dat de deskundige longarts verzoeker wat betreft het gevolgenonderzoek in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien verzoeker als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan verzoeker (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en verzoeker daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of verzoeker gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij verzoeker zich van commentaar op het concept moet onthouden),
- dat, indien verzoeker binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige longarts de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,
- dat, indien verzoeker geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige longarts het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden,

4.16. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundigen nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

4.17. wijst het verzochte voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, rechter, bijgestaan door mr. P.C.N. van Gelderen. griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2017.

Met dank aan mr. J.F. Roth, SAP Letselschade Advocaten, voor het inzenden van deze uitspraak.

Deze website maakt gebruik van cookies