Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Middelburg 090311 ongeval tijdens strandzeilen uitbesteed aan hulporganisatie

Rb Middelburg 090311 ongeval tijdens strandzeilen uitbesteed aan hulporganisatie
De verdere beoordeling

Bij genoemd tussenvonnis is Edudelta toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat zij het strandzeilen heeft uitbesteed aan een ervaren en professionele (Belgische) federatie (LAZEF), die gediplomeerde instructeurs had en van waaruit professioneel toezicht en begeleiding werd gegeven. Edudelta heeft als getuigen doen horen, [A.] en [B.], respectievelijk als teamleider en als leerkracht bij haar werkzaam. [eiseres] heeft van het doen horen van getuigen in tegenverhoor afgezien. Bij haar akte heeft Edudelta nog een nader bewijsstuk overgelegd.

2.2. [A.] heeft verklaard dat hij – nadat was besloten dat op het programma van het uitje van de derde klassen van De Vliedberg op 6 juni 2002 strandzeilen zou staan – op zoek is gegaan naar een organisatie die dat zou kunnen verzorgen. Daartoe heeft hij internet geraadpleegd en vond hij de site van organisatie LAZEF, die een strandzeilschool in De Panne exploiteerde. Hij heeft van die site een uitdraai gemaakt. Op de site stond aangegeven dat de zeilschool gebruik maakte van gediplomeerde instructeurs, opgeleid door BLOSO (ondersteund door de Vlaamse overheid). Naar papieren heeft [A.] vervolgens niet gevraagd. Vervolgens was er op 6 juni 2002 een instructeur ter plaatse in De Panne aanwezig. Die instructeur gaf instructie, in de visie van [A.] op een heldere en duidelijke wijze en met kennis van zaken sprekend. [A.] verklaarde dat hij de organisatie professioneel vond. Bij haar akte heeft Edudelta nog overgelegd een afschrift van een gedeelte van een tekst met de kop “LAZEF Leren strandzeilen”, gelet op de voetnoot erop afkomstig van de site www.strandzeilen.be en uitgedraaid op 26 februari 2002. Edudelta stelt dat dit de uitdraai is waarover [A.] sprak. [eiseres] betwist dat; mede gelet op de genoemde datering van de uitdraai gaat de rechtbank er van uit dat het overgelegde stuk een kopie is van de tekst waarover [A.] verklaarde. De tekst bevat onder het kopje “b) lessen voor groepen, scholen en firma’s” onder meer de navolgende passage:

“Deze formule heeft zo’n succes dat men wel praktisch elk weekend en tal van winderige weekdagen van het jaar een groep zeilwagens over het strand ziet rijden (…).
Indien men met een groep is van minimum 6 personen dan kan een sportdag zeilwagenrijden aanvragen op een zelf gekozen datum (…). Deze initiatiedagen vinden plaats in De Panne en worden begeleid door een gediplomeerde Bloso-instructeur. (…)”

De Koster heeft verklaard dat hij van [A.] had gehoord dat deze met een Belgische instantie die standzeilen organiseerde, een contract had gesloten en dat bij het strandzeilen een instructeur ter plaatse aanwezig zou zijn. Zelf heeft hij met die organisatie geen contact gehad. Hij heeft vervolgens op 6 juni 2002 een instructeur aanwezig gezien. Uit de wijze waarop deze instructie gaf, uit het beschikbare materiaal en uit de omstandigheid dat een helm verplicht werd gesteld leidde Koster af dat de organisatie professioneel was.

2.3. Met de hiervoor weergegeven inhoud van de getuigenverklaringen en van het schriftelijke stuk – waartegen [eiseres], hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen tegenbewijs heeft geleverd – heeft Edudelta naar het oordeel van de rechtbank het gevraagde bewijs geleverd. Vast staat nu dat Edudelta het zeiluitje heeft uitbesteed aan de Belgische organisatie LAZEF, die toen op haar site had staan dat zij zeer geregeld strandzeilen organiseerde en dat bij haar geboekt strandzeilen werd begeleid door een gediplomeerde Bloso-instructeur. Edudelta mocht er in beginsel van uitgaan dat die mededelingen juist waren. Zoals uit de verklaringen blijkt bleek ter plaatse professioneel materiaal en een instructeur die op professionele wijze instrueerde, aanwezig (de verklaringen van de getuigen zijn op die punten onbetwist gebleven). Aldus staat ook feitelijk vast dat de organisatie waarmee Edudelta had gecontracteerd, een professionele organisatie was, die met gediplomeerde instructeurs werkte en deze op professionele wijze het strandzeilen liet begeleiden.

2.4. Zoals in het tussenvonnis van 7 juli 2010, onder 4.5, overwogen, betekent het vorenstaande niet dat Edudelta zonder meer niet aansprakelijk is voor alle door [eiseres] gestelde schade. Van belang is thans of – los van de wijze waarop LAZEF het strandzeilen begeleidde – docenten van Edudelta zelf jegens [eiseres] onrechtmatig hebben gehandeld en Edudelta aansprakelijk is voor de tengevolge van dat handelen door [eiseres] geleden schade. Zoals al in voormeld tussenvonnis overwogen, zal [eiseres] het door haar gestelde handelen van de docenten (voor zover dat gestelde handelen jegens haar onrechtmatig is) en de toedracht van het ongeval (voor zover die toedracht in onlosmakelijke samenhang met het gestelde onrechtmatige handelen van de docenten tot schade heeft geleid) dienen te bewijzen. Concreet betekent dat, dat zij bewijs zal dienen te leveren van haar stellingen:

a) dat zij van de instructeur een helm met een kapotte kinband had gekregen, dat zij dat tegen docenten van Edudelta, waaronder de docente, heeft gezegd en dat die docenten toen tegen haar hebben gezegd dat dat wel goed was, omdat er toch niets zou gebeuren, en

b) dat tijdens het ongeval de helm van haar hoofd is gestoten en zij vervolgens klappen van de giek heeft gekregen tegen haar nek en (ongehelmde) hoofd.

De rechtbank zal [eiseres] tot voornoemd bewijs toelaten en iedere verdere beslissing aanhouden. LJN BP8101

Deze website maakt gebruik van cookies