Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Rotterdam 090418

Rb Rotterdam 090418

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2018/rb-rotterdam-090418

RECHTBANK ROTTERDAM 

zaaknummer: 6134146 \ AZ VERZ 17-78 

uitspraak: 9 april 2018 

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht, inzake het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht 

in de zaak van 

[ verzoeker ] , 
wonende te [ woonplaats ] , 
verzoeker, 
gemachtigde mr. J.N.R.M. Aarts te Uden, 

gericht tegen 

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 
[ verweerster ] , 
gevestigd te [ vestigingsplaats ] , 
verweerster, 
gemachtigde mr. P.P.H. Verheijden te Rotterdam. 

Partijen worden hierna aangeduid als '[ verzoeker ] ' respectievelijk ' [ verweerster ] ' . 

1. 
Het procesverloop 

1.1 
[ verzoeker ] heeft op 5 juli 2017 bij de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Daarbij is verzocht een voorlopig deskundigenbericht te bevelen betreffende de in het verzoekschrift gestelde feiten met benoeming van een deskundige ter beantwoording van de in het verzoekschrift opgenomen vraagstelling. 

1.2 
Door [ verweerster ] is op 1 september 2017 een verweerschrift ingediend. 

1.3 
De zaak is behandeld ter zitting van 21 september 2017. Bij die gelegenheid zijn verschenen verzoeker, bijgestaan mr. Aarts en namens verweerster X, bijgestaan door mr. Verheijden. De gemachtigden hebben ter zitting de zaak nader toegelicht. Vervolgens is met instemming van partijen de behandeling van de zaak aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de zaak in der minne op te lossen. 

1.4 
Mr. Aarts heeft bij brief van 10 november 2017 aangegeven dat partijen niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen en heeft om een beschikking verzocht. Daarop is [ verweerster ] in de gelegenheid gesteld alsnog zich uit te laten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen. 

1.5 
De beschikking is nader bepaald op heden. 

2. 
Het verzoek 

2.1 
[ verzoeker ] legt aan het verzoek het volgende ten grondslag: 

2.2 
Op 19 januari 2012 verrichtte [ verzoeker ] in opdracht van [ verweerster ] samen met een monteur van een ander bedrijf in de regen reparatiewerkzaamheden aan een defecte energiezuil op het Statenplein in Dordrecht. 

2.3 
Tijdens deze werkzaamheden heeft [ verzoeker ] een zware stroomstoot gekregen, waardoor hij lichamelijk en psychisch letsel heeft opgelopen. 

2.4 
[ verzoeker ] heeft [ verweerster ] op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk gesteld voor het arbeidsongeval, het letsel en de financiële gevolgen daarvan. 

2.5 
[ verweerster ] heeft de gestelde aansprakelijkheid voor het ongeval van de hand gewezen. 

2.6
Eind 2014 heeft [ verzoeker ] een verzoek ingediend voor het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Daartegen is verweer gevoerd door [ verweerster ] . Het verzoek is toegewezen en het voorlopig getuigenverhoor heeft op 29 mei 2015 plaatsgevonden. 

2.7 
[ verweerster ] is in de gelegenheid gesteld buiten rechte de door [ verzoeker ] gestelde werkgeversaansprakelijkheid te erkennen, maar is die onverkort van de hand bleven wijzen. Daarop is [ verzoeker ] bij de rechtbank Rotterdam, team kanton, een deelgeschillenprocedure gestart. 

2.8 
Bij beschikking van 3 januari 2017 is in de deelgeschillenprocedure voor recht verklaard dat [ verweerster ] aansprakelijk is voor de letselschade van [ verzoeker ] tengevolge van het arbeidsongeval. 

2.9 
Bij brief van 15 maart 2017 heeft mr. Aarts de gemachtigde van [ verweerster ] voorgesteld een tweezijdig (onafhankelijk) psychiatrisch expertiseonderzoek te laten verrichten naar het causaal verband tussen het ongeval en de door [ verzoeker ] gestelde psychische klachten. 

2.10 
Omdat ook dit voorstel door [ verweerster ] van de hand werd gewezen en de zaak opnieuw is komen stil te vallen heeft [ verzoeker ] recht en belang bij het verzochte voorlopige deskundigenbericht. 

3. 
Het verweer 

3.1
[ verweerster ] verzet zich tegen het verzoek en voert daartoe - samengevat - het volgende aan: 

3.2
Het verzoek is in strijd met de goede procesorde. [ verzoeker ] maakt misbruik van de bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopige deskundigenbericht. Het doel van een voorlopig deskundigenbericht is het vaststellen van een eventueel causaal verband tussen de geleden schade en het ongeval, maar tot op heden heeft [ verzoeker ] - ondanks herhaald verzoek door [ verweerster ] - geen gedegen opgave en onderbouwing van zijn schade gedaan. 

3.3 
Uit de door [ verzoeker ] overgelegde stukken kan niet worden afgeleid dat hij schade heeft geleden. 

3.4 
In de beschikking van 3 januari 2017 is overwogen: " als [ verzoeker ] met succes in onderhandeling wil treden met [ verweerster ] , zal hij een realistische schadeberekening moeten opstellen" en "Het uitgangspunt bij de berekening van de schade kan dan ook niet zijn dat [ verzoeker ] zonder ongeval op een vast dienstverband bij [ verweerster ] had mogen rekenen. " [ verzoeker ] gaat niettemin kennelijk uit van een voortdurend dienstverband hij [ verweerster ] . Zolang [ verzoeker ] niet met een realistische en onderbouwde berekening komt is het verzoek prematuur. 

3.5 
Indien niettemin het verzoek wordt toegewezen heeft [ verweerster ] geen bezwaar tegen een van de door [ verzoeker ] voorgestelde deskundigen. 

3.6 
Ten aanzien van de door [ verzoeker ] voorgestelde vragen merkt [ verweerster ] op dat vragen omtrent (gevolgen van) beperkingen in relatie tot loon- of inkomenvormende arbeid buiten beschouwing dienen te blijven, omdat in deze procedure is komen vast te staan dat [ verzoeker ] geen inkomensschade heeft geleden en voorts dat de aard en de ernst van de klachten én/of beperkingen uit de overgelegde stukken blijken en niet opnieuw behoeven te worden vastgesteld. 

3.7 
De (voorschot)kosten van het onderzoek dienen, anders dan het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW, voor rekening van [ verzoeker ] te komen omdat deze op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt ten gevolge van het ongeval schade te hebben geleden. 

4.
De beoordeling 

4.1 
Bij de beoordeling van het geschil stelt de rechtbank het volgende voorop. De doelstelling van een voorlopig deskundigenbericht is (onder meer) een partij de mogelijkheid te verschaffen om aan de hand van een voorlopig deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van een geschil relevante feiten en omstandigheden en zo beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. 

4.2 
Verder geldt dat een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht in beginsel moet worden toegewezen. Dit is slechts anders als het verzoek in strijd is met een goede procesorde, de bevoegdheid misbruikt wordt of het verzoek afstuit op een ander door de rechtbank zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. 

4.3 
[ verweerster ] kan niet worden gevolgd in haar standpunt dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde omdat niet zou vast staan dat [ verzoeker ] schade heeft: geleden door het ongeval. Weliswaar hebben partijen kennelijk geen althans onvoldoende gevolg gegeven aan de aanwijzingen in de beschikking in de deelgeschillenprocedure, maar het opvolgen daarvan is geen voorwaarde voor toelaatbaarheid van het onderhavige verzoek. 

4.4 
Zoals ook in de beschikking met betrekking tot het voorlopig getuigenverhoor is overwogen is voorshands voldoende aannemelijk dat [ verzoeker ] schade heeft geleden ten gevolge van het ongeval. 

4.5 
Bij deze stand van zaken heeft [ verzoeker ] voldoende recht en belang bij het verzoek. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. 

4.6 
[ verweerster ] heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de door [ verzoeker ] voorgestelde deskundige, zodat de hierna te noemen deskundige zal worden benoemd. 

4.7 Met betrekking tot de door [ verzoeker ] voorgestelde vragen wordt het volgende overwogen. 

4.7.1
[ verweerster ] is van oordeel dat in de onderhavige procedure is komen vast te staan dat [ verzoeker ] geen inkomensschade heeft geleden, zodat de vragen omtrent beperkingen in relatie tot loon-of inkomende vormende arbeid buiten beschouwing dienen te blijven. Anders dan [ verweerster ] meent kan uit de overgelegde producties niet zondermeer worden afgeleid dat er geen sprake is van loon- of inkomensschade. Hoezeer ook terecht door [ verweerster ] wordt aangehaald dat [ verzoeker ] er niet vanuit mag gaan dat hij bij [ verweerster ] had kunnen blijven werken en hij reeds daarom niet het bij [ verweerster ] verdiende salaris zondermeer als uitgangspunt mag nemen, de overgelegde stukken laten wel een inkomensachteruitgang zien waarvan de oorzaak niet vast staat. 

4.7.2 
Met [ verweerster ] kan worden geoordeeld dat uit de overgelegde stukken kan worden afgeleid wat de aard en de ernst van klachten en/of beperkingen is, maar aangenomen mag worden dat de deskundige vanuit zijn eigen vakgebied deze zal willen vaststellen. 

4.7.3
Kern van deze zaak is uiteraard dat dient te worden vastgesteld of de klachten en/of beperkingen het gevolg zijn van het ongeval. De door [ verzoeker ] voorgestelde vragen voorzien voldoende duidelijk in de onderscheiding van klachten en/of beperkingen voor, na of zonder ongeval. Aangenomen mag worden dat dit voor de deskundige ook voldoende duidelijk is. 

4.7.4 
Aan de vragen zal nog worden toegevoegd de vraag in hoeverre het niet voortzetten van de EMDR eventueel herstel al dan niet heeft belemmerd. 

4.8 
Nu voorshands aannemelijk wordt geacht dat [ verzoeker ] schade heeft geleden, zal het aan de deskundige te betalen voorschot, zijnde kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW, vooralsnog ten laste van [ verweerster ] als aansprakelijke partij worden gebracht. 

4.9 
Partijen zijn wettelijk verplicht aan het onderzoek mee te werken. Partijen dienen hiertoe nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige te verstrekken indien deze daarom verzoekt en binnen vier weken te reageren op het concept-bericht van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 

4.10 
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken. 

5. 
De beslissing 
De kantonrechter: 

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen: 
1. DE SITUATIE MET ONGEVAL 
ANAMNESE: 
1. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? 
2. Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? 
3. Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby's, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid? 

MEDISCHE GEGEVENS: 
4. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van: 
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied, en 
- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan? 

MEDISCH ONDERZOEK: 
5. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij psychiatrisch en eventueel hulponderzoek? 

CONSISTENTIE: 
6. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek? 
7. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? 

DIAGNOSE: 
8. Wat is de diagnose op uw vakgebied (geclassificeerd en onderbouwd volgens de criteria van zowel de DSM-IV, mcl. de GAF-score, als de DSM-5)? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven? 

FUNCTIEVERLIES: 
9. Welke mate van functieverlies (impairment) kunt u vastsstellen op uw vakgebied? 
10. Wilt u dit functieverlies, ongeacht het beroep, uitdrukken in een percentage van de gehele mens, gebaseerd op de richtlijnen neergelegd in de AMA Guides, zesde editie, eventueel aangevuld met richtlijnen van uw eigen beroepsvereniging? 
11. Wilt u nauwkeurig aangeven hoe uw schatting van het totale percentage functionele invaliditeit volgens deze richtlijnen is opgebouwd? 
12. Wilt u de door u vastgestelde functiestoornissen en het functieverlies zo nauwkeurig mogelijk uitdrukken in maat en getal volgens de bovengenoemde parameters? 

BEPERKINGEN: 
13. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval, in het dagelijks leven, bij de vrijetijdsbesteding, hij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid? 
14. Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige? 

MEDISCHE EINDSITUATIE: 
15. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel? 
16. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u? 
17. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht? 
18. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor het functieverlies en de beperkingen? 

2. DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL 
KLACHTEN, AFWIJKINGEN EN BEPERKINGEN VOOR ONGEVAL 
19. Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft? 
20. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien? 

3. KLACHTEN, AFWIJKINGEN EN BEPERKINGEN ZONDER ONGEVAL 
21. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen? 
22. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan? 
23. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid? 
24. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen? 
25. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u? 
26. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht? 
27. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen? 

4. EMDR 
28. Heeft het niet voortzetten van de EMDR gevolgen (gehad) voor de door u vastgestelde beperkingen in de hierboven bedoelde situaties van voor, na of zonder ongeval? Zo ja, kunt aangeven in welke mate? 

5. OVERIG 
29. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak? 
30. Bestaat de wenselijkheid tot het verrichten van expertises op een ander vakgebied? In bevestigend geval.wilt u dan aangeven op welk vakgebied? 

benoemt - ter beantwoording van voormelde vragen- als deskundige: 
de heer M. Kazemier 
verbonden aan: 
Medisch Expertise Centrum 
Violenweg 3 
2597 KK Den Haag 

verstaat dat de griffier de beschikking en bepaalt dat partijen hun volledige procesdossiers binnen twee weken na deze beslissing (in kopie) aan de deskundige zullen doen toekomen; 

wijst de deskundige erop dat: 
- hij zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten moet volbrengen: 
- hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid dient te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat daarvan uit het bericht moet blijken; 
- in het bericht melding moet worden gemaakt van de inhoud van de voornoemde opmerkingen en verzoeken;

wijst partijen erop dat indien zij schriftelijke opmerkingen aan de deskundige doen toekomen, zij daarvan terstond afschrift dienen te verstrekken aan de wederpartij:

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.080,--;

bepaalt dat [ verweerster ] binnen één maand na heden voornoemd bedrag van € 1.080,-- dient over te maken naar de bankrekening van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR), waarvoor zij een nota met betaalinstructies van het LDCR ontvangt;

draagt de griffier op om na betaling van het voorschot de deskundige onmiddellijk hiervan in kennis te stellen;

bepaalt dat de deskundige niet tot zijn onderzoek behoeft over te gaan dan na betaling van het genoemde voorschot;

bepaalt dat de deskundige zijn ondertekend bericht uiterlijk op 2 juli 2018 ter griffie moet inleveren.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 

Met dank aan mr. J.N.R.M. Aarts, Aarts Advocatuur B.V. , voor het inzenden van deze uitspraak. 

Deze website maakt gebruik van cookies