Overslaan en naar de inhoud gaan

RBGEL 311221 bijzondere bijstand voor inwinnen van medisch advies in medische aansprakelijkheidszaak ten onrechte geweigerd

RBGEL 311221 bijzondere bijstand voor inwinnen van medisch advies in medische aansprakelijkheidszaak ten onrechte geweigerd

Overwegingen

1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.1.
Eiser ontvangt ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet en bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen. Hij heeft op 9 juli 2020 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht, de eigen bijdrage voor rechtsbijstandskosten, deurwaarderskosten en de kosten van het inwinnen van medisch advies ten behoeve van een te voeren letselschadeprocedure.

1.2.
Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft verweerder aan eiser bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht en de eigen bijdrage voor rechtsbijstandskosten toegekend.

1.3.
Bij het primaire besluit heeft verweerder geweigerd om aan eiser bijzondere bijstand te verlenen voor de deurwaarderskosten en de kosten van het inwinnen van medisch advies ten behoeve van een te voeren letselschadeprocedure.

1.4.
Op de hoorzitting heeft eiser zijn bezwaar, voor zover dat betrekking heeft op de deurwaarderskosten, ingetrokken.

2.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van eisers aanvraag, voor zover dat betrekking heeft op de kosten van het inwinnen van medisch advies, gehandhaafd. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat deze kosten niet noodzakelijk zijn. Volgens verweerder betreft het laten verrichten van een expertise een eigen afweging waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand kan worden verleend. Eisers rechtsgang wordt daardoor niet belemmerd, omdat de rechtbank een onafhankelijk onderzoek kan gelasten als eiser dat vraagt. Verweerder verwijst naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1450.

3.
Eiser voert aan dat in zijn geval wel degelijk sprake is van noodzakelijke kosten. Hij heeft toegelicht dat hij het [ziekenhuis] te [woonplaats] aansprakelijk heeft gesteld voor een medische fout (in verband met de plaatsing van een prothese). Omdat aansprakelijkheid voor de door eiser als gevolg daarvan geleden en te lijden schade is afgewezen, voert hij een letselschadeprocedure tegen dit ziekenhuis. In die procedure moet eiser voldoende gemotiveerd stellen en bewijzen dat sprake is van een medische fout. Dat kan hij alleen met een medisch deskundigenadvies. De jurisprudentie die verweerder aanhaalt, geldt in het sociale zekerheidsrecht, niet in het civiele recht. Eiser doet een beroep op artikel 17 van de Grondwet (recht op toegang tot de rechter).

4.De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1.
Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de Pw, voor zover van belang, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

4.2.
Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft het bijstandverlenend orgaan ingevolge deze bepaling een zekere beoordelingsvrijheid. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.1

4.3.
Tussen partijen is in geschil of de door eiser gevraagde kosten van het inwinnen van medisch advies noodzakelijk zijn in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Pw. Bij de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is komt het bijstandverlenend orgaan, gelet op de tekst van dat artikellid, geen beoordelingsvrijheid toe. De bestuursrechter dient zich daarover ten volle een eigen oordeel te vormen.

4.4.
Het ligt op de weg van eiser als aanvrager van bijzondere bijstand om de noodzaak van de gevraagde kosten van het inwinnen van medisch advies aannemelijk te maken. De rechtbank is van oordeel dat eiser daarin is geslaagd. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.5.
Eiser heeft het [ziekenhuis] aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en te lijden schade als gevolg van een medische fout. Daargelaten of de aansprakelijkstelling is gebaseerd op een (vermeende) beroepsfout van de arts of op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming door het [ziekenhuis] van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, is voor aansprakelijkheid vereist dat niet gehandeld is zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot (in dit geval uroloog) onder gelijke omstandigheden mag worden verwacht, uitgaande van de kennis en ervaring ten tijde van de behandeling en rekening houdend met de professionele standaard zoals die destijds binnen de beroepsgroep van urologen gold.

4.6.
Gelet op de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust op eiser de stelplicht en zo nodig de bewijslast van feiten of omstandigheden waaruit dat volgt, maar van het ziekenhuis mag worden verlangd dat ze voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van haar betwisting van de stellingen van eiser, zodat hij aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering krijgt. 2

4.7.
Het gaat in dit geval om aan eiser ter beschikking gestelde operatieverslagen en andere medische informatie aangaande de behandeling van eiser. Het vergt medische kennis om aan de hand van die gegevens te kunnen beoordelen of is gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot die handelt volgens de voor hem geldende professionele standaard. Om in een civiele vorderingsprocedure aan zijn stelplicht te kunnen voldoen, is het inwinnen van medisch advies in dit geval derhalve onontbeerlijk. Als niet aan de stelplicht wordt voldaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen en zal ook geen deskundigenbericht worden gelast. Dat wijkt af van het bestuursprocesrecht. Daarom kan verweerder geen steun ontlenen aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over de bewijspositie van rechtszoekenden in sociale zekerheidszaken.3

4.8.
Dat het inwinnen van medisch advies noodzakelijk is, wil nog niet zeggen dat ook alle daarmee gemoeide kosten zonder meer als noodzakelijk gemaakte kosten zijn aan te merken. Eiser heeft twee facturen van in totaal een bedrag van € 1.621,40 inclusief BTW overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het hier om redelijke kosten gaat. Verweerder heeft ook niet betwist dat een gebruikelijk tarief is gehanteerd. Dat brengt mee dat de kosten van het door eiser ingewonnen medisch advies als noodzakelijk kunnen worden aangemerkt.

4.9.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de kosten van het inwinnen van medisch advies voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Anders dan verweerder ter zitting heeft gesteld, is de rechtbank van oordeel dat dit het geval is, omdat sprake is van onvoorzienbare kosten waarvoor eiser niet de mogelijkheid heeft gehad om te reserveren.

4.10.
De rechtbank is tenslotte van oordeel dat eiser over onvoldoende draagkracht beschikt om de kosten van het inwinnen van medisch advies te voldoen.

4.11.
De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat verweerder de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand voor de kosten van het inwinnen van medisch advies ten onrechte heeft afgewezen. Gelet hierop is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. Dit betekent dat de rechtbank, doende wat verweerder had behoren te doen, het primaire besluit, voor zover dat betrekking heeft op de kosten van het inwinnen van medisch advies, zal herroepen en eiser bijzondere bijstand voor de kosten van het inwinnen van medisch advies tot een bedrag van € 1.621,40 inclusief BTW zal verlenen.

4.12.
De bijzondere bijstand wordt om niet verleend. Er doen zich geen van de in artikel 48, tweede lid, van de Pw genoemde omstandigheden voor die bijstandverlening in de vorm van een geldlening of borgtocht mogelijk maken. De rechtbank wijst partijen op artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f sub 2̊, van de Pw. Hierin is bepaald dat het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend kosten van bijstand kan terugvorderen, voor zover de bijstand anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming. Op grond hiervan kan verweerder, indien eiser in de letselschadeprocedure in het gelijk wordt gesteld en het [ziekenhuis] te [woonplaats] aan eiser de door hem gemaakte kosten van het inwinnen van medisch advies dient te vergoeden, de hiervoor verleende kosten van bijstand van eiser terugvorderen.

5.
De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 748,-, wegingsfactor 1). Van andere kosten, waaronder voor vergoeding in aanmerking komende kosten van bezwaar, is niet gebleken. Verweerder dient tevens het door eiser betaalde griffierecht van € 48,- aan hem te vergoeden. ECLI:NL:RBGEL:2021:7255