Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb 's-Gravenhage 310812 inzage medisch dossier ivm testament afgewezen; informatie kan worden verkregen door horen notaris en familie

Rb 's-Gravenhage 310812 inzage medisch dossier ivm testament afgewezen; informatie kan worden verkregen door horen notaris en familie

3.  De beoordeling van het geschil 

3.1.   Tussen partijen is in geschil of gedaagde gehouden is in strijd met zijn beroepsgeheim medische informatie over [X] te verschaffen aan eiseres. 
   
3.2.   Als meest verstrekkend verweer heeft gedaagde het spoedeisend belang aan de zijde van eiseres betwist. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Met de stelling van eiseres dat zij voorafgaand aan het verlopen van een wettelijke termijn informatie wenst over de mogelijke handelingsonbekwaamheid van [X], is het spoedeisend belang gegeven. 

3.3.   Uit niets blijkt dat [X], zo hij nog in leven was geweest, aan gedaagde toestemming zou hebben gegeven om zijn medische gegevens aan eiseres te verstrekken, ook niet in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarige. Dit betekent dat de vordering van eiseres alleen kan worden toegewezen indien er gegronde redenen zijn om het medisch beroepsgeheim van gedaagde te doorbreken. 

3.4.   Bij de beoordeling staat voorop dat het belang van de in artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek vastgelegde geheimhouding van zodanig gewicht is dat daarop slechts inbreuk kan worden gemaakt, indien er voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat een ander zwaarwegend belang geschaad zou (kunnen) worden indien die geheimhouding onverkort zou worden gehandhaafd. Doorbreking van de geheimhoudingsplicht na het overlijden van de patiënt kan gerechtvaardigd zijn indien zou komen vast te staan dat de overledene ten tijde van het opstellen van het laatste testament handelingsonbekwaam was en dat de belanghebbende zonder dit laatste testament aanspraak zou hebben op een groter deel van diens nalatenschap. Bij de beoordeling van de vraag of inbreuk op de geheimhoudingsplicht gerechtvaardigd is, dient voorts mede in aanmerking te worden genomen of belanghebbende andere middelen ten dienste staan om de door haar gewenste informatie te verkrijgen (zie ook gerechtshof Arnhem, arrest van 10 januari 2012, LJN: BV0470). 

3.5.   Naar het oordeel van de voorzieningenrechter doorstaat de vordering van eiseres voormelde toets niet. Redengevend daarvoor is het volgende. Ook indien zou komen vast te staan dat [X] ten tijde van het opmaken van het laatste testament de door eiseres beschreven medicatie gebruikte, dan volgt daaruit nog niet dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen. Dit klemt temeer nu [X] volgens zowel gedaagde als de notaris hiertoe wel in staat was. Gedaagde heeft in dit verband verklaard dat hij tot het einde toe nauw betrokken is geweest bij [X] en dat hij steeds het idee heeft gehad dat [X] precies wist wat hij wilde. Ook eiseres, die kort voor diens overlijden nog een bezoek heeft gebracht aan [X] en die vervolgens is geconfronteerd met het nadien gewijzigde testament, heeft tot voor kort kennelijk niet getwijfeld aan de handelingsbekwaamheid van [X]. Indien eiseres thans desalniettemin de door haar gestelde twijfels heeft, ligt het veeleer op haar weg de notaris en de familie van [X] als getuigen te doen horen in plaats van een beroep te doen op gedaagde om zijn zwijgplicht te doorbreken. 

3.6.   Slotsom van het voorgaande is dat de vordering van eiseres moet worden afgewezen. Zij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. LJN BX6260