Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Arnhem 170908 verzekeringsgeneeskundige beoordeling i.h.k. van beoordeling verlies verdienvermoge

Rb Arnhem 170908 verzekeringsgeneeskundige beoordeling i.h.k. van beoordeling verlies verdienvermogen
2.4.  Over [eiser]s kansen op de arbeidsmarkt behoeft de rechtbank voorlichting door een deskundige. De partijen hebben na het tussenvonnis de gelegenheid gehad zich uit te laten over het aangekondigde arbeidsdeskundig onderzoek en de vraagstelling. [eiser] heeft aangevoerd dat hij niet beschikt over een gekwantificeerd belastbaarheidsprofiel, dat de beperkingen die dr. Edixhoven in zijn brief van 23 december 2003 heeft aangegeven ontoereikend zullen zijn voor het onderzoek door Hulsen, en dat Hulsen, zo hij met een gekwantificeerd belastbaarheidsprofiel zou willen werken, dat door een deskundige van zijn keuze moet laten opstellen. [eiser] wenst door die deskundige in persoon te worden gezien. [eiser] heeft verder aangevoerd dat zijn klachten verergeren doordat sprake is van een posttraumatische artrose in zijn pols, zodat van belang is dat Hulsen zich uitlaat over de periode dat [eiser] naar zijn schatting in de door hem geduide beroepen zal kunnen functioneren. In dat kader heeft [eiser] een aanvullende vraag voorgesteld. Ohra heeft zich ten aanzien van deze stellingen van [eiser] aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd, waarbij zij heeft opgemerkt dat uit de beperkingenlijst duidelijk dient te blijken dat de gestelde beperkingen (en de gestelde verergering daarvan) ongevalsgevolg zijn. Verder heeft Ohra gesteld inzicht te willen krijgen in het concept beperkingenprofiel en de daaraan ten grondslag liggende informatie, zodat zij op het concept kan reageren en eventueel aanvullende vragen kan stellen.

2.5.  Hierover wordt als volgt overwogen. De rechtbank heeft contact opgenomen met de heer P.E. Hulsen. Deze heeft desgevraagd verklaard vrij te staan ten opzichte van de partijen en in staat en bereid te zijn het onderzoek te verrichten. Hij heeft te kennen gegeven slechts te kunnen rapporteren indien hij kan beschikken over een gekwantificeerd belastbaarheidsprofiel, dat is voorzien van een toelichting. Uit de stellingen van partijen volgt dat zij niet in gezamenlijk overleg een functionele mogelijkhedenlijst hebben doen vaststellen. Hoewel de heer Hulsen aan een verzekeringsgeneeskundige met wie hij samenwerkt kan verzoeken een dergelijk profiel op te stellen, geeft hij er de voorkeur aan dat de verzekeringsgeneeskundige door de rechtbank wordt benoemd. De rechtbank is met de heer Hulsen van oordeel dat het in deze zaak de voorkeur verdient dat de verzekeringsgeneeskundige door de rechtbank wordt benoemd, opdat de beide partijen inzage zullen krijgen in diens conceptrapportage en daarover opmerkingen kunnen maken en verzoeken kunnen doen en opdat de rechtbank over mogelijkerwijs uit die rapportage voortvloeiende geschilpunten zal kunnen beslissen voordat de heer Hulsen zijn onderzoek, dat op de rapportage van de verzekeringsgeneeskundige zal worden gebaseerd, begint. Dat betekent dat voorafgaand aan het onderzoek door de heer Hulsen een onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige nodig zal zijn.

2.6.  [eiser] heeft gesteld dat het arbeidsdeskundig onderzoek op basis van een belastbaarheidsprofiel dat is gebaseerd op het rapport van dr. Edixhoven uit 2003, slechts voor een korte periode waarde zal hebben, aangezien hij lijdt aan voortschrijdende artrose en in de toekomst mogelijk een arthrodese nodig zal zijn. [eiser] heeft aan die stelling geen duidelijke conclusie verbonden, doch in dat verband volstaan met het voorstellen van een aanvullende vraag aan de arbeidsdeskundige. Die aanvullende vraag luidt of de voortschrijdende artrose ertoe zal leiden dat de belastbaarheid moet worden aangepast en zo ja, of dat er toe zal leiden dat de door de arbeidsdeskundige geduide functies niet meer kunnen worden uitgevoerd, en zo ja, gedurende welke termijn die functies probleemloos zullen kunnen worden uitgeoefend.

2.7.  De rechtbank stelt ten aanzien daarvan voorop dat het uitgangspunt in deze procedure is dat de schade van [eiser] wegens verlies van verdienvermogen definitief en geheel wordt afgewikkeld. De rechtbank kan in dat verband de opmerking van [eiser] dat het belastbaarheidsprofiel en het daarop gebaseerde arbeidsdeskundige onderzoek ‘slechts voor een korte periode waarde zal hebben’ niet plaatsen. Dat komt ook niet overeen met het antwoord van dr. Edixhoven op vraag J in zijn rapport van 23 december 2003, te weten dat er met betrekking tot de rechterpols een vervroegde kans bestaat op artrose, dat te verwachten is dat over ongeveer een jaar of 10 een indicatie zal ontstaan voor een partiële polsarthrodese en dat de beperkingen dan ongeveer hetzelfde zullen zijn als nu. De rechtbank gaat er op grond daarvan van uit dat er geen significante verschillen zullen zijn tussen de beperkingen die [eiser] thans ondervindt en de beperkingen die hij na een eventuele partiële arthrodese zal ondervinden. Aan de verzekeringsgeneeskundige zal worden gevraagd of hij bij het opstellen van zijn belastbaarheidsprofiel rekening kan houden met de gestelde voortschrijdende artrose tot aan de eventuele arthrodese. De rechtbank kan zich voorstellen dat de verzekeringsgeneeskundige ter beantwoording van die vraag behoefte zal hebben aan nadere, recente informatie uit de behandelende sector, doch het is aan de verzekeringsgeneeskundige te bepalen welke gegevens hij voor de uitvoering van zijn onderzoek nodig heeft (zie HR 22 februari 2008, RvdW 2008, 256 en 261).

2.8.  Op grond van het feit dat de partijen er geen bezwaar tegen hebben gemaakt dat de arbeidsdeskundige een verzekeringsgeneeskundige van zijn keuze zou aanzoeken, acht de rechtbank zich vrij tot benoeming over te gaan zonder dat partijen zich over de persoon van de verzekeringsgeneeskundige nog uitlaten. De verzekeringsgeneeskundige S. Knepper te Laren zal tot deskundige worden benoemd. Aan hem zullen de in het dictum van dit vonnis geformuleerde vragen worden voorgelegd. De heer Knepper heeft desgevraagd verklaard vrij te staan ten opzichte van partijen en bereid en in staat te zijn een onderzoek te verrichten. Hij heeft het voorschot begroot op € 3.500,00 exclusief BTW, derhalve op
€ 4.165,00 inclusief BTW. De rechtbank ziet in het feit dat Ohra de schade van [eiser] voor 75% zal hebben te dragen aanleiding Ohra met dit voorschot te belasten.
  
2.9.  Tenslotte heeft [eiser] bij zijn akte na het tussenvonnis zijn huurcontract overgelegd en zijn vordering vermeerderd wegens buitengerechtelijke kosten. Bij zijn aanvullende akte heeft hij zijn stellingen aangaande zijn verlies van zelfwerkzaamheid toegelicht en de vordering wegens buitengerechtelijke kosten verminderd tot € 727,51. Ohra heeft hierop gereageerd. De rechtbank ziet in het feit dat [eiser] eerst bij aanvullende akte en niet bij zijn eerste akte na tussenvonnis de in rechtsoverweging 3.24. van het tussenvonnis gevraagde toelichting heeft gegeven, geen aanleiding de gehele vordering wegens verlies van zelfwerkzaamheid af te wijzen, zoals Ohra heeft bepleit. De beslissingen op de vorderingen wegens verlies van zelfwerkzaamheid, kosten voor huishoudelijke hulp en wegens buitengerechtelijke kosten zullen in afwachting van de uitkomst van de deskundigenbericht(en) worden aangehouden.

2.10.  Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.


3.  De beslissing
De rechtbank

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Wilt u op basis van het rapport van dr. Ph.J. Edixhoven, orthopedisch chirurg, van 23 december 2003 ten behoeve van het arbeidsdeskundig onderzoek een gekwantificeerd belastbaarheidsprofiel van [eiser] vervaardigen?

Kunt u – met inachtneming van hetgeen dr. Edixhoven daarover in antwoord op vraag J in zijn rapport heeft geschreven - aangeven in hoeverre de huidige belastbaarheid door voortschrijdende artrose aangetast zal worden en zo ja, op welke termijn? Wilt u ter beantwoording van deze vraag zonodig de medische informatie opvragen die u daarvoor van belang acht? Wilt u, indien u deze vraag niet kunt beantwoorden, aangeven welke verdere informatie u nodig heeft om deze vraag te kunnen beantwoorden?

Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

S. Knepper,
(...)
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

bepaalt dat [eiser] voor 1 oktober 2008 (kopieën van) de overige processtukken en - voor zover mogelijk - de andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken aan de deskundige zal doen toekomen,

bepaalt dat Ohra voor 1 oktober 2008 als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 4.165,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen, LJN BF3774

Deze website maakt gebruik van cookies