Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Amsterdam 080915 het relativiteitsvereiste staat in de weg aan verhaal op ex-partner wegens veroorzaken verkeersongeval

Rb Amsterdam 080915 het relativiteitsvereiste staat in de weg aan verhaal op ex-partner wegens veroorzaken verkeersongeval

1.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zij hebben acht jaar samengewoond tot september [jaar] . Zij hebben een dochter die is geboren in [jaar] en tijdens de samenleving van partijen woonde bij hen een zoon uit een eerdere relatie van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] .

1.2.
Tijdens de relatie is medio 2004 een auto met het [kenteken] aangeschaft, waarbij partijen elk een eigen auto hebben ingeruild. De auto is op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld.

1.3.
Op 1 november 2009 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als bestuurder van de auto een ongeval gehad. Ten tijde van het ongeval verkeerde [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder invloed van alcohol. Door het ongeval is schade ontstaan aan de auto. De herstelkosten zijn vastgesteld op € 6.700,- en de dagwaarde van de auto was € 1.550,-.

1.4.
Op 11 december 2009 is een vervangende auto gekocht, waarvoor € 3.850,- is betaald. Deze auto is eveneens op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld. Na het uit elkaar gaan van partijen is deze auto in het bezit van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gebleven en op 10 december 2012 op naam van een derde gesteld.

1.5.
Tijdens de samenleving verdiende [eiser in conventie, verweerster in reconventie] een inkomen van ongeveer € 1.100,- netto per maand en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ongeveer € 1.800,- netto per maand.

Standpunten van partijen

2.
[eiser in conventie, verweerster in reconventie] vordert in conventie:

- voor recht te verklaren dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aansprakelijk is voor de door [eiser in conventie, verweerster in reconventie] geleden schade als gevolg van het ongeval; 
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling van primair € 3.850,- en subsidiair € 1.550,-;
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen in de proceskosten.

3. 
Zij stelt daartoe – kort gezegd – dat de auto waarin [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 1 november 2009 reed haar eigendom was. De auto stond op haar naam en zij heeft vrijwel alle kosten van de auto betaald. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft inbreuk gemaakt op haar eigendomsrecht door aan de auto schade toe te brengen. Hij verkeerde onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank dat dit zijn rijvaardigheid verminderde en dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was. [eiser in conventie, verweerster in reconventie] had weliswaar aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toestemming gegeven om haar auto te gebruiken, maar alleen op normale wijze en niet onder invloed van alcohol . [eiser in conventie, verweerster in reconventie] was genoodzaakt om een vervangende auto te kopen, omdat de herstelschade hoger was dan de dagwaarde van de auto. Daarom vordert zij als schadevergoeding de aanschafwaarde van de vervangende auto, althans de dagwaarde van de beschadigde auto.

4.
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert daartegen – samengevat – aan dat beide partijen als eigenaar van de auto moeten worden beschouwd. Hij wijst erop dat de auto weliswaar op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] stond, maar dat beide partijen een auto hebben ingeruild voor de aanschaf van de auto, dat zijn financiële inbreng in de gemeenschappelijke huishouding van partijen tijdens hun samenleving hoger is geweest dan die van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] en dat hij aan doorlopende kosten meer heeft betaald voor de auto dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . Verder voert hij aan dat [eiser in conventie, verweerster in reconventie] niet genoodzaakt was om een vervangende auto aan te schaffen en dat hij in de kosten van die auto meer heeft bijgedragen dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wijst er tot slot op dat partijen tijdens hun samenleving een financiële lotsverbondenheid hadden, die in de weg staat aan zijn aansprakelijkstelling.

5. 
In reconventie vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [eiser in conventie, verweerster in reconventie]

(...)

Beoordeling

In conventie

7. 
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 1 november 2009 door deel te nemen aan het verkeer terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde, gevaarzettend en onrechtmatig gehandeld. Het is echter de vraag of hij jegens [eiser in conventie, verweerster in reconventie] aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade aan de auto. Artikel 6:163 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.

8. 
De in dit geval door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geschonden norm, dat automobilisten niet aan het verkeer mogen deelnemen indien zij (te veel) onder invloed zijn van alcohol, strekt ertoe dat er geen ongevallen worden veroorzaakt waardoor overige verkeersdeelnemers in gevaar kunnen worden gebracht en – al dan niet ernstige – schade aan andermans eigendommen kan worden toegebracht. Voor deze zaak is van belang om te onderzoeken tot welke schade de beoogde bescherming van andermans eigendommen zich uitstrekt.

9. 
Tussen partijen is allereerst in geschil of de auto aan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] toebehoorde, zoals zij stelt, of aan beide partijen, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanvoert. Partijen hebben de auto bij aanschaf mede gefinancierd door inruil van hun beider vorige auto’s. Hoe de auto voor het overige is gefinancierd, is onduidelijk gebleven. Geen van partijen heeft de (over en weer betwiste) stellingen daarover voldoende onderbouwd. De auto is op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld. Een tenaamstelling op twee personen is niet mogelijk. Beide partijen hebben ruim vijf jaar gebruik gemaakt van de auto en bijgedragen aan de doorlopende kosten van de auto. Niet is gesteld of gebleken dat partijen op enig moment hebben afgesproken aan wie de auto toebehoort. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had hij de auto nodig voor het verwerven van inkomsten, terwijl dat voor [eiser in conventie, verweerster in reconventie] niet gold. Dit is niet weersproken. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de auto geacht moet worden tot de gemeenschappelijke huishouding van partijen te hebben behoord. Daarom wordt het ervoor gehouden dat de auto aan beide partijen voor de helft toebehoorde.

10. 
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft dus door het ongeval schade toegebracht aan de auto die aan hem en [eiser in conventie, verweerster in reconventie] in mede-eigendom toebehoorde. Beide partijen hebben de auto jarenlang gebruikt. Dit gebruik brengt altijd een zeker risico op verkeersongevallen mee, welk risico partijen tijdens hun samenleving hebben aanvaard. Zij hebben na het ongeval een vervangende auto gekocht. Tussen hen is in geschil wie (grotendeels) de aanschafkosten en doorlopende kosten van deze auto heeft gedragen. Na het einde van de samenleving is de auto in het bezit van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gebleven. Onder deze omstandigheden strekken de gevolgen van het rijgedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich naar het oordeel van de kantonrechter niet uit tot de schade die [eiser in conventie, verweerster in reconventie] als mede-eigenaar van de beschadigde auto heeft geleden.

11. 
Hieruit volgt dat de vorderingen van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] in conventie niet toewijsbaar zijn.

ECLI:NL:RBAMS:2015:6179