Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Overijssel 211216

Rb Overijssel 211216

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2017/rb-overijssel-211216

vonnis 

RECHTBANK OVERIJSSEL 

Team kanton en handelsrecht 

Zittingsplaars Almelo

Zaaknummer : C/08/I82070 HA ZA J 6-43 

Uitspraak : 21 december 2016 (edg) 

Vonnis in de zaak van: 

de naamloze vennootschap 
ASR SCHADEVERZEKERINGEN N.V., 
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, 
eiseres in conventie, 
verweerster in reconventie. 
hierna ook wel ASR te noemen, 
advocaat: mr. J.R. Meelker te Amersfoort,

tegen


wonende te X. 
gedaagde in conventie, 
eiser in reconventie, 
hierna ook wel X te noemen. 
advocaat: mr. J .G. Keizer te Amersfoort. 

1. De procedure 

Deze blijkt uit het navolgende: 

- de dagvaarding van 26 januari 2016; 
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie; 
- het tussenvonnis ter bepaling van een comparitie na antwoord; 
- de conclusie van antwoord in reconventie: 
- de bij brief van 19 oktober 2016 door de gemachtigde van X toegezonden producties genummerd 8 en 9; 
- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord gehouden op 25 oktober 2016. Tijdens de comparitie na antwoord is tevens het verzoek van ASR tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht behandeld. Met de gemachtigden van partijen is afgesproken dat hetgeen in het kader van de ene procedure is verklaard, mede geacht wordt te zijn verklaard in de andere procedure. Dat betekent dat de rechtbank voor wat betreft de door partijen al dan niet voorgestelde deskundigen en de (nadere) vraagstelling ook - zoals ter comparitie besproken - het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht aan de zijde van ASR en het daartegen gerichte verweerschrift aan de zijde van X, bij de onderhavige beoordeling zal betrekken. 

Vervolgens is de zaak voor vonnis verwezen. 

2. De feiten 

2.1. Op 6 juni 2012 is X betrokken geweest hij een verkeersongeval (hierna: het ongeval), waarbij hij is aangereden door een automobilist die was verzekerd bij ASR. 

2.2. ASR heeft de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het verkeersongeval erkend en heeft in totaal een bedrag van € 5.000.- aan X, bij wijze van voorschot, betaald. Daarnaast heeft ASR in totaal een bedrag van € 13.000.- wegens kosten buitengerechtelijke juridische bijstand ter vaststelling van de schade, als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW, bij wijze van voorschot betaald. 

2.3. X ervaart lichamelijke en psychische klachten, die zich onder meer uiten in pijnklachten in de schouder, knie en onderrug. alsmede in slaap-, aaudachts- en geheugenproblemen. 

2.4. X heeft op 26 april 2014 als gevolg van een val in de badkamer een hersenschudding opgelopen, waardoor hij kort buiten bewustzijn is geweest. 

2.5. In opdracht van ASR en in samenspraak met X heeft op 17 september 2014 een neurologische expertise plaatsgevonden door A.G.M. Borggreve (hierna: Borggreve), neuroloog. Borggreve heeft op 18 december 2014 gerapporteerd aan ASR en X. 

2.6. In opdracht van ASR en in samenspraak met X heeft op 8 oktober 2014 een neuropsychologisch onderzoek plaatsgevonden door A. Bons (hierna: Bons), neuropsycholoog. 

2.7. Uit beide voornoemde rapportages komt naar voren dat er geen sprake lijkt te zijn van een medische eindtoestand, dat er aanwijzingen zijn voor (forse) psychologische/psychiatrische problematiek en dat een psychiatrische expertise op zijn plaats is. X heeft deze beide deskundigen over de val in de badkamer op 26 april 2014 niet geïnformeerd. Deze deskundigen waren ten tijde van het onderzoek van X eu/of het opmaken van hun deskundigenrapportages ook niet op andere wijze met die val en het daaruit voortvloeiende letsel bekend geworden. 

2.8. In opdracht van ASR en in samenspraak met X heeft op 28 oktober 2014 een orthopedische expertise plaatsgevonden door R.M. Kuipers (hierna: Kuipers), orthopedisch chirurg. Kuipers heeft op 8 juli 2015 gerapporteerd aan ASR en X. Uit die rapportage komt naar voren dat er nog geen sprake is van een medische eindtoestand met betrekking tot het knieletsel van X en dat zowel een verslechtering van de klachten als een verbetering van de klachten tot de mogelijkheden behoort. 

2.9. Na de totstandkoming van de rapportage van Kuipers heeft er een (herstel)operatie plaatsgevonden aan de knie van X.

2.10. Het Psychodiagnostiek en Advies Centrum Twente (PACT) heeft op verzoek van de psycholoog, na X te hebben onderzocht, een verslag opgemaakt, gedateerd 5 januari 2016 (productie 300 bij conclusie van antwoord). Daarin is in de 'samenvattende conclusie' (pag. 2) opgenomen: 

"Ad 1 
Op grond van huidig onderzoek kan er in classificerende zin gesteld worden dat er sprake is van een: 
- Post traumatische stressstoornis 
- Depressieve stoornis, ernstig, met psychotische kenmerken 

Ad 2 
Huidig onderzoek geeft onvoldoende aanleiding om een persoonlijkheidsstoomis te classificeren. Er worden kenmerken van de paranoide persoonlijkheidsstoornis en de borderline persoonlijkheidsstoornis gezien. Deze lijken echter vooral samen te hangen met het actuele toestandsbeeld. Er zijn geen aanwijzingen dat deze kenmerken aanwezig waren vanaf de vroege volwassenheid. de kenmerken zijn niet pervasief en persisterend. " 

2.11. De huisarts heeft X verwezen naar Mediant, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, Mediant geeft, na een daartoe door de gemachtigde van X gedaan verzoek, bij brief van 17 mei 2016 (productie 3qq bij conclusie van antwoord) de volgende informatie: 
"[...] 
Cliënt wordt verwezen door zijn huisarts in verband met chronisch depressieve klachten (psychotische kenmerken) bij mogelijk PTSS. 

Bevindingen na intake / Beschrijvende diagnose bij aanvang 

Een 32jorige man van Turkse afkomst, die in 2012 een auto-ongeval heeft meegemaakt waarbij hij als bijrijder in de flank werd geraakt door een uit een steegje komende automobilist en daarbij op de andere weghelft terechtkwam waar een tegemoetkomende auto ook op hem botste. [...] 
Ook heeft hij de neiging tot zelfoverschatting. Hij heeft vooral last van achterdocht en agressie. 

DSM IV bij aanvang 
[....] 
As5 GAF=45,

Beleid/Behandeling 
Een goede keus voor behandeling kan op dit moment nog niet gemaakt worden, aangezien de problematiek complexer lijkt dan er op voorhand werd gedacht, 

Er is onlangs door ons psychologisch onderzoek verricht, waaruit vermoedens naar voren komen dal het auto-ongeval in 2012 klachten vermoedelijk geluxeerd heeft, maar dat dit niet 
enkel de kern van de huidige problematiek is. Dit zal de komende periode verder worden onderzocht. 
[...]"

2.12. Tussen partijen bestond en bestaat verschil van mening over het antwoord op de vraag of er al dan niet sprake is van causaal verband tussen het verkeersongeval op 6 juni 2012 en de door X gestelde klachten en beperkingen, 
X heeft in een eerder, door hem aanhangig gemaakt deelgeschil. de rechtbank onder meer verzocht te bepalen dat het causaal verband tussen de klachten/beperkingen van X en het ongeval van 6 juni 2012 op grond van het expertiserapport van R.M. Kuipers, orthopedisch chirurg, gedateerd 8 juli 2015 en het expertiserapport van A.O.M. Borggreve, neuroloog, gedateerd 18 december 2014, als vaststaand moet worden aangenomen en als basis heeft te dienen voor de verdere schadeafwikkeling tussen partijen, een nader door ASR te betalen voorschot te bepalen en ASR op te dragen een psychiatrische expertise uit te laten voeren. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, team kanton en handelsrecht van 1 februari 2016 zijn deze verzoeken afgewezen. 

3. Het geschil 

3.1. De vordering in conventie
 

ASR vordert - zakelijk weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad 
I voor recht zal verklaren dat 
a) op grond van de door ASR in de dagvaarding aangedragen gronden, gestaafd door de bijgevoegde producties, niet van de verklaringen van X kan worden uitgegaan voor de vaststelling van de toerekenbare schade, omdat zijn verklaringen en de door hem vervaardigde documenten, niet geloofwaardig zijn; 
b) de door X geleden en te lijden schade als gevolg van de aanrijding van 6 juni 2012 niet meer bedraagt dan € 5,000,- of een ander door de rechtbank te bepalen bedrag; 
c) X aansprakelijk is voor de door ASR geleden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, ter zake van vaststelling van de door X gestelde en van ASR buiten rechte gevorderde schade, nu als gevolg van onbetrouwbaar gebleken informatieverstrekking door X, deze kosten buirenproportioneel zijn geworden. 

II X te veroordelen 
a) in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskostenveroordeling vanaf de 14e dag na de datering van het in deze zaak te wijzen vonnis: 
b) in de nakosten ten bedrage van € 131,- in geval X voldoet aan het vonnis zonder dat dit aan hem betekend hoeft te worden en welke kosten met € 68,- worden verhoogd in geval van voldoening aan het vonnis na betekening daarvan. 

3.2. Het verweer in conventie 
X concludeert ASR in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze vorderingen af te wijzen alsmede, uitvoerbaar bij voorraad, ASR te veroordelen in de kosten van de procedure, 

3.3. De vordering in reconventie 

X vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad 
I ASR te veroordelen om aan X een bedrag van € 25.000,- te betalen als voorschot op de door hem, als gevolg van het ongeval van 6 juni 2012, geleden en te lijden schade; 
II voor recht te verklaren dat ASR verplicht is mee te werken aan een psychiatrisch deskundigenonderzoek door Drooglever Fortuijn, onder de condities en voorwaarden zoals beschreven in de paragrafen 114 en 115 van de conclusie van eis in reconventie; 
III voor recht te verklaren dat ASR verplicht is de buitengerechtelijke onderhandelingen met X te hervatten; 
IV te beslissen dat ingeval de rechtbank het onder II of III gevorderde toewijst, zij dat doet op straffe van een opeisbare dwangsom van € 1.000,- per dag dat ASR na ommekomst van 14 dagen na de veroordeling in gebreke blijft met een maximum van € 50.000,-;
V ASR te veroordelen in de kosten van de procedure in reconventie, te vermeerderen met de (na)kosten ten belope van € 131,- één en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en, voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. 

3.4. Het verweer in reconventie
 

ASR heeft geconcludeerd, zakelijk weergegeven, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, 
a) de vorderingen van X af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen; 
b) X te veroordelen in de kosten van de procedure met daarbij de bepaling dat deze kosten binnen 14 dagen na het alsdan gewezen vonnis moeten worden voldaan; 
c) X te veroordelen tot betaling van de nakosten ten bedrage van € 131,- in geval van voldoening van de proceskosten veroordeling zonder dat betekening van het tussen partijen gewezen vonnis volgt. 

4. De beoordeling 

4.1. In conventie

4.1.1 Indien aangenomen zou moeten worden dat, zoals door ASR gesteld, X in het kader van de schadeafwikkeling, veelvuldig - ondanks daartoe gedane verzoeken - geen, onvoldoende dan wel onjuiste en/of inconsistente informatie aan ASR heeft verstrekt, kan zulks niet leiden tot toewijzing van de vordering onder a. Immers het veelvuldig niet verstrekken van dan wel hel verstrekken van onvoldoende dan wel onjuiste eu/of inconsistente informatie kan niet met zich brengen dat daarmee met geen enkele informatie verstrekt door X rekening hoeft of kan worden gehouden in het kader van de schadeafwikkeling. In zoverre is deze vordering te algemeen geformuleerd en onvoldoende bepaalbaar. De vordering ter zake, geformuleerd onder a, zal worden afgewezen. 

4.1.2. De vordering onder b kan niet aanstonds tot toewijzing leiden. Reeds uit het op 4 augustus 2016 door de rechtbank ontvangen verzoekschrift tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht, ingediend door ASR, volgt dat ASR zelf de mening is toegedaan dat nadere deskundigenberichten noodzakelijk zijn alvorens het causaal verband tussen de door X gestelde klachten en beperkingen en het hem op 6 juni 2012 overkomen ongeval kan worden vastgesteld. Ook tijdens de comparitie na antwoord in de onderhavige zaak, is genoegzaam gebleken dat niet alleen X maar ook ASR nadere deskundigenberichten noodzakelijk achten. Nu vaststelling van het causaal verband een noodzakelijke voorwaarde is alvorens tot bepaling van de omvang van de schade kan worden overgegaan, is het thans onmogelijk de schade op enig bedrag te bepalen. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat teneinde het causaal verband vast te stellen nadere deskundigenonderzoeken noodzakelijk zijn. Nu ASR vaststelling van de schade vordert en gebleken is dat partijen het er weliswaar over eens zijn dat nader(e) deskundigenonderzoeken) noodzakelijk is (zijn), maar het er niet - op alle onderdelen - over eens zijn welke deskundigen moeten worden ingeschakeld dan wel of met aanvullend onderzoek door reeds eerder ingeschakelde deskundigen (vooralsnog) volstaan kan worden en evenmin overeenstemming hebben over de volgorde van die onderzoeken, zal de rechtbank in dit geding tot het gelasten van nadere deskundigen onderzoeken, alsmede tot het bepalen van de volgorde van die onderzoeken, overgaan en wel als hierna wordt overwogen. 

4.1.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam komen vast te staan dat partijen het er over eens zijn dat nadere onderzoeken nodig zijn door een neuroloog, neuropsycholoog, een psychiater en orthopeed. ASR stelt dat de onderzoeken door een neuroloog en neuropsycholoog geheel over moeten worden gedaan, X verzet zich daartegen en stelt dat aanvullend onderzoek kan worden verricht door de neuroloog en neuropsycholoog die hem reeds hebben onderzocht, te weten Borggreve en Bons. De rechtbank komt hierop hierna terug. 
Hoezeer van ernstige psychiatrische problematiek sprake is en psychiatrisch onderzoek ook met zoveel mogelijk voortvarendheid aangewezen lijkt, zal de rechtbank, anders dan door X verzocht, vasthouden aan de reeds ingezette en ook veelal gebruikelijke volgorde, te weten eerst (nader) onderzoek door een neuroloog en neuropsycholoog en gevolgd door een expertise door een psychiater. 

4.1.4. Een deskundige orthopeed kan, zo bleek tijdens de comparitie, pas ingeschakeld worden op het moment dat met betrekking tot de knieklachten van X een reeds aangekondigde vervolgoperatie heeft plaatsgevonden. 

4.1.5. Nu uit de stukken en het verhandelde ter zitting genoegzaam is komen vast te staan dat X in het kader van de, op verzoek van beide partijen, door neuroloog Borggreve en neuropsycholoog Bons verrichte onderzoeken geen melding heeft gemaakt van de hem op 26 april 2014 overkomen val in de badkamer, als gevolg waarvan hij een hersenschudding heeft opgelopen, zijn reeds om die reden de thans door genoemde deskundigen gegeven rapporten niet bruikbaar. 

4.1.6. De rechtbank ziet geen dan wel onvoldoende aanleiding om, in de plaats van Borggreve, een andere neuroloog tot deskundige te benoemen. Voor zover ASR daarom heeft verzocht. wordt dat verzoek afgewezen. Het inschakelen van een nieuwe neuroloog werkt onnodig vertragend en kostenverhogend, terwijl het feit dat de val in het onderzoek niet is meegenomen niet aan Borggrove kan worden toegerekend. Dat sprake zou zijn van een rapportage die om andere redenen niet voldoet aan de daaraan in redelijkheid te stellen eisen, is niet aannemelijk geworden. 

4.1.7. De rechtbank zal deskundige Borggrove in het kader van deze procedure tot deskundige benoemen en stelt voor hem te verzoeken - nu hij eerder op verzoek van partijen heeft gerapporteerd - tot aanvullend onderzoek over te gaan en de volgende vragen te beantwoorden: 
"Na het door u, op verzoek van partijen op 17 september 2014 verrichte onderzoek, ter zake waarvan u op 18 december 2014 definitief rapport hebt uitgebracht (productie 24 bij dagvaarding), is gebleken dat X op 26 april 2014 in zijn badkamer is gevallen en als gevolg daarvan letsel heeft opgelopen. X heeft ten tijde van het onderzoek nagelaten u hiervan mededeling te doen. Daardoor kon dit gegeven bij de beantwoording van de u voorgelegde vraagstelling door u niet meegenomen worden. Gelet op de aard en omvang van de door X gepresenteerde klachten, dringt zich de vraag op of, en zo ja, in welke mate, dit gegeven, gelet op uw deskundigheid, dient te leiden tot een wijziging van uw conclusies en beantwoording van de vraagstelling zoals die eerder aan u werd voorgelegd. 

De rechtbank verzoekt u X opnieuw op te roepen voor een onderzoek, zich te laten legitimeren en een kopie van het legitimatiebewijs bij de rapportage te voegen. 
Wilt u, nadat u X opnieuw heeft onderzocht en de relevante medische informatie, betrekking hebbend op de val in de badkamer op 24 april 2014, van de huisarts en ander behandelaars van X hebt ontvangen, de in uw eerdere rapportage gestelde vragen opnieuw beantwoorden? Wilt u daarbij aangeven of en in hoeverre de val in de badkamer van invloed is op de beantwoording van de gestelde vragen? 
Wilt u van uw onderzoeken, dossierstudie en bevindingen een rapport opmaken en daarbij de voorgelegde vragen zoveel mogelijk onderbouwd en gemotiveerd beantwoorden? Indien er naar uw mening informatie ontbreekt en/of aangevuld dient te worden, wilt u dat dan aangeven en, na verkregen toestemming van de heer X, die informatie vergaren en bij de rapportage voegen? ".

4.1.8. Over de persoon van deskundige Borggreve is reeds tijdens de comparitie na antwoord voldoende gesproken, zodat er thans geen reden is partijen nog in de gelegenheid te stellen zich omtrent de persoon van Borggreve uit te laten. 
De deskundige Borggreve heeft de griffier laten weten een voorschot van € 1.150,00 (exc!. BTW) in rekening te zullen brengen. De rechtbank is voornemens dit voorschot voor rekening van ASR te laten komen. In het kader van een te zijner tijd te wijzen eindvonnis zal over de vraag wie de kosten uiteindelijke dient/dienen te dragen, worden beslist. 

4.1.9. Over de verdeling van het voorschot en de exacte aanvullende vraagstelling is tijdens de comparitie niet uitvoerig gesproken, zodat partijen nog in de gelegenheid worden gesteld zich over het voorschot en de vraag wie dat dient te dragen, alsmede deze concept aanvullende vraagstelling. nader uit te laten. De zaak zal daartoe voor het nemen van een akte uitlaten aan de zijde van beide partijen worden verwezen. 

4.1.10. Met betrekking tot het noodzakelijk gebleken nader neuropsychologisch onderzoek en de vraag door wie dat moet worden uitgevoerd, wordt alsvolgt overwogen. 
Evenals is overwogen met betrekking tot de rapportage van Borggreve, heeft ook deskundige Bons geen rekening kunnen houden met de vraag of de val van X in badkamer op 26 april 2014 en de daardoor opgelopen hersenschudding. en zo ja, in welke mate, van invloed is op de uitkomsten van het door Bons verrichte onderzoek. Nu X ook heeft nagelaten Bons mededeling te doen van die val, kan Bons zulks niet worden verweten. Alleen om die reden kan Bons niet ongeschikt geacht worden een aanvullende rapportage te verrichten. 
De omstandigheid dat Bons de zogenoemde 'AKTG-test' opnieuw heeft laten doen, daarbij rekenopdrachten die X 'de das' omdeden buiten beschouwing heeft gelaten, zonder in zijn rapportage duidelijk te maken of het om exact dezelfde test met dezelfde vragen ging, dan wel om een vergelijkbare test en waarbij Bons beeft nagelaten aan te geven of en zo ja, in hoeverre dit herhaalde onderzoek van invloed is geweest op zijn bevindingen, is ongelukkig en onzorgvuldig te noemen. Dat maakt dat ASR gegronde redenen heeft om geen dan wel onvoldoende vertrouwen te hebben in een (verder) onafhankelijk onderzoek door Bons. De rechtbank is daarom voornemens om een andere neuropsycholoog te benoemen teneinde een nieuw neuronpsychologisch onderzoek te verrichten. De omstandigheid dat een geheel nieuw onderzoek (zeer) belastend voor X is, moge zo zijn, er valt evenwel naar het oordeel van de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet aan te ontkomen. De rechtbank zal daartoe de door ASR voorgestelde klinisch forensisch neuropsycholoog drs. A.F.M.M. Verdonck [gevestigd te 1213 VN Hilversum, Surinamelaan 10, verder te noemen: Verdonck] benoemen. Deze heeft zich daartoe, na een verzoek daartoe door de griftter van de rechtbank, bereid en in staat verklaard. 
Weliswaar heeft X tegen benoeming van Verdonck bezwaar gemaakt doch het daartegen in algemene bewoordingen geformuleerde bezwaar is niet voldoende om aan de deskundigheid en onafhankelijkheid van Verdonck te twijfelen. Bovendien heeft X nagelaten alternatieven te noemen. 
Nu over de persoon van de te benoemen neuropsycholoog als deskundige reeds uitvoerig tijdens de comparitie is gesproken, hoeven partijen niermeer in de gelegenheid gesteld te worden zich daarover uit te laten. 

4.1.11. De deskundige Verdonck heeft de griffier laten weten een voorschot van€ 3.750,00 (excl. BTW) in rekening te zullen brengen. De rechtbank is voornemens dit voorschot voor rekening van ASR te laten komen. Paltijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich over het voorschot en de vraag wie dat dient te dragen, uit te laten. De zaak wordt daartoe voor akte uitlaten aan de zijde van beide partijen naar de rol verwezen. ln het kader van een te zijner tijd te wijzen eindvonnis zal over de vraag wie de kosten uiteindelijke dient/dienen te dragen worden beslist.

4.1.12. De rechtbank is voornemens deskundige Verdonck de volgende vragen ter beantwoording, deels ontleend aan de op pag.17/18 van het verzoekschrift tot benoeming voorlopig deskundigen door ASR geformuleerde vragen, voor te leggen. X heeft bij verweerschrift enkel een vraag geformuleerd ervan uitgaande dat Bons voor aanvullend onderzoek zou worden benoemd. Zowel ASR als X zullen in de gelegenheid gesteld worden op de concept vraagstelling als hierna geformuleerd te reageren. 
"De rechtbank verzoekt u X op te roepen voor een onderzoek, zich te laten legitimeren en een kopie van het legitimatiebewijs bij de rapportage te voegen. Wilt u betrokkene onderzoeken en de volgende vragen beantwoorden: 
1. Zijn er stoornissen aantoonbaar in het mentaal functioneren, het taalgebruik, de regulatie van emoties en gedrag of in de helderheid van het bewustzijn? 
2. Is het aannemelijk dat de aangetoonde stoornissen veroorzaakt worden door een hersenbeschadiging als gevolg van het X op 6 juni 2012 overkomen ongeval, de val in de badkamer op 28 april 2014 of enig ander trauma dan wel enige andere aandoening? 
3. Zijn er wellicht andere oorzaken dan het overkomen ongeval, de val in de badkamer of aandoening (al dan niet daarmee samenhangend) die de verklaring kunnen vormen voor de aangetoonde stoornissen? 
4. Indien de aangetoonde stoornissen kunnen worden toegeschreven aan een door het ongeval op 6 juni 2012 ontstane hersenbeschadiging, wat zijn dan de beperkingen in het functioneren die daardoor zijn ontstaan? 
5. Wilt u van uw onderzoeken, dossierstudie en bevindingen een rapport opmaken en daarbij de voorgelegde vragen zoveel mogelijk onderbouwd en gemotiveerd beantwoorden? Indien er naar uw mening informatie ontbreekt en/of aangevuld dient te worden, wilt u dat dan aangeven en, na verkregen toestemming van de heer X, die informatie vergaren en bij de rapportage voegen?" 

Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de voorgenomen vraagstelling. De zaak wordt daartoe naar de rol verwezen. 

4.1.13. Verdonck heeft de rechtbank laten weten dat voor het verrichten van neuropsychologisch onderzoek niet noodzakelijk is dat eerst het aanvullend onderzoek van Borggrove gereed is, zodat de rechtbank gelijktijdig zowel het aanvullend onderzoek door Borggreve als het onderzoek door Verdonck zal hevelen. 

4.1.14. Met betrekking tot de te benoemen deskundige psychiater zijn partijen het er over eens dat Drooglever Fortuijn tot deskundige moet worden benoemd. Aan deze deskundige zal de IWMD vraagstelling worden voorgelegd. De rechtbank zal eerst na ontvangst van de (nadere) rapportages van Borggreve en Verdonck totbenoeming van genoemde psychiater als deskundige over gaan. 

4.1.15. In het kader van de beoordeling van de vraag of X onrechtmatig heeft gehandeld door geen, onjuiste en/of onvolledige informatie aan ASR te verstrekken, wordt als volgt overwogen, ASR heeft in de dagvaarding als ook ter comparitie gedetailleerd aangegeven waar van onjuiste, onvolledige en/of inconsistente informatie van de zijde van X sprake is geweest. X heeft zulks niet, althans onvoldoende onderbouwd weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de veelheid van onjuiste, onvolledige en/of inconsistente informatie zoals door ASR bij dagvaarding aangegeven en aangevuld ter comparitie, sprake van dusdanig handelen in strijd met hetgeen van een slachtoffer, dat aanspraak maakt op schadevergoeding en daartoe moet meewerken teneinde de verzekeraar in de gelegenheid te stellen het causaal verband en de omvang van de schade te kunnen vaststellen, dat dit als handelen in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt, en derhalve als onrechtmatig handelen moet worden gekwalificeerd. Het verweer van X ter zake wordt verworpen. 
Tijdens de comparitie heeft de advocaat van X evenwel aangevoerd dat dit handelen van X, gelet op zijn ernstige psychiatrisch problematiek als omschreven door zijn behandelaar. te weten met een GAF score van 45, (vermoedelijk) niet aan hem kan worden toegerekend, hetgeen door ASR is betwist. 
De rechtbank acht ter beantwoording van de vraag naar de toerekenbaarheid benoeming van een deskundige psychiater aangewezen. Nu zoals hiervoor is overwogen, in het kader van het in te zetten onderzoek door een psychiater naar, kort gezegd. de causaliteit van de klachten van X en het ongeval, is de rechtbank voornemens ook de vraag naar de toerekenbaarheid van X's handelen jegens ASR, te zijner tijd aan deze psychiater voor te leggen. Partijen zullen te zijner tijd in de gelegenheid worden gesteld zich over dit voornemen van de rechtbank eveneens bij akte uit te laten. 

4.1.16. Het verweer dat ASR onvoldoende heeft gesteld, waaruit haar schade als gevolg van het beweerdelijk onrechtmatig handelen van X heeft bestaan, wordt verworpen. ASR heen voldoende onderbouwd gesteld dat door het handelen van X extra kosten door haar moeten worden gemaakt en ter comparitie daartoe onder meer gewezen op het feit dat nadere onderzoeken nodig zijn, nu X heeft nagelaten aan Borggreve en/of Bons melding te maken van de val op 26 april 2014 in de badkamer en de daardoor opgelopen hersenschudding. 

4.1.17. De rechtbank is voornemens de voorschotten voor de (nadere) deskundigenonderzoeken voor rekening van ASR te laten komen, nu zij aansprakelijkheid heeft erkend en thans niet vaststaat dat X voor deze kosten op grond van onrechtmatige daad (geheel of grotendeels) aansprakelijk zal zijn. 

4.2. In reconventie 

4.2.1. De vordering van X tot veroordeling van ASR tot betaling van een nader voorschot, zal worden toegewezen. Uit de inmiddels beschikbare, al is het beperkte informatie rondom de klachten van psychiatrische aard en waaruit enig causaal verband met het ongeval aannemelijk mag worden geacht is naar oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat, ondanks alle wisselende, onjuiste en onvolledige informatie van de zijde van X, de uiteindelijke schadevergoeding door ASR aan X te betalen de thans betaalde voorschotten ruimschoots zal overtreffen. De rechtbank stelt het nader door ASR te betalen voorschot vast op een bedrag van € 25.000,- en zal ASR tot betaling daarvan veroordelen. 

4.2.2. De vordering tot het geven van een verklaring voor recht dat ASR verplicht is mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek door Drooglever Fortuijn wordt bij gebrek aan belang afgewezen, nu ASR daartoe bereid is en dit onderzoek reeds in conventie wordt bevolen. 

4.2.3. Gelet op de patstelling tussen partijen met betrekking tot de te entameren (nadere) deskundigen onderzoeken, waaronder zowel deels de personen van de deskundigen als de volgorde van de onderzoeken, ontbreekt op dit moment voldoende basis om tot verdere buitengerechtelijke afwikkeling te komen. Wellicht kunnen die, zodra de thans aangekondigde (nadere)onderzoeken zijn afgerond, weer worden opgepakt. Voor toewijzing van de vordering van X om ASR te veroordelen de buitengerechtelijke onderhandelingen te hervatten, bestaat thans geen dan wel onvoldoende grond. Die vordering zal eveneens worden afgewezen.

5. De beslissing 

De rechtbank 

In conventie en in reconventie 

5.1 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 januari 2017 voor het nemen van een akte door beide partijen, waarin zij zich uit kunnen laten over de hoogte van de door Borggreve en Verdonck begrote voorschotten, de verdeling van deze voorschotten en de voorgenomen aanvullende vraagstelling aan Borggreve c.q. de voorgenomen vraagstelling aan Verdonck;

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan. 

Dit vonnis is gewezen te door mr. E.W. de Groot en op 21 december 2016 in het openbaar uitgesproken door mr. M.M. Lorist in tegenwoordigheid van de griffier. 

Met dank aan mr. J.F. Roth, SAP Letselschade Advocaten, voor het inzenden van deze uitspraak.

Deze website maakt gebruik van cookies