Artikelen

RBLIM 220120

Hoofdcategorie: Publicaties
Categorie: 2020

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBLIM-220120

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rekestnummer: C/03/268660 / HA RK 19-190

Beschlkklng van 22 januari 2020

in de zaak van

[ verzoeker ] ,
wonende te [ woonplaats ] , gemeente [ gemeente ] ,
verzoeker ,
advocaat mr. M.F.J.J.M. Tijssen,

tegen

1. naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. tevens h.o.d.n. INSHARED
gevestigd te Apeldoorn,
2. [ verweerster ] ,
wonende te [ woonplaats ] ,
verweersters,
advocaat mr. M.T. Spronck.

Partijen zullen hierna [ verzoeker ] , Inshared en [ verweerster ] genoemd worden. Verweersters zullen hierna gezamenlijk Inshared c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) genoemd worden.

1.
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met (nagezonden) producties 1 tot en met 17
- het verweerschrift met productie 1 tot en met 7
- de wijziging van het verzoek
- de mondelinge behandeling.

1.2.
De beslissing is bepaald op heden.

2.
De feiten

2.1.
Op 17 januari 2016 is [ verzoeker ] als fietser aangereden door een auto, waarvan [ verweerster ] bestuurster was. [ verweerster ] is verzekerd bij Inshared, [ verzoeker ] heeft ten gevolge van dat ongeval een blijvende traumatische dwarslaesie vanaf borsthoogte opgelopen, voor welke schade [ verweerster ] aansprakelijk is gehouden.

Inshared heeft namens [ verweerster ] per e-mailbericht van 19 juni 2017 volledige aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend.

2.2.
Na de revalidatie in Adelante te Hoensbroek is [ verzoeker ] rolstoel gebonden. Er zijn veel spasmen in de romp, buik en benen. De mictie (urinelozing) wordt verzorgd door intermuterend katheteriseren, (ook 's nachts) en de defaecatie (stoelgang) verloopt met darmspoelen. In verband met de beperkingen voortvloeiend uit het letsel zijn door [ verzoeker ] diverse voorzieningen aangevraagd bij de gemeente, zoals een rolstoelvoorziening, een verrijdbare douche-toiletstoel, een plafondliftsysteem en een verzoek ten behoeve van aanpassing van de woning. Daarnaast is er in het kader van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) een aanvraag ingediend voor een PGB en werd in dat verband door het CIZ een indicatie afgegeven op 1 december 2017.

2.3.
Ten behoeve van die indicatie heeft de revalidatiearts drs. [ X ] , werkzaam bij Adelante, bij brief van 13 september 2017 het CIZ op de hoogte gesteld van de situatie en het functioneren van [ verzoeker ] . In die brief staat, voor zover relevant:
"Niveau van functioneren
Mobiliteit: patiënt is volledig rolstoelafhankelijk en afhankelijk van zorg/begeleiding vrijwel 24 uur per dag. Deze zorg wordt momenteel ingevuld door de echtgenote. Patiënt wordt bij de ADL, ochtendzorg, middagzorg en avondzorg, geholpen door zijn echtgenote. Daarnaast ondersteunt echtgenote hem bij alle andere voorkomende zorgtaken, zoals het klaarmaken van maaltijden, toedienen van medicatie, het naar buiten gaan etcetera. Ook 's nachts is patiënt afhankelijk van de zorg van echtgenote. Zij moet er 2x per nacht uit om patiënt wakker te maken om te draaien / van lighouding te veranderen.
Patiënt kan zonder de hulp van zijn echtgenote zowel overdag als 's nachts niet functioneren. Zowel fysiek als in het voeren van regie is patiënt van zijn echtgenote afhankelijk. ( ... )
"

2.4.
In die CIZ-indicatie staat - voor zover relevant - het volgende:

"Soort zorg
LG wonen met begeleiding en intensieve zorg
Begindatum Einddatum Uw voorkeur
1-12-2017 Onbepaalde tijd Persoonsgebonden budget (PGB)
Omvang Extra omvang Meerzorg
24-uurszorg n.v.t."

"( ... )
CIZ heeft onderzoek gedaan en daarvoor ben ik bij u thuis op huisbezoek geweest. Ook is uw medische informatie beoordeeld. Hieruit is gebleken dat u een lichamelijke handicap heeft ten gevolge van een dwarslaesie. U heeft hiervoor gerevalideerd, maar desondanks heeft u veel hulp nodig in uw functioneren door uw lichamelijke beperkingen. Ook behoeft u veel (gespecialiseerde) verpleegkundige zorg. Daarnaast geeft de revalidatie arts ook aan dat er sprake is van regieproblemen. Deze komen grotendeels voort uit uw acceptatieproblemen en uw sterke karakter. U heeft behandeling gehad voor uw acceptatieproblemen tijdens en na uw revalidatietraject, maar hier is weinig vooruitgang in gekomen. Omdat u uw zorgbehoefte onvoldoende erkent en de zorg onvoldoende kunt afwachten, dreigt er voor u ernstig nadeel wanneer het in de toekomst gaat ontbreken aan 24 uur per dag zorg in uw nabijheid. [onderstreping door de rechtbank]

Daarom zijn wij op 1 december 2017 tot het besluit gekomen dat u in aanmerking komt voor het zorgprofiel "LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging". ( ... )".

2.5.
In bijlage A behorende bij artikel 2.1. van "de regeling langdurige zorg, zorgprofielen" staan 5 zorgprofielen genoemd onder sector lichamelijk gehandicapt (LG).
Namelijk:
LG wonen met begeleiding en enige verzorging (LG02)
LG wonen met begeleiding en verzorging (LG04)
LG wonen met begeleiding en intensieve verzorging (LG05)
LG wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging (LG06)
LG wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging (G07).

2.6.
Bij de toelichting op het geïndiceerde zorgprofiel LG05 is - voor zover relevant- opgenomen:
- dat de cliënten zeer ernstig lichamelijk gehandicapt zijn en sociaal grotendeels zelfstandig functioneren binnen een bepaalde structuur,
- dat de cliënt in zijn algemeen dagelijks leven (ADL) volledig afhankelijk is, er is hulp of overname van taken nodig,
- dat ten aanzien van de mobiliteit de cliënten hulp en soms overname nodig hebben en dat ten aanzien van de motoriek vaak hulp, toezicht of sturing nodig is,
- dat er regelmatig tot vaak verpleegkundige aandacht vereist is, hetgeen ook gespecialiseerd verpleegkundig handelen kan omvangen, waarbij sprake kan zijn van de directe beschikbaarheid van een verpleegkundige,
- dat de cliënten een structurele zorgbehoefte hebben, op zowel geplande als niet geplande tijden.

2.7.
[ verzoeker ] heeft ervoor gekozen om thuis te blijven wonen en daar de benodigde zorg te ontvangen. In dat verband is aan hem een PGB- budget beschikbaar gesteld van € 63.074,00 in 2018 om de benodigde zorg te financieren. Een deel van de uren wordt door externe zorgverleners ingevuld en een deel door de echtgenote in de vorm van mantelzorg.

2.8.
In het jaar 2018 heeft Inshared als voorschot op een te betalen schadevergoeding op 8 oktober 2018 € 15.000,00 en op 7 november 2018 € 25.000,00 aan [ verzoeker ] voldaan. Op 5 januari 2019 is nog een voorschot van € 25.000,00 voldaan.

3.
Het verzoek en het verweer

3.1.
[ verzoeker ] verzoekt de rechtbank na wijziging van het verzoek:
1.primair: lnshared en [ verweerster ] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 117.531 ,06 bruto, zijnde het tekort in de zorgkosten over 2018 als betaling voor de door de echtgenote van [ verzoeker ] verleende zorg en begeleiding,
subsidiair: Inshared en [ verweerster ] te veroordelen tot het netto-equivalent van het voornoemde bedrag,
2. te verklaren voor recht dat de telkens geldende CIZ-indicatie (tot 24-uurs zorg) uitgangspunt zal zijn voor de schaderegeling tussen partijen,
3. te verklaren voor recht dat de door de echtgenote van [ verzoeker ] verleende zorg- en begeleidingsuren worden afgerekend in de schaderegeling naar de waarde van de tarieven van professionele hulpverleners,
4. veroordeling van Inshared en [ verweerster ] in de proceskosten, waarbij de kosten van de advocaat van [ verzoeker ] met betrekking tot dit deelgeschil worden begroot op ten minste € 10.978,49 (inclusief griffierecht).

3.2.
Inshared c.s, voelt verweer.

4.
De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de verzoeken van [ verzoeker ] zich grotendeels lenen voor de deelgeschilprocedure. Gelet daarop alsmede de omstandigheid dat de bijdrage die een beslissing op het verzochte zal leveren aan de mogelijke totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst is naar het oordeel van de rechtbank zodanig dat die bijdrage opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van een bodemprocedure. [ verzoeker ] is dus ontvankelijk in zijn verzoeken.

4.2.
De rechtbank overweegt allereerst dat lnshared aansprakelijkheid heeft erkend en daardoor verplicht is de door [ verzoeker ] geleden schade als gevolg van het ongeval volledig te vergoeden. [ verzoeker ] heeft gebruik gemaakt van financiële middelen die hem op grond van diverse publiekrechtelijke regelingen ter beschikking staan. Als het om de zorgbehoefte van [ verzoeker ] gaat, vormen bij de vaststelling van de hoogte van de schade de op grond van de publiekrechtelijke regelingen verstrekte financiële middelen niet een plafond, maar enkel een indicatie. Temeer ook omdat algemeen aanvaard is (in ieder geval door het Verbond van Verzekeraars) dat slachtoffers, waarbij een andere partij aansprakelijk is voor letselschade, wel gewezen mogen worden zich tot een WMO-loket van de gemeente te wenden, maar daartoe niet verplicht kunnen worden. Altijd zal in het individuele geval gekeken moeten worden naar wat dat concreet betekent. In dat kader is de rechtbank verder van oordeel dat een partner die als mantelzorger de benodigde hulp verleend, in beginsel ook recht heeft op vergoeding voor door haar verrichte taken die normaal verricht zouden worden door professionele hulpverleners.

4.3.
In dit deelgeschil verschillen partijen van mening over de volgende vragen:
1. wat de zorgbehoefte van [ verzoeker ] is (s' nachts en overdag), meer in het bijzonder:
- hoe de kwalificatie "zorg in de nabijheid" moet worden vertaald in het aantal zorguren.
- of er thans reeds voldoende informatie voorhanden is om die zorgbehoefte vast te stellen of dat er nog een expertise moet plaatsvinden en zo ja, door een revalidatiearts of door een neuroloog,
2. de hoogte van het te hanteren uurloon voor de hulp die de echtgenote aan [ verzoeker ] verleend,
3. de hoogte van de kosten van het deelgeschil.

De zorgbehoefte

4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank kan er voor wat betreft 2018 vooralsnog op grond van de (door Inshared niet gemotiveerde betwiste) rapportage van de revalidatiearts [ X ] en de CIZ-indicatie van worden uitgegaan dat [ verzoeker ] geen permanent toezicht nodig heeft, maar 24-uurszorg in de nabijheid.

4.5.
Partijen verschillen van mening over de vraag wat die indicatie (met name voor wat betreft de zorgverlening overdag thuis door de echtgenote van [ verzoeker ] ) betekent. Dit is afhankelijk van de inhoud en concrete invulling van de begrippen "permanente 24-uurs begeleiding" en "24-uurzorg in de nabijheid". Daarover bestaat op dit moment onvoldoende duidelijkheid. Bij deze stand van zaken moet niet uitgesloten worden geacht dat de norm 24-uurszorg in de nabijheid in dit concreet geval met zich kan brengen dat de echtgenote van [ verzoeker ] , indien geen externe hulp aanwezig is of [ verzoeker ] niet bij de SGL verblijft, niet alle uren gedurende de dag en nacht vergoed behoren te worden.

Aantal uren gedurende de avond, nacht en ochtend

4.6.
De rechtbank acht het, voor zover betrekking hebbend op het jaar 2018, redelijk dat "24-uurszorg in de nabijheid" voor de nacht (tussen 23.00 en 7.00 uur) zich vertaalt naar een vergoeding van de helft van de nachturen. Voor zover de rechtbank begrijpt vordert [ verzoeker ] ook niet heel veel meer, zodat dit niet het grootste knelpunt is in de onderhandelingen tussen partijen. Weliswaar vordert [ verzoeker ] vergoeding van de kosten van externe hulp voor de hele nacht, maar de externe hulp hanteert een nachttarief'(ongeveer € 18,75 per uur) dat iets meer bedraagt dan de helft van het dagtarief (ongeveer € 35,00), zodat dit ongeveer op hetzelfde neerkomt. Dat [ verzoeker ] 0,5 uur zorg telt voor de avond (tussen 22.30 en 23.00 uur) en 1,5 uur voor de ochtend (tussen 7.00 en 8.30 uur) voor verzorging en verpleging, inclusief darmspoeling acht de rechtbank eveneens redelijk.
Uit het schema zoals overgelegd als productie 7 door [ verzoeker ] leidt de rechtbank af dat dit (0,5 uur + 4 uur + l,5 uur) voor 2018 in totaal neerkomt op 1.221 uren verzorging en verpleging gedurende de avond, nacht en ochtend door de echtgenote van [ verzoeker ] . De rechtbank begrijpt overigens dat met de aanduiding "interne zorgverlening" in het overzicht wordt gedoeld op de zorg- en verpleging door de echtgenote van [ verzoeker ] .

Aantal uren hulpverlening door de echtgenote van [ verzoeker ] gedurende de dag

4.7.
Voor wat betreft de vertaling van de indicatie "24-uurs zorg in de nabijheid" naar de zorgverlening door de echtgenote van [ verzoeker ] gedurende de dag (tussen 8.30 uur en 22.30 uur) is de rechtbank van oordeel dat daarop in dit deelgeschil niet vooruit kan worden gelopen. Dat er meer zorguren voor vergoeding in aanmerking komen dan lnshared heeft gesteld, acht de rechtbank wel evident. Echter, het maximale aantal dat [ verzoeker ] heeft gevorderd, komt de rechtbank, mede gelet op voormelde publiekrechtelijke normen, bovenmatig voor. [ verzoeker ] heeft een CIZ indicatie van LG 05 en er zijn nog twee zorgprofielen die een nog intensievere vorm van verpleging en verzorging voorschrijven. Tegen de achtergrond van deze (nader door partijen uit te onderhandelen) normen dient vastgesteld te worden op hoeveel uren aan zorgverlening gedurende de dag de echtgenote van [ verzoeker ] jegens Inshared recht kan doen gelden. Vooruitlopend daarop acht de rechtbank wel termen aanwezig tot toekenning van een voorschot. Vooralsnog wordt een aanvullend voorschot (derhalve bovenop de reeds betaalde voorschotten voor 2018) van € 40.000,00 ter zake de zorg- en verpleegkosten door de echtgenote van [ verzoeker ] gedurende de dag over het jaar 2018 redelijk geacht.
Het betreft een voorschot op een definitief bedrag dat in beginsel tot stand komt na onderling overleg tussen partijen over de invulling van de norm: 24-uurszorg in de nabijheid.

4.8.
Aangezien partijen dit nader dienen uit te onderhandelen, kan de verklaring voor recht, dat de telkens geldende CIZ-indicatie (tot 24-uurs zorg) uitgangspunt zal zijn voor de schaderegeling tussen partijen, niet worden toegewezen. Deze indicatie kan hoogstens een vertrekpunt vormen voor de uiteindelijke concreet vast te stellen zorgbehoefte.

4.9.
[ verzoeker ] stelt dat er geen nadere expertise nodig is en dat op basis van de voorhanden zijnde informatie kan worden vastgesteld wat de zorgbehoefte van [ verzoeker ] is.
Voor wat betreft de zorgbehoefte heeft [ verzoeker ] verwezen naar een brief van revalidatiearts [ X ] van 30 september 2017. Hoewel belastend voor [ verzoeker ] lijkt nadere expertise teneinde de zorgbehoefte van [ verzoeker ] vast te stellen onontkoombaar. Hoewel het partijen, indien zij dat noodzakelijk achten, vrijstaat een neuroloog en/of revalidatiearts in te schakelen, bestaan over de noodzaak van die expertises bij de rechtbank twijfels. Het lijkt, nu er bij [ verzoeker ] sprake is van een duidelijke medische eindtoestand, zinvol(ler) dat de onderhandelingen van partijen rzich met name richten op de beperkingen en mogelijkheden van [ verzoeker ] , zodat daaruit dan weer diens concrete zorgbehoefte is af te leiden.

Externe hulp

4.10.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft lnshared onvoldoende gemotiveerd verweer gevoerd tegen de hoogte van de kosten die [ verzoeker ] heeft gemaakt in 2018 voor externe zorgverlening. Reeds daarom komen die naar het oordeel van de rechtbank volledig voor vergoeding in aanmerking.

4.11.
Hoewel [ verzoeker ] een bedrag van € 117.531,06 bruto vordert als zijnde "het tekort in de zorgkosten over 2018 als betaling voor de door de echtgenote van [ verzoeker ] verleende zorg en begeleiding", leidt de rechtbank uit productie 17 bij het verzoekschrift af dat het gevorderde bedrag van € 117.531,06 bruto een op- en aftreksom is van de volgende posten:

Externe zorgverlening avond/nacht/ochtend: € 35.139,76
Interne zorgverlening avond/nacht/ochtend: € 28.693,50
SGL: € 13.230,80
Interne zorgverlening rest van de dag: € 103.541,00 +
Totaal € 180.605,06

-/- PGB budget 2018 € 63.074,00 -
Tekort: € 117.531,06

4.12.
Zoals overwogen is de rechtbank van oordeel dat Inshared over 2018 voor externe zorgverlening een bedrag van € 48.370,56 (€ 35.139,76 en € 13.230,80) aan [ verzoeker ] dient te voldoen. Voor zover de rechtbank kan nagaan gaat het om een nettotarief (vrijgesteld van btw).

Uurloon echtgenote

4.13.
Voor wat betreft het uurtarief voor interne zorgverlening c.q, het uurtarief van mevrouw [ verzoeker ] is de rechtbank van oordeel dat het door de echtgenote van [ verzoeker ] in 2018 gehanteerde tarief van € 23,50 redelijk is. De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht op dit punt dan ook toewijzen, zoals hierna geformuleerd.

4.14.
Bij dat oordeel acht de rechtbank van belang dat [ verzoeker ] in redelijkheid de keuze mag maken om thuis te blijven wonen en daarbij voor een groot deel verzorgd te worden door zijn echtgenote. Indien sprake zou zijn van een situatie dat de echtgenote niet in staat of bereid was die zorg te verlenen, was [ verzoeker ] naar alle waarschijnlijkheid aangewezen op verblijf en verzorging in een verpleegtehuis, verzorgingstehuis doch in ieder geval aangewezen op 24-uurszorg in de nabijheid van professionele hulpverlening. Niet gesteld of gebleken is dat het tarief van € 23,50 hoger is dan het geschatte bedrag van de bespaarde kosten van de professionele zorg en verpleging. Dat de echtgenote van [ verzoeker ] geen betaalde werkzaamheden als inkomensderving heeft opgegeven, staat hier aan niet in de weg.

4.15.
De verwijzing door Inshared naar artikel 5.22 van de Regeling Langdurige Zorg gaat niet op, nu dat artikel een regeling geeft voor de maximale hoogte van het uurtarief dat in het kader van het persoonsgebonden budget mag worden betaald aan de zorgaanbieder en eerder is overwogen dat dit budget geen plafond betreft, maar slechts een indicatie is voor de schade die [ verzoeker ] lijdt als gevolg van het ongeval.

Tussenconclusie

4.16.
Gelet op het voorgaande zal als vergoeding voor verzorging en verpleging door de echtgenote van [ verzoeker ] gedurende de avond, nacht en ochtend voor 2018 worden toegewezen: 1221 uren x € 23,50 is € 28,693,50.
Voor externe hulp (gedurende dag, avond, nacht en ochtend) komt een bedrag van € 48.370,56 voor vergoeding in aanmerking. Dat betekent dat een bedrag van € 77.064.06 toewijsbaar is.
Verder geldt dat lnshared zal worden veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 40.000,00 ter zake de zorg- en verpleegkosten door' de echtgenote van [ verzoeker ] gedurende de dag over het jaar 2018. Het voorgaande leidt tot de volgende rekensom:

Externe zorgverlening avond/nacht/ochtend: € 35.139,76
Interne zorgverlening avond/nacht/ochtend: € 28.693,50
SGL: € 13.230,80
Interne zorgverlening gedurende de dag: als voorschot € 40.000,00 +
Totaal € 117.064,06

-/- PGB budget 2018 € 63.074,00 -
Tekort € 53.990,06

4.17.
Uit productie 17 bij verzoekschrift leidt de rechtbank af dat Inshared een aantal voorschotten heeft voldaan. Voor zover die voorschotten betrekking hadden op de zorg- en verpleegkosten voor het jaar 2018, mogen die worden afgetrokken van het door lnshared te betalen bedrag. Voor zover dat niet het geval is, mogen die vanzelfsprekend niet verrekend worden met het toegewezen bedrag.

Kosten deelgeschil

4.18.
[ verzoeker ] vordert dat de kosten van het deelgeschil worden begroot op € 8.465,60, zijnde 19,5 uur voor de werkzaamheden tot opstelling van het verzoek tot en met indiening daarvan, vermeerderd met 8 uren voor de mondelinge behandeling inclusief voorbereiding. Een en ander tegen een uurtarief van € 240,00 vermeerderd met 6% kantoorkosten en 21% btw.

4.19.
De rechtbank ziet aanleiding die kosten te matigen. Weliswaar is er sprake van een bewerkelijke zaak maar daar staat tegenover dat de advocaat van [ verzoeker ] een ervaren letselschadeadvocaat is. De rechtbank acht 15 uur werk voor de werkzaamheden van de advocaat tot en met de indiening van het verzoekschrift, vermeerderd met 6 uur voor de (voorbereiding) van de zitting tegen een uurtarief van € 240,00, exclusief 21% btw, redelijk.
Dit komt dan neer op een-bedrag van € 6.098,40-inclusief btw. Kantoorkosten worden geacht te zijn inbegrepen in voornoemd uurtarief. De rechtbank zal Inshared veroordelen tot betaling van de kosten deelschil, begroot op € 6.395,40 ( € 6.098,40 vermeerderd met € 297,00 aan griffierecht).

5.De beslissing

De rechtbank

5. 1.
veroordeelt Inshared en [ verweerster ] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [ verzoeker ] van een bedrag van € 53.990,06, te verminderen met eventueel reeds betaalde voorschotten betrekking hebben de op de verzorgings- en verpleegkosten voor het jaar 2018, .

5.2.
verklaart voor recht dat de door de echtgenote van [ verzoeker ] verleende zorg- en begeleidingsuren worden afgerekend in de schaderegeling naar de waarde van de tarieven van professionele hulpverleners, zijnde voor het jaar 2018 € 23,50 per uur,

5.3.
veroordeelt Inshared en [ verweerster ] tot betaling aan [ verzoeker ] van de kosten van dit deelgeschil, begroot op € 6.395,40,

5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.
wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.P. Drijkoningen en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2020.

Met dank aan de heer M.F.J.J.M. Tijssen, Tijssen & Saes Advocaten en Belastingdeskundigen voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBLIM-220120


Deze website maakt gebruik van cookies