Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBOVE 240522

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2022/RBOVE-240522

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 8766239 \ CV EXPL 20-2570

Vonnis van 24 mei 2022

in de zaak van

[ eiser ] ,
wonende te [ woonplaats ] ,
eisende partij,
hierna te noemen [ eiser ] ,
gemachtigde: mr. A. Quispel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SIMBETON B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Markelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen Simbeton,
gemachtigde: mr. M.A. Knobben.

1.
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 september 2020,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring
- de antwoordconclusie in het incident
- het vonnis in het incident van 22 december 2020
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 18 mei 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 29 september 2021 en de spreekaantekeningen voor de mondelinge behandeling van [ eiser ] .

1.2.
Na de mondelinge behandeling is de zaak (net als de vrijwaringszaak, zaaknummer 8976651 CV EXPL. 113/21) aangehouden voor schikkingsonderhandelingen. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen. De zaak is hierop voor vonnis gezet op 4 januari 2022. Na aanhouding van de zaak is het vonnis bepaald op vandaag.

2.
Wat aan het geschil is voorafgegaan

2.1.
[ eiser ] is met ingang van 1 januari 2019 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Simbeton.

2.2.
Op 1 november 2019 heeft een ongeval plaatsgevonden, waarbij [ eiser ] letsel heeft opgelopen. [ eiser ] reed in een heftruck van Simbeton op het terrein van Simbeton en moest op een bepaald moment buiten dat terrein zand/grind laden en daarbij gebruik maken van de openbare weg. Bij het oprijden van de openbare weg, vanaf het terrein van Simbeton, is hij met de heftruck tegen een vrachtwagen, die al op de openbare weg reed, aangereden. De heftruck is daarbij gekanteld en ook de vrachtwagen heeft schade opgelopen. [ eiser ] is na het ongeval met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. [ eiser ] had een wond op zijn hoofd en pijn aan zijn rechter elleboog.

3.
Het juridische geschil

3.1.
[ eiser ] stelt dat hij als gevolg van het ongeval nog steeds klachten en beperkingen ondervindt (doof gevoel in de handen/ trillende handen) en is van mening dat Simbeton aansprakelijk is voor de schade die hij door het bedrijfsongeval heeft geleden. Simbeton heeft niet aan haar zorgplicht als werkgeefster voldaan door een grote hoeveelheid betononderdelen op zo'n manier bij de uitrit/inrit te stallen, dat daardoor het zicht naar links zeer beperkt werd. De onderdelen stonden op de openbare weg. Van de situatie heeft [ eiser ] onder meer deze foto's in de procedure gebracht:

foto's rbove

3.2.
Het op deze wijze inrichten van het bedrijfsterrein door Simbeton leverde het risico op botsingen op met verkeer op de openbare weg, het was een gevaarlijke situatie. [ eiser ] heeft de vrachtwagen niet zien aankomen met als gevolg de aanrijding. [ eiser ] wil in deze procedure dat vastgesteld wordt dat Simbeton aansprakelijk is voor de schade die [ eiser ] heeft geleden door het ongeval en dat (later) een schadestaatprocedure gevolgd moet worden om de hoogte van de door Simbeton te betalen schadevergoeding vast te stellen. [ eiser ] vindt dat Simbeton de kosten van deze procedure moet betalen.

3.3.
Volgens Simbeton moet de vordering van [ eiser ] worden afgewezen en moet [ eiser ] de proceskosten betalen. Simbeton heeft een heel ander beeld van de situatie. [ eiser ] werkt inmiddels niet meer voor Simbeton. In de periode dat [ eiser ] bij Simbeton werkte had hij last van financiële problemen. Simbeton heeft hem daarbij gesteund. Op de dag van de aanrijding, 1 november 2019, was [ eiser ] ook druk met zijn schuldenproblematiek.

3.4.
Over de toedracht stelt Simbeton het volgende. [ eiser ] gaf aan het eind van de dag zelf aan dat hij bakken wilde vullen met zand/grind. [ eiser ] is er toen op gewezen dat hij daarbij de algemene instructie op moest volgen, namelijk achterwaarts de weg oprijden met de heftruck, met de lepels naar achteren gericht. Die instructie heeft hij niet opgevolgd, en hij heeft ook niet gehandeld zoals hem is geleerd bij de cursus heftruck rijden, namelijk dat je achterwaarts moet rijden, als je door de last op de heftruck geen zicht hebt, en als je van een helling rijdt. [ eiser ] reed met de kantelbare schepbak hoog opgetakeld. Verder speelt dat [ eiser ] brildragend is. Zonder bril is zijn zicht te beperkt om voertuigen te besturen. Ondanks er op gewezen te zijn heeft [ eiser ] , zoals achteraf is gebleken, zijn bril niet op gehad bij de werkzaamheden. [ eiser ] heeft zich bovendien verkeerd gepositioneerd op de weg. Hij stond tegen/over de middenberm en niet rechts van de weg/uitrit. Daardoor heeft hij zijn zicht onnodig beperkt. Bij een juiste positie op de weg had [ eiser ] de vrachtwagen eerder gezien. Volgens Simbeton heeft [ eiser ] de situatie verkeerd ingeschat, zonder oog te hebben voor het verkeer dat ter hoogte van de uitrit reed en hij heeft zich niet aan de verkeersregels gehouden (geen voorrang verleend). De vrachtwagen was de uitrit al bijna gepasseerd toen [ eiser ] tegen de vrachtwagen aanreed. De chauffeur van de vrachtwagen verklaarde dat hij de inrit voorbij was en er toen ineens een heftruck uit kwam. Volgens Simbeton ligt de oorzaak van het ongeval al met al bij [ eiser ] .

3.5.
Volgens Simbeton is zij niet aansprakelijk omdat art. 7:658 BW niet van toepassing is. Volgens haar is er ook geen schade geleden als gevolg van het ongeval. Het letsel van [ eiser ] was na het ongeval beperkt: volgens het verslag van de spoedeisende hulp een hoofdwondje en een pijnlijke elleboog. Uit de anamnese bleken verder geen bijzonderheden. [ eiser ] was vlak na het ongeval volledig arbeidsongeschikt, daarna had hij nog een tijd lang enkele beperkingen (dynamische handelingen: beperkingen in het zwaar tillen en dragen, duwen en trekken) en per 27 januari 2020 is hij weer volledig arbeidsgeschikt bevonden. In de periode december 2019/januari 2020 hebben diverse gesprekken met [ eiser ] plaatsgevonden over allerlei onderwerpen, re-integratie, maar ook zijn veelvuldige afwezigheid, zijn financiële situatie en zijn (vermeende) aanspraken op een schadevergoeding. Na weer arbeidsgeschikt te zijn bevonden hield [ eiser ] kennelijk klachten, die hij niet heeft gemeld aan Simbeton. Pas uit de bijlagen bij de dagvaarding blijkt dat [ eiser ] contact hield met de huisarts en dat hij is doorverwezen naar een specialist.

3.6.
Op 27 januari 2020 is de arbeidsovereenkomst met [ eiser ] met wederzijds goedvinden beëindigd per 1 maart 2020, waarbij [ eiser ] heeft bevestigd dat hij niet arbeidsongeschikt was (art. 18 van de beëindigingsovereenkomst). Hij is aansluitend in dienst getreden bij een derde.

3.7.
Simbeton ontkent dat [ eiser ] schade heeft geleden als gevolg van het ongeval. Met de stukken van de huisarts en de specialist is dat nog geen gegeven en bovendien is er geen verband tussen deze eventuele schade en het ongeval. Gelet op de claim van [ eiser ] heeft Simbeton de indruk dat [ eiser ] zijn financiële problemen wil oplossen door een uitkering/schadevergoeding van Simbeton.

4.
De beoordeling door de kantonrechter

4.1.
Het ongeval heeft plaatsgevonden op het moment dat [ eiser ] vanaf het bedrijfsterrein van Simbeton de openbare weg op wilde rijden om bakken zand/grind te laden of lossen die via (een stukje op) de openbare weg te bereiken waren. Vast staat dat deze werkzaamheden, inclusief het rijden op de openbare weg, behoren tot de gebruikelijke dagelijkse werkzaamheden van [ eiser ] bij Simbeton.

4.2.
Volgens Simbeton is zij niet aansprakelijk omdat art. 7:658 BW niet van toepassing is. Het ongeval heeft plaatsgevonden op de openbare weg, en over de inrichting van de openbare weg heeft Simbeton geen zeggenschap. De Inspectie SZW heeft ook geen nader onderzoek verricht omdat het ongeval op de openbare weg heeft plaatsgevonden. De kantonrechter overweegt allereerst dat het ongeval niet volledig heeft plaatsgevonden op de openbare weg, maar daar waar het bedrijfsterrein aansluit op de openbare weg, tijdens het oprijden van de openbare weg. Bovendien is het, anders dan Simbeton kennelijk meent, niet in alle gevallen zo dat, als het ongeval heeft plaatsgevonden op de openbare weg, er geen beroep op art. 7:658 BW mogelijk is (zie bijv. HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 663). [ eiser ] benoemt omstandigheden op het bedrijfsterrein van Simbeton, waarover Simbeton dus wel zeggenschap heeft, die volgens hem hebben bijgedragen aan het ongeval. In zoverre is de zorgplicht van Simbeton op grond van art. 7:658 BW van toepassing.

4.3.
Vast staat dat het ongeval heeft plaatsgevonden in de uitoefening van de gebruikelijke werkzaamheden van [ eiser ] en dat hij daarbij in elk geval enige verwondingen heeft opgelopen (hoofdwond, pijnlijke elleboog). Voor toewijzing van de vordering van [ eiser ] is niet vereist dat in deze procedure wordt vastgesteld in hoeverre [ eiser ] schade heeft geleden door het ongeval. Dat kan aan de orde komen in de schadestaatprocedure. In deze procedure moet vastgesteld worden of Simbeton aansprakelijk is voor het geval [ eiser ] door het ongeval schade heeft geleden.

4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Simbeton daarvoor inderdaad aansprakelijk is. Het rijden met een heftruck op het bedrijfsterrein van Simbeton en op de openbare weg gebeurde in het kader van de voor Simbeton uit te voeren werkzaamheden. Simbeton had naar het oordeel van de kantonrechter een adequate voorziening (verzekering) moeten treffen voor die heftruck, voor mogelijke ongevallen van haar werknemers op het bedrijfsterrein of de openbare weg. Simbeton heeft deze voorziening (bij nader inzien) niet getroffen en heeft daarom ten opzichte van [ eiser ] niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. Ook als het ongeval zich geheel op de openbare weg zou hebben plaatsgevonden en art. 7:658 BW niet door Simbeton is geschonden is de vordering van [ eiser ] toewijsbaar op grond van art. 7:611 BW. Met betrekking tot (letsel-)schade die werknemers lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden als deelnemer aan het wegverkeer heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de werkgever uit hoofde van zijn in art. 7: 611 BW neergelegde verplichting zich als een goed werkgeefster te gedragen, gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. Die verzekering behoeft geen dekking te verlenen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (HR 1 februari 2008, NJ 2009, 331).

4.5.
Partijen verschillen van mening over de oorzaken van het ongeval (onvoldoende oplettendheid/geen voorrang verlenen of schending zorgplicht Simbeton/een onoverzichtelijke situatie, maar dat het ongeval is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van [ eiser ] is gesteld noch gebleken. Simbeton is tekortgeschoten in haar verplichting zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering en is jegens [ eiser ] aansprakelijk, voorzover deze door het ongeval (letsel-)schade heeft geleden. De vordering van [ eiser ] zal daarom worden toegewezen en Simbeton dient, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten te betalen.

5.
De beslissing

De kantonrechter

5.1.
Verklaart voor recht dat Simbeton aansprakelijk is voor schade die [ eiser ] heeft geleden als gevolg van het arbeidsongeval dat zich op 1 november 2019 heeft voorgedaan en veroordeelt Simbeton tot betaling aan [ eiser ] van deze schade, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de Wet.

5.2.
Veroordeelt Simbeton in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [ eiser ] begroot op € 83,00 griffierecht en € 480,00 gemachtigdesalaris.

5.3.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022.

Met dank aan mr. A. Quispel, VQ-Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2022/RBOVE-240522


Deze website maakt gebruik van cookies