Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBMNE 121218

citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBMNE-121218

Beschiking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht 
kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7173661 UE VERZ 18-319 pvt/1299

Beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (deelgeschil) van 12 december 2018 

inzake

verzoeker ] , 
wonende te [ woonplaats ] , 
verder ook te noemen [ verzoeker ] , 
verzoekende partij, 
gemachtigde: mr. B.M.E. Drykoningen.

tegen:

de besloten vennootschap 
SAB PROFIEL B.V., 
gevestigd te IJsselstein, 
verder ook te noemen SAB, 
verwerende partij, 
gemachtigde: mr. R.H.J. Wildenburg.

1. 
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: 
- het verzoekschrift met producties (1 t/m 7), ter griffie ingekomen op 30 juli 2018; 
- het verweerschrift met een productie (met bijlagen 1 t/m 16), ter griffie ingekomen op 17 oktober 2018; 
- de mondelinge behandeling gehouden op 25 oktober 2018, waarvan aantekening is gehouden door de griffier. Mr. Drykoningen heeft ter zitting zijn concept-declaratie overgelegd.

1.2. 
Hierna is uitspraak bepaald.

1.3. 
Op 30 november 2018 heeft SAB, zoals ter zitting is afgesproken, een beter leesbaar exemplaar van haar productie (het rapport van de arbeidsinspectie) aan [ verzoeker ] en de kantonrechter gestuurd.

2. 
De feiten

2.1. 
SAB ontwerpt, produceert en verkoopt systemen voor daken en gevels. [ verzoeker ] was sinds 1 januari 2015 in vaste dienst bij SAB als machineoperator.

2.2. 
Op 14 april 2016 is [ verzoeker ] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden betrokken geraakt bij een arbeidsongeval. Zijn collega de heer X raakte bij dat ongeval gewond omdat hij met zijn hand in de machine (YL-24) zat die [ verzoeker ] op dat moment bediende. X heeft als gevolg van het arbeidsongeval blijvend letsel opgelopen, bestaande uit een geamputeerd vingertopje van de linker ringvinger. 

2.3. 
De inspectie SZW heeft onderzoek gedaan en op 30 juni 2016 een boeterapport opgemaakt wegens overtreding van artikel 16, 10e lid van de Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 7, 5, 2e en 3e lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De overtreding is als 
volgt omschreven: 
'Tijdens het verrichten van werkzaamheden, zijnde het ombouwen van een schaar van de YL24 is een werknemer met zijn vingers tussen het bewegende deel van het (schaar)frame en de bovenzijde van de bovenmatrijs van de schaar bekneld geraakt. ' 

2.4. 
Verder is in het rapport het volgende vermeld: 
'In het document: 'instructie schaarombouw tijdens machineombouw bij de YL24' staat onder punt 1 beschreven: 'Machine ombouwen dus lock out/ tag out toepassen." Na het volgen van stap 2 en 3 in de instructie staat onder stap 4: 'Nu kan de schaar alleen nog met de aparte bediening worden bedient', 
Hieruit blijkt dat desondanks het toepassen van Lockout/ Tagout, bewegende onderdelen ongewenst kunnen worden ingeschakeld. ( ... ) 
Uit onderzoek is gebleken dat er voor het uitvoeren van de werkzaamheden, fysiek ombouwen van de schaar, een veilige werkwijze is ontwikkeld zoals omschreven in de documenten ( ... ). Echter is uit onderzoek gebleken dat voor het uitvoeren van de concrete werkzaamheden op de YL24 geen veilige werkwijze is ontwikkeld. Bij het ombouwen van de schaar op de YL24, op basis van de 'Instructie schaarombouw tijdens machineombouw bij de YL24', kunnen bewegende delen van het arbeidsmiddel zoals het frame of onderdelen daarvan ongewenst in beweging komen. Voor derden. anders dan de machine operator die de afstandsbediening bedient, zijn geen maatregelen getroffen om aanraking met bewegende delen te voorkomen. Uit verklaringen is gebleken dat het ombouwen/wisselen van de scharen de taak is van de machine operator maar dit regelmatig met meerdere werknemers gezamenlijk wordt uitgevoerd. 
( ... ) 
Uit onderzoek en verklaringen is gebleken dat met betrekking tot de concrete werkzaamheden, fysiek ombouwen van de schaar van de YL24, geen voorlichting en onderricht heeft plaats gevonden.

2.5. 
De inspectie SZW heeft SAB een boete opgelegd. 

2.6. 
SAB heeft op 31 maart 2017 en 6 apri12017 bezwaar ingediend tegen het boetebesluit. De inspectie SZW heeft dat bezwaar verworpen en heeft de boete gehandhaafd. SAB heeft in dat besluit berust. 

2.7. 
[ verzoeker ] heeft de dag na het ongeval zijn arbeid hervat. Hij heeft zich na twee weken ziekgemeld. [ verzoeker ] heeft sindsdien zijn werk niet hervat. 

3. 
Het deelgeschil 

3.1. 
[ verzoeker ] verzoekt dat de rechtbank
- voor recht zal verklaren dat SAB aansprakelijk is voor de schade die [ verzoeker ] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het arbeidsongeval van 14 april 2016 in het bedrijfspand van SAB,
- de kosten van de behandeling van het deelgeschil zal begroten op € 5.846,95, te vermeerderen met de kosten van rechtsbijstand ten behoeve van de (voorbereiding van de) mondelinge behandeling en te vermeerderen met het griffierecht, 
- SAB te veroordelen tot het betalen van die kosten. 

3.2. 
Aan dit verzoek legt [ verzoeker ] het volgende ten grondslag. 
[ verzoeker ] is op 14 april 20 16 kort na het ongeval van X er getuige van geweest dat X met een bloedende hand uit de machine kwam. [ verzoeker ] bediende die machine. [ verzoeker ] heeft gezien dat X zijn hand uit de machine haalde en zag daarbij een grote hoeveelheid bloed uit de handschoen van X stromen. Deze confrontatie, die plaatsvond in het bedrijf van SAB en tijdens de gewone uitoefening van de werkzaamheden, heeft geleid tot psychische schade bij [ verzoeker ] . Voor deze schade is SAB aansprakelijk, omdat het ongeval kon gebeuren doordat de werkinstructies bij de machine niet zagen op de veiligheid van de werknemers van SAB, waardoor dus ook de mogelijkheid ontstond dat een werknemer, in dit geval [ verzoeker ] , met de gevolgen van een ongeval met de onveilige machine zou worden geconfronteerd. 

3.3.
SAB voert gemotiveerd verweer. 

3.4. 
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 

4. 
De beoordeling 

4.1. 
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- of overlijdensschade in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter ter bevordering van de totstandkoming van een minnelijke regeling. 
Gelet op dit doel dient de rechtbank/kantonrechter allereerst te beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst dan wel, indien dat niet het geval is, het verzoek moet worden afgewezen (artikel 1019z Rv). 
In dit geval twisten partijen - kort gezegd - over de vraag of SAB aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval van 14 april 2016. Met een oordeel daarover kán de thans ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. 
De opvatting van SAB, dat nadere bewijsvoering nodig is om vast te stellen of SAB haar zorgplicht jegens [ verzoeker ] heeft geschonden, zal de kantonrechter niet volgen. De kantonrechter gaat daar hierna verder op in. Voor het overige heeft SAB een aantal onderwerpen opgevoerd die zeker relevant zijn voor de beoordeling van het geschil, maar die in het kader van de beoordeling van de in dit deelgeschil voorgelegde vraag niet doorslaggevend zijn. Het betreft hier de punten met betrekking tot het (ontbreken van het) medisch dossier en de aangevoerde predispositie van [ verzoeker ] . Deze vragen kunnen indien nodig bevonden na de eventuele vaststelling van de aansprakelijkheid aan de orde komen bij het beoordelen van de omvang van de schade en de mate waarin die schade aan SAB kan worden toegerekend. Als de kantonrechter [ verzoeker ] goed heeft begrepen zal hij overigens die gegevens verstrekken indien en nadat de kantonrechter de aansprakelijkheid van SAB heeft vastgesteld. Ook hierop zal de kantonrechter hierna verder ingaan. 

4.2. 
Er bleek enige onduidelijkheid over de datum van het ongeval. Uit alle stukken waaronder het onderzoeksrapport van de Inspectie SZW (hierna: de Inspectie), op een enkele verschrijving na in een brief van de advocaat van [ verzoeker ] aan SAB, wordt gesproken over 
14 april 2016. De kantonrechter gaat van die datum uit. 

4.3. 
Door de inhoudelijke beoordeling van het verzoek geldt het volgende. 
Het staat vast dat op 14 april 2016 een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden, waarbij een werknemer van SAB, X , in ieder geval een deel van een vinger heeft verloren. In de "Kennisgeving inzake boete" van de Inspectie van 27 rnaart 2017 is, zakelijk weergegeven, vermeld dat de wijze waarop de machine bediend kon worden het (mede) mogelijk heeft gemaakt dat de machine in beweging kon komen terwijl een persoon bezig was aan die machine. Het was niet mogelijk dat de machine volledig uitgeschakeld werd. Daardoor was er strijd met artikel 7.5 tweede lid van het Arbobesluit. (pagina 2 van 8 van de Kennisgeving). 
De kantonrechter stelt voorts vast dat deze - gevaarlijke - wijze van bediening (waarbij de machine met een afstandsbediening in en buiten werking kon worden gezet, terwijl de bediener geen zicht op de gehele machine had) na het ongeval niet meer mogelijk is. 
Ook stelt de kantonrechter vast dat [ verzoeker ] de machine bediende op het moment dat zijn collega X het deel van zijn vinger verloor. [ verzoeker ] heeft de kreet van X en van de collega's die getuige waren gehoord. [ verzoeker ] heeft, nadat hij de machine buiten werking had gesteld, gezien dat X letsel had en dat hij bloedde. [ verzoeker ] is erg geschrokken. Hij is zich ook schuldig gaan voelen omdat hij de machine in werking had gezet terwijl X kennelijk (mogelijk zonder dat [ verzoeker ] dat wist ofkon weten, de kantonrechter laat dat nu in het midden) met zijn handen in de machine, meer in het bijzonder bij de scharen daarvan, zat en daarmee gewond geraakte. 

4.4. 
Al deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in het kader van de gewone uitoefening van de werkzaamheden. Het was de taak van [ verzoeker ] om de machine te bedienen en de scharen te verwisselen. Hoewel het niet de taak van X was om [ verzoeker ] bij die werkzaamheden te ondersteunen, is het tijdens de mondelinge behandeling voldoende aannemelijk geworden dat X regelmatig bij die werkzaamheden de helpende hand toestak (en dat anderen dat ook wel deden). Ook deze werkzaamheden moeten dan ook behorende tot de normale werkzaamheden van X binnen het bedrijf van SAB worden gezien. 
Zoals hiervoor gezegd voldeed de machine niet aan de eisen van (de Arbowet en) het Arbobesluit, Daarvoor is SAB als werkgever verantwoordelijk. In dit geval is X fysiek gewond geraakt. De gevolgen voor X lijken, gelet op de opmerkingen van SAB, mee te vallen. De kantonrechter stelt vast dat [ verzoeker ] is blootgesteld aan het gewond raken van X , wat weer het gevolg was van de onveilig werkende en door [ verzoeker ] bediende machine. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat de gevolgen die deze confrontatie voor [ verzoeker ] had, in samenhang het feit dat [ verzoeker ] de machine bediende, in elk geval mede het gevolg zijn van het feit dat de machine onveilig was en in strijd met artikel 7.5 tweede lid van het Arbobesluit functioneerde, voor rekening van SAB moeten worden gebracht. SAB is dus aansprakelijk. 

4.5. 
De mate waarin de gevolgen van het ongeval, dus het deel van de schade van [ verzoeker ] , aan SAB moeten worden toegerekend, kan echter in dit stadium van de zaak niet worden vastgesteld. Daarvoor dient nader onderzoek te worden gedaan naar de aard van het (gestelde) medisch/psychische letsel van [ verzoeker ] (het medisch dossier is nog geen onderdeel van de stukken), naar de vraag in hoeverre er een predispositie bestaat die gevolgen heeft voor de toerekening aan SAB (er zou sprake zijn van een overspannenheid van [ verzoeker ] enige tijd voor het bedrijfsongeval van 14 april 2016) en over de vraag in hoeverre [ verzoeker ] voldoende heeft gedaan om de schade zo veel als mogelijk te beperken (heeft hij zich voldoende ingespannen om zijn psychische klachten te bestrijden). Deze vragen kan de kantonrechter, bij gebrek aan gegevens en debat daarover, nu niet beantwoorden. Dat staat echter niet in de weg aan de beslissing dat SAB aansprakelijk is, zoals hiervoor is verwoord. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. 

4.6. 
De kantonrechter dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet wordt toegewezen. Bij de begroting van de kosten dient de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets te hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. 
[ verzoeker ] maakt aanspraak op een bedrag van € 8.317,24 (inclusief de uren voor voorbereiding van de mondelinge behandeling en inclusief kantoorkosten en het griffierecht van 79,00). 
Anders dan SAB is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van een volstrekt onnodig of onterecht ingediend verzoek. Voor het oordeel dat de gemaakte kosten niet voor begroting in aanmerking komen moet sprake zijn van misbruik van het processuele middel van een verzoekschrift ex artikel 10 19w Rv. Een dergelijk misbruik acht de kantonrechter niet aanwezig. 
SAB heeft subsidiair verzocht het gevorderde bedrag te matigen, omdat er meestal een bedrag tussen € 3.000,00 en € 4.000,00 wordt begroot. Een bedrag is die orde van grootte acht SAB redelijk, omdat de zaak niet wezenlijk gecompliceerder is. Ook staat het niet vast dat aan [ verzoeker ] 19,5 uren daadwerkelijk in rekening is gebracht. Ook toewijzing van de kantoorkosten acht SAB niet redelijk. 

4.7. 
De kantonrechter overweegt dat het verweer van SAB te weinig specifiek is. Daarbij geldt dat deze zaak niet een standaardzaak is (zo die al bestaan), waarbij het begrijpelijk is dat daaraan wat meer uren dan gemiddeld zijn besteed. SAB heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van het gehanteerde uurtarief. 
Met betrekking tot de gevorderde kantoorkosten overweegt de kantonrechter dat [ verzoeker ] een bedrag van 415,86 inclusief BTW vordert. Dat bedrag is alleszins redelijk te noemen. 
De conclusie luidt dat de kantonrechter de kosten van het deelgeschil zal vaststellen zoals is verzocht. 

4.8. 
Omdat tegen een beschikking op een verzoek inzake een deelgeschil op grond van artikel 1019bb Rv geen hogere voorziening open staat, zal de kantonrechter het verzoek de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, afwijzen. 

5. 
De beslissing 

De kantonrechter 

5.1. 
verklaart voor recht dat SAB aansprakelijk is voor de schade die [ verzoeker ] heeft geelden en nog zal lijden als gevolg van het arbeidsongeval dat 14 april 2016 in het bedrijfspand van SAB heeft plaatsgevonden, dit met inachtneming van wat de kantonrechter heeft overwogen in punt 4.5 van deze beschikking, 

5.2. 
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 8.812,10 inclusief het door [ verzoeker ] betaalde griffierecht van € 79,00 en veroordeelt SAB tot betaling daarvan aan [ verzoeker ] , 

5.3. 
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. 

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Penders. kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2018. 

Met dank aan mr. B. Drykoningen Schröder & Drykoningen Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBMNE-121218


Deze website maakt gebruik van cookies