Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Midden-Nederland 021215

Rb Midden-Nederland 021215

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2017/rb-midden-nederland-021215

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht 
kantonrechter 

locatie Utrecht 

zaaknummer. 4126122 AC EXPL 15-2021 FFCC/14562 

Vonnis van 2 december 2015 

inzake 

[ eiser ], 
wonende te [ woonplaats ] 
verder ook te noemen [ eiser ], 
eisende partij, 
gemachtigde: mr. H. Cornelis, 

tegen: 

de stichting 
Protestants Christelijke Stichting Philadelphia Zorg, 
gevestigd te Amersfoort, 
verder ook te noemen Philadelphia, 
gedaagde partij, 
gemachtigde: mr. A.E.G. IJff. 

1. De procedure 

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: 
- het tussenvonnis van 1 juli 2015; 
- de akte houdende producties van [ eiser ]; 
- het proces-verbaal van comparitie van 9 oktober 2015. 

1.2. 
Ten slotte is vonnis bepaald. 

2. De feiten 

2.1. 
Philadelphia is een landelijke organisatie die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt in hun mogelijkheden en beperkingen. 

2.2. 
[ eiser ] is geboren op [ geboortedatum ]en is medio 2012 als vluchteling uit Egypte in Nederland aangekomen. 

2.3. 
[ eiser ] verbleef eerst in het kader van vreemdelingenbewaring in het detentiecentrum [ woonplaats ]. Op 2 december 2013 heeft bij [ eiser ] psychediagnostisch onderzoek plaatsgevonden 
R. van Burgsteden, OZ-psycholoog, ten behoeve van de beoordeling of [ eiser ] detentiegeschikt was. In het verslag is, voor zover van belang, het volgende opgenomen: 

"Conclusie en advies 
Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat [ eiser ]een matig verstandelijke beperking heeft. ( ... ) 

[ eiser ] heeft een totaal IQ van 45 ( ... ) 

[ eiser ] komt veel jonger over dan zijn kalenderleeflijd van 23 jaar. De ontwikkelingsleeftijd van [ eiser ] is te vergelijken mei een jongen van 5 of 6 jaar. Hij voelt zich ontheemd en heeft duidelijkheid en veiligheid nodig, liefst in zijn eigen cultuur/omgeving. ( ... ) 

Antwoorden op de vragen 
( ... ) 
- kunt u zich vinden in het oordeel van de medisch adviseur dat betrokkene niet slechter wordt van detentie? 
Ik heb de indruk dat de jongeman angstig en onzeker is, ik kan me dus voorstellen dat hij niet de juiste zorg en begeleiding krijgt en dat hij wel slechter zou worden van detentie, of dat hij er niet van leert
- levert de detentie (vreemdelingenbewaring) naar uw oordeel onevenredige schade op voor betrokkene? 
( ... ) Hij vertelt me dat hij slecht slaapt en hij begrijpt niet veel van de hele situatie, dit maakt hem angstig en onzeker. Hel lijkt me geen wenselijke humane situatie waarin hij zich bevindt. ( ... )". 

2.4. 
Naar aanleiding van het voorgaande is de detentie van [ eiser ] opgeheven en is [ eiser ] via Stichting MEE geplaatst bij het Leger des Heils in [ woonplaats ]. Deze plek bleek voor [ eiser ] niet geschikt. Vanwege de verstandelijke beperking van [ eiser ], de taalproblematiek en het gebrek aan begeleiding bij het Leger des Heils is [ eiser ] op 17 januari 2014, op initiatief van Stichting MEE en in samenspraak met Philadelphia, vervolgens geplaatst in de crisisopvang van Philadelphia. Op dezelfde dag heeft een intakegesprek plaatsgevonden waarbij naast [ eiser ] ook aanwezig waren M. Badding (coördinerend begeleider), M. Fokkinga (Stichting MEE) en N. Wallet (Leger des Heils). Van het intakegesprek is door M. Budding een verslag opgemaakt waarin, voor zover van belang, het volgende is genoteerd. 

"( ... ) 
De intake is gedaan middels de tolkenlijn (telefonisch). 

( ... ) Al snel werd duidelijk dat hij een beperking had. Er is hier [in het detentiecentrum in [ woonplaats ] - toevoeging kantonrechter] een test gedaan die heeft uitgewezen dat hij een lQ heeft 
van 45. Vanwege zijn lage IQ is de detentie opgeheven. Zijn advocaat gaat op die grond een verblijfstatus aanvragen. Middels M.E.E, Utrecht is [ eiser ] geplaatst bij de laagdrempelige 
opvang van het Leger des Heils. Hier kon [ eiser ] doen en laten wat hij wilde. Omdat de kans groot is dat hij hier misbruikt gaat worden door medecliënten (36 op 2 begeleiders) en omdat 
[ eiser ] lastig was uit te leggen wat wel en niet kon (taalbarrière) kon hij niet langer daar blijven Ook vertoonde [ eiser ] ongeremd gedrag naar mede cliënt en vromvelijk personeel. ( ... .) 

Hulpvraag. 
- Bied mij onderdak tot het duidelijk is waar ik heen kan gaan. 
- Help mij verduidelijken wie waarvoor verantwoordelijk is. De advocaat is bezig met mijn verblijfstatus. MEE zoekt naar een geschikte woonlocatie. En de crisisopvang biedt mij onderdak. 

Thuissituatie: 
[ eiser ] heeft nauwelijks contact met zijn familie. In Nederland heeft hij niemand. 

( ... ) 

Vrijheidsbeperkende maatregelen: 
- Geen. Er is wel met hem afgesproken dat hij, zolang hij bij ons verblijft niet naar buiten gaat en begeleid door het huis gaat, behalve op de afdeling. 
- [ eiser ] mag bezoek ontvangen en mag bellen. Zijn eigen telefoon ligt in de kluis op de afdeling. Deze kan hij gebruiken om nummers op te zoeken. Bellen via huistelefoon. 

( ... ) 

[ eiser ] kent een aantal woorden Nederlands. Wanneer hij het niet snapt zegt hij al gauw oké of ja. Dit is verwarrend omdat je dan niet weet of hij je echt heeft begrepen. ( ... ) 

Middels de tolk weet [ eiser ] dat hij hier maximaal 6 weken blijft en dat hij niet naar buiten mag. Ook weet hij dat hij wel bezoek mag ontvangen en dat hij mag bellen. 

( ... ) 

Vanwege detentie kan hij kamermomenten als opsluiting zien.", 

2.5. 
In een e-mail van 31 januari 2014 van Marlien van Belzen, die nauw was betrokken bij de zorg van [ eiser ], aan (onder andere) Irene Elzenga, locatiemanager van Philadelphia, staat - voor zover van belang - het volgende: 

"[ eiser ] zit in principe op vrijwillige basis op de crisis. 

( ... ) [ eiser ] benoemd regelmatig dat hij naar buiten wil. Alsje hier dieper op door gaat, zegt hij dat hij niet weg wil en dat hij even buiten wil zijn en terug komt. even buiten in de zon ... 
( ... )".

2.6. 
In de notulen cliëntenoverleg van 11 maart 2014 is het volgende over [ eiser ] genoteerd: 

"Evalueren naar beneden en hoe verder: Het is de laatste dagen bij meerdere collega 's een negatieve ervaring geweest. [ eiser ] houd zich niet aan de gemaakte afspraken als hij beneden is en loopt alle kanten op, ook spreek hij veel mensen aan en valt deze dan lastig met zijn probleem. De opzet van twee keer naar beneden per dag helpt wel, hij vraagt niet de hele dag meer of we naar beneden gaan. Wel laat hij hierin zien dat hij er werkelijk niks van begrijpt de gemaakte afspraken We zetten dit door en passen zijn programma aan, [ eiser ] gaat 1 keer per dag naar beneden rond de klok van zeven, dan is het het rustigste op het plein. We blijven neutraal reageren op als dat hij niet begrijpen en de zelfde vragen die hij stelt. Het is duidelijk dat hij hier niet hoort op deze gesloten afdeling en dat hij hier erg ongelukkig is. Er zijn wat mails verstuurd naar Inge en Marlien deze zijn door gestuurd naar Theo hij was hier niet van op de hoogte, en gaat contact opnemen Met STIL en MEE. Dit Koppeld Theo dan terug. ( ... ) ". 

2.7. 
In het (ongedateerde) logboek is onder "Korte samenvatting" het volgende over [ eiser ] genoteerd: 

"[ eiser ] geeft van het begin aan dat hij weg wil. Echter hij geeft ook aan dat het hem gaat om contacten, praten met mensen. Hij laat zich hierin (redelijk) goed sturen en houdt het bij woorden. Ook geeft hij regelmatig aan helemaal niet weg te willen (bv 29 januari). 
'Stemmingen zijn wisselend. Hij is vaker vrolijk dan dat het slecht gaat. Hij vindt het vooral moeilijk dat hij niet door het huis (en in tuin) kan lopen wanneer hij wil. Geeft meer aan naar beneden te willen dan dat hij weg wil. ( ... ) 
".

2.8. 
De crisisopvang van Philadelphia was tot 1 april 2014 tijdelijk gevestigd in het gebouw van de Van der Hoevenkliniek Willem Dreeslaan in Utrecht. Op 1 april 2014 is de crisisopvang verhuisd naar het terrein van Zon en Schild, locatie De Voorde, in Amersfoort. [ eiser ] is toen meeverhuisd. 

2.9. 
Na incidenten in de crisisopvang is door Philadelphia op 3 april 2014 de inbewaringstelling (hierna: IBS) van [ eiser ] aangevraagd en door de burgemeester verleend. 
Op 8 april 2014 is bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland de IBS voortgezet tot en met 29 april 2014. 

2.10. 
Sinds 23 april 2014 verblijft [ eiser ] in Reinaerde in Den Dolder. 

2.11. 
Bij brief van 8 mei 2014 heeft de (toenmalige) gemachtigde van [ eiser ] Philadelphia aansprakelijk gesteld voor de door [ eiser ] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade vanwege de onrechtmatige gedwongen opname gedurende de drie maanden voorafgaande aan 3 april 2014. 

2.12. 
Bij brief van 5 november 2014 heeft Philadelphia alle aansprakelijkheid van de hand gewezen. 

2.13. 
De gemachtigde van [ eiser ] heeft op 2 maart 2015 gereageerd op bovengenoemde brief van Philadelphia en Philadelphia gesommeerd om binnen drie weken na heden de schade van € 11.550,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, te vergoeden.

3. Het geschil 

3.1. 
[ eiser ] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: 

1. verklaring voor recht dat Philadelphia gedurende de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 [ eiser ] onrechtmatig van zijn vrijheid heeft beroofd, en deswege jegens [ eiser ] schadeplichtig is; 
2. te bepalen dat het door Philadelphia verschuldigde bedrag aan immateriële schadevergoeding moet worden vastgesteld op een bedrag van totaal € 11.550,00 (€ 150,00 per dag voor 77 dagen), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 mei 2014; 
3. voldoening door Philadelphia van € 4.192,66 aan buitengerechtelijke kosten; 
4. veroordeling van Philadelphia in de proceskosten. 

3.2. 
Ter onderbouwing van die vordering stelt [ eiser ] - kort weergegeven - dat Philadelphia [ eiser ] van 17 januari 2014 tot 3 april 2014 onrechtmatig van zijn vrijheid heeft beroofd. Voor de vrijheidsberoving ontbreekt een rechterlijke titel en [ eiser ] heeft geen (wilsbekwame) instemming voor deze vrijheidsberoving gegeven. Deze onrechtmatige vrijheidsberoving van in totaal 77 dagen geeft grond voor immateriële schadevergoeding. 
[ eiser ] maakt tevens aanspraak op de buitengerechtelijke kosten op de voet van artikel 6:96, tweede lid sub b en c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), nu de advocaten van [ eiser ] 
voorafgaand aan het opstellen van de dagvaarding in totaal 15 uur en 22 minuten aan deze zaak hebben besteed tegen een uurtarief van € 225,00 per uur. 

3.3. 
Philadelphia heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter [ eiser ] niet ontvankelijk in zijn vordering zal verklaren, dan wel deze zal afwijzen, met veroordeling van [ eiser ] in de proceskosten. 

3.4. 
Philadelphia baseert haar verweer - kort weergegeven - op het volgende. [ eiser ] dient niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering, omdat Philadelphia slechts uitvoerder is en in opdracht van Agis/Achmea heeft gehandeld. Van een rechtstreekse zorgverleningsovereenkornst tussen [ eiser ] en Philadelphia is geen sprake. Voorts stelt Philadelphia dat er geen sprake is van vrijheidsbenerning, maar van vrijheidsbeperking op basis van vrijwilligheid van [ eiser ]. [ eiser ] verbleef vanaf 17 januari 2014 vrijwillig op de crisisopvang van Philadelphia en heeft daarbij ingestemd met de vrijheidsbeperkende regels. Philadelphia heeft, gelet op de omstandigheden van [ eiser ], in de lijn van de zorg van een goed zorgverlener gehandeld door hem bij een moment van verzet, niet te laten vertrekken. Indien de vordering van [ eiser ] wordt toegewezen, wordt de hoogte van de schadevergoeding door Philadelphia betwist. 

3.5. 
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 

4. De beoordeling 

4.1. 
[ eiser ] is op 17 januari 2014 in de crisisopvang van Philadelphia gekomen. Tevens staat tussen partijen vast dat op 3 april 2014 de IBS van [ eiser ] door de burgemeester is verleend en deze na een beschikking van deze rechtbank is voortgezet. 

4.2. 
Kern van het geschil is het antwoord op de vraag of [ eiser ] in de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 onrechtmatig van zijn vrijheid is beroofd dan wel onrechtmatig in zijn vrijheid is beperkt gedurende zijn verblijf in de crisisopvang van Philadelphia.

4.3. 
Door Philadelphia is gesteld, hetgeen door [ eiser ] niet of niet voldoende is weersproken, dat Philadelphia handelt in de geest van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (hierna: WGBO), nu strikt genomen geen behandelingsovereenkomst wordt gesloten. 

4.4. 
Artikel 7:464, eerste lid BW luidt als volgt: 
"Indien in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijfanders dan krachtens een behandelingsovereenkomst handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verricht, zijn deze afdeling alsmede ( ... ) van overeenkomstige toepassing voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet". 

4.5. 
Philadelphia is een zorgverlener gericht op mensen met een verstandelijke beperking waarbij, al is geen sprake van een behandelingsovereenkomst in de zin van de WGBO, ook handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verricht. Gelet op artikel 7:464, eerste lid BW is, nu de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet, in deze situatie afdeling 5 "De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling" van overeenkomstige toepassing. De bepalingen van Boek 7, titel 7, afdeling 5 BW (WGBO) dienen dan ook als maatstaf voor onderhavig geschil tussen [ eiser ] en Philadelphia. 

Ontvankelijkheid 

4.6. 
Philadelphia stelt allereerst dat [ eiser ] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, hetgeen door [ eiser ] wordt betwist. [ eiser ] stelt, samengevat, dat Philadelphia en niet zorgverzekeraar Achmea rechtstreeks is betrokken bij de zorgverlening. 

4.7. 
De kantonrechter is van oordeel dat, hoewel geen sprake is van een behandelingsovereenkomst tussen [ eiser ] en Philadelphia, de WGBO wel van overeenkomstige toepassing is (artikel 7:464, eerste lid BW). Niet of niet voldoende is gesteld en gebleken dat een ander dan Philadelphia de (eind)beslissingen ten aanzien van de zorg en behandeling van [ eiser ] vanaf 17 januari 2014 heeft genomen, dan wel dat Philadelphia daar geen keuze in had omdat zij in opdracht van Agis/Achmea heeft gehandeld. De intake op 17 januari 2014 heeft bij Philadelphia plaatsgevonden. Vervolgens is gedurende het verblijf van [ eiser ] in de crisisopvang bij Philadelphia [ eiser ] door medewerkers van Philadelphia begeleid en is [ eiser ] in diverse (multidisciplinaire) overlegorganen van Philadelphia besproken. Uiteindelijk is door Philadelphia het verzoek voor de IBS van [ eiser ] gedaan. Gelet op het voorgaande is door Philaldelphia niet althans niet voldoende gesteld en onderbouwd op grond waarvan [ eiser ] niet ontvankelijk in zijn vordering jegens haar zou moeten zijn. Het beroep op niet ontvankelijkheid slaagt dan ook niet. 

Onrechtmatige vrijheidsberoving/-beneming? 

4.8. 
[ eiser ] stelt dat in de periode l7 januari 2014 tot 3 april 2014 een rechterlijke titel voor zijn vrijheidsberoving heeft ontbroken, dan wel dat hij geen toestemming voor deze vrijheidsberoving heeft gegeven. 

4.9. 
Philadelphia stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van vrijheidsberoving van [ eiser ], nu [ eiser ] niet in het kader van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen in de crisisopvang heeft verbleven. [ eiser ] is in de periode J 7 januari 2014 tot 3 april 2014 vrijwillig op de crisisopvang geweest en heeft daarbij ingestemd met de vrijheidsbeperkende maatregelen. Tevens heeft Philadelphia als een goed zorgverlener jegens [ eiser ] gehandeld. 

4.10. 
In Nederland is de regel van toepassing dat een ieder bewegingsvrijheid geniet en dat het ontnemen van die vrijheid, wil dit rechtmatig zijn, een grondslag in de wet dient te hebben (aldus ook artikel 5 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden). 

4.11. 
Oorspronkelijk verbleef [ eiser ] in het kader van de vreemdelingenbewaring in een detentiecentrum, waarna hij gelet op zijn persoonlijke omstandigheden is geplaatst bij het Leger des Heils. [ eiser ] bleek daar niet op zijn plek te zijn. Het staat vast dat het daaropvolgende verblijf van [ eiser ] in de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 in de crisisopvang van Philadelphia niet is gegrond op een rechterlijke titel (Rechterlijke Machtiging of IBS). De IBS van [ eiser ] is op 3 april 2014 verkregen nadat Philadelphia, na enkele incidenten met [ eiser ], daaltoe een verzoek heeft gedaan en dat verzoek is toegewezen. In dat kader is het dan ook van belang, ter beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatig ontnemen van de vrijheid van [ eiser ] door Philadelphia, of [ eiser ] van 17 januari 2014 tot 3 april 2014 vrijwillig bij Philadelphia in de crisisopvang heeft verbleven en met de vrijheidsbeperkende maatregelen beeft ingestemd. Of in het kader van een onrechtmatige daad sprake is van vrijheidsberoving dan wel vrijheidsbeperking is voor dit antwoord minder van belang. Wel is van belang of [ eiser ] daartoe al dan niet zijn toestemming of instemming heeft gegeven. 

4.12. 
Gelet op de stellingen van [ eiser ] stelt hij zich op het standpunt dat Philadelphia onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en daardoor gehouden is tot vergoeding van zijn schade. Ingevolge artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering draagt de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. In beginsel rust de bewijslast van de feiten of rechten dan ook op [ eiser ]. 

4.13. 
[ eiser ] stelt dat er gedurende de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 sprake is geweest van onrechtmatige vrijheidsberoving door Philadelphia, maar deze stelling is tijdens de comparitie van partijen door de gemachtigde van [ eiser ] genuanceerd. [ eiser ] heeft in het begin van zijn verblijf bij Philadelphia weliswaar zijn instemming gegeven voor zijn verblijf op de crisisopvang van Philadelphia, maar hij heeft deze later ingetrokken, aldus de gemachtigde van [ eiser ]. 

4.14.
Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat [ eiser ] in ieder geval ten tijde van de intake op 17 januari 2014 toestemming heeft gegeven voor zijn verblijf in de crisisopvang van Philadelphia overeenkomstig artikel 7:450, eerste lid BW, Tijdens deze intake, waarbij via de tolkentelefoon een en ander is vertaald, zijn bepaalde afspraken met [ eiser ] gemaakt (zie rechtsoverweging 2.4). Door [ eiser ] is niet of niet voldoende gesteld en onderbouwd dat hij de vrijheidsbeperkende maatregelen toen niet zou hebben begrepen en daarmee niet zou hebben ingestemd. Door Philadelphia is onweersproken gesteld dat de regels zijn uitgelegd, aangepast aan het verstandelijke niveau van [ eiser ]. Weliswaar is in het opgemaakte intakeverslag tevens aangegeven dat [ eiser ] vanwege zijn detentie de kamermomenten als opsluiting kan zien, maar niet is gebleken dat [ eiser ] daar toen niet mee heeft ingestemd. Philadelphia heeft later op verschillende momenten tijdens het verblijf van [ eiser ] wel gesignaleerd dat [ eiser ] aangaf dat hij weg wilde, en heeft daar ook, gelet op rechtsoverwegingen 2.5 - 2.7, veelvuldig aandacht voor gehad. Philadelphia is vervolgens na doorvragen bij [ eiser ] en (multidisciplinair) overleg binnen Philadelphia steeds tot de conclusie gekomen dat [ eiser ] niet daadwerkelijk bij Philadelphia weg wilde en, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, handhaving van de vrijheidsbeperkende maatregelen verdedigbaar waren (zie rechtsoverwegingen 2.5 - 2.7). Medewerkers van Philadelphia, een professionele zorgverlener voor verstandelijk beperkten, hebben de uitingen van [ eiser ] over het weg willen gaan gedurende zijn verblijf - waarbij zij op enig moment zagen dat [ eiser ] in de crisisopvang niet op zijn plek was en zij keken naar oplossingen - zo opgevat dat [ eiser ] niet daadwerkelijk uit de crisisopvang wilde vertrekken, anders dan dat hij zo nu en dan naar beneden of naar buiten wilde. Gelet op de notulen cliëntenoverleg van 11 maart 2014 (rechtsoverweging 2.6) zijn de mogelijkheden na dergelijke uitlatingen van [ eiser ] om naar beneden te gaan, voor zover het binnen de capaciteit van Philadelphia lag, aangepast. 

4.15
Nu [ eiser ] een verstandelijke beperking heeft en geen familie of anderen zoals een mentor had waarmee Philadelphia overleg kon voeren, kon het gedrag en de opmerkingen van [ eiser ] met betrekking tot zijn verblijf bij Philadelphia mogelijk lastig zijn te duiden. Ten tijde van zijn verblijf bij Philadelphia had [ eiser ] wel een advocaat. Dat de toenmalige advocaat van [ eiser ] gedurende de periode 17 januari 2014 tot 3 april 2014 aan Philadelphia heeft aangegeven dat [ eiser ] daadwerkelijk bij Philadelphia weg wilde dan wel dat [ eiser ] voor zijn (verdere) verblijf aldaar geen toestemming meer zou hebben gegeven, is echter niet gesteld of gebleken. Onweersproken is door Philadelphia gesteld dat de toenmalige advocaat van [ eiser ] juist heeft verzocht [ eiser ] niet zomaar te laten gaan. 

4.16. 
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [ eiser ] bij de intake op 17 januari 2014 zijn toestemming voor de vrijheidsbeperkende maatregelen heeft gegeven. Nadien heeft Philadelphia op verschillende momenten de signalen van [ eiser ] over het weg willen gaan, gelet op de omstandigheden, voldoende getoetst, overleg over gevoerd in multidisciplinair verband, en voor zover dat voor Philadelphia mogelijk was de vrijheidsbeperkingen van [ eiser ] aangepast. Onder de genoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat Philadelphia tegenover [ eiser ] als goed hulpverlener heeft gehandeld. Van een onrechtmatige daad aan de zijde van Philadelphia die aan haar kan worden toegerekend, is dan ook geen sprake. De vordering van [ eiser ] zal dan ook worden afgewezen. De nevenvorderingen behoeven als gevolg daarvan geen beoordeling. 

4.17.
[ eiser ] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Philadelphia worden begroot op € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00). 

5. De beslissing 

De kantonrechter: 

wijst de vordering af; 

veroordeelt [ eiser ] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Philadelphia, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde. 

Dit vonnis is gewezen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2015. 

Met dank aan mevrouw mr. H. Cornelis, Cornelis Advocatenpraktijk Letselschade, voor het inzenden van deze uitspraak.

Deze website maakt gebruik van cookies