Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Rotterdam 120216 kosten deelgeschil afgewezen, onnodig aanhanging gemaakt

Rb Rotterdam 120216 aanvullend voorschot en leeuwendeel BGK inmiddels betaald; deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld;
- kosten deelgeschil afgewezen, onnodig aanhanging gemaakt

4.4. 

Ook als het verzoek afgewezen wordt, begroot de rechter de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van in dit geval [Verzoeker] (artikel 1019aa Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Daarbij geldt een dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten moet ook redelijk zijn. De kantonrechter is van oordeel dat het niet redelijk is dat er kosten voor de behandeling van dit deelgeschil zijn gemaakt. Als productie 9 bij het verzoekschrift is een voorlopige schadeopstelling van 22 september 2015 gevoegd, maar deze schadeopstelling is pas met het verzoekschrift onder ogen van London gekomen. London had dus voordat het verzoekschrift ingediend werd niet de gelegenheid om te beoordelen of zij in die schadestaatopstelling aanleiding zag een aanvullend voorschot aan [Verzoeker] te verstrekken. [Verzoeker] is onmiddellijk een deelgeschilprocedure begonnen, maar dat was niet nodig geweest. London zag in de schadeopstelling namelijk inderdaad aanleiding aan [Verzoeker] een aanvullend voorschot van € 5.000,00 te verstrekken. Van de buitengerechtelijke kosten van € 9.913,19 die [Verzoeker] in het verzoekschrift vraagt was bij het indienen daarvan al een groot deel vergoed. Gelet op hetgeen London hierover onder randnummer 28 van haar verweerschrift heeft aangevoerd kan bij het nog niet vergoede deel van de door [Verzoeker] gevraagde buitengerechtelijke kosten inderdaad de vraag gesteld worden of zij de dubbele redelijkheidstoets wel kunnen doorstaan. Het is onnodig en onterecht om voor dat niet betaalde deel van de buitengerechtelijke kosten een deelgeschilprocedure te starten. Onder die omstandigheden bestaat er geen aanleiding om de kosten van het deelgeschil te begroten en moet worden geoordeeld dat [Verzoeker] de onderhavige procedure nodeloos aanhangig heeft gemaakt. www.stichtingpiv.nl