Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBDHA 200519 BGK Mr's X & V € 24.059,85 en € 29.707,09, in feite incassogeschil; niet ontvankelijk en afgewezen; € 350,00 + 10% excl BTW onaanvaardbaar hoog

RBDHA 200519 BGK Mr's X & V € 24.059,85 en € 29.707,09, in feite incassogeschil; niet ontvankelijk en afgewezen; € 350,00 + 10% excl BTW onaanvaardbaar hoog
- kosten niet begroot; deelgeschil deels niet-ontvankelijk, en volstrekt onnodig

De feiten

2.1.
[verzoeker] is de weduwnaar van wijlen mevrouw [A]. Zij is op [datum] 2015 overleden, als gevolg van opgetreden complicaties na een buikoperatie die heeft plaatsgevonden op 10 juli 2015. De operatie is uitgevoerd in het [het Ziekenhuis] te [plaats] (verder: het ziekenhuis) door chirurg [de chirurg], waarna mevrouw [A] dezelfde dag naar huis is gestuurd. Na heropname op 11 juli 2015 via de spoedeisende hulp, is nog diezelfde dag een tweede buikoperatie verricht, waarbij vocht en stolsels in de buik werden geconstateerd en de buik werd leeggezogen. De volgende ochtend werd een ernstige sepsis vastgesteld. Uiteindelijk is besloten de behandeling te staken, waarna mevrouw [A] in de middag is overleden.

2.2.
[verzoeker] heeft op 9 september 2015 een gesprek gehad met vertegenwoordigers van het ziekenhuis omdat hij vragen had over de behandeling. Op 19 april 2016 heeft nog een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en een vertegenwoordiging van het ziekenhuis, waaronder de directievoorzitter en de voorzitter van de interne onderzoekscommissie. Van dat gesprek is een verslag gemaakt, waarin staat vermeld dat door de interne onderzoekscommissie van het ziekenhuis een analyse is gemaakt van de gang van zaken rondom het overlijden van mevrouw [A]. Dat heeft geleid tot aanbevelingen en een plan van aanpak, die door zijn gezonden naar de inspectie voor de gezondheidszorg. De aanbevelingen zien op het pijnstillingsprotocol, het ontslag van de patiënt en de patiëntenfolder.

2.3.
[verzoeker] heeft in mei 2016 MisterClaim ingeschakeld. Zijn eerste belangenbehartiger, de heer mr. [X] die werkzaam is bij MisterClaim, heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade van [verzoeker] als gevolg van het overlijden van mevrouw [A]. Tevens is een klachtprocedure bij het ziekenhuis gevoerd. Een deel van de klachten is gegrond verklaard.

2.4.
Centramed heeft, als beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, in samenspraak met mr. [X] een medisch specialistisch deskundigenrapport laten opstellen door professor dr. [de professor 1]. Bij rapport van 8 april 2018 heeft [de professor 1] zijn bevindingen aan partijen kenbaar gemaakt. De deskundige oordeelt dat de diagnostiek, de interpretatie van de bevindingen en het besluit tot heroperatie op 11 juli 2015 correct zijn uitgevoerd. Ook de operatie zelf op 10 juli 2015 voldeed naar zijn mening aan de professionele standaard. Professor [de professor 2], intensivist-klinisch farmacoloog, heeft op verzoek van [de professor 1] gerapporteerd over de intensive care-fase van de behandeling. Hij concludeert dat de patiënte binnen 6 uur na presentatie is geopereerd, wat een redelijke termijn lijkt gegeven de ernst van de situatie. Het vochtbeleid acht hij een te lage inschatting van de noodzakelijke vochttoediening, maar de antibioticabehandeling is tijdig en juist geweest. Voorts plaatst hij enkele vraagtekens bij het beleid ten aanzien van de ernstige sepsis in de vroege fase. [de professor 1] heeft de conclusies van [de professor 2] in zijn eigen rapportage verwerkt. De kosten van de deskundigen zijn betaald door Centramed.

2.5.
Het ziekenhuis heeft na kennisname van het definitieve deskundigenrapport van [de professor 1] geweigerd aansprakelijkheid te erkennen, nu naar haar mening de deskundigenrapportage geen beroepsfout aantoont. Niettemin heeft het ziekenhuis zich, bij monde van haar verzekeraar Centramed, bereid verklaard in verband met de ernst van de zaak coulancehalve aan [verzoeker], zonder erkenning van aansprakelijkheid, een bedrag van € 15.000 te betalen ter beëindiging van het geschil.

2.6.
De door partijen vervolgens op 12/13 december 2018 getekende vaststellingsovereenkomst vermeldt voor zover van belang het navolgende:

In aanmerking nemende:

( ... )

dat tussen Centramed en de echtgenoot verschil van mening bestaat omtrent de omvang van de schade en omtrent de vraag of en, zo ja, in hoeverre het [het Ziekenhuis] voor de schade aansprakelijk is;

dat Centramed en de echtgenoot het tussen hen bestaande geschil door middel van een vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 e.v. BW willen beëindigen en derhalve de rechtstoestand vaststellen zoals hierna is omschreven;

Komen als volgt overeen:

Artikel 1. Centramed betaalt ( ... ) aan de echtgenoot een bedrag van € 15.000,--.

( ... )

Artikel 2. Betrokkene verklaart door ondertekening van deze akte afstand te doen van alle aanspraken welke hij ter zake van het hierboven bedoelde voorval jegens Centramed, het [het Ziekenhuis] en eventuele andere aansprakelijke partijen mocht hebben en/of verkrijgen, hoezeer deze aanspraken ook mochten voortvloeien uit feiten, oorzaken en omstandigheden welke ten tijde van het ondertekenen van deze akte niet bekend waren of bekend konden zijn. Geen afstand wordt gedaan op de aanspraken die de echtgenoot jegens Centramed en/of het [het Ziekenhuis] heeft ter zake van de ex artikel 6:96 lid 2 b en c voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand.

2.7.
Centramed heeft nadien - eveneens coulancehalve - buiten rechte een bedrag van € 7.500 aangeboden aan [verzoeker] als tegemoetkoming in de kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand. De huidige belangenbehartiger van [verzoeker], mr. Voorvaart, die sinds juni 2018 bij de zaak betrokken is, heeft laten weten niet akkoord te gaan met betaling van voormeld bedrag nu de buitengerechtelijke kosten van hem en mr. [X] volgens hem vele malen hoger zijn.

2.8.
[verzoeker] heeft tot op heden aan MisterClaim, die op no cure no pay basis werkt, een bedrag van € 1.241,46 aan medisch advieskosten betaald en heeft voorts een declaratie ontvangen van € 500. Aan mr. Voorvaart heeft [verzoeker] inmiddels een bedrag van € 17.427,94 betaald voor diens werkzaamheden.

Het geschil

3.1.
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):

te verklaren voor recht dat Centramed de volgende buitengerechtelijke kosten dient te voldoen:
- de buitengerechtelijke kosten voor MisterClaim ad € 24.059,85;
- de buitengerechtelijke kosten voor mr. Voorvaart ad € 29.707,09 inclusief griffierecht;

vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na beschikking.

3.2.
[verzoeker] voert daartoe aan dat hij aanspraak kan maken op vergoeding van volledige buitengerechtelijke kosten, nu er een schadevergoeding is uitgekeerd. Dat duidt erop dat het ziekenhuis en/of Centramed “in ieder geval een zekere mate van schuld erkent”, die noopt tot vergoeding van de volledige buitengerechtelijke kosten, aldus [verzoeker]. Centramed heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

De beoordeling

Behandeling van het geschil in een deelgeschilprocedure

4.1.
Ter beoordeling staat in de eerste plaats of [verzoeker] ontvankelijk is in zijn verzoek en zo ja, of het verzoek zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure als bedoeld in artikel 1019w-1019cc Rv, zoals [verzoeker] stelt en Centramed betwist.

4.2.
Vaststaat dat dit verzoek uitsluitend de buitengerechtelijke kosten (BGK) betreft. Het meest verstrekkende verweer van Centramed is, dat [verzoeker] niet ontvankelijk is in zijn verzoek, nu hij (een deel van) de BGK-vordering heeft overgedragen aan mr. [X] via cessie. Ter zitting is door mr. Voorvaart erkend dat de claim ter zake door mr. [X] gemaakte buitengerechtelijke kosten door [verzoeker] is gecedeerd aan mr. [X]. Mr. Voorvaart heeft echter betoogd dat de claim voor zover die betrekking heeft op zijn eigen buitengerechtelijke kosten niet is gecedeerd, zodat [verzoeker] in zoverre in ieder geval ontvankelijk is. Bovendien is het volgens mr. Voorvaart praktisch om alle buitengerechtelijke kosten in één procedure te beoordelen in plaats van een gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid uit te spreken en slechts een oordeel te geven over zijn kosten.

4.3.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van de gedane erkenning vaststaat dat een deel van de onderhavige BGK-vordering is gecedeerd aan mr. [X]. Derhalve heeft Centramed zich terecht beroepen op niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn verzoek voor dit deel. [verzoeker] is wel ontvankelijk ten aanzien van de BGK-vordering uit hoofde van de werkzaamheden van mr. Voorvaart, nu gesteld noch gebleken is dat dit deel van de vordering door [verzoeker] is gecedeerd.

4.4.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of het verzoek, voor zover het ziet op de buitengerechtelijke kosten betreffende mr. Voorvaart, geschikt is om in deelgeschil te worden behandeld. Op zich kan de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten in beginsel onderwerp zijn van beoordeling in een deelgeschil. Voorwaarde daarvoor is wel dat een oordeel over die buitengerechtelijke kosten kan bijdragen aan het tot stand komen van een minnelijke regeling tussen verzoeker en verweerder. In dit geval is daar geen sprake van. Vaststaat immers dat tussen [verzoeker] en Centramed al een minnelijke regeling is gesloten, waarbij slechts de buitengerechtelijke kosten zijn uitgezonderd. De vraag of en zo ja in hoeverre buitengerechtelijke kosten dienen te worden vergoed, is dus het enige resterende geschilpunt. Daarmee is feitelijk sprake van een incassogeschil. Daarvoor is de deelgeschilprocedure niet bedoeld, zeker niet, nu vast staat dat het verzoek slechts deels ontvankelijk is en de kosten van mr. [X] dus buiten beschouwing moeten blijven, terwijl een goede beoordeling van buitengerechtelijke kosten een integrale beoordeling van alle gemaakte kosten vergt.

4.5.
Los van het voorgaande heeft te gelden dat in dit geval door Centramed (namens het ziekenhuis) geen aansprakelijkheid is erkend, zodat om die reden voor een veroordeling tot enige vergoeding van buitengerechtelijke kosten in dit deelgeschil geen plaats is. Daaraan doet, anders dan [verzoeker] meent, niet af dat Centramed/het ziekenhuis uit coulance overwegingen bereid is gebleken een regeling met [verzoeker] te treffen. Slechts in geval aansprakelijkheid is erkend, dan wel door de rechtbank is vastgesteld, kan een veroordeling tot betaling in deelgeschil worden uitgesproken. De rechtbank ziet in de onderhavige zaak echter geen aanleiding te oordelen dat van aansprakelijkheid moet worden uitgegaan; de overgelegde deskundigenrapportage biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.

4.6.
De rechtbank wijst er ten overvloede nog op dat een claim betreffende buitengerechtelijke kosten in voorkomend geval steeds moet worden beoordeeld met inachtneming van de dubbele redelijkheidstoets. Centramed heeft gemotiveerd betwist dat de gemaakte kosten die toets kunnen doorstaan; zij acht de gemaakte kosten bovenmatig, hetgeen de rechtbank in het licht van de feiten alleszins begrijpelijk acht. Zo heeft Centramed er op gewezen dat de kosten van MisterClaim en mr. Voorvaart gezamenlijk maar liefst € 55.000 bedragen, terwijl de kosten van de deskundigen uitsluitend door Centramed zijn betaald. Veel van de gemaakte kosten houden voorts blijkens de specificaties verband met correspondentie tussen de verschillende belangenbehartigers van [verzoeker], en vaak gaat het over de buitengerechtelijke kosten. Voor het onderhavige verzoekschrift, dat uitsluitend op incasso van die buitengerechtelijke kosten ziet, wordt door mr. Voorvaart zelfs ruim 55 uur gerekend. Voorts blijkt uit de overgelegde specificaties dat mr. [X] een uurtarief van € 350 exclusief btw hanteert, (terwijl hij geen advocaat is), vermeerderd met een opslag van 10% kantoorkosten, hetgeen zelfs voor een letselschadeadvocaat onaanvaardbaar hoog wordt geacht. De rechtbank kan het oordeel van Centramed dat de buitengerechtelijke kosten bij een inhoudelijke beoordeling nimmer de dubbele redelijkheidstoets zullen kunnen doorstaan dan ook zonder meer billijken.

4.7.
De slotsom is dat [verzoeker] niet ontvankelijk is in zijn verzoek voor zover het de kosten van mr. [X] betreft en dat het verzoek voor het overige wordt afgewezen. Centramed is niet gehouden tot enige betaling van buitengerechtelijke kosten. Haar ter zitting herhaalde aanbod om [verzoeker] coulancehalve toch een bedrag van € 7.500 als bijdrage in diens (totale) buitengerechtelijke kosten te betalen, moet onder de gegeven omstandigheden als onverplicht en dus alleszins redelijk worden aangemerkt.

4.8.
De rechtbank ziet tot slot geen aanleiding tot begroting van de kosten van dit deelgeschil. Nog daargelaten dat [verzoeker] deels niet ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek, is het verzoek voor het overige naar het oordeel van de rechtbank in het licht van het vorenstaande volstrekt onnodig ingediend. ECLI:NL:RBDHA:2019:12912

Deze website maakt gebruik van cookies