Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBDHA 100320

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBDHA-100320

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG
Team handel

zaaknummer / rekestnummer. C/09/577032 / HA RK 19-461

Beschikking van 10 maart 2020

in de zaak van

1. [ verzoekster ] ,
2. [ verzoeker 2 ] ,
3. [ verzoeker 3 ] ,
te [ woonplaats ] .
verzoekers
advocaat mr. R, Schoemaker te Den Haag.

tegen

2. [ verweerder ] ,
3. [ verweerder 2 ] ,
te [ woonplaats ] .
verweerders.
advocaat mr. E.C. Lubbers te Rijswijk.

Verzoekers worden hierna [ verzoekster ] en haar zonen genoemd.
Verweerders worden hierna [ verweerder ] en zijn zoon genoemd,

1.
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift. met producties 1 t/m 6;
- het verweerschrift. met producties 1 t/m 3;
- de brief van 8 november 2019 van [ verweerster ] en haar zonen, met productie 7.

1.2.
Op 14 november 2019 heeft de mondelinge behandeling in deze zaak plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- [ verzoekster ] en haar zonen, bijgestaan door de advocaat voornoemd:
- [ verweerder ] en zijn zoon. bijgestaan door de advocaat voornoemd.

1.3.
De behandeling van deze zaak is aangehouden in verband met de deelname van partijen aan een mediationtraject. Bij brief van 7 januari 2020 hebben [ verzoekster ] en haar zonen laten weten dat de mediation zonder overeenstemming is beëindigd.

1.4.
Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

2.
De feiten

2,1,
[ verweerder ] en zijn zoon wonen in een appartement aan de [ adres ] te [ woonplaats ] . Het appartement gelegen onder dat van hen wordt bewoond door [ verzoekster ] en haar zonen, Enige tijd nadat [ verzoekster ] en haar zonen in het appartement onder dat van [ verweerder ] en zijn zoon zijn komen te wonen, zijn de onderlinge verhoudingen verslechterd. Over en weer wordt door partijen overlast ervaren, [ verzoekster ] en haar zonen hebben in verband met dit geschil op 2 mei 2017 [ verweerder ] en zijn zoon gedagvaard. Aan hun vordering [ verweerder ] en zijn zoon te veroordelen tot - onder meer - het betalen van schadevergoedingen, hebben zij ten grondslag gelegd dat [ verweerder ] en zijn zoon overlast hebben veroorzaak, zowel in geluid als in bedreiging, en dat levert een zeer ernstige en structurele inbreuk op woon- en leefgenot van [ verzoekster ] en haar zonen, De gedragingen van [ verweerder ] en zijn zoon kwalificeren als onrechtmatige daad, en zij zijn aansprakelijk voor de uit hun gedragingen voortvloeiende schade. volgens [ verzoekster ] en haar zonen.

2.2.
Bij (tussen)vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 7 november 2017 is - voor zover hier van belang - overwogen:
"Schadevergoeding en voorschot

( ... )

4.15
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn { verzoekster ] en haar zonen door het onrechtmatig behandelen van [ verweerder ] en zoon aangetast in hun woongenot. Door de geluidsoverlast door [ verweerder ] en zoon hebben [ verzoekster ] en haar zonen geen onbelemmerd en vrij gebruik van de woning kunnen maken. Omdat [ verzoekster ] en haar zonen voortdurend rekening hebben gehouden met de overlast van [ verweerder ] en zoon en hun gedrag daarop hebben aangepast is naar het oordeel van de kantonrechter de derving van woongenot aanwezig sinds 2012.

( ... )

4.17
[ Verzoekster ] heeft genoegzaam aangetoond dat zij en haar zonen als gevolg van de overlast door [ verweerder ] en zoon geestelijk letsel hebben geleden, te weten een posttraumatische stress-stoornis. Dat is een erkend psychiatrisch ziektebeeld, waarvoor [ verzoekster ] en haar zonen ook traumabehandelingen hebben ondergaan. Verder heeft [ verzoekster ] verklaard dat het weliswaar beter gaat met haar en haar zonen, maar dat de overlast nog niet geëindigd is.

4.18
Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de vordering tot vergoeding van de immateriële schade, nader op te maken bij staat, kan worden toegewezen. Ten aanzien van het gevorderde voorschot oordeelt den kantonrechter als volgt.

4.19
De kantonrechter ziet, met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, in het bijzonder de lange duur en ernst van de overlast en de opzet aan de zijde van [ verweerder ] en zoon op het toebrengen van de overlast, aanleiding om in verband met gederfd woongenot een voorschot van € 6.000,00 (€ 1.000,00 per jaar van 2012-2017) toe te kennen aan [ verzoekster ] als eigenares van de woning. De overlast vormt immers wegens gederfd woongenot een inbreuk op haar eigendomsrecht.

4.20
In verband met de immateriële schade van [ verzoekster ] en haar zonen 
, ziet de kantonrechter - mede in het licht van de medische stukken, waaruit de ernst van de psychische klachten blijkt, en gezien de lange duur en ernst van de overlast en de eerdergenoemde opzet aan de zijde van [ verweerder ] en zoon aanleiding om het voorschot op de immateriële psychische schade vast te stellen op een bedrag van € 1.000,00 per persoon.

4.21
Het voorgaande leidt ertoe dat in totaal een voorschot van € 9.000,00 kan worden toegewezen."

2.3.
Bij (eind)vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 januari 2018 is - voor zover hier van belang - beslist:
"De kantonrechter:

( ... )
3.3.
veroordeelt [ verweerder ] sr. Tot betaling van een voorschot op de materiële schade van [ verzoekster ] en haar beide zonen van in totaal € 3.000,00 op het hen gederfde huurgenot gedurende de periode 2012-2017.

3.4.
verdoordeelt [ verweerder ] sr. Tot betaling van een voorschot op de immateriële (psychische) schade van [ verzoekster ] en haar beide zonen van intotaal € 3.000,00 (€ 1.000,00 per persoon."

3.
Het geschil

3.1.
Het verzoekschrift strekt kort samengevat tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht voor [ verzoekster ] en voor elk van haar zonen, zoals omschreven in het petitum van het verzoekschrift, met veroordeling van [ verweerder ] en zijn zoon in de proceskosten,

3.2.
Hieraan is ten grondslag gelegd dat [ verzoekster ] en haar zonen hun immateriële (psychische) schade, nog nader op te maken bij staat, willen onderbouwen door een psychiatrische expertise te laten verrichten. Meer specifiek gaat het om de vraag of de psychische klachten van [ verzoekster ] en haar zonen moeten worden toegeschreven aan het onrechtmatig handelen van [ verweerder ] en zijn zoon.

3.3.
[ verweerder ] en zijn zoon verzetten zich tegen inwilliging van het verzoek en concluderen kort samengevat tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [ verzoekster ] en haar zonen in de proceskosten.

3.4.
[ verweerder ] en zijn zoon stellen zich op het standpunt dat zij geen onrechtmatige overlast veroorzaken, Dit blijkt volgens hen onder meer uit een geluidsonderzoek, een onafhankelijk onderzoek naar de isolatie van het pand waarin partijen wonen en een beoordeling van de administratie (meldingen) van de politie en de gemeente Den Haag. dat de gemeente Den Haag heeft laten uitvoeren in het kader van een verzoek van [ verzoekster ] en haar zonen om handhavend op te treden jegens [ verweerder ] en zijn zoon op grond van de Wet aanpak woonoverlast. Het hiervoor genoemde tussen- en eindvonnis zijn in kracht van gewijsde gegaan, zodat aan de vaststelling in rechte niet meer kan worden veranderd. De vonnissen berusten echter op een feitelijke en/of juridische misslag in zoverre dat is geoordeeld dat [ verweerder ] en zijn zoon (toerekenbaar) onrechtmatige geluidsoverlast aan [ verzoekster ] en haar zonen hebben veroorzaakt. Dit moet in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van deze zaak. Doordat geen sprake is van onrechtmatige overlast, vervalt de grondslag aan het verzoek van [ verzoekster ] i en haar zonen, en hebben zij geen belang bij het verzochte deskundigenonderzoek. Zij hadden gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak - waaronder de bevindingen van de gemeente Den Haag - niet in redelijkheid tot het onderhavige verzoek kunnen komen, Er is sprake van strijd met de goede procesorde, dan wel misbruik van bevoegdheid door [ verzoekster ] en haar zonen.

4.
De beoordeling

4.1.
Artikel 202 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt - voor zover nu van belang - dat voordat een zaak aanhangig is, op verzoek van de belanghebbende een voorlopig bericht of verhoor van deskundigen kan worden bevolen.

4.2.
Een voorlopig deskundigenonderzoek kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is de procedure te beginnen of voort te zeilen. Aan de rechter die heeft te oordelen over het verzoek een dergelijk onderzoek te gelasten komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Hij dient het onderzoek in beginsel te gelasten, mits het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is echter anders indien de rechter op grond van in zijn beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt- bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten - of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar (vgl. Hoge Raad 19 december 2003, ECLI :NL:HR:2003: AL8610 en HR 30 maart 2018. ECLI:NL:HR:2018:482).

4.3.
De rechtbank zal conform het wettelijk uitgangspunt overgaan tot toewijzing van het verzoek van [ verzoekster ] en haar zonen een psychiatrische expertise te bevelen, nu het verzoek ter zake dienend, voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Anders dan [ verweerder ] en zijn zoon betogen, is het verzoek niet in strijd met een goede procesorde en maken [ verzoekster ] en haar zonen geen misbruik van hun bevoegdheid door toepassing van dit middel te verlangen. De aansprakelijkheid van [ verweerder ] en zijn zoon voor de door [ verzoekster ] en haar zonen geleden (immateriële) schade staat vast. Zoals hiervoor onder de feiten is geciteerd, heeft de kantonrechter immers beslist dat 1) [ verweerder ] en zijn zoon onrechtmatig hebben gehandeld jegens [ verzoekster ] en haar zonen. 2) [ verweerder ] en zijn zoon aansprakelijk zijn voor de uit hun gedragingen voortvloeiende schade bij [ verzoekster ] en haar zonen en 3) [ verzoekster ] en haar zonen genoegzaam hebben aangetoond dat deze schade er onder meer uit bestaat dat zij geestelijk letsel hebben opgelopen, in de vorm van een posttraumatische stress-stoornis. Het verzochte voorlopig deskundigenonderzoek bouwt hierop voort. Dat [ verweerder ] en zijn zoon het niet eens zijn met de beslissing van de kantonrechter, en de dragende overwegingen daarvan, en dat zij dit standpunt bevestigd zien in de uitkomsten van een onderzoek dat de gemeente Den Haag recent heeft laten uitvoeren. maakt dit niet anders. De beslissing van de kantonrechter in het in kracht van gewijsde gegane tussenvonnis van 7 november 2017 en het eindvonnis van 2 januari 2018 heeft bindende kracht. De in deze vonnissen beslechte geschilpunten kunnen niet opnieuw door [ verweerder ] en zijn zoon ter discussie worden gesteld. Van een feitelijke en/of juridische misslag is overigens ook geen sprake .

4.4.
[ verzoekster ] en haar zonen hebben voorgesteld de psychiatrische expertise te laten uitvoeren door dhr. drs. X te Y (hierna: X), dan wel dhr. Prof. Z te D. [ verweerder ] en zijn zoon stemmen in met de benoeming van een van deze deskundigen. Gelet op de door [ verzoekster ] en haar zonen aangegeven volgorde en nu deze deskundige zich desgevraagd bereid heeft verklaard de onderzoeken uit voeren en daartoe ook vrij te staat, zal de rechtbank overgaan tot benoeming van X tot deskundige.

4.5.
[ verzoekster ] en haar zonen hebben verzocht aan de deskundige de IWMD- vraagstelling ter beantwoording voor te leggen. [ verweerder ] en zijn zoon stemmen daarmee in. De rechtbank zal daarom, onder aanhechting van een kopie van die vraagstelling aan deze
beschikking. aldus beslissen.

4.6.
[ verzoekster ] en haar zonen hebben verzocht dat het verzoekschrift inclusief producties en ook hun medische informatie aan de deskundige ter hand wordt gesteld. [ verweerder ] en zijn zoon hebben in dat verband verzocht ook het verweerschrift inclusief bijlagen aan de deskundige ter hand te stellen. De rechtbank zal daarom bepalen dat [ verzoekster ] en haar zonen hun procesdossier, inclusief het verweerschrift met bijlagen van [ verweerder ] en zijn zoon, alsmede de overige medische relevante informatie (zie ook de navolgende instructie van Schoutrop), in afschrift aan de deskundige moeten doen toekomen. De rechtbank zal overigens ook bepalen dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien hij daarom vraagt, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van de onderzoeken.

4.7.
De deskundige heeft ter zake van zijn honorarium het volgende bericht:
Het handelt in deze casus om een moeder met twee volwassen zoons, die een procedure zijn gestart tegen hun bovenburen. Naar ik heb begrepen is er sprake geweest van overlast, die zou hebben geleid tot problematiek op mijn vakgebied bij de moeder en de twee zoons.
In verband met de lopende letselschadeprocedure is het noodzakelijk dat zowel de moeder als haar twee zonen afzonderlijk psychiatrisch worden onderzocht om de gevolgen van de overlast te onderzoeken.
* Het opstellen van een offerte is altijd een moeilijke zaak. Dat geldt ook in deze casus, omdat er een overlap is tussen de afzonderlijke dossiers en de ziektegeschiedenissen. Ik denk echter dat het mogelijk is de drie expertises op een goede, professionele manier te verrichten, mits ik de betrokkenen afzonderlijk kan onderzoeken.
* Ik heb rekening gehouden met het gegeven dat er een overlap is tussen de drie casussen, waardoor de tijdsinvestering voor een aantal activiteiten per casus wordt verminderd.
* Ik heb de tijdsinvestering waarschijnlijk te hoog ingeschat, om te voorkomen dat er in een later stadium discussies ontstaan.
* Ik ga ervan uit dat er een medisch dossier aanwezig is en dat ik daar een kopie van zal ontvangen van de rechtbank of van de betrokken partijen. Indien ik zelf stukken moet opvragen, zal dit een fors vertragende werking hebben bij het tot stand komen van het rapport. Bovendien brengt dit extra kosten met zich mee. uit recente gerechtelijke uitspraken blijkt dat er ook een kopie van het huisartsenjournaal van de laatste vijf jaren noodzakelijk worden geacht bij het verrichten van een psychiatrische expertise.
* Hoewel ik het niet verwacht, kan ik niet uitsluiten dat er een indicatie zal zijn om een aanvullend psychodiagnostisch onderzoek bij hen te verrichten. Dat kan ik echter pas beoordelen nadat ik het dossier heb ingezien en betrokkene zelf heb gezien. De kosten voor een dergelijk onderzoek bedragen € 1.250,00 - € 1.500,00. Omdat ik er vooralsnog vanuit ga dat dit niet nodig zal zijn, heb ik dit niet opgenomen in mijn offerte.
* Ik weet niet hoe de beheersing van de Nederlandse taal is van [ verzoekster ] en haar zoons. Ik ga ervan uit dat zij goed Nederlands spreken en het inschakelen van een tolk niet noodzakelijk zal zijn. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal gebruik worden gemaakt van het Tolkencentrum en de kosten daarvan zullen worden doorberekend.

Specificatie kosten psychiatrisch onderzoek
- Bestudering dossier 2.00 uur
- Anamnese en psychiatrisch onderzoek 2.30 uur
- Opstellen conceptrapport. beantwoording vraagstelling 5.00 uur
- Conceptfase: inzage-, correctie- en blokkeringsrecht betrokkene. 1.00 uur
inzage en aanvullende vragen van de partijen
- Overleg 1.00 uur
Totaal 11.30 uur à 210,00 uur € 2.415,00

Kosten secretariaat
- Administratieve werkzaamheden. o.a. dossier invoeren, afspraken 6.00 uur
maken. typewerk. correcties
Totaal 6.00 uur € 60,00 uur € 2.360,00

Subtotaal € 2.775,00
BTW 21% € 582,75

Totaal inclusief BTW € 3.357,75

Deze offerte betreft dus 1 onderzoek.

4.8.
De deskundige verlangt als voorschot op zijn honorarium een bedrag van € 3.357,75 inclusief 8TW per uit te voeren onderzoek, Het totaalbedrag voor de drie uit te voeren onderzoeken komt dus uit op € 10,073.25 inclusief BTW) . De rechtbank komt een en ander niet onredelijk voor en daarom zal zij het voorschot overeenkomstig de inschatting van de deskundige vaststellen, In de omstandigheid dat de kantonrechter van de rechtbank Den Haag bij tussenvonnis van 7 november 2017 en eindvonnis van 2 januari 2018 [ verweerder ] heeft veroordeeld tot vergoeding van de (immateriële) schade van [ verzoekster ] en haar zonen (nader op te maken bij staat). waarmee de aansprakelijkheid vast staat, ziet de rechtbank aanleiding afte wijken van de hoofdregel dat [ verzoekster ] en haar zonen het voorschot moeten voldoen. Dit betekent dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [ verweerder ] en zijn zoon moet worden gedeponeerd, Omdat zij met een toevoeging procederen, zal echter aan hen geen voorschot worden opgelegd, Het voorschot van de deskundige zal op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van 's Rijks kas worden voorgeschoten.

4.9.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan de onderzoeken door X. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven, Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.10.
Voorts geldt dat als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan Schoutrop doet toekomen, zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij moet verstrekken.

4.11.
Tot slot. Partijen hebben over en weer een proceskostenveroordeling gevraagd.
Gelet op de aard van deze procedure is daarvoor op dit moment geen plaats, In het geval het voorlopig deskundigenbericht wordt overgelegd in de bodemprocedure, wordt een en ander in die procedure verwerkt in de proceskostenveroordeling.

5.
De beslissing

De rechtbank:

5.1.
beveelt een onderzoek van:
1. [ verzoekster ]
en van haar zonen,
2. [ verzoeker 2 ];
3. [ verzoekser 3 ],
door de volgende deskundige:
Dhr. drs. X

5.2.

bepaalt dat ter zake van de drie afzonderlijk uit te voeren onderzoeken aan de deskundige de IWMD-vraagstelling, zoals in kopie aan deze beschikking gehecht, ter beantwoording zal worden voorgelegd:

het (totale) voorschot

5.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige ter zake van de drie afzonderlijk uit te voeren onderzoeken vast op het door de hem begrote bedrag per uit te voeren onderzoek van € 3.357,75 inclusief BTW, dat is in totaal € 10.073.25 inelusief BTW;

5 4.
verstaat dat de griffier het door [ verweerder ] en zijn zoon in totaal te betalen voorschot van € 10.073,25 inclusief BTW in debet zal stellen, nu aan hen een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand;

de onderzoeken

5.5.
bepaalt dat [ verzoekster ] i en haar zonen bun procesdossier, inclusief het verweerschrift met bij lagen van [ verweerder ] en zijn zoon, alsmede de overige medische relevante informatie, in afschrift aan de deskundige moet doen toekomen:

5.9.
bepaalt dat de deskundige de drie afzonderlijk uit te voeren onderzoeken zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met de betreffende partijen te bepalen tijd en plaats:

5.10.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van de drie afzonderlijk uit te voeren onderzoeken dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken(te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);

- de deskundige de uit te voeren onderzoeken pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;

- de deskundige de uit te voeren onderzoeken onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

5.11.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van de onderzoeken:

de drie schriftelijk rapporten

5.6.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na betaling van het voorschot per uitgevoerd onderzoek een schriftelijk en ondertekend bericht (dat zijn dus drie afzonderlijke schriftelijke rapporten) in drievoud ter griffie van de rechtbank (Team Handel - afdeling algemene zaken, postbus 20302. 2500 EH Den Haag) in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie betreffende per uitgevoerd psychiatrisch onderzoek;

5.7.
wijst de deskundige er op dat:
- uit de schriftelijk berichten moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd:
- dat de deskundige [ verzoekster ] en haar zonen ieder in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van hun inzage- 1.11 blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien (een van) [ verzoekster ] en haar zonen als eerste kennis wensen te nemen van het deskundigenrapport. een concept van dat rapport aan hem/haar (eventueel onder gesloten couvert via zijn/haar advocaat) moet toesturen en hem/haar daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of hij/zij gebruik wiI maken van zijn/haar blokkeringsrecht (waarbij deskundige zich van commentaar op het concept moet onthouden):
- dat, indien (een van) [ verzoekster ] en haar zonen binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn/haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen;
- dat indien (een van) [ verzoekster ] en haar zonen geen gebruik maakt van zijn/haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapporten aan de advocaten van partijen moet toezenden;

5.8.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op de concept-rapporten van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapporten te reageren:

5.9.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan partijen en aan de deskundige zal zenden.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Willems en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.

l. DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby's, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:

- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Medisch onderzoek
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf. de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?

e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaal diagnostische overweging geven ?

Beperkingen
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven. op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Medische eindsituatie
h, Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

i. Zo ja. welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag1 g) ?

2. DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden.
Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
a. Bestonden voor hel ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft'?
b. Zo ja. kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?

d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
c. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?
f Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalsgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja. welke verbetering of verslechtering verwacht u ?
h, Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e ) ?

3. OVERIG

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak'?

Met dank aan de heer mr. R. Schoemaker, Reinboud Schoemaker Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBDHA-100320


Deze website maakt gebruik van cookies