Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Zeeland-West-Brabant 150316 onvoldoende bewijs in deelgeschil tzv inkomenssituatie zonder ongeval; voorlichting AD-er nodig

Rb Zeeland-West-Brabant 150316 onvoldoende bewijs in deelgeschil tzv inkomenssituatie zonder ongeval; voorlichting AD-er nodig, maar niet in deelgeschil;
- kosten gevorderd obv 22,8 x € 220,00 excl. BTW en kantoorkosten; toegewezen obv € 180,00, excl. BTW en kantoorkosten, in totaal € 2.000,00 + griffierecht

2 Het geschil 

2.1.
[VERZOEKER] verzoekt, na wijziging van zijn verzoek ter gelegenheid van de mondelinge behandeling: 
a. te verklaren voor recht dat [VERZOEKER] genoegzaam heeft aangetoond dat hij, het ongeval weggedacht, in dienst had kunnen treden van Kya tegen een hoger salaris dan hij nu verdient en dat [VERZOEKER] niet verplicht kan worden om de nadere door ASR gevraagde informatie zoals omschreven in de verzoekschrift, aan te leveren; 
b. ASR te veroordelen om de onderhandelingen met [VERZOEKER] weer op te pakken en tezamen met [VERZOEKER] over te gaan tot regeling van de door [VERZOEKER] geleden letselschade, inclusief de schade ter zake het verlies van arbeidsvermogen van [VERZOEKER], en wel op basis van de voorliggende stukken in het dossier; 
c. ASR te veroordelen tot betaling van de door [VERZOEKER] gemaakte buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv ten bedrage van € 8.649,85, te vermeerderen met wettelijke rente. 

2.2. 
ASR voert verweer.

2.3. 
Op de stellingen van partijen wordt hierna ingegaan voor zover deze van belang zijn.

3. De beoordeling 

3.1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1. Op 25 augustus 2009 heeft in Middelburg een verkeersongeval plaatsgevonden waarbij de door de heer X bestuurde auto op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en in botsing is gekomen met de auto van [VERZOEKER]. 
2. De auto van [VERZOEKER] is bij het ongeval beschadigd geraakt. [VERZOEKER] heeft als gevolg van het ongeval letsel opgelopen, waarvoor hij tot 10 september 2009 in het ziekenhuis heeft gelegen. 
3. De aansprakelijkheid waartoe de personenauto in het verkeer aanleiding kan geven, was krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen verzekerd bij ASR.
4. ASR heeft de aansprakelijkheid van haar verzekerde voor het ontstaan van het ongeval erkend en zich bereid verklaard om de door [VERZOEKER] geleden schade als gevolg van het ongeval te vergoeden.
5. [VERZOEKER] heeft van september 2008 tot december 2008 via een uitzendbureau als betonboorder gewerkt bij Kya Betonboringen (hierna: Kya) in Terneuzen, waarna hij aansluitend op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 8 juni 2009 bij Kya in dienst is geweest in dezelfde functie. Na werkloos te zijn geweest in de periode van 8 juni 2009 tot 20 juli 2009, was [VERZOEKER] ten tijde van het ongeval via een uitzendbureau als stratenmaker werkzaam bij De Kraay in Vlissingen. 
6. [VERZOEKER] heeft zich laten omscholen en is thans werkzaam in de gehandicaptenzorg bij Stichting De Tragel, sinds 1 juli 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsduur bedraagt 28 uur per week tegen een salaris van circa € 1.359,59 netto per maand. 

3.2.
[VERZOEKER] stelt dat hij door middel van de door hem aan ASR verstrekte informatie genoegzaam heeft aangetoond dat hij, het ongeval weggedacht, bij Kya in (vaste) dienst zou zijn getreden tegen een hoger salaris dan hij nu verdient. Hij verwijst naar de zowel schriftelijk (via e-mails/brieven d.d. 22 oktober 2009, 1 december 2009, 1 juli 2011 en 29 juli 2015) als mondeling (op 13 september 2011, zoals weergegeven in het gespreksverslag van de schaderegelaar) door de heer [DIRECTEUR], directeur van Kya, hierna: [DIRECTEUR], afgelegde verklaringen. Daarnaast stelt hij dat [DIRECTEUR] hem vlak na het ongeval telefonisch heeft benaderd met de vraag of hij weer voor Kya wilde komen werken. [VERZOEKER] stelt dat gelet op alle informatie die hij al aan ASR heeft verstrekt, niet van hem kan worden verwacht dat hij de nadere stukken zoals door ASR verzocht aanlevert. 

3.3.
ASR betwist dat [VERZOEKER] in de hypothetische situatie zonder ongeval in (vaste) dienst zou zijn getreden bij Kya tegen een hoger salaris dan hij nu verdient. Volgens ASR kan aan de hand van de verklaringen van [DIRECTEUR] niet worden vastgesteld hoe de markt voor bettonboringen zich heeft ontwikkeld en per wanneer Kya haar personeelsbestand gelet op die ontwikkelingen heeft uitgebreid. Verder blijkt volgens ASR niet uit die verklaringen of Kya [VERZOEKER] al dan niet via een uitzendbureau tewerk zou hebben willen stellen en, indienzij [VERZOEKER] een contract zou hebben aangeboden, of dit een contract voor onbepaalde tijd zou zijn geweest. Daarnaast is onvoldoende duidelijk welk salaris [VERZOEKER]] bij Kya zou hebben verdiend, aldus ASR. Volgens ASR is het gelet op de gunstige vooruitzichten die [VERZOEKER] had bij De Kraay en de zekerheid die dit bedrijf [VERZOEKER] kon bieden aannemelijk dat [VERZOEKER] - in de hypothetische (... onleesbaar op www.deelgeschilleninfo.nl, maar vermoedelijk: 'situatie zonder ongeval werkzaam zou zijn geweest bij De Kraay.', red. LSA-LSM)

3.4. 
De rechtbank overweegt dat zij het onder a geformuleerde verzoek aldus verstaat dat voor recht wordt verklaard dat [VERZOEKER] genoegzaam heeft aangetoond dat hij, het ongeval weggedacht, in dienst zou zijn getreden bij Kya tegen een hoger salaris dan hij nu verdient. Er bestaat geen verplichting voor [VERZOEKER]] tot bewijslevering en dit is tussen partijen ook niet in geschil. Het deel van het verzoek dat ziet op die verplichting wordt buiten beschouwing gelaten.

3.5. 
De vraag of een door een ongeval getroffene als gevolg van het ongeval arbeidsvermogensschade heeft geleden, moet worden beantwoord door vergelijking van de feitelijke inkomenssituatie na het ongeval met de hypothetische situatie bij wegdenken van het ongeval. Bij zo'n vergelijking komt het aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent de hypothetische ontwikkelingen.

3.6. 
Aan een benadeelde die blijvende letselschade heeft opgelopen, mogen geen strenge eisen worden gesteld met betrekking tot het te leveren bewijs van (schade wegens het derven van) de inkomsten uit arbeid die de benadeelde zou hebben genoten in de hypothetische situatie dat het ongeval niet zou hebben plaatsgehad; het is immers de aansprakelijke veroorzaker van het ongeval die de benadeelde de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen omtrent hetgeen in die hypothetische situatie zou zijn gebeurd.

3.7 
ASR heeft de stelling van [VERZOEKER] dat hij, het ongeval weggedacht, in dienst zou zijn getreden bij Kya tegen een hoger salaris dan dat wat hij nu verdient, voldoende gemotiveerd betwist, zodat ingevolge de hoofdregel van 150 Rv op [VERZOEKER] de bewijslast rust van zijn stelling dat hij in de situatie zonder ongeval waarschijnlijk bij Kya in vaste dienst zou zijn getreden en daar meer zou hebben verdiend dan hij thans verdient. Dit bewijs kan niet voorshands worden ontleend aan de door [VERZOEKER] overgelegde stukken. Gelet op de aard van het geschil, heeft de rechtbank zowel ten aanzien van de gestelde indiensttreding als de hoogte van het salaris behoefte aan deskundige voorlichting door een arbeidsdeskundige.

3.8. 
De deelgeschilprocedure strekt ertoe - kort gezegd - partijen in staat te stellen om de onderhandelingen die op een bepaald punt waren vastgelopen, met de beslissing van de rechter op dat punt op korte termijn te hervatten. De deelgeschilprocedure is niet bedoeld voor uitvoerige en langdurige bewijsvoering. Nu die bewijsvoering wel noodzakelijk is, zal het verzoek worden afgewezen omdat een beslissing op dit punt in onvoldoende mate bijdraagt aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst (art. 1019z BW).

3.9. 
Overigens is ter zitting aan de orde gekomen dat voornoemde bewijsvoering mogelijk achterwege kan blijven en het geschil (eenvoudig) kan worden opgelost door voor de situatie zonder ongeval uit te gaan van het inkomen dat [VERZOEKER] zou hebben gegenereerd als hij bij De Kraay in dienst zou zijn getreden (hetgeen ASR aannemelijk acht). 
[VERZOEKER]] heeft ter zitting meegedeeld dat het salaris dat hij bij De Kraay zou hebben verdiend ongeveer hetzelfde is als dat wat hij bij Kya zou hebben gegenereerd.

3.10. 
Gelet op het voorgaande dient het verzoek onder b eveneens te worden afgewezen. 
Er bestaat overigens geen grond voor toewijzing van een verzoek tot het onderhandelen en "regelen" van een zaak buiten rechte.

3.11. 
Wat het verzoek onder c betreft, overweegt de rechtbank dat een deel van de door [VERZOEKER]] genoemde advocaatkosten betrekking heeft op niet nader toegelichte werkzaamheden voorafgaande aan het concipiëren van het verzoekschrift'en een ander deel op onderhandelingen die partijen buiten rechte naar aanleiding van het door [VERZOEKER]] bij de rechtbank ingediende verzoekschrift hebben gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat dergelijke kosten niet zijn aan te merken als 'kosten bij de behandeling van het verzoek' als bedoeld in artike ll019aa lid 1 Rv. Juist omdat deze kosten in verband met de begroting daarvan onderscheiden dienen te worden van andere kosten als bedoeld in artikel 6:96 BW, ligt het voor de hand om de 'kosten bij de behandeling van het verzoek' enigszins strikt uit te leggen en deze te beperken tot kosten die daadwerkelijk verband houden met het voeren van de procedure. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de kosten voorafgaande aan het concipiëren van het verzoekschrift en op de hiervoor genoemde onderhandelingen, dient het dus te worden afgewezen. Dit laat onverlet dat dergelijke kosten wel als buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

3.12. 
Met inachtneming van het voorgaande stelt [VERZOEKER]], voor zover dit is af te leiden uit de overgelegde specificatie, dat zijn advocaat 22,8 uren heeft besteed aan de behandeling van het deelgeschil tegen een uurtarief van € 220,00 exclusief BTW en kantoorkosten. Bij de begroting van de kosten die in verband met het deelgeschil zijn gemaakt, dient de rechter de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets te hanteren: het dient redelijk te zijn dat deze kosten zijn gemaakt en de hoogte van deze kosten dient eveneens redelijk te zijn. ASR heeft aangevoerd dat het gestelde aantal aan de zaak bestede uren en het opgevoerde uurtarief bovenmatig en niet redelijk zijn.

3.13. 
De rechtbank neemt bij de beoordeling van de redelijkheid van de kosten de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking: 
- ASR heeft onweersproken gesteld - en dit blijkt ook uit de overgelegde specificaties - dat de onderhandelingen over de schadevergoeding (mede) zijn gevoerd door een andere advocaat (een kantoorgenoot van mr. Quispel) dan die welke de werkzaamheden in verband met de deelgeschilprocedure heeft uitgevoerd. De rechtbank gaat ervan uit dat de procedure meer tijd heeft gekost dan redelijkerwijs nodig was geweest indien de werkzaamheden door één advocaat zouden zijn verricht. 
- Tegenover de betwisting van de redelijkheid van het gehanteerde uurtarief, heeft de advocaat van [VERZOEKER] desgevraagd niet meer of anders aangevoerd dan dat hij aspirant-lid van de Vereniging LSA is en dat hij zich heeft aangemeld voor de Grotius specialisatiecursus letselschade. Daarmee is niet duidelijk over welke (op de behandeling van personenschadezaken gerichte) kennis en ervaring mr. Quispel beschikt die het gehanteerde uurtarief rechtvaardigen. Mede gelet op de ingewikkeldheid van de zaak, zal de rechtbank uitgaan van een uurtarief van € 180,00, exclusief BTW en kantoorkosten. 
- In de specificatie is vermeld dat drie uren besteed zijn aan reistijd en een uur aan 'overige werkzaamheden'. Namens [VERZOEKER] is niet toegelicht waarom gedurende de reis naar de rechtbank: de zaak niet kon worden voorbereid, terwijl die voorbereiding tevens in rekening is gebracht. De 'overige werkzaamheden' zijn verder niet gespecificeerd of toegelicht. Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden zal de rechtbank: de met de behandeling van het verzoek gemoeide redelijke kosten begroten op € 2.000,00 aan advocaatkosten (inclusief kantoorkosten en BTW) en € 285,00 aan griffierecht. ASR zal veroordeeld worden tot betaling van deze kosten, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is. www.wetdeelgeschillen.info