Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Rotterdam 200917

Rb Rotterdam 200917

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2017/rb-rotterdam 200917

beschikking 

RECHTBANK ROTTERDAM 
Team Handel 
zaaknummer / rekestnummer: C/10/526044/ HA RK 17-363 

Beschikking van 20 september 2017 

in de zaak van 

X , 
wonende te Y, 
verzoeker, 
advocaat mr. P. Meijer te Rotterdam, 

tegen 

de stichting 
STICHTING YULIUS, 
gevestigd te Dordrecht, 
verweerster, 
advocaat mr. C.W.M. Verberne te Eindhoven. 

Partijen zullen hierna worden aangeduid als X en Yulius. 

1. 
De procedure 

Het verloop van de procedure blijkt uit: 
- het verzoekschrift met producties, 
- het verweerschrift met producties 
- de mondelinge behandeling ter openbare zitting van 23 augustus 2017, 
- de pleitnotitie van X. 

2. 
De feiten 

2.1. 
Yulius is een specialist in de behandeling van personen met psychiatrische problemen in de regio Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid en aanbieder van basis- en specialistische geestelijke gezondheidszorg. Yulius exploiteert een klinische afdeling aan de Wilhelminastraat 69-73 te Sliedrecht, genaamd afdeling Gantel. 

2.2. 
X staat sinds februari 2014 onder behandeling van therapeuten van Yulius in verband met psychische klachten. 

2.3. 
Op 19 februari 2015 is X, nadat hij had medegedeeld dat hij zelfmoord ging plegen, met zijn auto het water in gereden. Hij bleef daarbij ongedeerd. 

2.4. 
Nadat hij door de crisisdienst was beoordeeld en hem was voorgehouden dat anders een inbewaringstelling ex artikel 20 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (IBS) zou worden aangevraagd, heeft X ingestemd met een vrijwillige opname op een gesloten afdeling. Hierop is X op 20 februari 2015 (om 02.30 uur) opgenomen op de afdeling Gantel 3 van Yulius. Bij de opname is X medegedeeld dat er bij een ontslagwens van X een IBS-beoordeling zou plaatsvinden. 

2.5. 
De rapportage van een sociotherapeut van Yulius over X op de avond van 21 februari 2015 - voor zover relevant - vermeldt: 
"[ ... ] Na het bezoek gaf vader aan zich zorgen te maken om dhr. [ ... ] Vader is bang dat dhr. deze actie wil herhalen om zijn ex-vriendin te straffen. Acht hem toe in staat zich beter voor te doen. Dhr. opgezocht [ ... ] Gevraagd hoe het bezoek was, geeft aan dat vader en broer zich zorgen maken. Snapt hun zorgen maar aan de andere kant vind dhr. het onnodig. Gaf aan hier liever niet te willen zijn, heeft wel stomme keuzes gemaakt. Wil graag hulp, weet alleen niet hoe. Benoemt de indruk te krijgen dat dhr. wenselijk antwoord en dat dhr. wel achter hulp moet staan. [ ... ] " 

2.6. 
De afdeling Gantel 3 ligt op de eerste verdieping en heeft een balkon. Patiënten hebben in beginsel dag en nacht vrije toegang tot dit balkon (verder: het balkon), dat fungeert als buitenrookruimte. Het balkon is voorzien van een glazen wand van 4 tot 5 meter hoog, waarvan de laatste meter schuin naar binnen staat, en verticaal aangebrachte latten aan de zijkanten waardoor klimmen aan de zijkanten niet mogelijk is. Op het balkon staat onder meer een grote tuinbank, gemaakt van steigermateriaal (verder: de bank). 

2.7. 
In de nacht van 21 op 22 februari 2015 heeft X een ontsnappingspoging ondernomen. Daartoe heeft hij de bank op het balkon op zijn kant gezet en zodanig gepositioneerd dat hij via de bank op de glazen wand kon klimmen. Vervolgens is X na enige tijd op de glazen wand te hebben gezeten naar beneden gesprongen. Als gevolg van dit incident (verder: het incident) heeft X letsel opgelopen, bestaande uit een radiuskopfractuur, een calcaneusfractuur, een inzakkingsfractuur, een instabiele bekkenfractuur en een sacrumfractuur. 

2.8. 
's Nachts worden de afdelingen Gantel 3 en Gantel 4 behandeld als één afdeling en is het verpleegkundig personeel op die beide afdelingen werkzaam. Ten tijde van het incident was het verpleegkundig personeel bezig met een ronde op Gantel 4. 

2.9. 
Een door X overgelegde schriftelijke verklaring van hem over de gebeurtenissen vanaf 19 februari 2015 - voor zover relevant - vermeldt: 
"[ ... ] 
Na het gesprek met mijn ouders werd er besloten dat ik opgenomen moest worden. Ik kon kiezen uit vrijwillig of gedwongen via de rechter en dat zou dan minimaal 3 maanden gaan duren dus ik koos voor vrijwillig. Toen ben ik overgebracht [ ... ] naar Yulius [ ... ]. De dag daarna wou ik naar huis omdat ik vrijwillig was opgenomen. Alleen ik mocht niet weg. Dus ik ging manieren zoeken om te ontsnappen. [ ... ] Die avond opzoek gegaan in mijn kamer of er iets was om te kunnen ontsnappen via het plafond via de ventilatie buizen. Maar daar kon ik niet bij. De volgende dag mocht ik onder begeleiding naar buiten. [ ... ] ik heb toen geen poging gedaan om te ontsnappen omdat ik dacht van als ik nu ontsnap vinden ze mij zo want het was licht, en ik wist dat ik alleen met de trein of bus naar huis zou kunnen maar dat die kans gering zou zijn omdat ze waarschijnlijk een melding zouden maken dat er iemand ontsnapt zou zijn. [ ... ] Ik wist dat rond half 23.30 er wisseling zou zijn van het personeel en dat er in de nacht minder personeel zou zijn. Ik ben toen rond 24.00 uur naar die patio gelopen die open stond en waar geen toezicht was. Daar ben ik gaan zoeken naar een manier om over de beveiliging heen te klimmen. Ik wist al dat er een steigerhouten bank stond dus ik ging kijken of deze los stond dat was het geval. Toen ik dat wist ben ik gaan observeren of ze merkten of ik op de patio was. Na 30 min niemand gezien te hebben heb ik de steigerhouten bank op zijn kant gezet en ben op de glazen wand geklommen. Toen heb ik nog 10 minuten op die wand gezeten om te kijken of ze mij echt niet zagen. Want ik wou ongezien ontsnappen zodat de kans klein was dat ze mij snel zouden pakken. Ik dacht als ik spring zal ik hoogstens alleen mijn enkel kneuzen. Dus ik sprong naar beneden. [ ... ] " 

3. 
Het geschil 

3.1. 
X verzoekt - samengevat - te bepalen dat Yulius aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en dat Yulius (althans haar aansprakelijkheidsverzekeraar) is gehouden de volledige schade aan X te voldoen, met veroordeling van Yulius in de kosten van het geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 

3.2. 
Yulius voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van X in de kosten van de procedure. 

4. 
De beoordeling 

4.1. 
De vraag over de aansprakelijkheid van Yulius voor de gevolgen van het incident en de eigen schuld van X daaraan houdt partijen verdeeld en blokkeert daarmee de verdere afwikkeling van de schade. Een oordeel over deze geschilpunten kan derhalve een bijdrage leveren aan het vlot trekken van de onderhandelingen die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot een vaststellingsovereenkornst. Het verzoek is dan ook, zoals niet tussen partijen ter discussie staat, geschikt voor behandeling als deelgeschil in de zin van artikel 1019w Rv. 

4.2. 
X baseert de aansprakelijkheid van Yulius primair op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen partijen. X stelt daartoe dat de door hem gekozen ontsnappingsvorm was te voorzien en dat Yulius geen adequate maatregelen daartegen heeft genomen en aldus niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener mag worden verwacht. X verwijt Yulius met name dat: 
- het balkon 's nachts niet afgesloten was, 
- er te weinig controle (op het balkon) heeft plaatsgevonden, 
- de bank niet was vastgezet. 
Yulius betwist het gestelde en voert als verweer dat er aan de zijde van X een zodanige mate van eigen schuld is dat de schade volledig voor zijn rekening dient te blijven. Voorts voert Yulius aan dat de rechtbank voor een andersluidend oordeel nadere informatie nodig heeft die het bestek van de deelgeschilprocedure te buiten gaat. 

4.3. 
X is op 20 februari 2014, nadat hij door de crisisdienst was gezien, vrijwillig opgenomen op een gesloten afdeling, waardoor een IBS-beoordeling niet nodig was. Vast staat dat hij voorafgaand aan zijn instemming met die opname voor de keuze tussen een vrijwillige opname op een gesloten afdeling of een IBS-beoordeling is gesteld. Naar de inschatting van Yulius zou een IBS-beoordeling in de eerste paar uur na opname ook tot afgifte van een IBS hebben geleid. Hieruit volgt dat de hulpverleners van de crisisdienst en Yulius op dat moment een lichter regime dan opname op een gesloten afdeling niet adequaat vonden. Yulius voert weliswaar aan dat een IBS-beoordeling van X op 21 februari 2015 naar haar inschatting niet tot afgifte van een IBS zou hebben geleid, maar X is gedurende zijn verblijf op de gesloten afdeling niet in de gelegenheid gesteld om naar een lichter regime of naar huis te gaan. Onder die omstandigheden dient het uitgangspunt te zijn dat X op goede gronden op een gesloten afdeling verbleef en, gelet op zijn geestelijk gesteldheid, tegen zichzelf in bescherming genomen diende te worden. Gelet op de in het verslag van de sociotherapeut over X op de avond van 21 februari 2015 vermelde waarschuwingen van de vader van X en de daarin vermelde indruk dat X wenselijk antwoordde, is hetgeen Yulius overigens heeft aangevoerd onvoldoende voor een afwijking van dat uitgangspunt. 

4.4. 
Een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg met een gesloten afdeling alwaar patiënten met een suïciderisico verblijven dient ten behoeve van de veiligheid van dergelijke patiënten maatregelen ter voorkoming van suïcide en ontsnapping uit de gesloten afdeling te treffen, die gezien de feiten en omstandigheden in redelijkheid van haar kan worden verwacht. 

4.5. 
Zoals Yulius onbestreden heeft aangevoerd behoeven patiënten op een gesloten afdeling, mede gelet op hun privacy, in beginsel niet continu door het personeel in de gaten gehouden te worden. Voor een uitzondering op dat beginsel is wel plaats indien sprake is van suïcidaliteit van de patiënt, maar daarvan was - naar X zelf stelt - op 21 februari 2015 geen sprake meer. Het incident betreft immers, zoals X uitdrukkelijk stelt en ook uit zijn schriftelijke verklaring blijkt, een ontsnappingspoging en geen poging tot suïcide. Het verwijt van X dat hij door het personeel niet 'extra in de gaten' is gehouden, treft daarom geen doel. 

4.6. 
Het belang van patiënten die roken en van andere patiënten die buiten willen zitten en de inbreuk die cameratoezicht op de privacy van patiënten maakt, brengt mee dat van Yulius, zoals zij heeft aangevoerd, in redelijkheid niet kon worden verwacht dat zij het balkon iedere nacht zou afsluiten of van een camera zou voorzien. Voorwaarde daarbij is wel dat het verblijf van patiënten op het balkon zonder toezicht geen veiligheidsrisico oplevert. Yulius voert aan dat dit het geval was en verwijst daartoe naar de op het balkon getroffen bouwkundige voorzieningen, bestaande uit de glazen wand en de verticale latten aan de zijkanten. Niet ter discussie staat dat die voorzieningen in beginsel toereikend zijn om suïcide- of ontsnappingspogingen via het balkon te voorkomen. Dat wordt echter anders indien er op het balkon roerende zaken aanwezig zijn die als hulpmiddel kunnen dienen om de bovenrand van de glazen wand te bereiken. Dat de bank als een dergelijk hulpmiddel kon worden gebruikt, is niet door Yulius onderkend. Yulius betwist dat dit voorzienbaar was en voert daartoe aan dat de kans daarop verwaarloosbaar klein was omdat het rechtop zetten van de bank, gelet op zijn gewicht, niet makkelijk is. Dat een patiënt die via het balkon wil ontsnappen het aldaar aanwezig meubilair als hulpmiddel zal proberen te gebruiken, is - naar het oordeel van de rechtbank - echter wel voorzienbaar. Yulius diende daar dan ook op bedacht te zijn en te onderzoeken of en in hoeverre de bank als hulpmiddel kon worden gebruikt. Zeker wanneer in aanmerking wordt genomen dat een patiënt langere tijd zonder toezicht op het balkon kan verblijven, geldt daarbij niet als maatstaf of het makkelijk is om de bank op zijn kant te zetten, maar of dit ten minste voor een persoon van gemiddelde sterkte mogelijk is. Uit de door Yulius aangevoerde omstandigheid dat verondersteld werd dat de bank daarvoor te zwaar was, volgt dat zij dit onderzoek, dat zij eenvoudig kon doen door de proef op de som te nemen, niet heeft uitgevoerd. Voorts staat vast dat X, die een gemiddeld postuur heeft, er in is geslaagd om de bank op zijn kant te zetten en heeft Yulius geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat hij bovengemiddeld sterk is. Uit de schatting van partijen dat de bank ongeveer 70 kilogram weegt, volgt niet zonder meer dat deze alleen door personen die bovengemiddeld sterk zijn op zijn kant kan worden gezet en Yulius, die nog immer over de bank beschikt, heeft geen bijkomende feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit dat afgeleid zou kunnen worden. Derhalve staat als onvoldoende gemotiveerd weersproken tussen partijen vast dat de bank door een persoon van gemiddelde sterkte op zijn kant kon worden gezet. Dit vastzetten was eenvoudig te realiseren en zou, anders dan het afsluiten van het balkon of cameratoezicht op het balkon, de belangen van de patiënten niet hebben geschaad. 

4.7. 
Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat in redelijkheid van Yulius kon worden verwacht dat zij de bank zou vastzetten om te voorkomen dat deze bank rechtop zou worden gezet en dat zij door dat na te laten toerekenbaar tekort is geschoten in de zorg die van haar als redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener mocht worden verwacht. Niet in geschil is dat het incident zich niet had kunnen voordoen indien de bank zou zijn vastgezet. Hiermee is het causaal verband tussen de toerekenbare tekortkoming en het incident en de aansprakelijkheid van Yulius voor de schade die X als gevolg van het incident lijdt en zal lijden gegeven. 

4.8. 
Van eigen schuld is sprake indien de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan X kan worden toegerekend. Yulius stelt dat dit het geval is, omdat X op een door hem weloverwogen wijze is gevlucht en voor zijn daden volledig toerekeningsvatbaar was. X betwist dat en voert daartoe aan dat hij in een toestand verkeerde waarin hem geen eigen schuld kan worden verweten aangezien hij aan Yulius was toevertrouwd omdat hij een gevaar voor zichzelf was en tegen zichzelf in bescherming diende te worden genomen. 

4.9. 
Niet ter discussie staat dat zonder het eigen gedrag van X het incident en de als gevolg daarvan door hem geleden schade zich niet zou hebben voorgedaan. Dat gedrag kan - gelet op hetgeen onder 4.3 is overwogen - echter niet zondermeer (alleen) aan X worden toegerekend. X heeft, zo blijkt uit zijn schriftelijke verklaring, planmatig gehandeld en is zich bewust geweest van het risico dat hij bij zijn sprong een gekneusde enkel zou oplopen. Ondanks dat heeft X de sprong gewaagd en daarmee kennelijk het risico op licht letsel aanvaard. Van een zodanige psychische stoornis van X dat dit in het geheel niet aan hem kan worden toegerekend is niet gebleken. De schade die X door het incident leidt, is daarom mede het gevolg is van een omstandigheid die (in enige mate) aan hem kan worden toegerekend. 

4.10. 
Het vorenstaande betekent dat de vergoedingsplicht tussen partijen dient te worden verdeeld in evenredigheid van de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. 

4.11. 
De onder 4.4 weergegeven zorg die Yulius dient te betrachten heeft naar zijn aard tot strekking om patiënten op de gesloten afdeling te beschermen tegen het gevaar van eigen gebrek aan inzicht. Hiervoor is vastgesteld dat Yulius die zorgplicht heeft geschonden doordat zij heeft nagelaten de bank op het balkon vast te zetten ter voorkoming van het risico dat deze zou worden gebruikt als hulpmiddel om op de glazen wand van het balkon te klimmen. Vast staat dat dit gevaar zich bij het incident heeft verwezenlijkt. Daarom dient bij de toepassing van de maatstaf van art. 6:101 BW de handelwijze van X die uit dat gebrek aan inzicht voortvloeit in beginsel minder zwaar te wegen dan de fout aan de zijde van Yulius. Dit klemt in dit geval te meer nu X heeft gehandeld vanuit een door hem ervaren drang om weg te komen zonder zich voldoende de risico's van zijn handelwijze te realiseren en dit alles niet los kan worden gezien van de psychische toestand waarvoor X bij Yulius was opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft daarom het gedrag van X voor 25% aan de schade bijgedragen en de fout van Yulius voor 75%. Van omstandigheden die tot een andere verdeling nopen op basis van de billijkheid is niet gebleken. 

4.12. 
Het vorenstaande betekent dat Yulius aansprakelijk is voor 75% van de schade als gevolg van het incident. Het verzoek zal in die zin worden toegewezen. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van Yulius formeel geen partij is in dit deelgeschil, zodat geen plaats is voor een beslissing over de schadevergoedingsplicht van die verzekeraar jegens X. 

Kosten deelgeschil 

4.13. 
Op grond van artikel 1019aa Rv dient in beginsel begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt. Hierbij dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. 

4.14. 
Volgens opgave van X heeft zijn advocaat, mr. Meijer, 8,5 uren aan het deelgeschil besteed en hanteert deze een uurtariefvan € 260,- te vermeerderen met 6% kantooropslag en 21% BTW (€ 333,48 inclusief kantooropslag en BTW). De redelijkheid van dat aantal uren en dat uurtarief is niet door Yulius bestreden en ook de rechtbank acht deze, gelet op de complexiteit van het geschil, redelijk. De kosten van het deelgeschil aan de zijde van X worden derhalve begroot op (8,5 x € 333,48 =) € 2.834,55, te vermeerderen met het door X betaalde griffierecht van € 78,00, zijnde € 2.912,55 in totaal. 

4.15. 
Aangezien Yulius voor 75% aansprakelijk is voor de schade, zal zij, nu hierom door X is verzocht, worden veroordeeld tot betaling van onderhavige kosten, met dien verstande dat ook op deze verplichting genoemd percentage (75%) van toepassing is. Dat X, zoals Yulius heeft aangevoerd, met een toevoeging procedeert doet daar niet aan af, omdat op grond van artikel 34g sub a van de Wet op de Rechtsbijstand de toevoeging wordt ingetrokken als de kosten van rechtsbijstand kan worden verhaald op een derde en dat hier, 
op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW, het geval is. Yulius zal daarom worden veroordeeld tot het betalen van € 2.184,41. 

5. 
De beslissing 

De rechtbank 

bepaalt dat Yulius aansprakelijk is voor de door X geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en dat Yulius is gehouden 75% van de schade aan X te voldoen; 

begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv aan de zijde van X op € 2.912,55 en veroordeelt Yulius om € 2.184,51 (zijnde 75%) hiervan aan X te betalen; 

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 

wijst af het meer of anders verzochte. 

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2017. 

Met dank aan mr. P. Meijer, Mens Advocaten , voor het inzenden van deze uitspraak.

Deze website maakt gebruik van cookies