Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 290520

RBROT 290520

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBROT-290520

Vonnis


RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/589590 / KG ZA 20-29

Vonnis in kort geding van 29 mei 2020

in de zaak van

Eiser,
wonende te Drachten,
eiser,
advocaat mr. L.H. Poortman-de Boer te Groningen,

tegen

de naamloze vennootschap naar buitenlands recht
ALLIANZ BENELUX N.V.,
handelend onder de naam Allianz Nederland Schadeverzekering,
gevestigd te Brussel en mede kantoorhoudende te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. A.N.L. de Hoogh te Utrecht.

Partijen worden hierna eiser en Allianz genoemd.

1.
De procedure

1.1.
Vanwege de coronacrisis is de behandeling van deze zaak tijdelijk aangehouden.
Vervolgens heeft de voorzieningenrechter termijnen voor het indienen van stukken en een telefoonconferentie bepaald.

1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 februari 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord van 8 mei 2020, met producties;
- de pleitnota van eiser, tevens inhoudende een wijziging van eis;
- de pleitnota van Allianz,
- de telefonische conferentie van 15 mei 2020 om 13.00 uur.

1.3 .
Vonnis is bepaald op heden.

2.
De feiten

2.1.
Eiser is betrokken geweest bij drie ongevallen die hebben plaatsgevonden op 13 oktober 2014, 28 november 2016 en op 7 september 2017.

2.2.
Bij het eerste ongeval op 13 oktober 2014 is eiser stilstaand in zijn auto, van achteren aangereden door een door Allianz verzekerd voertuig, met een snelheid van circa 60 kilometer per uur. Allianz heeft aansprakelijkheid erkend en de schade aan het voertuig van eiser van € 4.060,00 vergoed.

2.3.
Ten tijde van het eerste ongeval was eiser 32 jaar oud en in dienst bij de Koninklijke Landmacht als Instructeur Landmacht, in de rang van Sergeant. Zijn functie vereiste ( extreme) fysieke inspaning.

2.4.
Na het ongeval op 13 oktober 2014 ontwikkelde eiser pijnklachten in de nek, hals en rug, en ook hoofdpijnklachten, misselijkheid, concentratieproblemen, stemmingswisselingen en vermoeidheidsklachten. De eerste anderhalve maand na het ongeval was eiser volledig arbeidsongeschikt. Op 24 november 2014 heeft eiser zijn werkzaamheden weer hervat.

2.5.
Op 28 april 2015 heeft er een huisbezoek plaatsgevonden in aanwezigheid van Allianz. Dit huisbezoek heeft geleid tot een (concept-) expertiserapport van de dor Allianz ingeschakelde expert van 18 mei 2015. Hierin staat zover van belang het volgende:
Chronologische beschrijving van de gevolgde medische behandelingen.
( ... )
3 Dagen na het ongeval heeft een chauffeur van defensie betrokkene opgehaald. Hij heeft daarop het gezondheidscentrum op de kazerne bezocht. De arts heeft gevoeld en constateerde een verhoogde spanning op de spieren. Betrokkene kreeg naproxen en diclofenac voorgeschreven en hij werd doorverwezen naar het Wilhelmina Ziekenhuis voor beeldvormend onderzoek. Afwijkingen werden niet geconstateerd.

Betrokkene kwam onder behandeling van de fysiotherapeut (Frank) op de kazerne. Dit had echter geen resultaat. De pijn bleef onverminderd aanwezig. Vanaf februari 2015 is hij onder behandeling van de manueel therapeut. Deze constateerde dat alles vast zat. Door middel van kraken werd getracht de spieren soepel te maken. Dit met een goed resultaat. De spieren zijn soepeler. De middelste nekwervel blijft echter pijnlijk. De therapeut heeft aangegeven dat de kleine spieren nog aan het herstellen zijn. Dit heeft tijd nodig.

Op 9 maart 2015 heeft er nogmaals beeldvormend onderzoek plaatsgevonden door de orthopeed in het CMH. Ook bij dit onderzoek werden geen afwijkingen gevonden.

Geplande behandelingen.

Betrokkene wordt nog iedere week behandeld door manueel therapeut ( ... ). Het gaat al veel beter als kort na het ongeval, maar er is nog wel sprake van klachten. Er wordt nu gewerkt aan het toenemen van de belastbaarheid. Dit door middel van oefeningen bij de therapeut en thuis.
( ... )

De prognose is dat de klachten na circa 8 weken vrijwel geheel zullen zijn verdwenen. ( ... )

Voorschotbetaling

Ik adviseer u een voorschot onder algemene titel van E 1.000,00 betaalbaar te stellen. Op het smartengeld adviseer ik een voorschot van E 500.00.
( ... )
"

2.6.
Op 29 mei 2015 ontving eiser van Allianz een voorschot van E 1.000,00 onder algemene titel en E 500,00 ter zake van smartengeld.

2.7.
Bij e-mailbericht van 26 november 2015 heeft mr. Poortman-de Boer, namens eiser, aan Allianz bericht dat de klachten van eiser nog altijd vergelijkbaar waren met de klachten ten tijde van het huisbezoek in apri1 2015. Allianz heeft hierop nadere medische informatie opgevraagd bij eiser. Deze gegevens zijn in december 2015 door de medisch adviseur van Allianz ontvangen, wat heeft geresulteerd in het medisch advies van 16 januari 2016. In dit advies staat voor zover van belang het volgende:
"( ... )
De tot op heden ontvangen medische informatie beschrijft reactieve spierpijnklachten van het ons regarderend ongeval zonder objectiveerbaar traumatisch letsel.
( ... )
Gezien de impact van het ongeval zijn tijdelijke klachten en beperkingen aannemelijk Deze kunnen vervelend zijn en beperkingen geven ten aanzien van lang zitten, staan en lopen, zoals betrokkene had ervaren, en ten aanzien van zwaar fysieke werkzaamheden.
In het algemeen plegen dergelijke klachten te verdwijnen binnen enkele weken, hooguit enkele maanden. Op basis van de tot op heden ontvangen informatie verwacht ik geen blijvende functionele invaliditeit dan wel beperkingen gezien het ontbreken van objectiveerbaar traumatisch letsel ( ... ). Een toekomstrisico dan wel verslechtering is niet aan de orde.

2.8.
Bij brief van 4 februari 2016 heeft Allianz naar aanleiding van het medisch advies aan mr. Poortman-de Boer een voorstel voor afwikkeling van de zaak gedaan. Dat heeft niet tot een regeling geleid.

2.9.
Op 28 november 2016 is eiser opnieuw slachtoffer geworden van een ongeval.
Hij was bijrijder in een auto die is aangereden door een door Univé verzekerd voertuig.
Aansluitend aan het ongeval ervoer eiser klachten en heeft hij zich ziek gemeld.

2.10.
Allianz is op 5 december 2016 ingelicht over het tweede ongeluk van eiser.

2.11.
De aansprakelijkheid voor het tweede ongeval is door Univé erkend. Met Univé is overeengekomen dat Allianz als regelend verzekeraar optreedt.

2.12.
Op 6 februari 2017 heeft er in aanwezigheid van Allianz opnieuw een huisbezoek plaatsgevonden bij eiser. Dit heeft geresulteerd in een expertiserapport van 20 februari 2017. In dit rapport is voor zover van belang het volgende opgenomen:
"( ... )
Medische informatie
Betrokkene was nog herstellende van het ons regarderende ongeval van 13 oktober 2014. Hij had als gevolg van de behandeling van sportarts grote vooruitgang geboekt. Door het ongeval van 28 november 2016 zijn de klachten weer helemaal terug en zelfs heviger dan na het eerste ongeval.

Van belang is het medisch dossier te completeren en trachten een duidelijke scheidslijn te creëren tussen voor en na 28 november 2016.
( ... )

Arbeidsdeskundige informatie
( ... )
Besproken is een arbeidsdeskundige in te schakelen om de belasting en belastbaarheid duidelijk in kaart te brengen. Bovendien kan de arbeidsdeskundige het resultaat van het MDT kort volgen en toetsen in de praktijk. Een concept vraagstelling voor Mens en Werk voeg ik bij dit rapport.
( ... )

Voorschotbetaling
( ... )
Gelet op de bovengenoemde schadeposten adviseer ik een aanvullend voorschot van E 2.500,00 betaalbaar te stellen
.

( ... )

2.13.
De intake van de arbeidsdeskundige heeft plaatsvonden op 28 augustus 2017.
Eiser ervoer op dat moment, ondanks langdurige revalidatietrajecten, nog veel klachten. Op 6 september 2017 rapporteerde de bedrijfsarts dat hij de re-integratie van eiser zou uitbreiden van een dagdeel naar twee dagdelen per week in licht fysieke/administratieve werkzaamheden.

2.14.
Op 7 september 2017 is eiser opnieuw een ongeval overkomen. Dit was een eenzijdig ongeval waarbij eiser op zijn motor door een flauwe bocht reed, onderuit gleed en tegen een paal van een verkeersbord aankwam. Eiser liep bij dit ongeluk twee ribfracturen, meerdere gekneusde ribben en een klaplong op. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en mocht na vier dagen weer naar huis. Allianz is op 11 september 2017 geïnformeerd over het derde ongeval.

2.15.
Op 3 oktober 2017 bracht de medisch adviseur van eiser ook een advies uit. De medisch adviseur was op dat moment nog niet bekend met het derde ongeval. In haar rapport schrijft zij onder meer dat eiser als gevolg van het eerste ongeluk klachten heeft ontwikkeld die passend zijn bij een Whiplash Associated Disorder en dat ten gevolge van het tweede ongeluk er opnieuw een whiplashletsel is ontstaan bovenop nog bestaande klachten van het eerste ongeval. De medisch adviseur schrijft dat zij verwacht dat de kans groot is dat eiser blijvende medische beperkingen zal houden, zowel voor het werk als in de privé situatie.

2.16.
Eiser heeft het medisch advies van 3 oktober 2017 op 31 oktober 2017 aan Allianz verstuurd met bewijsstukken voor een nadere onderbouwing van de schadestaat.
Daarbij is aangegeven dat de ontwikkelingen op medisch en arbeidsdeskundig gebied moesten worden afgewacht tot begin 2018.

2.17.
Bij brief van 12 februari 2018 bericht Allianz voor zover van belang het volgende aan mr. Poortman-de Boer:
"( ... )
Vanaf september 2017 wacht ik op een medische onderbouwing van de klachten en beperkingen. Ik wil laten beoordelen of het causaal verband is verbroken door het motorongeval van september 2017. Voor zover ik het kan overzien, het enige ongeval met objectiveerbaar traumatisch letsel als gevolg.

Het uitblijven van deze onderbouwing komt de behandeling van deze zaak niet ten goede. Met andere woorden, u vindt mij niet bereid een aanvullend voorschot met een positief advies aan de opdrachtgever voor te leggen. ( ... )
Ik verwacht uw maximale inspanningen om Medas op korte termijn in het bezit te stellen van de medische beloopinformatie. met een bevestiging aan mij. Verdere vertraging hierin kan niet ten laste van mijn opdrachtgever worden gebracht.
( ... ) 
"

2.18.
De medisch adviseur van eiser heeft op 19 maart 2018 een medisch advies uitgebracht waarin met betrekking tot het derde ongeval is opgenomen dat eiser na vier dagen in het ziekenhuis in goede conditie naar huis is gegaan en dat uit de informatie van de bedrijfsarts kan worden opgemaakt dat de klachten van eiser van het laatste ongeval zijn verdwenen. In het advies is ook opgenomen dat eiser bezig is met re-integratie, dat hij vier dagdelen per week werkt en dat dit de komende periode verder wordt opgebouwd. Het medisch advies is op 9 april 2018 aan Allianz gestuurd.

2.19.
Allianz heeft op 3 mei 2018 een bedrag van E 7.500,00 aan buitengerechtelijke kosten bevoorschot. Aanvullend heeft Allianz een bedrag van E 2.500,00 bevoorschot en uitbetaald aan eiser.

2.20.
Bij brief van 29 juni 2018 heeft Allianz het medisch advies van haar medisch adviseur van 22 mei 2018 aan eiser toegestuurd en zich op het standpunt gesteld dat Allianz ten aanzien van het tweede ongeval aan haar verplichtingen heeft voldaan. Allianz heeft eiser verzocht in contact te treden met Univé over de verdere afwikkeling van de schade.

2.21.
Op 20 september 2018 heeft eiser aan AlIianz en aan Univé verzocht om mee te werken aan het traject van medische expertise. In december 2018 heeft Allianz gevraagd om een huisbezoek, in aanwezigheid van Univé. Dit huisbezoek heeft niet plaatsgevonden.

2.22.
Bij beslissing van 6 december 2018 is aan eiser per 1 december 2018 een WIA- uitkering toegekend op basis van 36,02% arbeidsongeschiktheid.

2.23.
Bij e-mailbericht van 21 maart 2019 van Allianz aan eiser bericht dat blijkens de ingewonnen medische adviezen er als gevolg van het eerste en het tweede ongeval geen structureel letsel is aangetoond en dat er geen beperkingen kunnen worden aangenomen.
Allianz heeft daarbij aangegeven dat zij reeds E 11.500,00 aan eiser heeft uitgekeerd als zijnde en voorschot, exclusief de voertuigschade, en dat er voor E 10.962,13 aan buitengerechtelijke kosten zijn vergoed. Allianz heeft daarbij meegedeeld dat op korte termijn een huisbezoek moet worden ingepland waarbij ook een schaderegelaar van Univé aanwezig moet zijn. Ook toen heeft geen huisbezoek plaatsgevonden.

2.24.
Op 28 maart 2019 heeft mr. Poortman-de Boer aan Allianz bericht dat zij zich genoodzaakt ziet haar werkzaamheden voor eiser op te schorten als de buitengerechtelijke kosten niet worden voldaan door Allianz. Daarbij werd een kortgedingprocedure aangekondigd.

2.25.
Bij e-mailbericht van 6 april 2019 heeft Allianz, voor zover van belang, het volgende aan mr. Poortman-de Boer bericht:
"De planning was dat u; een schaderegelaar van Univé ( ... ) en ik gezamenlijk een bezoek zouden brengen aan uw cliënt en aansluitend bij u op kantoor dan wel bij Univé in Assen de verdere gang van zaken hierin met elkaar zouden gaan bespreken.

U weigert een gezamenlijk bezoek en kondigt een kort geding aan terzake uw BGK, wat overigens een gewone schadepost is en waarop u dus aanvullende betaling wenst.

( ... )

Dezerzijds bestaat er nog immer de intentie om deze kwestie in minnelijk overleg tot een afwikkeling te brengen maar u begrijpt naar ik aanneem, met het oog op openstaande, dat de mogelijk hooggespannen verwachtingen die daaromtrent wellicht worden gekoesterd niet volledig bewaarheid zullen gaan worden.

Een gezamenlijk bezoek met de schaderegelaar van Univé aan uw cliënt is door u op dit moment afgewezen.
Wat mij betreft is het ook niet echt meer noodzakelijk.

Ik stel nogmaals voor dat de schaderegelaar van Univé en ik met u op korte termijn een afspraak maken bij u op kantoor teneinde deze kwestie tot een definitieve regeling te brengen.

( ... )"

3.
Het geschil

3.1.
Eiser vordert na wijziging van eis, om AIIianz bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:
1. om binnen 14 dagen na dit vonnis aan eiser een bedrag van € 10.000,00, zijnde een voorschot onder algemene titel, te voldoen;
2. om binnen 14 dagen na dit vonnis aan eiser tegen bewijs van kwijting de buitengerechtelijke kosten van € 12.512,28, vermeerderd met de wettelijke rente, te voldoen;
3. om binnen 14 dagen na dit vonnis aan eiser een bedrag van € 10.000,00, zijnde een voorschot voor de in deze te verrichten expertise(s) en bijkomende werkzaamheden, zoals die van rechtsbijstand, te voldoen;
4. om binnen 14 dagen na dit vonnis aan eiser de (integrale) kosten van dit geding van € 9.071,96, te voldoen, en - voor het geval voldoening binnen genoemde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede de nakosten.

3.2.
Eiser legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. Op basis van het medisch dossier staat voldoende vast dat bij eiser ten gevolge van het eerste en het tweede ongeval blijvende (whiplash)klachten en beperkingen zijn ontstaan. Ten gevolge hiervan heeft eiser schade geleden welke in ieder geval tot het derde ongeval moet worden vergoed. Bij het derde ongeval heeft eiser andersoortig letsel opgelopen dan bij de eerste twee ongevallen en hij is daarvan volledig hersteld. Het derde ongeval doorbreekt dan ook niet het causaal verband. De door eiser geleden schade bedraagt E 21.936,10, waarvan door Allianz reeds aan € 11.500,00 aan voorschotten heeft voldaan. Allianz weigert verdere betaling van voorschotten aan eiser en blijft ook achter met de betaling van de buitengerechtelijke kosten. Laatstgenoemde kosten zijn naar hun omvang redelijk en de verrichtte werkzaamheden waren redelijkerwijs noodzakelijk. Allianz heeft ook nooit eerder bezwaar gemaakt tegen de opgevoerde gemaakte kosten. Eiser heeft voldaan aan zijn verplichtingen en de benodigde medische informatie overgelegd, waardoor Allianz gehouden is om tot betaling over te gaan. Eiser heeft een spoedeisend belang bij het gevorderde. Van hem kan niet worden verlangd dat hij een bodemprocedure afwacht. Eiser blijft verstoken van adequate bevoorschotting van zijn schade, waaronder de kosten van rechtsbijstand. Eiser wil een medische expertise opstarten om duidelijkheid te krijgen over de gevolgen van de drie ongelukken, maar zonder betaling van de openstaande buitengerechtelijke kosten door Allianz is dat onmogelijk.

3.3.
Allianz concludeert tot niet-ontvankelijkheid van eiser, dan wel tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van eiser in de proceskosten. Allianz voert daartoe aan dat niet gebleken is dat eiser ten gevolge van het eerste en het tweede ongeval kampt met klachten en beperkingen die leiden tot schade. Eiser heeft ten gevolge van de eerste twee ongevallen geen objectiveerbaar traumatisch letsel opgelopen. Bij het derde ongeval heeft eiser wel objectiveerbaar letsel opgelopen. Dat ongeval heeft de causaliteit echter doorbroken. Door Allianz is reeds € 11.500,00 aan eiser uitgekeerd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem geleden schade in de buurt komt van dit bedrag, laat staan dat zijn schade dit bedrag overstijgt. Tot een verdere voorschotbetaling is Allianz daarom niet gehouden. Allianz heeft daarnaast € 10.969,13 inzake buitengerechtelijke kosten aan eiser voldaan. Dat zij nog een extra bedrag van € 12.512,28 verschuldigd is aan buitengerechtelijke kosten wordt door Allianz betwist. Alleen de werkzaamheden die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs noodzakelijk waren en waarvan de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn, komen voor vergoeding in aanmerking. Eiser heeft bovendien geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Door eiser is niet gesteld of aangetoond dat hij afhankelijk is van de betaling van een voorschot op de schadevergoeding dan wel op de buitengerechtelijke kosten. Dat eiser zonder voldoening van de aanvullende buitengerechtelijke kosten verstoken zou zijn van rechtsbijstand is niet aannemelijk.

3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.
De beoordeling

4.1.
Eiser vordert van Allianz een nader voorschot op de aan hem in verband met de ongevallen uit te keren schadevergoeding en een voorschot voor de in deze te verrichten expertise is) en bijkomende werkzaamheden, zoals die van rechtsbijstand alsmede betaling van de buitengerechtelijke kosten. De gevorderde voorziening strekt derhalve tot betaling van een geldsom. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. Zo zal niet alleen moeten worden onderzocht of het bestaan van de vordering in kwestie voldoende aannemelijk is - wat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen - maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede dient te betrekken de vraag naar het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

Ten aanzien van de eerste vordering

4.2.
Eiser vordert dat Allianz aan hem een bedrag van E 10.000,00, zijnde een voorschot onder algemene titel, voldoet. Deze vordering kan alleen worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat Allianz aansprakelijk is voor de door eiser gestelde schade en dat deze schade hoger is dan het tot op heden door Allianz uitgekeerde voorschot van E 11.500,00. De discussie tussen partijen spitst zich met name toe op het causaal verband tussen de ongevallen, de klachten en de schade.

4.3.
Allianz heeft gemotiveerd betwist dat eiser (alle) door hem gestelde klachten heeft en dat deze klachten het gevolg zouden kunnen zijn van de eerste twee ongevallen. Zij heeft hierbij onder meer gewezen op de het ontbreken van objectivering van de klachten van eiser. Een medische aantoonbare oorzaak van de door eiser gestelde klachten ontbreekt vooralsnog, waardoor niet kan worden vastgesteld of de vermeende klachten en gestelde beperkingen daadwerkelijk door de twee ongevallen zijn ontstaan of mogelijk door andere oorzaken. Bovendien heeft het derde ongeval, waarbij eiser wel objectiveerbaar letsel heeft opgelopen, de causaliteit mogelijk doorbroken. Daarnaast betwist Allianz dat de gestelde klachten leiden tot schade zoals huishoudelijk hulpbehoefte en verlies van arbeidsvermogen zoals door eiser gesteld. Allianz heeft daarnaast de hoogte van verschillende opgevoerde schadeposten gemotiveerd betwist.

4.4.
Hoewel de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de door eiser ervaren klachten, is het tot op heden niet zonder meer aannemelijk dat deze klachten uitsluitend te herleiden zijn tot de eerste twee ongevallen. Uit de medische adviezen van beide partijen kan vooralsnog in onvoldoende mate worden vastgesteld of en welke klachten door welk ongeval zijn veroorzaakt en of de causaliteit wellicht doorbroken is door het derde ongeval. In de gegeven omstandigheden ligt een op gezamenlijk verzoek of een door de rechtbank gelast deskundigenonderzoek voor de hand. Voorts is de door eiser opgevoerde schade door Allianz uitvoerig en tot in detail betwist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stelt Allianz terecht vragen bij de door eiser opgevoerde schadeposten en het gestelde spoedeisend belang bij de vorderingen. In het licht van de uitvoerige betwisting door Allianz heeft eiser de door hem geleden schade, maar ook zijn spoedeisend belang, onvoldoende onderbouwd. Niet gesteld of gebleken is dat eiser voor zijn dagelijkse levensonderhoud afhankelijk is van de betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Dat hij in acute financiële moeilijkheden raakt ingeval het voorschot niet op korte termijn wordt betaald is evenmin gebleken. Dit alles leidt ertoe dat de vordering wordt afgewezen.

Ten aanzien van de tweede vordering

4.5.
Eiser vordert dat Allianz tegen bewijs van kwijting de buitengerechtelijke kosten van E 12.512,28 aan eiser voldoet. Tussen partijen is niet in geschil dat Allianz tot op heden een bedrag van E 10.969,13 heeft voldaan. Tussenpartijen is evenmin in geschil dat de buitengerechtelijke kosten slechts voor vergoeding in aanmerking komen als wordt voldaan aan de eisen neergelegd in artikel 6:96 lid 2 BW. Dit artikel behelst de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets. Bij die toets wordt beoordeeld of de uitgevoerde werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren en of de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Alle omstandigheden van het geval worden bij die beoordeling betrokken. Het is aan degene die de schade stelt te hebben geleden, in dit geval aan eiser, om alle relevante omstandigheden gemotiveerd te stellen.

4.6.
Allianz heeft aangevoerd dat de door eiser gevorderde buitengerechtelijke incassokosten de dubbele redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan. Allianz heeft gesteld dat er door mr. Poortman-de Boer onnodig veel correspondentie is gevoerd, zowel met Allianz als met eiser. Allianz maakt daarnaast bezwaar tegen het gehanteerde uurtarief van E 262,00 dat inclusief 7% kantoorkosten en exclusief BTW is. Eiser heeft niet onderbouwd wat de noodzaak van de kantoorkosten is. Dat geldt te meer nu de communicatie tussen Allianz en mr. Poortman-de Boer volledig via de e-mail heeft plaatsgevonden en deze wijze van correspondentie geen (extra) kosten met zich kan hebben gebracht. Ook het gehanteerde uurtarief van E 245,00 acht Allianz bovenmatig. Allianz merkt in dit kader op dat niet voor alle uren het specialistentarief van E 245,00 kan worden gehanteerd, nu mr. Poortman-de Boer veruit de meeste werkzaamheden heeft laten verrichten door haar paralegal. Om voor een paralegal een specialistentarief te rekenen is niet redelijk. Allianz meent voorts dat voor het verrichten van sommige werkzaamheden bovenmatig veel tijd is gerekend.

4.7.
Allianz heeft de vordering naar het oordeel van de voorzieningenrechter gemotiveerd en gespecificeerd bestreden. Het had op de weg van eiser gelegen om zijn vordering nader te onderbouwen. De enkele stelling dat de omvang van de werkzaamheden noodzakelijk en redelijk waren en dat Allianz niet eerder haar bezwaren kenbaar heeft gemaakt, kan niet leiden tot toewijzing van de vordering (in kort geding). Dat voor de vergoeding van buitengerechtelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid niet is vereist dat uiteindelijk komt vast te staan dat er schade is geleden, zoals eiser stelt, doet daar niets aan af. Onvoldoende aannemelijk is dat eiser zonder de betaling van de buitengerechtelijke kosten verstookt raakt van adequate rechtsbijstand. De bevoorschotting van de buitengerechtelijke kosten door Allianz zijn immers reeds in 2017 gestaakt, maar eiser wordt nog altijd door mr. Poortman-de Boer en haar paralegal bijgestaan.

Ten aanzien van de derde vordering

4.8.
Eiser vordert dat Allianz een bedrag van E 10.000,00 aan eiser voldoet als zijnde een voorschot voor de te verrichten expertise(s) en bijkomende werkzaamheden. De voorzieningenrechter begrijpt de vordering van eiser zo dat bedoeld is om te vorderen dat
Allianz de toekomstige kosten van een medische expertise voldoet. Hoewel partijen sinds september 2017 discussie hebben over de causaliteit en zij het over de noodzaak van een deskundig onderzoek in beginsel eens zijn, is dit nog altijd niet in gang gezet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is een deskundigenonderzoek noodzakelijk om de huidige impasse te doorbreken. Ter zitting heeft Allianz kenbaar gemaakt dat zij wil meewerken aan een medische expertise en, zo begrijpt de voorzieningenrechter, de kosten daarvan wil vergoeden, maar dat zij eerst meer medische gegevens nodig heeft waaronder medische informatie over de twee jaar voorafgaand aan het eerste ongeval. Hoewel Allianz niet eerder om deze gegevens heeft gevraagd acht de voorzieningenrechter dit niet onredelijk. Partijen wordt in overweging gegeven de definitieve regeling van de schade voortvarend ter hand te nemen en spoedig afspraken te maken over het aanstellen van een deskundige, al dan niet buiten rechte. Een veroordeling tot betaling van de (nog onduidelijke) kosten van bedoelde expertise lijkt daarvoor in de gegeven situatie niet nodig.

Ten aanzien van de proceskosten

4.9.
Eiser vordert om Allianz te veroordelen in de (integrale) kosten van dit geding van € 9.071,96. Nu eiser de in het ongelijk gestelde partij is, bestaat er geen grond om Allianz in de door eiser werkelijke gemaakte kosten te veroordelen. Bovendien is voor de vergoeding van de volledige proceskosten slechts ruimte indien sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is in dit geval geen sprake. De voorzieningenrechter ziet echter wel aanleiding om de proceskosten te compenseren. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat Allianz niet eerder haar bezwaren ten aanzien van de door eiser opgevoerde buitengerechtelijke kosten kenbaar heeft gemaakt en pas voor het eerst tijdens de zitting heeft aangegeven over de medische geschiedenis van eiser twee jaar voorafgaand aan het eerst ongeval te willen beschikken om de causaliteit nader te kunnen onderzoeken. De proceskosten worden daarom gecompenseerd zoals in het dictum vermeld.

5.
De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.
wijst de vorderingen af,

5.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBROT-290520