Overslaan en naar de inhoud gaan

RBOBR 150621 enkele verklaring eiser onvoldoende om val over trotoirband aan te nemen; niet voldaan aan stelplicht

RBOBR 150621 enkele verklaring eiser onvoldoende om val over trotoirband aan te nemen; niet voldaan aan stelplicht
- verzocht obv 28 x 265,00 + 21%, geen specificatie, begroot, niet toegewezen 6 x € 250 incl BTW = € 1500,00

2
Het verzoek en het verweer

2.1.
[verzoeker] verzoekt, kort samengevat, voor recht te verklaren dat de gemeente Helmond aansprakelijk is voor het [verzoeker] op 3 augustus 2018 overkomen ongeval en dus gehouden is om de door [verzoeker] geleden en/of nog te lijden schade te voldoen. [verzoeker] verzoekt daarnaast te bepalen dat de gemeente Helmond voorschotten van € 31.500,- en € 5.000,- aan hem dient te voldoen. Verder verzoekt [verzoeker] te bepalen dat de kosten van de procedure op grond van artikel 6:96 BW moeten worden vastgesteld en de gemeente Helmond te veroordelen in de kosten van de deelgeschilprocedure. Tot slot verzoekt [verzoeker] de rechtbank in goede justitie een beslissing te geven.

2.2.
[verzoeker] legt hieraan ten grondslag dat hij op 3 augustus 2018, ’s avonds in het donker, zwaar ten val is gekomen tijdens het uitlaten van zijn hond ter hoogte van de Zwanenbloemsingel 42A in Helmond. De val is veroorzaakt door een trottoirband die in verhouding veel te hoog is opgekomen door wortelgroei en ongeveer 4,5 centimeter boven het trottoir uitstak. Op grond van artikel 6:174 BW is de gemeente Helmond aansprakelijk als wegbeheerder voor schade die het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg of uitrusting. De op onrechtmatige wijze ontstane verhoging door geen dan wel gebrekkig onderhoud van de trottoirband, bedroeg tijdens het ongeval meer dan 3 centimeter. Het hoogteverschil is daarom als ernstig te beschouwen. Gemeente Helmond was op de hoogte van de situatie. Zij is tekortgeschoten in haar zorgplicht als wegbeheerder en heeft tegenover [verzoeker] verwijtbaar onrechtmatig gehandeld. Zij is daarom aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval, aldus [verzoeker] .

2.3.
De gemeente Helmond voert hiertegen verweer.

2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

3
De beoordeling

3.1.
Door de gemeente Helmond is primair betwist dat [verzoeker] op 3 augustus 2018 een ongeval is overkomen. Door [verzoeker] is geen enkel bewijs van de toedracht van het ongeval overgelegd. Er zijn geen getuigenverklaringen en er is ook geen medische informatie beschikbaar van de datum van het ongeval. Er is alleen een verklaring van [verzoeker] zelf en die verklaring is inconsistent. Verder moet worden geconstateerd dat de toedracht zoals deze door [verzoeker] wordt gesteld, niet aannemelijk is. Bij normaal gebruik van het trottoir komt men niet in de buurt van de trottoirband, die helemaal aan de zijkant ligt bij de overgang tussen het voetpad en openbaar groen. Niet duidelijk is of, waar en waardoor [verzoeker] ten val is gekomen. [verzoeker] voldoet dus niet aan zijn stelplicht en bewijslast, aldus de gemeente Helmond.

3.2.
De rechtbank volgt de gemeente Helmond in haar primaire betoog. De gemeente Helmond voert terecht aan dat er geen getuigenverklaringen, medische informatie dan wel ander bewijs is overgelegd door [verzoeker] . De enkele verklaring van [verzoeker] is, ongeacht of deze (in)consistent is, onvoldoende om van de juistheid daarvan uit te gaan. [verzoeker] heeft niet voldaan aan zijn stelplicht. Voor bewijslevering bestaat in deze procedure ook overigens geen ruimte.

De conclusie is dat de verzochte verklaring voor recht reeds om die reden niet kan worden gegeven. Voor een veroordeling tot voldoening van voorschotten ontbreekt eveneens een deugdelijke grondslag.

Aan de overige weren van de gemeente Helmond komt de rechtbank niet toe.

3.3.
Volgens artikel 1019aa lid 1 Rv dient de rechtbank de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt, te begroten, waarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking worden genomen. Hierbij geldt de dubbele redelijkheidstoets: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten moet redelijk zijn. Ook al wordt het verzoek van [verzoeker] afgewezen, dient begroting van de kosten toch plaats te vinden. Naar het oordeel van de rechtbank is namelijk niet gesteld of gebleken dat de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

3.4.
[verzoeker] heeft gesteld dat het uurtarief van zijn advocaat € 265,00 per uur, exclusief 21% btw bedraagt. De werkzaamheden zouden hebben bestaan uit het opstellen van het verzoekschrift, besprekingen, correspondentie en de mondelinge behandeling. In het verzoekschrift is toegezegd dat kort voor de mondelinge behandeling een kostenbegroting aan de rechtbank zal worden gestuurd.

Gemeente Helmond heeft bezwaar gemaakt tegen het gehanteerde uurtarief. De advocaat van [verzoeker] is namelijk niet gespecialiseerd in personenschade/letsel. De omvang van de besteedde tijd is niet gesteld. Gemeente Helmond heeft zich verder het recht voorbehouden om nader verweer te voeren op dit punt.

3.5.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] geen kostenbegroting in het geding heeft gebracht. De enkele stelling ter zitting dat er “voor alles tot en met de zitting” 28 uren zijn besteed, is onvoldoende. De rechtbank kan vaststellen dat de advocaat van verzoeker een verzoekschrift heeft opgesteld en de mondelinge behandeling heeft bijgewoond en zal hiervoor in totaal zes uur begroten. Het salaris wordt vastgesteld op € 250,00 per uur inclusief btw. De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil daarom op in totaal € 1.804,00, waarvan € 1.500,00 salaris advocaat en € 304,00 aan griffierecht.

3.6.
Nu het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen, zal zijn verzoek om de gemeente Helmond in de kosten te veroordelen eveneens worden afgewezen. De gemeente Helmond kan het begrote bedrag alleen verschuldigd worden als haar aansprakelijkheid alsnog (in rechte) vast komt te staan. ECLI:NL:RBOBR:2021:2871