Artikelen

RBOBR 140319

Hoofdcategorie: Publicaties
Categorie: 2019

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBOBR-140319

vonnis 

RECHTBANK OOST-BRABANT 

Ci\iel Recht 
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch 

Vonnis in de hoofdzaak en de vrijwaring van 14 maart 2019 

in de hoofdzaak met zaaknummer /rolnurnmer: 6546916 / CV EXPL 17-9199 van:

[ eiser ] , 
wonende te Borculo, 
eiser, 
gemachtigde: mr. R. Schoemaker. 

tegen: 

I. de besloten vennootschap Vitelco B.V. 
gevestigd te 's-Hertogenbosch, 
gedaagde sub 1, 
gemachtigde: mr. D.K. Baas; 
2. de besloten vennootschap Reyhan Uitzendbureau B.V. 
gevestigd te 's-Heerenberg, 
gedaagde sub 2, 
gemachtigde: mr. D. Coskun; 

in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rol nummer 7005188 / CV EXPL 18-3813 van: 

I. Vitelco B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 
eiseres, 
gemachtigde: mr. D.K. Baas; 

tegen 

2. de besloten vennootschap Reyhan Uitzendbureau B.V., 
gevestigd te ·s-Heerenberg. 
gedaagde, 
gemachtigde: mr. D. Coskun. 

Partijen zullen verder ook wel worden aangeduid als '[ eiser ]', 'Vitelco' en 'Reyhan'. 

1. 
De procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring 

l.1. 
Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende stukken: 
- de inleidende dagvaarding in de hoofdzaak: 
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens houdende conclusie van antwoord van Vitelco; 
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van Reyhan; 
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring van Reyhan; 
- het vonnis in het incident van 31 mei 2018; 
- de inleidende dagvaarding in de vrijwaringszaak; 
- de conclusie van antwoord in de vrijwaringszaak; 
- het tussenvonnis van deze rechtbank van 6 september 2018 in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak, waarin een comparitie van partijen is bepaald; 
- de comparitie van partijen, gehouden de dato 15 januari 2019, waarbij partijen hun zaak hebben doen bepleiten middels hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde ter zitting. 

1.2. 
Hierna is vonnis bepaald. 

2. 
De Feiten 

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten. 

2.1. 
Vitelco legt zich toe op het slachten van kalveren en de vleesverwerking daarvan. 
Reyhan is een uitzendbureau waarmee Vitelco samenwerkt. 
[ eiser ] verrichtte via zijn formele werkgever Reyhan werkzaamheden bij Vitelco. Hij vervulde de functie van halal-slachter. 

2.2. 
De procedure voor het halal-slachten van een kalf is als volgt. De dieren komen eerst één voor één bij de zogenoemde "schieter" terecht. die ervoor zorgt dat bet dier in een afgesloten schietkooi wordt 'geschoten' (verdoofd). Vervolgens valt het dier door een luik naar beneden in een bak. Voor de bak staat de slachter, die vervolgens met een mes de keel van het kalf doorsnijdt. De slachter hangt het kalf op aan een haak aan de jacobsladder (een horizontaal draaiende rails die ervoor zorgt dat het daaraan opgehangen kalf naar het volgende 'station' in het bedrijfsproces wordt vervoerd). 

2.3. 
Op 9 maart 2016 is [ eiser ] met zijn linkerpink vast komen te zitten in een haak van de jakobsladder. Hij bleef met zijn maliënkolderhandschoen vastzitten tussen de achterpoot en de haak die met het geslachte kalf omhoog bewoog. [ eiser ] kon zichzelf niet bevrijden en heeft luid om hulp geroepen. Zijn collega-slachter ('de schieter') heeft de jacobsladder vervolgens stilgezet door op de noodstop te drukken die circa twee meter verder op de muur bevestigd was. [ eiser ] stond toen al op zijn tenen, 'opgehangen' aan zijn pink/hand. Een andere collega heeft [ eiser ] bevrijd door hem los te snijden. 
[ eiser ] heeft letsel opgelopen in de vorm van een ontwrichting en een fractuur van de pink. 

2.4.
[ eiser ] heeft Vitelco (en Reyhan) op 30 maart 2016 aansprakelijk gesteld. 
Op 3 april 2017 heeft een door [ eiser ] verzochte descente plaatsgevonden. 
Op 31 juli 2017 heeft [ eiser ] een verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor aanhangig gemaakt. Bij beschikking van 12 december 2017 is dit verzoek afgewezen. Op diezelfde dag is bij Vitelco de dagvaarding die onderhavige procedure heeft ingeleid, betekend. 

2.5. 
Op 21 augustus 2017 is Reyhan door Vitelco aansprakelijk gesteld op grond van een door partijen gesloten 'Opdrachtovereenkomst voor het inlenen van medewerkers', waarin in artikel 10, tweede alinea, de volgende vrijwaringsclausule staat opgenomen: 

"Artikel 10 Vrijwaring en CAO-verplichtingen
( ... ) 
Opdrachtnemer vrijwaart Opdrachtgever volledig ten aanzien van alle claims. acties of verzoeken van derden partijen (waaronder ter beschikking gestelde medewerkers op grond van deze overeenkomst), in welke voege en welke vorm dan ook, en is volledig aansprakelijk voor iedere schade, waaronder gevolgschade, verlies, kosten, declaraties en betalingen in welke hoedanigheid dan ook geleden door Opdrachtgever met betrekking lot de onderhavige overeenkomst daaronder, doch niet uitsluitend vallend aanspraken van medewerkers die zij ontlenen aan de cao Vleessector dan wel een andere vigerende cao, productaansprakelijkheid, werkgeversaansprakelijkheid alsmede bedrijfsaansprakelijkbeid. 

Opdrachtnemer zal bij een erkende verzekeringsmaatschappij de benodigde verzekeringen afsluiten teneinde zijn contractuele en wettelijke aansprakelijkheid te verzekeren. Opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de verzekerde bedragen gedurende de duur van de overeenkomst voldoende zullen zijn om de gevolgen van aansprakelijkheid te dekken, met een minimale dekking van € 500.000.00 per gebeurtenis en € 1.000.000,00 per jaar. 
( ... 
)" 

3. 
De vordering in hoofdzaak 

3.1. 
[ eiser ] verzoekt de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 
• voor recht te verklaren dat [ eiser ] letsel en schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Vitelco en Reyhan; 
• voor recht te verklaren dat Vitelco en Reyhan op grond van artikel 7:658 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle door [ eiser ] geleden en te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het bedrijfsongeval; 
• te bevelen dat Vitelco en Reyhan hoofdelijk voor het geheel de gevorderde buitengerechtelijke kosten ter hoogte van het bedrag van € 19.223,64 aan [ eiser ] betaalbaar moeten stellen; 
• Vitelco en Reyhan te veroordelen in de kosten van deze procedure, te betalen binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de nakosten onder de bepaling dat over de proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn, indien niet aan die veroordeling binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis is voldaan. 

3.2. 
Aan zijn vordering legt [ eiser ] ten grondslag dat hem op 9 maart 2016 bij de uitvoering van werkzaamheden bij Vitelco een arbeidsongeval is overkomen, waarbij hij zijn linker pink heeft gebroken en zenuwletsel heeft opgelopen waarvan hij nog steeds ernstige hinder ondervindt. [ eiser ] kan geen goede vuist maken en niet goed kracht zetten met als gevolg dat hij beperkt is bij zijn werkzaamheden als halal-slachter. Hij kan onder andere niet uitbenen en/of kanten en kan alleen de minder zware werkzaamheden doen. 
[ eiser ] was ten tijde van het arbeidsongeval bij Vitelco werkzaam op uitzendbasis. Het uitzendbureau was Reyhan. [ eiser ] heeft beide werkgevers aansprakelijk gesteld op grond van artikel 7:658 BW. [ eiser ] stelt dat nu vast staat dat hij letsel heeft opgelopen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, Vitelco en Reyhan zullen moeten stellen en bewijzen dat zij voldoende veiligheidsmaatregelen hebben genomen c.q. instructies hebben gegeven. 
[ eiser ] stelt allereerst dat Vitelco en Reyhan daartoe onvoldoende hebben gesteld, laat staan bewezen. Verder betwist [ eiser ] dat Vitelco voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen en/of instructies heeft gegeven om te voorkomen dat dit ongeval kon gebeuren.

[ eiser ] vordert in deze procedure ook zijn buitengerechtelijke kosten voorafgegaan aan deze procedure en stelt daartoe dat de gang van zaken met betrekking tot de non-erkenning van de aansprakelijkheid ex artikel 7:611 BW niet getuigt van goed werkgeverschap. 

4. 
Het verweer in de hoofdzaak

Vitelco 

4.1. 
Vitelco voert als verweer in de hoofdzaak - kort weergegeven - het volgende aan. 

4.1.1.
Op 9 maart 2016 is [ eiser ] om onverklaarbare redenen met zijn pink vast komen te zitten in de haak aan de jakobsladder. [ eiser ] heeft Vitelco (en Reyhan) op 30 maart 2016 aansprakelijkheid gesteld. De kwestie is vervolgens door Vitelco voortvarend opgepakt. Al op 5 apri I 2016 was er contact met de verzekeringstussenpersoon van Vitelco. Desondanks start [ eiser ] op 5 juli 2016 een verzoekschriftprocedure om het slachtproces tijdens een descente te bekijken en op 31 jul i 2017 nog een 
verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. 

4.1.2. 
Vast staat dat [ eiser ] een ervaren halal-slachter was en goed bekend was met de werkzaamheden die bij Vitelco moesten worden uitgevoerd. De aard van de door [ eiser ] te verrichten werkzaamheden ten tijde van het ongeval en de werksituatie zijn niet bijzonder 
risicovol. 

4.1.3.
De toedracht van het ongeval is niet duidelijk en kan niet worden vastgesteld, terwijl die toedracht wel cruciaal is voor het beantwoorden van de aansprakelijkheidsvraag. Het is een raadsel welke handeling(en) [ eiser ] heeft verricht waardoor het mogelijk is dat hij met zijn linkerpink is komen vast te zitten. Het is [ eiser ] zelf geweest die zich heeft aangehaakt, met het ontbreken van instructies of toezicht had dit niets van doen. 
Vitelco ziet redelijkerwijs niet in welke (zorgvuldigheidsnorm zij met betrekking tot het ongeval zou hebben geschonden. Met de werkzaamheden was [ eiser ] zeer bedreven. Ook was hij bekend met de werkwijze en de (veiligheids)voorschriften. Voorafgaand aan de werkzaamheden is [ eiser ] zowel door Vitelco als door Reyhan geïnstrueerd, middels een papieren instructie en een "training on the job". Van een taalbarrière was geen sprake. [ eiser ] kan zich prima in het Nederlands uitdrukken en zekerheidshalve zijn de instructies door Reyhan ook in het Turks uitgelegd. Bij Reyhan wordt ook altijd verzocht om mensen met kennis en kunde. Vitelco stelt goed functionerend (veiligheids)materiaal ter beschikking, waaronder de maliënkolderhandschoen en er werd toezicht gehouden. 
Verder is in het slachtproces op drie manieren een veiligheidsmechanisme ingebouwd. Het open mechanisme - dat door [ eiser ] wordt aangehaald- heeft met het ongeval niets van doen, de staat waarin de persoonlijke veiligheidsmaterialen verkeerden was goed en werden daadwerkelijk gedragen en de jakobsladder is veilig en draait niet snel. Van tijdsdruk was geen sprake. De werkzaamheden die [ eiser ] heeft uitgevoerd, waren niet bijzonder risicovol. 
Bij Vitelco heeft zich nooit eerder (en evenmin later) een dergelijk incident voorgedaan. Vitelco heeft na het ongeval dan ook niets aan de situatie veranderd en zou niet weten welke andere maatregelen zij redelijkerwijs had kunnen nemen met betrekking tot de veiligheid. 

4.14. 
Gelet op het feit dat het letsel van [ eiser ] leek mee te vallen, is geen melding gedaan bij de Inspectie SZW. Zij heeft van de Inspectie SZW naar aanleiding van het ongeval geen boete of waarschuwing ontvangen. 

Reyhan 

4.2.
Reyhan voert als verweer in de hoofdzaak - kort weergegeven - het volgende aan.

4.2.1.
Reyhan betwist enige aansprakelijkheid. omdat er ten tijde van het ongeval geen sprake was van een arbeidsrelatie en/of uitzendrelatie met [ eiser ] . 
[ eiser ] heeft op 7 en 8 maart 2016 twee dagen proef gedraaid via Reyhan bij Vitelco. 
Op 8 maart 2016 heeft Vitelco te kennen gegeven dat [ eiser ] niet meer gewenst werd als uitzendkracht. Vitelco vond [ eiser ] te duur. Daaropvolgend heeft Reyhan op 8 maart 2016 aan [ eiser ] te kennen gegeven dat hij niet meer zou worden opgeroepen. Na 8 maart 2016 is geen sprake (meer geweest) van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst tussen Reyhan en [ eiser ] . Op 9 maart 2016 is [ eiser ] uit eigen beweging en zonder instemming, toestemming of wetenschap van Reyhan naar Vitelco gegaan. 

4.2.2.
Voor het geval de kantonrechter toch oordeelt dat er sprake is van een dienstverband tussen Reyhan en [ eiser ] op 9 maart 2016, betwist Reyhan aansprakelijkheid voor het letsel van [ eiser ] . Het letsel heeft zich namelijk voorgedaan bij Vitelco en onder toezicht van Vitelco. Reyhan kan daar geen invloed uitoefenen. noch feitelijk noch juridisch. 
Aan Vitelco komt redelijkerwijze ook geen regresvordering toe uit hoofdelijke aansprakelijkheid. 

4.2.3. 
Daarnaast heeft [ eiser ] tot op heden op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt wat zijn schade is. [ eiser ] is ook na 9 maart 2016 blijven doorwerken in de vleesindustrie. 

4.2.4. 
Reyhan is niet gehouden tot betaling van enige buitengerechtelijke incassokosten aan [ eiser ] . Daarvoor ontbreekt een wettelijke grondslag. [ eiser ] heeft niet gespecificeerd en onderbouwd dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 19.223,64 voldoen aan de vereisten van de dubbele redelijkheidstoets. 

5. 
De vordering in de vrijwaringszaak 

5.1. 
Vitelco vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Reyhan te veroordelen om aan Vitelco tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen: 
a. al hetgeen waartoe Vitelco als gedaagde in de hoofdzaak ten gunste van [ eiser ] als eiser in die hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van rente en proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van betaling door Vitelco tot aan de datum van betaling door Reyhan: 
b. alle aan de zijde van Vitelco in enigerlei verband met de aanspraak van [ eiser ] gemaakte en nog te maken kosten, inclusief maar niet beperkt tot de integrale kosten van rechtskundige bijstand en proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke betaaldata tot aan de dag der voldoening, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet: 
c. het bedrag van € 29.351.00 voor de reeds gemaakte kosten van rechtsbijstand vanaf 25 juli 2016 (de datum van inschakeling van het kantoor van haar gemachtigde) t/m 29 maart 2018 te vermeerderen met de wettelijke rente van de respectievelijke betaaldata tot aan de dag der voldoening: en 
d. de nakosten ten bedrage van € 131.00, dan wel, indien betekening plaatsvindt, ten bedrage van € 199,00 en de eventuele verdere executiekosten. 

5.2. 
Aan haar vordering legt zij ten grondslag dat in het geval Vitelco aansprakelijk is voor de beweerdelijk door [ eiser ] geleden schade. Reyhan haar dient te vrijwaren op grond van artikel 10 van de tussen Vitelco en Reyhan gesloten 'Opdrachtovereenkomst voor het inlenen van medewerkers'. Zowel de (eventuele) schade van [ eiser ] als alle (proces- en advocaatkosten die aan de zijde van Vitelco zijn en worden gemaakt, dienen op grond van deze vrijwaringsclausule volledig gedragen te worden door Reyhan. 
Voornoemde Opdrachtovereenkomst ziet specifiek op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten in loondienst van Reyhan aan Vitelco als inlener. 
Dit was in onderhavige kwestie het geval: [ eiser ] werd door Reyhan aan Vitelco uitgeleend. 
Uitleg van artikel 10 is niet nodig nu de bepaling helder is: Reyhan dient Vitelco te vrijwaren voor onder andere schade en kosten ten aanzien van vorderingen van derden zoals [ eiser ] . 
Het vrijwaringsbeding bevat geen enkele beperking noch enig voorbehoud. 

5.3. 
In het geval in de hoofdzaak aansprakelijkheid van Vitelco jegens [ eiser ] wordt aangenomen, dient zich - naast voornoemde contractuele verplichting - ook een wettelijke bijdrageverplichting voor Reyhan aan. In dat geval is immers sprake van hoofdelijkheid op 
grond waarvan Reyhan is gehouden de schade aan [ eiser ] geheel, dan wel gedeeltelijk te vergoeden. 

6. 
Het verweer in de vrijwaringszaak 

6.1. 
Reyhan betwist in de vrijwaringszaak allereerst dat Vitelco de kwestie rondom het arbeidsongeval van [ eiser ] niet constructief heeft opgepakt. De schade bij [ eiser ] is beperkt van aard en omvang en zal naar verwachting zo'n € 3.000.-- bedragen. Achteraf stelt Vitelco zich op het standpunt dat door haar kosten zijn gemaakt, die het tienvoudige zijn van de verwachte schade van [ eiser ] aan zijn pink. Vitelco wenst deze schade op Reyhan te verhalen via een verkeerde uitleg van een artikel in de overeenkomst tussen partijen. Vitelco heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om de aansprakelijkheid niet te erkennen, waardoor zij er welbewust voor heeft gekozen om de kosten van [ eiser ] buiten rechte te laten oplopen. 

6.2. 
Verder voert Reyhan aan dat er na 8 maart 2016 geen sprake meer is geweest van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst tussen Reyhan en [ eiser ] . [ eiser ] heeft op 7 en 8 maart 2016 proef gedraaid bij Vitelco, Het ongeval vond plaats op 9 maart 2016, waarbij [ eiser ] en Vitelco op eigen initiatief hebben samengewerkt. 
Reyhan is dus geen formele werkgever en is ook niet hoofdelijk aansprakelijk voor het ongeval op 9 maart 2016. 
Daarenboven komt aan Reyhan geen zeggenschap, geen verantwoordelijkheid en (feitelijk) geen handelingsbevoegdheid toe als het gaat om de veiligheidsmaatregelen en de naleving van de wettelijke voorschriften wat betreft bedrijfsveiligheid. Reyhan kan zich voor een dergelijke kwestie ook niet verzekeren. Uitsluitend Vitelco is verantwoordelijk en aansprakelijk voor wat zich op haar terrein afspeelt. 

6.3. 
Zonder gehoudenheid daartoe en zonder enige aansprakelijkheid te willen erkennen, puur om een regeling tussen Vitelco en [ eiser ] te bevorderen. heeft Reyhan steeds gereageerd op de stellingen van [ eiser ] . Daarmee heeft Reyhan gedaan wat zij kon doen om verdere schade te voorkomen, in het bijzonder omdat de schade aan de pink beperkt is. 
Het gevorderde bedrag van zo'n € 30.000.-- aan buitengerechtelijke kosten is onbegrijpelijk, gezien de beperkte schade aan de pink van [ eiser ] .

6.4. 
Verder stelt Reyhan niet gehouden te zijn tot enige vrijwaring voor enige schade die Vitelco dient te betalen aan [ eiser ] . 
ZeIfs de meest ruime uitleg van de vrijwaringsbepaling in de overeenkomst tussen partijen kan een dergelijke uitkomst niet opleveren. In de vrijwaringsbepaling staat vermeld dat Reyhan Vitelco vrijwaart voor schade die de werknemer aan Vitelco toebrengt. Hiervan is geen sprake, in de eerste plaats omdat [ eiser ] op 9 maart 2016 niet in dienst was van Reyhan, in de tweede plaats omdat het hier gaat om een situatie waarbij Vitelco schade heeft toegebracht aan [ eiser ] . Reyhan kan in dit verband geen verwijt worden gemaakt en voor een dergelijke situatie kan Reyhan zich ook niet verzekeren. 
In het geval Vitelco aansprakelijk wordt gehouden voor het ongeval is zij daarvoor verzekerd en zal de verzekeraar de schade van [ eiser ] vergoeden, alsmede de kosten in en buiten rechte. 

7. 
De beoordeling in de hoofdzaak 

Arbeidsrelatie tussen Reyhan en [ eiser ] 

7.1. 
Reyhan heeft allereerst ten verwere aangevoerd dat er tijde van het ongeval geen sprake was van een arbeidsrelatie en/of uitzendrelatie met [ eiser ] , zodat de vorderingen van [ eiser ] (jegens Reyhan) reeds hierom dienen te worden afgewezen. 

7.2. 
De kantonrechter is van oordeel dat Reyhan op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht en overweegt daartoe het volgende. 
De stelling van Reyhan dat [ eiser ] (enkel) op 7 en 8 maart 2016 twee dagen 'proef heeft gedraaid' via Reyhan bij Vitelco en dat [ eiser ] op 9 maart 2016 uit eigen beweging en zonder instemming, toestemming of wetenschap van Reyhan naar Vitelco gegaan, zodat op 9 maart 2016 geen sprake (meer geweest) is van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst tussen Reyhan en [ eiser ] , is ter zitting zowel door [ eiser ] als door Vitelco gemotiveerd betwist. 
[ eiser ] heeft in dit verband verklaard dat hij op 7, 8 en 9 maart 2016 bij Vitelco heeft gewerkt via Reyhan. Hij had gesolliciteerd bij Reyhan, [ eiser ] betwist dat hij op 9 maart 2016 zelfstandig naar Vitelco is gegaan om te vragen of hij rechtstreeks bij Vitelco in dienst kon komen. 
Vitelco heeft op haar beurt betwist dat zij op 8 maart 2016 aan Reyhan te kennen heeft gegeven dat [ eiser ] niet meer gewenst werd als uitzendkracht, omdat hij te duur zou zijn. Het uurtarief van [ eiser ] was hetzelfde uurtarief als Vitelco betaalde aan alle andere werknemers van Reyhan. 
Reyhan doet thans nog steeds zaken met Vitelco op basis van dezelfde Opdracht- overeenkomst. die jaarlijks wordt verlengd. 
Met betrekking tot de door Reyhan bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte weeklijst, heeft Vitelco tijdens de comparitie verklaard dat hieruit (slechts) volgt dat [ eiser ] op 9 maart 2016 bij Vitelco niet heeft in- en uitgeklokt, anders zouden de door [ eiser ] gewerkte uren op 9 maart 2016 zijn geregistreerd en uitbetaald. Vorenstaande verklaringen, gevoegd bij de omstandigheid dat Reyhan haar stelling dat [ eiser ] op 9 maart 2016 niet meer bij haar in dienst was, pas heeft betrokken bij conclusie van antwoord en niet eerder (bijvoorbeeld bij de plaatsopneming of in de verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, alwaar zij als verweerder is verschenen) rechtvaardigt de conclusie dat Reyhan haar stelling dat [ eiser ] per 9 maart 2016 uit dienst was bij Reyhan, niet althans onvoldoende heeft onderbouwd met daartoe relevante bescheiden. Voor zover Reyhan ter comparitiezitting heeft: verwezen naar de brief van het UWV van 29 november 2016, die zij als productie bij de conclusie van antwoord heeft ingebracht, overweegt de kantonrechter dat hieruit niet blijkt dat [ eiser ] per 9 maart 2016 uit dienst was bij Reyhan, of, zoals door Reyhan bij conclusie van antwoord is betoogd, dat [ eiser ] hij het UWV zelf heeft aangegeven dat hij per 9 maart 2016 uit dienst was bij Reyhan. 

7.3. 
Nu Reyhan niet heen voldaan aan haar stelplicht, komt de rechtbank niet toe aan bewijslevering. Het door Reyhan gedane bewijsaanbod zal daarom worden gepasseerd. Uit het voorgaande volgt dat in dit geding is komen vast te staan dat er tijde van het ongeval 
wel degelijk sprake was van een arbeidsrelatie en/of uitzendrelatie tussen Reyhan en [ eiser ] . 

Aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW 

Ten aanzien van Reyhan 

7.4.
Op grond van artikel 7:658 lid 2 BW is de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 van dat artikel genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. 
Ter beoordeling ligt voor of Reyhan. als (formeel) werkgever, aansprakelijk is jegens [ eiser ] op grond van artikel 7:658 lid 2 BW. 

Ten aanzien van Vitelco

7.5.
Op grond van artikel 7:658 lid 4 BW is hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. 
Nu in rechte vaststaat dat [ eiser ] door Reyhan is ingeschakeld om bij Vitelco werkzaamheden te verrichten, dient beoordeeld te worden of [ eiser ] zich ten opzichte van Vitelco kan beroepen op de zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 2 BW. 

7.6. 
Vaststaat dat [ eiser ] op 9 maart 2016 schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. 
Weliswaar heeft [ eiser ] , zoals door Vitelco en Reyhan gesteld, zijn schade niet (inhoudelijk) onderbouwd, tussen partijen is niet in discussie dat [ eiser ] (in enigerlei mate) letsel heeft opgelopen aan zijn pink (linkerhand) bij de slacht van een kalf en de handelingen (onder andere rondom de jakobsladder) die hij daarbij moest verrichten. 
Gelet op het hiervoor in 7.4. en 7.5, weergegeven toetsingskader zijn Reyhan en Vitelco daarom in beginsel aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval. tenzij zij aantonen dat zij niet tekort zijn geschoten in hun zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW. 

7.7, 
Tijdens de plaatsopneming op 3 april 2017 in het bedrijf van Vitelco is inzichtelijk geworden hoe het werkproces plaatsvindt met betrekking tot het slachten en ophangen van de kalveren, Alle vragen omtrent de feiten en omstandigheden van het ongeval zijn toen besproken, Dat, zoals Vitelco heeft betoogd, onduidelijk is wat zich precies voorafgaand aan het ongeval heeft voorgedaan, kan op grond van de hierna volgende overwegingen in het midden blijven.
Vast staat dat [ eiser ] met zijn linkerpink is komen vast te zitten bij de ophanghandeling van een kalf aan de jakobsladder. Of de door [ eiser ] hierbij gemaakte beweging logisch was, is voor de beoordeling niet van belang. evenmin als de omstandigheid dat het [ eiser ] zelf is geweest die zich heeft aangehaakt. In ieder geval heeft het ongeval kunnen gebeuren door het gebruik van de jakobsladder, op een wijze waarvoor deze was bedoeld. 

7.8. 
Nu gesteld noch gebleken is dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, moet beoordeeld worden of Vitelco en Reyhan aan hun zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid I BW hebben voldaan. 

7.9. 
Vitelco heeft gesteld dat zij het ongeval nooit had kunnen voorkomen, omdat het onzorgvuldig handelen van [ eiser ] 'er de oorzaak van moet zijn geweest'. Volgens Vitelco was [ eiser ] met de werkzaamheden zeer bedreven en was hij op de hoogte van de werkwijze en de (veiligheids)voorschriften. 
Voorafgaand aan de werkzaamheden is [ eiser ] zowel door Vitelco als door Reyhan deugdelijk geïnstrueerd, aldus Vitelco. Zo is met [ eiser ] het Handboek van Vitelco doorgenomen waarin onder andere de bedieningsinstructie van de jakobsladder is opgenomen. In die instructie is expliciet opgenomen dat goed moet worden opgelet wanneer de ketting om de poot van het kalf wordt gedaan en dat deze correct moet worden aangebracht. Verder ontving [ eiser ] het Slachthuisreglement. het Hygiënereglement en de veiligheidsvoorschriften van Vitelco. 
Bij aanvang van zijn werkzaamheden is de leidinggevende van [ eiser ] een dagdeel non-stop bij [ eiser ] aanwezig geweest en is hij (daarna) gedurende de dag regelmatig bij [ eiser ] gaan kijken of alles goed ging. 
Vitelco is daarom van mening dat zij alles heen gedaan wat redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden. 

7.10. 
[ eiser ] heeft aangevoerd dat Vitelco haar zorgplicht heeft geschonden om verschillende redenen: 
- [ eiser ] moest onder tijdsdruk gevaarlijk werk doen, waarbij op veel zaken tegelijk, danwel na elkaar, gelet moest worden; 
- Aan de linkerhand had [ eiser ] een maliënkolderhandschoen die bedoeld was voor veiligheid tegen snijincidenten, maar die ook een beperking vormde voor de mobiliteit en sensibiliteit van de hand; 
- De jakobsladder kon niet onmiddellijk worden stilgezet toen bleek dat [ eiser ] per ongeluk ook zichzelfhad aangehaakt aan de rechterachterpoot van het kalf: 
( I ) één noodstop bevond zich buiten het direct bereik van [ eiser ] en zijn collega slachter op de muur, twee meter van de plek van het ongeval af 
(2) een tweede noodstop betrof een 'zwabbertouwtje' dat bij het achtereind van het gedode kalf hing en buiten bereik van [ eiser ] was: 
- Vitelco heeft geen arbeidsinspectie ingeschakeld. 

7.11. 
De omstandigheid dat Vitelco geen arbeidsinspectie heeft ingeschakeld is slechts van beperkt belang, nu de toedracht van het ongeval vast staat: [ eiser ] is met zijn linkerpink vast komen te zitten bij de ophanghandeling van een geslacht kalf aan de jakobsladder. Met 
betrekking tot de maliënkolderhandschoen is reeds bij de plaatsopneming door de rechter- commissaris geconstateerd dat deze een behoorlijk gladde structuur heeft en dat de beweeglijkheid van de hand bij het dragen van de maliënkelderhandschoen, ook met de 
plastic latex handschoen eronder, nog groot is. Deze door Vitelco ter beschikking gestelde maliënkolderhandschoen dient derhalve te worden aangemerkt als een deugdelijk (voldoende beweeglijk) veiligheidsmiddel. 
Op de verklaring van [ eiser ] tijdens de plaatsopneming dat hij met zijn eigen handschoen, schort en mes is gekomen, is door Vitelco geantwoord dat zij medewerkers altijd (werk- en veiligheids)materiaal geven en dat het aan de medewerkers is om deze al dan niet te gebruiken. Door zijn leidinggevende is niet opgemerkt dat [ eiser ] met zijn eigen klein(ere) mes slachtte, maar nu vaststaat dat [ eiser ] letsel heeft opgelopen bij de ophanghandeling van het kalf en niet bij het slachten, is dit niet van belang. 

7.12. 
Ook de overige door Vitelco en Reyhan genomen veiligheidsmaatregelen voorafgaand en bij aanvang van de werkzaamheden, oordeelt de kantonrechter voldoende. [ eiser ] heeft instructies in het Turks gekregen van Reyhan en Vitelco beeft met hem haar Handboek met veiligheidsinstructies doorgenomen, waarin onder ander de bedieningsinstructie van de jakobsladder is opgenomen. Bij aanvang van zijn werkzaamheden heeft [ eiser ] een "training on the job" ontvangen door zijn leidinggevende, die een dagdeel non-stop bij [ eiser ] aanwezig is geweest en (daarna) gedurende de dag regelmatig bij [ eiser ] gaan kijken of alles goed ging. 

7.13. 
De stelling van [ eiser ] dat hij onder tijdsdruk gevaarlijk werk moest verrichten, is door Vitelco gemotiveerd weersproken. 
De jakobsladder is het enige systeem op de markt, waarmee op elke kalverslachterij wordt gewerkt. Het werktempo bij Vitelco, waar het slachtproces gedaan wordt door twee mensen, ligt naar verhouding niet hoger dan bij slachterijen waar het slachtproces gedaan wordt door drie mensen. Met twee mensen worden namelijk 180 runderen per uur geslacht en met drie mensen 240 runderen per uur. 
[ eiser ] was een ervaren halal-slachter en had, zoals geconstateerd door zijn leidinggevende, geen probleem met het werk en het werktempo. [ eiser ] antwoordde op de vraag van zijn leidinggevende hoe het ging ook steeds dat het werk goed ging en dat er geen problemen waren met het werk en het werktempo. 
Daarbij is tijdens de plaatsopneming door de rechter-commissaris geconstateerd dat de snelheid waarmee de jakobsladder draait, wel meevalt. Verder is door Vitelco toegelicht dat je bij het ophangen van het kalf het tempo kunt bepalen. Een volgend kalf kan pas geschoten worden als het kalf uit de bak beneden weg is. 
Ook uit de in het geding gebrachte dvd waarop het werkproces is vastgelegd, blijkt niet dat er door de slachter (beneden in de bak) heel snel gewerkt moet worden. 

7.14. 
Resteert de (open) mechaniek van dejakobsladder en de daarbij ingebouwde c.q. voorhanden zijnde noodstoppen. 
Allereerst het (rode) veiligheidskoord of 'zwabbertouwtje' dat is bevestigd aan de jakobsladder. Tijdens de plaatsopneming is geconstateerd dat het wel degelijk voor kan komen dat dit koord beweegt en blijft hangen achter een uitsteeksel van de jakobsladder 
(bijvoorbeeld door een stuiptrekkend kalf) en dan niet meer binnen handbereik is van de slachter. De stelling van Vitelco dat het open mechanisme van de jakobsladder met het ongeval van [ eiser ] niets van doen heeft, overtuigt in het licht van het vorenstaande dan ook niet. 
Verder worden de medewerkers in de bedieningsinstructie van de jakobsladder expliciet gewaarschuwd voor onverwachte bewegingen van een stuiptrekkend kalf. Ook wordt als een risico van de jakobsladder benoemd: "Kijk uit dat je niet met je ledematen tussen de ketting en de baan vast komt te zitten". 
De veiligheidsstop op de muur, zo 'n twee meter verwijderd van de jakobsladder is voor beide slachters niet direct bereikbaar en kan derhalve - als niemand anders zich in de directe omgeving van het slachtproces bevindt - niet als acute noodstop gebruikt worden. 

7.15. 
Gelet op het hiervoor overwegene dient de jakobsladder - een constant/voortdurend bewegend mechanisme dat naar zijn aard risico's met zich brengt - als een gevaarlijke althans risicovolle machine te worden aangemerkt. 
Vitelco bedient zich van zo'n systeem met bekende risico's om inkomsten te generen. Dit is op zichzelf niet onrechtmatig. Het is wel een omstandigheid die de kantonrechter van belang acht bij beoordeling van de aansprakelijkheidsvraag. Bij die beoordeling neemt de 
kantonrechter ook in aanmerking dat de volgende omstandigheden de kans hebben vergroot dat [ eiser ] , weliswaar een ervaren halal-slachter, een ongeval zou overkomen: 
- [ eiser ] was pas enkele dagen werkzaam bij Vitelco; 
- [ eiser ] was niet bekend met de werkwijze bij Vitclco (voorheen werkte hij samen in een team met drie slachters en hoefde hij het kalf niet zelf op te hangen); en 
- de jakobsladder bij Vitelco - zoals onweersproken is gesteld tijdens de plaatsopneming - had een ander ophangsysteem en een ander stopmechanisme dan de jakobsladder waarmee [ eiser ] bekend was. 
Verder ontheft de omstandigheid dat Vitelco Reyhan altijd verzoekt om mensen te leveren met kennis en kunde, Viteleo niet van de verantwoordelijkheid om rekening te houden met de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht en de ernst die de gevolgen daarvan kan hebben. (Zie HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR: 1965:AB7079 (Kelderluik). 
Ook dient rekening te worden gehouden met het ervaringsfeit dat door de dagelijkse omgang met een machine de gebruiker ervan niet steeds alle voorzichtigheid in acht zal nemen die ter voorkoming van ongelukken geraden is. Het waarschuwen voor gevaren bij het gebruik van de jakobsladder door middel van mondelinge of schriftelijke instructies is derhalve niet zonder meer voldoende. De werkgever is in dit verband gehouden zodanige technische maatregelen te treffen dat gevaren door onoplettendheid zoveel mogelijk worden voorkomen. 
Gesteld noch gebleken is dat Vitelco (voor of na het ongeval) heeft onderzocht of een veiligere werking van de jakobsladder mogelijk was. Te denken valt aan het plaatsen van een (extra) stopknop of een terugdraaiknop op de rail van de jakobsladder, althans in de directe nabijheid van de slachter(s). Tijdens de plaatsopneming heeft [ eiser ] onweersproken verklaard dat deze voorzieningen in de slachterij waar hij voordien werkzaam was wel aanwezig waren en dus plaatsbaar zijn. 

7.16.
De conclusie is dat Vitelco op grond van artikel 7:658 lid 4 BW jo artikel 6: 102 BW hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [ eiser ] als gevolg van het ongeval op 9 maart 2016 geleden schade. 
Reyhan is. als formeel werkgever. eveneens (hoofdelijk) aansprakelijk op grond van artikel 7:658 lid 2 BW jo artikel 6: 102 BW. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt immers dat zij al jaren werknemers uitleent aan Vitelco, deze vooraf instrueert (in het geval van [ eiser ] in de Turkse taal) en bekend is met de te verrichten werkzaamheden en de werkplek. 
De verzochte verklaringen voor recht zullen dan ook worden afgegeven. 

7.17. 
Hierna zal de kantonrechter in de vrijwaringsprocedure beoordelen in hoeverre Vitelco en Reyhan in hun onderlinge verhouding (al dan niet deels) draagplichtig zijn. 

Buitengerechtelijke kosten 

7.18.
[ eiser ] vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 19.223,64 en heeft ter specificatie daarvan productie 10 overgelegd. 
Vitelco en Reyhan hebben - kort weergegeven - aangevoerd dat deze kosten de dubbele redelijkheidstoers van artikel 6:96 lid 2 sub b BW niet kunnen doorstaan. 
De kantonrechter oordeelt als volgt. 

7.19. 
Buitengerechtelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW komen voor vergoeding in aanmerking indien deze de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan en het liquidatietarief daarop geen betrekking heeft. 
[ eiser ] dient te stellen en te specificeren dat deze kosten zijn gemaakt ter zake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in de art. 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Het zal moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een - niet aanvaard- schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Uit de overgelegde urenspecificatie (productie 10) kan de kantonrechter niet opmaken dat daarvan sprake is geweest. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt niet te beoordelen in hoeverre de opgevoerde posten zien op voorbereiding van gedingstukken en instructie van de zaak, en in zoverre reeds niet vergoedbaar zijn ex artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De in de urenspecificatie opgenomen posten voor het entameren van de door [ eiser ] gestarte verzoekschriftprocedures (tot het houden van een descente en een voorlopig getuigenverhoor) hebben bijvoorbeeld plaatsgevonden ter voorbereiding van onderhavige procedure. Hierbij tekent de kantonrechter aan dat onder kosten ter instructie van de zaak al die kosten vallen die zijn gemoeid met de inspanningen die een advocaat zal moeten verrichten om zich een beeld te vormen van de zaak, de daarop eventueel te baseren rechtsvordering en de proceskansen (vgl. HR 14 januari 2005; ECLI :NL:HR:2005:AR2760). Onder die inspanningen valten onder meer activiteiten als feitengaring, bewijsgaring, bezichtiging en juridische analyse van de feiten. 
Daarnaast had, gelet op het gevoerde verweer van Vitelco en Reyhan, van [ eiser ] verlangd mogen worden dat er een nadere toelichting was gegeven op de gestelde redelijkheid van de opgevoerde werkzaamheden, te meer nu [ eiser ] tot op heden geen enkele indicatie van zijn letselschade heeft gegeven terwijl deze (qua omvang) inzichtelijk is of zou moeten zijn. 
[ eiser ] is inmiddels, zoals in rechte vastgesteld, uitbehandeld aan zijn pink/linkerhand. Het [ eiser ] overkomen tweede ongeval - een aanrijding op 31 rnaart 2016 met geheel ander letsel - hoeft dan ook niet aan schadebegroting in de weg te staan. Nu [ eiser ] tot op heden geen enkel concreet inzicht in de omvang van zijn schade heeft gegeven, heeft hij in belangrijke mate bijgedragen aan ernstige vertraging in de schadeafwikkeling. 
De stelling van [ eiser ] tot slot, dat de omstandigheid dat Vitelco tot op heden haar aansprakelijkheid niet heeft erkend, getuigt van slecht werkgeverschap in de zin van artikel 7:611 BW, wordt door de kantonrechter - in het licht van het vorenstaande - dan ook 
gepasseerd. 

7.20. 
Gelet op het hierboven overwegene heeft [ eiser ] onvoldoende gesteld en onderbouwd om te oordelen dat het redelijk was om kosten te maken voor buitengerechtelijke handelingen en welke van die handelingen voor vergoeding in aanmerking komen. 
Aan de tweede toets, of de omvang van de gemaakte kosten redelijk is (waarbij het rapport BGK-Integraal en de tarieven volgens de staffel van het Besluit BIK als uitgangspunt dient te gelden) komt de kantonrechter niet meer toe. 
Het voorgaande leidt ertoe dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen. 

7.21. 
Vitelco en Reyhan zullen als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde paltijen hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. 

7.22. 
De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen nadat Vitelco en Reyhan schriftelijk tot betaling van deze kosten zijn aangemaand. 

7.23. 
De nakosten worden toegewezen op de wijze als hierna onder de beslissing bepaald. 

8. 
Beoordeling in de vrijwaring 

8.1. 
Gelet op artikel 7:658 BW jo 6: 102 BW zijn Vitelco en Reyhan hoofdelijk aansprakelijk voor de door [ eiser ] ten gevolge van het ongeval geleden schade. 
Thans is de vraag aan de orde hoeveel Vitelco en Reyhan in hun onderlinge verhouding jegens elkaar moeten bijdragen. Uitgangspunt is daarbij dat beide partijen in beginsel gehouden zijn de schade naar evenredigheid te dragen. tenzij de omstandigheden tot een 
andere verdeling aanleiding geven. 
De kantonrechter oordeelt dat hiervan in dit geval sprake is. 

8.2. 
Zoals hiervoor in rechtsoverweging 7.1. tot 7.3. reeds is overwogen. staat in rechte vast dat [ eiser ] via Reyhan tewerk is gesteld bij Vitelco op basis van tussen hen geldende contractuele afspraken. 
Vitelco stelt in dit verband dat op grond van artikel 10 van de door partijen gesloten 'Opdrachtovereenkomst voor het inlenen van medewerkers', Reyhan gehouden is om Vitelco te vrijwaren voor zowel de schade van [ eiser ] als alle (proces- en advocaatkosten die aan de zijde van Vitelco zijn en worden gemaakt. 
Reyhan stelt niet gehouden te zijn tot vrijwaring voor enige schade die Vitelco dient te betalen aan [ eiser ] , omdat (redelijke) uitleg van de vrijwaringsbepaling in de overeenkomst tussen partijen een dergelijke uitkomst niet kan opleveren. 

8.3. 
Het vrijwaringsbeding waarop Vitelco een beroep doet is een contractuele bepaling, waarvan de inhoud vastgesteld dient te worden aan de hand van het zogenoemde haviltex- criterium. Dit criterium houdt in dat het voor de uitleg van overeenkomsten aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van het contract mogen toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten. 
Vitelco en Reyhan zijn beide professionele partijen en zij sloten een commerciële overeenkomst. De vrijwaringsbepaling betreft een expliciet in de Opdrachtovereenkomst opgenomen beding. De tekst van de vrijwaringsclausule in artikel 10, tweede alinea (in zijn 
geheel opgenomen onder rechtsoverweging 2.4.) is helder: Reyhan vrijwaart Vitelco volledig ten aanzien van alle claims van derden partijen, waaronder de ter beschikking gestelde medewerkers (zoals [ eiser ] ) en is volledig aansprakelijk voor iedere schade geleden door Vitelco met betrekking tot de Opdrachtovereenkomst, daaronder vallend werkgeversaansprakelijkheid. De tekst van het vrijwaringsbeding bevat geen enkele beperking noch enig voorbehoud en beoogt desbetreffende schade (in hun onderlinge verhouding) door Reyhan te laten dragen. 
Er zijn geen, althans onvoldoende omstandigheden gesteld die mee zouden brengen dat Reyhan mocht verwachten dat de schade van [ eiser ] in het onderhavige geval door Vitelco zou worden gedragen. 

Voor zover Reyhan stelt dat aan de bewoordingen van deze vrijwaringsclausule geen beslissende betekenis toekomt omdat zij erop mocht vertrouwen dat de schade van [ eiser ] door een verzekering van Vitelco zou worden gedekt. terwijl de verzekering van Reyhan in dit geval de schade niet vergoedt, gaat deze stelling niet op. 
Reyhan is uit hoofde van (hetzelfde) artikel 10, derde alinea van de Opdrachtovereenkomst immers gehouden zorg te dragen voor het afsluiten van 'de benodigde verzekeringen teneinde zijn contractuele en wettelijke aansprakelijkheid te verzekeren'. Voor zover de verzekeraar van Reyhan inderdaad geen dekking verleent, wat nergens uit blijkt, verandert dit niets aan de overeengekomen vrijwaringsverplichting van Reyhan en komt dit voor rekening en risico van Reyhan. 

8.4. 
Slotsom is dat de vordering van Vitelco, om Reyhan te veroordelen tot betaling van al hetgeen waartoe Viteleo als gedaagde in de hoofdzaak ten gunste van [ eiser ] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van rente en proceskosten, toewijsbaar is. 

8.5. 
De vordering van Vitelco tot vergoeding van alle aan de zijde van Vitelco in enigerlei verband met de aanspraak van [ eiser ] gemaakte en nog te maken kosten, nader op te maken bij staat, is eveneens toewijsbaar op de wijze zoals in de beslissing staat vermeld. Mede gelet op de op Vitelco rustende schadebeperkingsplicht, staat onvoldoende vast in welke mate Vitelco daadwerkelijk schade zal lijden. 

8.6. 
De gevorderde vergoeding van € 29.351.00 voor 'reeds gemaakte kosten van rechtsbijstand' is niet toewijsbaar, omdat onvoldoende gesteld en dus niet gebleken is dat Vitelco deze kosten, die op geen enkele wijze zijn gespecificeerd. daadwerkelijk beeft 
gemaakt. 
Verder wordt de omvang van deze door Vitclco gevorderde buitengerechtelijke kosten door Reyhan gemotiveerd betwist. Daartoe voert Reyhan onder meer aan dat Vitelco niet heeft gesteld en onderbouwd dat deze kosten noodzakelijk waren om buiten rechte een oplossing te bereiken en dat pogingen om de door Vitelco gestelde schade te beperken evenmin zijn gesteld en onderbouwd. 
Het verweer van Reyhan in deze, bezien in het licht van dat wat onder rechtsoverweging 8.5 is geoordeeld - waarin reeds alle gemaakte kosten worden toegewezen, nader op te maken bij staat - heeft tot gevolg dat de concreet gevorderde buitengerechtelijke kosten vooralsnog niet worden toegewezen. 

8.7. 
Reyhan zal. als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld als hierna te melden. 

8.8. 
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in deze procedure toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De riakosten zullen worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld. 

9. 
De beslissing 

De kantonrechter 

in de hoofdzaak: 

verklaart voor recht dat [ eiser ] letsel en schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Vitclco en Reyhan: 

verklaart voor recht dat Vitelco en Reyhan op grond van artikel 7:658 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle door [ eiser ] geleden en te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het arbeidsongeval; 

veroordeelt Vitelco en Reyhan in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [ eiser ] tot op heden begroot op € 476,00 ter zake griffierecht, € 103,10 ter zake dagvaardingskosten en € 721,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), te voldoen binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van voldoening: 

veroordeelt Vitelco en Reyhan in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 120,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast); 

wijst a f het meer of anders gevorderde, 

In de vrijwaringszaak: 

veroordeelt Reyhan om aan Vitelco tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen al hetgeen waartoe Vitelco als gedaagde in de hoofdzaak ten gunste van [ eiser ] als eiser in die hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van rente en proceskosten, te 
vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van betal ing door Vitelco tot aan de datum van betaling door Reyhan: 

veroordeelt Reyhan om aan Vitclco tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen alle aan de zijde van Vitelco in enigerlei verband met de aanspraak van [ eiser ] gemaakte en nog te maken kosten, inclusief maar niet beperkt tot de integrale kosten van rechtskundige bijstand en proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke betaaldata tot aan de dag der voldoening, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 

veroordeelt Reyhan in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Vitelco tot op heden begroot op € 952,00 ter zake griffierecht, € 81,00 ter zake dagvaardingskosten en f 721,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast); 

veroordeelt Reyhan in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 120,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), en te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Reyhan niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van de betekening van het vonnis; 

Wijst af het meer of anders gevorderde, 

In de hoofdzaak en de vrijwaringszaak: 

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de veroordeling tot betaling, uitvoerbaar bij voorraad,


Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W, Geurtsen-van Eeden, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier. 

Met dank aan mr. R. Schoemaker, Reinboud Schoemaker Advocaat voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBOBR-140319


Deze website maakt gebruik van cookies