Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBNNE 210920

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBNNE-210920

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rekestnummer: C/17 /171077 / HA RK 20-6


Beschikking in het kader van de deelgeschillenprocedure ex artikel 1019w lid 1 Rv van 21 september 2020

in de zaak van

VERZOEKER,
wonende te [ woonplaats ] ,
verzoeker,
advocaat mr. M.L. de Jong te Meppel,

tegen

1. de naamloze vennootschap
ALLIANZ NEDERLAND GROEP N.V.,
gevestigd te Rotterdam, en
2. VERWEERDER,
wonende te [ woonplaats ] ,
verweerders,
advocaat mr. A.N.L. de Hoogh te Utrecht.

Partijen zullen hierna Verzoeker, Allianz en Verweerder worden genoemd.

1.
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift, tevens inhoudende een zelfstandig voorwaardelijk tegenverzoek, - de mondelinge behandeling van 24 augustus 2020 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde producties.

1 .2.
Ten slotte is beschikking bepaald op 21 september 2020.

2.
De feiten

2.1.
Op 31 maart 2019 omstreeks 9.47 uur heeft op de Overijsselselaan te Leeuwarden een aanrijding plaatsgevonden tussen Verzoeker en Verweerder. Verweerder is verzekerd bij Allianz overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM).

2.2.
Verweerder reed met zijn aanhanger vanuit Leeuwarden in zuidelijke richting op de Overijsselselaan. Op de Overijsselselaan geldt een maximumsnelheid van 50 km per uur. Verweerder reed op de rechterrijstrook. Verweerder wilde bij de verderop gelegen stoplichten linksaf slaan naar de Sudertrimdielsdyk en heeft op enig moment tussen tankstation Gulf en de betreffende stoplichten alvast voorgesorteerd naar links.

2.3.
Verzoeker reed op de linkerrijstrook. Op het moment dat Verweerder van rijstrook wisselde - van de rechterrijstrook naar de linkerrijstrook - heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen Verzoeker en Verweerder. De rechterzijkant van de Mercedes van Verzoeker is tegen de linker achterkant van de aanhanger van Verweerder gebotst.

2.4.
In de Mercedes van Verzoeker bevonden zich naast Verzoeker nog drie andere personen. Achter de Mercedes van Verzoeker reed nog een auto met daarin vier personen met wie Verzoeker bevriend is.

2.5.
Op het na de aanrijding door Verzoeker ingevulde deel van het schadeformulier staat vermeld:
Zichtbare schade aan voertuig B [rechtbank: voertuig van Verzoeker]: rechterkant

2.6.
Verweerder heeft op de achterzijde van zijn exemplaar van het schadeformulier ingevuld:
Toegestane snelheid was 50 km. per uur. Ik heb netjes richting aangegeven naar links. Zelf reed 55 km/uur. Meneer zag ik in de verte aankomen in de buitenspiegel. Meneer reed veel te snel.

Verweerder heeft voorts op het schadeformulier ingevuld dat de snelheid van Verzoeker door hem werd geschat op 110 km per uur.

2.7.
Na het ongeval heeft Verzoeker de schade aan de Mercedes in kaart laten brengen door [ X ] . (hierna: [ X ] ). De schade is door [ X ] begroot op 8.849,09. Deze schade bestaat onder meer uit reparatiekosten voor schade aan de linker voorzijde van de Mercedes en schade aan alle velgen.

2.8.
Op 17 april 2019 heeft Verzoeker zich per e-mail tot Allianz gewend voor het verhaal van deze schade. Op 24 mei 2019 heeft de schade-expert van Allianz een bezoek gebracht aan Verzoeker om de schade aan de Mercedes te begroten. Verzoeker heeft (onder meer) aan de expert van Allianz verklaard dat hij door de aanrijding naar links moest uitwijken waarbij hij in aanraking zou zijn gekomen met een paal, waardoor de voorbumper en het linker voorscherm beschadigd zouden zijn geraakt. De schade-expert van Allianz heeft de schade in zijn rapport van 4 juni 2019 begroot op maximaal € 5.928,89.

2.9.
In de opdrachtbevestiging van de advocaat van Verzoeker aan Verzoeker van 11 juni 2019 staat vermeld:
Volledigheidshalve geef ik hieronder (in het kort) weer hetgeen is besproken.
Toedracht
Op zondag 31 maart 2019 reed u over een vierbaansweg ( ... ) in de buurt van Leeuwarden. U reed op de linkerrijbaan en terwijl u een voertuig (auto met aanhanger) inhaalde dat op de rechter rijbaan reed, wisselde de 
bestuurder van het betreffende voertuig ( ... ) met een snelheid van ongeveer 100-120 km/uur van rijbaan. U kon niet meer voorkomen dat beide voertuigen met elkaar in botsing kwamen. U(w) auto kreeg een klap van rechts en u bent met uw auto tegen de stoep links tot stilstand gekomen. ( ... )
( ... )
Letsel
Na het ongeval heeft u zich gemeld bij uw huisarts ( ... ) vanwege de klachten die u ten gevolge van het ongeval ervaarde. Deze klachten bestonden met name uit rugklachten. ( ... )
( ... )
Arbeidsongeschiktheid
U bent eigenaar van een tweetal kledingzaken in Meppel en Heerenveen ([naam winkel])
Ten gevolge van de klachten was u na het ongeval dusdanig beperkt dat u acht dagen afwezig bent geweest en u heeft voor die dagen extra personeel ingezet
( ... ).

2.10.
In een brief van de huisarts aan Verzoeker staat vermeld:
20-6-2019
s CFM: 31-3 autoongeluk paar dagen rugpijn gehad. mna week ging t ook goed. maar pijn komt toch steeds weer terug mn de hele ochtend last nu 2.5 maand verder
o inspectie rug gd. pijn in de onderrug
e Lage rugpijn zonder uitstraling ( ... )
p naar J van de Heide
17-09-2019
s CFM: 31-3-19 autoongeval sindsdien nog onderrugpijn is bij maueeltherapeut [naam therapeut] fvsio/manueele therapeut te emmeloord. die vraagt om uitslagen aanvullende onderzoeken p die zijn niet gedaan en dagen na behandeling gaat het hem goed dus ik zie nu ook geen reden voor aanvullend onderzoek

Er is geen aanvullend onderzoek verricht

2.11.
Op 20 juni 2019 heeft de advocaat van Verzoeker Allianz aansprakelijk gesteld voor het ongeval en de gevolgen daarvan. Op 5 juli, 17 juli en 9 augustus 2019 heeft de advocaat van Verzoeker gerappelleerd. Op 12 augustus 2019 heeft Allianz de aansprakelijkheid voor het ontstaan van de aanrijding erkend. Daarbij heeft Allianz tevens aangegeven dat de toedracht van de aanrijding nader moest worden onderzocht.

2.12.
Bij e-mail van 4 oktober 2019 heeft de advocaat van Verzoeker onder meer aan Allianz geschreven dat Verzoeker nog immer klachten ervaart als gevolg van het ongeval, onder meer bestaande uit rugklachten en psychische klachten. Voorts heeft de advocaat van Verzoeker geschreven dat Verzoeker onder behandeling van een fysiotherapeut staat. De advocaat van Verzoeker heeft ook geschreven dat Verzoeker kosten maakt in de vorm van reiskosten naar de fysiotherapeut, inschakeling vervangende bedrijfsleidster in zijn
kledingwinkel en verlies van arbeidsvermogen. In dat verband heeft de advocaat van Verzoeker Allianz verzocht om een voorschot te betalen, alsmede om de voertuigschade te vergoeden.

2.13.
Bij e-mail van 1 november 2019 heeft Allianz aan de advocaat van Verzoeker geschreven dat niet alle geclaimde schade aan de Mercedes gerelateerd kon worden aan de aanrijding, zodat nader onderzoek naar de toedracht noodzakelijk was. Allianz heeft Verzoeker in voornoemde e-mail verzocht om informatie aan te leveren over de locatie van de aanrijding. Ook is gevraagd een foto aan te leveren van de paal waartegen Verzoeker was gebotst.

2.14.
Bij e-mail van 12 november 2019 heeft de advocaat van Verzoeker aan Allianz geschreven dat Verzoeker aan hem heeft verklaard:
Wij kwamen die nacht vanuit het centrum van Leeuwarden vandaan om richting Wolvega te gaan. Tijdens deze route kwam ik uit op een 2 baanse weg waar de ongeluk gebeurde. Ik herinner me vaag dat er wel werkzaamheden aanwezig waren, maar waar het precies was kan ik me niet herinneren.
( ... ).

2.15.
Bij e-mail van 27 november 2019 heeft Allianz aan de advocaat van Verzoeker geschreven dat een toedrachtsonderzoeker zou worden ingeschakeld voor verder onderzoek naar de aanrijding. Bij e-mail van 13 januari 2020 heeft de advocaat van Verzoeker aan Allianz geschreven dat Verzoeker de meerwaarde van verder onderzoek niet in ziet, omdat Verzoeker al heeft verklaard over de toedracht en niet meer kan verklaren dan hij al heeft gedaan.

2.16.
In het in opdracht van Allianz opgestelde rapport van Ongevallen Analyse Nederland (hierna: het rapport van OAN) van 22 juli 2020 staat vermeld:

De botsing tussen de rechterzijde van de Mercedes en de linker achterzijde van de aanhanger heeft gezien de lengte van de rechter zij schade aan de Mercedes betrekkelijk lang geduurd en zal mede gezien gebrek aan intensiteit geleidelijk ofwel schampend zijn verlopen. Een (abrupte) stuurbeweging door de Mercedes naar links, in de richting van de stoeprand, blijkt niet uit de schade aan de Mercedes.

Aan de linkerzijde van de Mercedes bestaat de schade uit lakschade ter hoogte van de wielkuiprand in de voorbumper en het voorscherm ( ... ). Op de ter beschikking staande foto's lijkt deze lakschade, in tegenstelling tot de (lak)schades rechtsvoor, niet 'vers'. Op de enige ter beschikking staande foto van de linker voorvelg en de rechter achtervelg ( ... ) is aan deze beide velgen geen 'verse' schade te zien. Een opvallende ofwel op foto duidelijk zichtbare verse krasschade in de linker voorvelg zou bij de gegeven snelheden en gezien de opvallende hoogte van de stoeprand in de ongevallocatie wel te verwachten zijn.

De rechter voorvelg vertoont oude schades die zijn veroorzaakt door botscontacten met trottoirranden, maar hieraan is ten minste ook schade ontstaan door onderhavige aanrijding. De overige drie velgen. waarvan de linker achtervelg niet goed op de foto is vastgelegd, lijken door de onderhavige aanrijding geheel niet te zijn beschadigd.

Naar de mening van ondergetekende zouden de linker velgen en de rechter achtervelg geheel niet opgenomen moeten worden in de schadecalculatie en zou voor herstel van de rechter voorvelg aftrek van oude schade toegepast moeten worden.

Wat resteert is de rood omkaderde schade in figuur 3. die zou zijn ontstaan door een botscontact met een paal. De vormgeving van deze schade doet niet denken aan een paalcontact. Uit de informatie in het dossier, waaronder de GPS-data die de ongeval locatie aanwijzen en de foto die vanuit de Mercedes is genomen. blijkt dat in de ongevallocatie geen palen staan. ( ... )
( ... ).

2.17.
In een schriftelijke verklaring van Getuige 1, vriend van Verzoeker, van 20 augustus 2020 staat vermeld:
[k was zelf aanwezig in de bijrijders stoel tijdens het ongeluk. ( ... ) Klap was voelbaar en nog steeds merk ik dat Verzoeker er last van heeft. Ik hen al een aantal jaar bevriend met Verzoeker hij is niet meer zoals ik hem voorheen kende energie vol. top fit en scherp. Sinds het ongeluk is het merkbaar dat Verzoeker klachten heeft en niet normaal zijn dagelijkse leven zoals gewoonlijk oppakt. Merkbaar vermoeid. geeft regelmatig aan last van zijn nek te hebben hierdoor is hij uiteraard niet zichzelf.

2.18.
In een schriftelijke verklaring van Vriendin, vriendin van Verzoeker, van 21 augustus 2020 staat vermeld:

Sinds Verzoeker zijn auto ongeluk heeft gehad is hij in meerdere opzichten veranderd ( ... )
( ... )
Sinds het ongeluk merk ik dat hij vaak afwezig is wanneer wij als vriendengroep hij elkaar komen. Hij geeft dan aan dat het hem te druk is ( ... )
( ... )
In het begin van onze relatie viel het me op dat hij in de nacht vaak wakker werd en dan ging malen. Als ik aan hem vroeg wat er was gaf hij aan slecht te kunnen slapen omdat hij hoofd en/of nekpijn had. ( .... )
( ... )

2.19.
In een schriftelijke verklaring van Werknemer, werknemer van Verzoeker, van 21 augustus 2020 staat vermeld:

Op het moment van het ongeluk reed ik achter verzoeker. De aanhang van de auto knalde aan rechterkant van de mercedes en zo schuifde naar links en kwam daarna weer recht op de weg. ( ... )

Ik werk al 5 jaar voor Verzoeker en merk dat hij met bepaalde dingen niet meer dezelfde verzoeker is als voor het ongeluk.
( ... ) Na het ongeluk is te merken dat Verzoeker niet meer zichzelf is, het is te merken dat hij nog steeds angst heeft met auto rijden en daarom niet meer op inkopen gaat omdat hij dan alleen te ver moet rijden. ( ... )
( ... ) Vaak is ook te zien dat verzoeker aan zijn nek zit en daar moeilijk bij kijkt ( ... )
( ... )

3.
Het verzoek

3.1.
Verzoeker verzoekt de rechtbank:
- om te oordelen dat Allianz de nog nader vast te stellen, geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het ongeval van 31 maart 2019 dient te vergoeden dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen gedeelte hiervan. Het voorgaande op basis van het bepaalde in artikel 6 WAM jo. artikel 54 RW jo. artikel 6:162 BW;
- Allianz te veroordelen tot betaling aan Verzoeker van de materiële schade ad € 8.849,09 inclusief 21% BTW en tot betaling aan Verzoeker van een voorschot op de verdere schadevergoeding waaronder immateriële schade ad € 2.500,00:
- de kosten aan de zijde van Verzoeker te begroten en toe te wijzen;
- te oordelen dat hetgeen van het voorgaande wordt toegewezen, binnen veertien dagen betaalbaar wordt gesteld, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.2.
Allianz en Verweerder voeren verweer.

3.3.
Op de stellingen en verweren van paltijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.
Voorwaardelijk tegenverzoek

4.1.
Voor zover wordt geoordeeld dat er op Allianz een vergoedingsplicht rust, stelt Allianz een zelfstandig voorwaardelijk tegenverzoek in. In dat geval verzoekt Allianz de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- voor recht te verklaren dat Verzoeker voor 60%, althans voor 50%, heeft bijgedragen aan het ontstaan van de aanrijding van 31 maart 2019 zodat de vergoedingsplicht van Allianz met voornoemd percentage dient te worden verminderd.

4.2.
Verzoeker voert verweer.

4.3.
Op de stellmgen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.
Het geschil en de beoordeling daarvan

5.1.
De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat het verzoekschrift van Verzoeker zich blijkens het petitum richt tot Allianz en niet tot Verweerder, zodat Verzoeker in zijn verzoek jegens Verweerder niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

5.2.
Vervolgens ligt de vraag voor of het verzoek van Verzoeker zich leent voor een beoordeling in deelgeschil. Verzoeker stelt, verkort weergegeven, dat dit het geval is omdat hij bij het ongeval letsel heeft opgelopen en zijn voertuig is beschadigd. Het letsel bestaat volgens Verzoeker onder meer uit (lage) rug- en nekklachten. Verzoeker heeft daartoe velwezen naar de brief van de huisarts. Voor de lage rugklachten is Verzoeker verwezen naar een fysiotherapeut, waar hij tien behandelingen heeft gevolgd. Van de fysiotherapeut is nog geen medische informatie ontvangen. Volgens Verzoeker is hij nog niet volledig hersteld. Ter onderbouwing van zijn letsel heeft Verzoeker voorts gewezen op de schriftelijke verklaringen van Getuige 1, Vriendin en Werknemer. Ten gevolge van het ongeval heeft Verzoeker schade geleden, onder meer bestaande uit de materiële schade aan het voertuig ad € 8.849,09, verlies aan verdienvermogen en reiskosten. Volgens Verzoeker heeft hij een vervanger moeten inschakelen om werkzaamheden in zijn kledingwinkel te
verrichten. Verzoeker stelt dat Allianz zijn schade dient te vergoeden als WAM -verzekeraar van Verweerder. Verweerder heeft volgens Verzoeker in strijd gehandeld met artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: artikel 54 RVV) en heeft daardoor onrechtmatig jegens Verzoeker gehandeld. Allianz heeft de aansprakelijkheid ook erkend, aldus Verzoeker. Allianz heeft het gevorderde voorschot op de nog te vergoeden schade niet voldaan en is niet bereid om de schade te vergoeden. Om Allianz in beweging te krijgen is de onderhavige procedure opgestart, aldus Verzoeker.

5.3.
Allianz voert, samengevat weergegeven, aan dat het onderhavige verzoek zich niet leent voor een behandeling in deelgeschil. Het toepassingsgebied van de deelgeschilprocedure is beperkt tot personenschade en niet gebleken is dat Verzoeker ten gevolge van het ongeval personenschade lijdt of heeft geleden. Een onderbouwing dat Verzoeker de door hem gestelde rug- en nekklachten ten gevolge van de aanrijding heeft opgelopen ontbreekt. Allianz heeft in dit verband aangevoerd dat de brief van de huisarts van Verzoeker moet worden bekeken in het licht van het rapport van OAN. Volgens dit rapport moet de botsing schampend zijn verlopen, zodat de botsing niet tot de door Verzoeker gestelde klachten kan hebben geleid. Het is aan Verzoeker om aan te tonen dat zijn klachten in causaal verband staan met de aanrijding, waarvoor de aansprakelijkheid is erkend. Aan de door Verzoeker overgelegde verklaringen van onder meer zijn vriendin en werknemer kan volgens Allianz evenmin waarde worden gehecht, omdat deze ter wille van
Verzoeker zijn opgesteld. Allianz betwist dat de door Verzoeker gestelde ongevalgerelateerde klachten tot beperkingen hebben geleid. De verklaring die Verzoeker aan zijn advocaat heeft afgelegd, te weten dat hij ten gevolge van de klachten acht dagen arbeidsongeschikt zou zijn geweest. strookt volgens Allianz niet met de stelling dat mevrouw Werknemer 2 (hierna: Werknemer 2) zou zijn aangesteld ten gevolge van de aanrijding. De arbeidsovereenkomst van Werknemer 2 is pas op 1 juni 2019 ingegaan. Door Allianz worden voorts vraagtekens geplaatst bij de door Verzoeker gestelde toedracht en de (omvang van de) door hem geclaimde schade aan de Mercedes. Volgens Allianz is een deelgeschilprocedure niet bedoeld voor het verhaal van blikschade, zodat Verzoeker in zijn verzoeken niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De procedure is volgens Allianz volstrekt onnodig en onterecht ingesteld.

5.4.
De rechtbank stelt voorop dat Verzoeker zijn verzoek heeft gebaseerd op de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade. Indien een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel, kan op grond van artikel 1019w lid 1 Rv de rechter worden verzocht te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Het verzoek wordt afgewezen voor zover de verzochte beslissing zich naar het oordeel van de rechtbank niet leent voor behandeling in deel geschil.

5.5.
Tussen partijen is in geschil of Verzoeker letsel heeft opgelopen ten gevolge van de aanrijding. Onder verwijzing naar het rapport van OAN heeft Allianz gemotiveerd betwist dat de door Verzoeker gestelde nek- en rugklachten het gevolg (kunnen) zijn van de aanrijding tussen Verzoeker en Verweerder. In het rapport wordt onder meer geconcludeerd dat de botsing mede gezien het gebrek aan intensiteit geleidelijk ofwel schampend zal zijn verlopen. Een abrupte stuurbeweging van de Mercedes naar links kan volgens het rapport niet uit de schade aan de Mercedes worden afgeleid. De rechtbank is met Allianz van oordeel dat uit deze bevindingen in beginsel niet volgt dat partijen dermate hard tegen elkaar zijn gebotst dat aannemelijk is dat Verzoeker de door hem gestelde (persisterende) nek- en rugklachten ten gevolge van de aanrijding heeft opgelopen. Verzoeker heeft de juistheid van de bevindingen in het rapport van OAN naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weerlegd. Uit de door Verzoeker overgelegde brief van de huisarts blijkt weliswaar dat Verzoeker heeft verklaard dat hij op 31 maart 2019 een auto ongeluk heeft gehad en nadien een paar dagen rugpijn heeft gehad, maar uit de brief van de huisarts volgt niet dat Verzoeker de huisarts vlak na het ongeval heeft bezocht. Blijkens de brief heeft Verzoeker de huisarts pas op 20 juni 2019 bezocht naar aanleiding van het ongeval op 31 rnaart 2019, zodat hieruit niet zonder meer kan worden afgeleid dat de op dat moment (2,5 maand later) geconstateerde rugklachten daadwerkelijk het gevolg van de aanrijding zijn geweest, mede gelet op de bevindingen in het rapport van OAN. Dit betekent dat evenmin aannemelijk is geworden dat de verwijzing naar de fysiotherapeut het gevolg van ongevalregelateerde klachten is geweest, nog daargelaten dat er geen medische stukken van de fysiotherapeut in het geding zijn gebracht. Uit de brief van de huisarts kan evenmin worden afgeleid dat de klachten persisteren, zoals Verzoeker betoogt. De huisarts heeft geen aanvullend onderzoek verricht en ziet daar blijkens de brief ook geen aanleiding toe. Ook de schriftelijke verklaringen van Getuige 1. Vriendin en Werknemer leveren geen bewijs op van het bestaan van een causaal verband tussen het ongeval en de door Verzoeker ervaren klachten. Uit die schriftelijke verklaringen volgt evenmin dat een arts de gestelde fysieke klachten vlak na het ongeval heeft vastgesteld. Indien en voor zover Verzoeker met de schriftelijke verklaringen wenst te betogen dat hij psychische klachten ervaart ten gevolge van het ongeval, zijn deze klachten evenmin door een huisarts of andere arts vastgesteld. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Verzoeker zijn stelling dat hij ten gevolge van de aanrijding op 31 maart 2019 letsel heeft opgelopen onvoldoende adequaat heeft onderbouwd.

5.6.
Nu het gestelde letsel onvoldoende is onderbouwd, zal de rechtbank de gevorderde vergoeding van de daaruit voortvloeiende materiële en immateriële schade door Allianz afwijzen. Voor zover het verzoek van Verzoeker betrekking heeft op de veroordeling van Allianz tot vergoeding van materiële schade aan het voertuig, zal de rechtbank Verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek, omdat de onderhavige procedure bedoeld is voor het bevorderen van overeenstemming in geschillen over letselschade en niet voor vergoeding van enkel voertuigschade. Ten aanzien van de gevorderde schade aan het voertuig is de rechtbank bovendien van oordeel dat Allianz terecht vraagtekens heeft geplaatst bij de toedracht van het ongeval, met name de bestaande onduidelijkheid over de snelheid waarmee Verzoeker heeft gereden en de rapporten van de schade-expert van Allianz en OAN, waaruit volgt dat Verzoeker niet alleen schade ten gevolge van de aanrijding heeft ingediend, maar ook oude schade heeft opgevoerd. Deze onduidelijkheden dragen niet bij aan de overtuiging dat sprake is van schade waaraan Allianz moet bijdragen, gelet op de mogelijkheid van verval van rechten van de zijde van Verzoeker indien hij zijn schade bewust omvangrijker heeft gepresenteerd dan in werkelijkheid het geval is geweest.

Kosten deelgeschil

5.7.
Ten aanzien van het verzoek om de kosten aan de zijde van Verzoeker te begroten en toe te wijzen overweegt de rechtbank als volgt. De wet bepaalt in art. 1019aa lid 1 Rv dat de rechter de kosten van de procedure moet begroten, ook als het verzoek wordt afgewezen. Dit is alleen anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat laatstgenoemde situatie zich voordoet. Een medisch dossier ontbreekt, zodat de afwijzing van het verzoek daarmee zo voor de hand lag dat Verzoeker zich van indiening van het verzoek had dienen te onthouden. Indien en voorzover Verzoeker wenst te betogen dat het opvragen van een medisch dossier geld kost, zodat het opstarten van de onderhavige procedure noodzakelijk was, kan de rechtbank dit argument niet plaatsen gelet op de met het opstalten van een procedure gepaard gaande kosten. De kosten van dit deelgeschil komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

6.
Beslissing

De rechtbank:

6.1.
verklaart Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek jegens Verweerder en in zijn verzoek om Allianz te veroordelen tot betaling van de materiële schade ad € 8.849,09 inclusief 21% BTW,

6.2.
wijst de overige verzoeken van Verzoeker af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2020.

Met dank aan de heer mr. A. de Hoogh, advocaat, KBS Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze:www.letselschademagazine.nl/2020/RBNNE-210920


Deze website maakt gebruik van cookies