Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Zwolle 090211 botsing op glijbaan; geen onzorgvuldig handelen door geen toezicht te laten houden bij de glijbaan

Rb Zwolle 090211 botsing op glijbaan; geen onzorgvuldig handelen door geen toezicht te laten houden bij de glijbaan
2.1 Op 8 januari 2009 heeft zich tijdens de pauze op het schoolplein van basisschool [B] in [woonplaats] -welke school onderdeel uitmaakt van de overkoepelende stichting Stichting Openbaar Primair Onderwijs Deventer- een ongeval voorgedaan. Bij het naar beneden glijden van de daar aanwezige glijbaan is een kind uit groep 3, [C] genaamd, tegen de zich (volgens Openbaar Primair Onderwijs Deventer) onderaan voor dan wel (volgens [eiser] c.s.) onderaan op de glijbaan bevindende, toen 10-jarige [A] uit groep 6 gebotst. [A] is de dochter van [eiser] c.s.. [A] is door de botsing met haar gezicht op de rand van de glijbaan gevallen. Twee voortanden van [A] zijn daarbij beschadigd. [A] is meteen na de botsing onder tandheelkundige hulp gesteld. De tandarts heeft beide tanden gefixeerd.

2.2 Toen het ongeval zich voordeed hield er niemand toezicht bij de glijbaan.

3.  Het geschil
3.1. [eiser] c.s. hebben gevorderd -samengevat- de veroordeling van Openbaar Primair Onderwijs Deventer tot betaling van EUR 5.202,99, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Aan hun vordering hebben [eiser] c.s. ten grondslag gelegd, kort samengevat, dat Openbaar Primair Onderwijs Deventer primair uit hoofde van onrechtmatige daad en subsidiair uit hoofde van wanprestatie als bestuurder van [B] aansprakelijk is voor de door [A] ten gevolge van het ongeval geleden schade. Volgens [eiser] c.s. heeft [B] onvoldoende toezicht gehouden op hun aan haar toevertrouwde dochter. Volgens [eiser] c.s. had [B] een medewerker toezicht moeten laten houden bij de glijbaan. Deze medewerker had dan kunnen ingrijpen door [A] dan wel [C] te waarschuwen of tegen te houden. Een toezicht bij de glijbaan was volgens [eiser] c.s. te meer geboden gezien de barre weersomstandigheden op de dag van het ongeval. Volgens hen vroor het en was het spekglad. De schade bestaat uit materiële schade ten belope van in totaal EUR 202,99 en uit immateriële schade, waarvan het beloop begroot dient te worden op een bedrag van EUR 5.000,00, aldus [eiser] c.s..

3.3 Openbaar Primair Onderwijs Deventer heeft verweer gevoerd. Haar standpunt, voor zover relevant en summier samengevat, komt er op neer dat [B] voldoende toezicht heeft gehouden. Volgens haar was [B] niet verplicht tot het houden van toezicht bij de glijbaan ten tijde van het ongeval.

4.  De beoordeling
4.1. Voor wat betreft de primaire grondslag van de vordering stelt de rechtbank voorop dat op een basisschool, zoals [B], een bijzondere zorgplicht rust ten aanzien van de gezondheid en veiligheid van de kinderen, die aan haar zorg zijn toevertrouwd en onder haar toezicht staan. Die zorgplicht is echter niet onbegrensd. De maatschappelijke zorgvuldigheid vereist niet dat in zodanige mate toezicht wordt gehouden dat elke onregelmatigheid wordt opgemerkt. Zo is het dan ook algemeen aanvaard dat er zich ongevallen kunnen voordoen op een schoolplein.

4.2. De hoofdvraag is of [B] in zodanige mate tekort is geschoten in voormelde op haar rustende zorgplicht dat gezegd kan worden dat zij heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. In het bijzonder draait het om de vraag of [B] onzorgvuldig heeft gehandeld door geen toezicht te laten houden bij de glijbaan ten tijde van het ongeval. Naar het oordeel van die rechtbank dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3.
Een glijbaan is -net als een klimrek en een schommel- een vaak op schoolpleinen voorkomend speeltoestel met het gebruik waarvan kinderen in het algemeen goed vertrouwd zijn. Dat een glijbaan als zodanig gevaarzettend is, kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden volgehouden. Als dat zo zou zijn, dan zouden er zich geen glijbanen op schoolpleinen bevinden. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft van een basisschool in het algemeen dan ook niet te verwacht te worden dat zij specifiek toeziet op het gebruik van de op het schoolplein aanwezige glijbaan door de op dat plein spelende kinderen. Voorts zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken, die maken dat ten aanzien van de onderhavige glijbaan juist wél specifiek toezicht op het gebruik daarvan vereist was, hetgeen bijvoorbeeld het geval geweest zou kunnen als de onderhavige glijbaan uitzonderlijk groot of lang was.
Op grond van het vorenstaande worden [eiser] c.s. dan ook niet gevolgd in hun stelling dat er sprake was van onvoldoende toezicht, omdat [B] niemand toezicht heeft laten houden bij de glijbaan. De door [eiser] c.s. in dit verband gestelde barre weersomstandigheden en de door hen beweerde gladheid, maken dit niet anders. Niet alleen zijn de desbetreffende stellingen in het licht van de daartegen door Openbaar Primair Onderwijs Deventer gevoerde verweren onvoldoende komen vast te staan, het valt ook niet in te zien waarom [B] vanwege die beweerde gladheid en barre weersomstandigheden toezicht had moeten laten houden bij de onderhavige glijbaan. Het zijn ook niet die beweerde gladheid en de gestelde barre weersomstandigheden die het ongeval hebben veroorzaakt, maar het feit dat [C] van de glijbaan naar beneden gleed op het moment dat [A] zich onderaan op dan wel voor de glijbaan bevond.

4.4. Gelet op het vorenstaande is de vordering van [eiser] c.s., voor zover gebaseerd op de primaire grondslag van onrechtmatige daad, niet toewijsbaar.

4.5. De vordering van [eiser] c.s. is evenmin toewijsbaar op basis van de subsidiaire grondslag van wanprestatie. Dat er ten tijde van het ongeval een contractuele relatie tussen partijen bestond, is niet gesteld, laat staan dat is gesteld of gebleken dat daaruit een verplichting voortvloeit die strekte tot het houden van toezicht bij de onderhavige glijbaan ten tijde van het ongeval.

4.6. Reeds op grond van het vorenstaande zal de vordering worden afgewezen. De antwoorden op de vragen of het ongeval voorkomen had kunnen worden als het door [eiser] c.s. bepleite toezicht bij de glijbaan er wél was geweest en hoeveel schade er precies is geleden, waarover partijen eveneens hebben gedebatteerd, kunnen verder dan ook in het midden blijven. LJN BP8547

Deze website maakt gebruik van cookies