Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Amsterdam 230415 kosten gevorderd obv 7 x € 240,00 + btw + griffierecht, totaal € 2.314,80; deelgeschil volstrekt ten onrechte ingesteld; geen begroting kosten

Rb Amsterdam 230415 oordeel over nader voorschot van € 5.000, terwijl nét € 45.000 was overgemaakt; afgewezen; kan niet bijdragen aan totstandkoming VSO;
- kosten gevorderd obv 7 x € 240,00 + btw + griffierecht, totaal € 2.314,80; deelgeschil volstrekt ten onrechte ingesteld; geen begroting kosten

Kosten

4.3.
[eiser] verzoekt om begroting van zijn kosten op de voet van artikel 1019aa Rv. [eiser] begroot zijn kosten op € 2.314,80, gebaseerd op een totaal van 7 uren à € 240,00, vermeerderd met btw en € 282,00 aan griffierecht.

4.4.
Ofschoon de aansprakelijkheid van Reaal vaststaat en zij uit dien hoofde in beginsel dient te worden veroordeeld in de kosten van de deelgeschilprocedure, is de rechtbank in dit geval met Reaal van oordeel dat dit deelgeschil door [eiser] volstrekt ten onrechte is ingesteld. Hiertoe is redengevend dat vóór indiening van het verzoekschrift het voor de advocaat van [eiser] duidelijk moet zijn geweest dat Reaal het verzochte voorschot (grotendeels) zou gaan voldoen. De stelling van de zijde van [eiser], inhoudende dat Reaal had kunnen weten naar welke rekening het bedrag had moeten worden overgemaakt, doet hieraan niet af, mede in het licht van de onbetwist gebleven stelling van Reaal dat in het verleden verschillende rekeningnummers zijn gebruikt. Belangrijker nog is dat van de zijde van [eiser] ongeconditioneerd is aangekondigd dat een bodemprocedure zal worden gestart. Het ligt dan niet voor de hand dat het (louter) vragen om een voorschot van € 5.000,00 in een deelgeschilprocedure een kans van slagen heeft. Dit klemt temeer, nu de voorzieningenrechter in maart 2014 reeds heeft overwogen dat [eiser] er rekening mee diende te houden dat gezien de marge van onzekerheid met betrekking tot het uiteindelijke schadebedrag de toewijzing van verdere voorschotten niet voor de hand lag. Niettemin heeft Reaal nog eens € 45.000,00 betaald en zij is duidelijk geweest dat voor haar de schade met alle reeds betaalde bedragen tezamen volledig is vergoed. Ongeacht of [eiser] uiteindelijk recht mocht blijken te hebben op een hoger schadebedrag dan hetgeen tot op heden is betaald, zal dit hoe dan ook in een bodemprocedure moeten blijken. Het voorgaande zou anders kunnen zijn, indien [eiser] de rechtbank (ook) over een ander onderwerp had gevraagd een beslissing in deelgeschil te geven. Nu hij dat heeft nagelaten, kan het verzoek niet anders dan nodeloos en onterecht worden beschouwd. Dit alles is voor de rechtbank aanleiding om de verzochte kostenbegroting, in daarmee ook de kostenveroordeling, afwijzen. ECLI:NL:RBAMS:2015:3633