Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Den Haag 010514 dienstongeval van agente met motorboot in 1994; civiele rechter bevoegd zolang bestuursrechter geen uitspraak heeft gedaan

Rb Den Haag 010514 dienstongeval van agente met motorboot in 1994; verzoek deelgeschil afgewezen omdat nader feitenonderzoek nodig is;
- civiele rechter bevoegd zolang bestuursrechter geen uitspraak heeft gedaan;
- kosten gevorderd obv 12,5 x € 300,00 + 21%, begroot obv € 245,00 + 21% btw; totaal € 3.979,63

4 De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.
De Politie heeft allereerst aangevoerd dat de burgerlijke rechter onbevoegd is kennis te nemen van het geschil. Uit de arresten Groninger/Raatgever (NJ 2000, 87 en 88) en Staat/Zevenbergen (NJ 2003, 617) volgt dat de weg naar de civiele rechter niet open staat als nog ten gronde over de aansprakelijkheid van de overheidswerkgever moet worden geoordeeld, zoals in casu het geval is. In dat geval is een beoordeling over de aansprakelijkheid voorbehouden aan de bestuursrechter. Aangezien [verzoekster] de bestuursrechtelijke rechtsgang niet (tijdig) heeft benut zijn de besluiten van de Politie onaantastbaar geworden. De burgerlijke rechter dient derhalve uit te gaan van de rechtmatigheid van de inhoud en de wijze van totstandkoming van deze besluiten, aldus de Politie. [verzoekster] betwist een en ander en meent dat de rechtbank wel bevoegd is van de onderhavige vordering kennis te nemen. Zij verwijst daartoe eveneens naar rechtspraak en naar het door haar overgelegde proces-verbaal van de bestuursrechtelijke zitting.

4.2.
De rechtbank acht zich bevoegd van het geschil kennis te nemen en overweegt daartoe als volgt. Vast staat dat door [verzoekster] de bestuursrechtelijke weg niet is vervolgd, nu zij de door haar gestarte procedure bij de bestuursrechter voordat er uitspraak is gewezen heeft ingetrokken. Daarmee staat voor haar de civiele weg nog open. Immers, bij arrest van 30 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BJ6020) heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak het ontvankelijkheidsverweer van de werkgever verworpen en geoordeeld dat een benadeelde werknemer/ambtenaar het recht heeft na afwijzing van aansprakelijkheid zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog geen oordeel over de gevorderde schadevergoeding heeft gegeven. De omstandigheid dat het in die zaak aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6:170 BW betrof doet hier niet aan af. De rechtbank tekent nog aan dat de bestuursrechter blijkens het proces-verbaal van de zitting van 2008 eveneens de in het arrest genoemde mening was toegedaan en de intrekking van de vordering is ingegeven door de betreffende uitlatingen van de bestuursrechter.

4.3.
Aangezien het ontvankelijkheidsverweer van de Politie geen doel treft, zal worden overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

ECLI:NL:RBDHA:2014:7010

Deze website maakt gebruik van cookies