Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 230823 Wam-verzekeraar verhaalt schade op verzekerde; schade is niet gedekt omdat verzekerde bloedproef heeft geweigerd

RBMNE 230823 Wam-verzekeraar verhaalt schade op verzekerde; schade is niet gedekt omdat verzekerde bloedproef heeft geweigerd

2De overwegingen van de kantonrechter

voorgeschiedenis

2.1.

[gedaagde] is eigenaar van een Ford Focus . Hij is voor de Wet aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (Wam) verzekerd bij Achmea .

2.2.

[gedaagde] heeft op 28 juli 2018 met zijn auto schade veroorzaakt aan drie auto’s, waaronder een Peugeot en een Suzuki . Toen de politie bij de plek van de aanrijding was aangekomen, heeft zij bij [gedaagde] een speekseltest afgenomen. Die test was positief. De politie heeft [gedaagde] daarna meegenomen naar het bureau om een bloedproef bij hem af te nemen, maar dat is toen niet gebeurd.

2.3.

De eigenaar van de Suzuki en de verzekeraar van de Peugeot hebben Achmea voor de schade aan deze auto’s aansprakelijk gesteld. Het gaat om een bedrag van in totaal € 4.518,14. Achmea heeft dit bedrag aan de eigenaar/verzekeraar van de auto’s vergoed.

2.4.

Achmea heeft [gedaagde] op 16 oktober 2018 geschreven dat de schade die op 28 juli 2018 is ontstaan niet verzekerd is omdat hij een bloedproef heeft geweigerd. Het schadebedrag bedraagt voor twee van de drie aangereden auto’s in totaal € 4.518,14. [gedaagde] moet dit bedrag vóór 16 november 2018 terugbetalen.

2.5.

[gedaagde] heeft het bedrag van € 4.518,14 niet aan Achmea betaald, ook niet nadat Achmea verschillende betalingsherinneringen had gestuurd.

de vordering en de onderbouwing daarvan

2.6.

Achmea vordert veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 5.515,82, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag van € 5.515,82 bestaat uit € 4.461,26 aan hoofdsom, € 363,49 aan wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf 14 januari 2019 tot de dag van de dagvaarding (27 februari 2023) en € 691,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarop wordt een bedrag van € 56,88 in mindering gebracht. De reden hiervoor is dat [gedaagde] over de maand november 2022 twee keer premie heeft betaald.

2.7.

Achmea noemt in haar dagvaarding als grondslag voor haar vordering dat zij de verzekeraar is van de auto’s die [gedaagde] heeft beschadigd, dat zij de schade die [gedaagde] heeft veroorzaakt aan haar verzekerden heeft vergoed en dat [gedaagde] op zijn beurt de schade aan haar moet vergoeden. Als reden hiervoor wordt genoemd: “Drank/drugs EV”.

2.8.

Achmea heeft daarna de grondslag van haar vordering gewijzigd. Zij legt nu aan haar vordering ten grondslag dat zij de Wam-verzekeraar is van [gedaagde] en dat [gedaagde] schade heeft veroorzaakt aan auto’s. Achmea heeft als Wam-verzekeraar de schade aan de Peugeot en de Suzuki moeten vergoeden. De schade was echter niet gedekt, omdat [gedaagde] een bloedproef had geweigerd. Hij is daarvoor ook strafrechtelijk veroordeeld. Op grond van artikel 14 van de algemene voorwaarden van Achmea zijn drugsgebruik en het weigeren van een bloedproef omstandigheden die leiden tot uitsluiting van de dekking/verzekering. Achmea stelt dat zij de schade die zij aan de verzekeraar van de Peugeot en eigenaar van de Suzuki heeft vergoed op grond van artikel 15 lid 1 van de Wam op [gedaagde] kan verhalen.

de grondslagwijziging wordt toegelaten

2.9.

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij op grond van wat er in de dagvaarding stond al begreep dat Achmea zijn eigen verzekeraar is en niet de verzekeraar van de auto’s die hij heeft aangereden. De kantonrechter trekt hieruit de conclusie dat [gedaagde] niet door de wijziging van de grondslag van de vordering is benadeeld. De grondslagwijziging wordt daarom toegelaten.

het verweer van [gedaagde]

2.10.

heeft tijdens de rolzitting van 29 maart 2023 erkend dat hij op 28 juli 2022 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. Hij heeft als reden hiervoor gegeven dat hij het niet aan kan als hij geprikt wordt. Over de positieve speekseltest heeft hij gezegd dat hij geen drugs had gebruikt, maar misschien wel had aangeraakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij verklaard dat de agent die hem die dag de speekseltest afnam heel lang en hard met een stokje in zijn wangen had geschraapt. Dat deed zoveel pijn dat hij op het politiebureau heeft gezegd dat hij een advocaat en een dokter wilde en dat hij naar het ziekenhuis wilde. Dat mocht niet. Hij is toen in een cel gegooid en is na 20 minuten weggestuurd omdat de politie zei dat hij toch niets wilde verklaren. [gedaagde] heeft gesteld dat hij bij nader inzien die dag eigenlijk niet eens de kans heeft gekregen om een bloedproef te laten afnemen en dat hij dus geen bloedproef heeft geweigerd.

[gedaagde] heeft een bloedproef geweigerd

2.11.

De kantonrechter overweegt dat deze laatste stelling van [gedaagde] haaks staat op zijn eerdere erkenning dat hij op 28 juli 2018 op het politiebureau een bloedproef heeft geweigerd. [gedaagde] is ook strafrechtelijk veroordeeld voor het weigeren van een bloedproef. Hij heeft in die strafprocedure het verweer dat hij op het politiebureau niet in de gelegenheid is gesteld een bloedproef te laten afnemen niet gevoerd. [gedaagde] is van dit strafvonnis ook niet in hoger beroep gegaan. De kantonrechter vindt de stelling van [gedaagde] dat hij geen bloedproef heeft geweigerd daarom niet geloofwaardig en dus onvoldoende onderbouwd tegenover de stellingen van Achmea . Hij heeft bovendien niet gesteld dat hij de bloedproef op het politiebureau had laten afnemen als hij daartoe de gelegenheid wel had gekregen. Naar het oordeel van de kantonrechter staat daarom voldoende vast dat [gedaagde] op het politiebureau heeft geweigerd een bloedproef te laten afnemen. ij Hij (? red. LSA LM)

de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept zijn van toepassing

2.12.

Achmea doet een beroep op artikel 14 van haar algemene voorwaarden bij de Wam-verzekering. In dit artikel is bepaald dat schade door de auto niet is verzekerd als de bestuurder niet meewerkt aan een blaastest of bloedtest.

2.13.

[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept niet van toepassing waren toen hij zo’n 5 jaar geleden de verzekering afsloot en ten tijde van de aanrijding. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat de algemene voorwaarden waar Achmea zich op beroept dateren van maart 2017. De verzekeringspolis die [gedaagde] ten tijde van de aanrijding had, dateert van 1 maart 2018. Daarbij geldt dat de verzekering jaarlijks wordt verlengd en dat daarbij ook de algemene voorwaarden kunnen worden aangepast. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, gaat de kantonrechter ervan uit dat de algemene voorwaarden die Achmea in het geding heeft gebracht de algemene voorwaarden zijn die ten tijde van de aanrijding op de verzekeringsovereenkomst tussen [gedaagde] en Achmea van toepassing waren.

de veroorzaakte schade wordt niet door de verzekering gedekt

2.14.

Zoals hierboven al is overwogen, staat vast dat [gedaagde] op 28 juli 2018 een bloedproef heeft geweigerd. Dit betekent dat de schade die hij aan de Peugeot en de Suzuki heeft veroorzaakt op grond van artikel 14 van de algemene voorwaarden niet door de Wam-verzekering wordt gedekt.

[gedaagde] moet de schade die Achmea heeft vergoed betalen

2.15.

In artikel 15 van de Wam is bepaald dat als een verzekeraar op grond van de Wam schade van een benadeelde geheel of gedeeltelijk vergoedt hoewel de aansprakelijkheid voor die schade niet door een met hem gesloten verzekering was gedekt, hij voor het bedrag van die schadevergoeding verhaal heeft op de aansprakelijke persoon. Dat betekent in dit geval dat Achmea de schadevergoeding die zij aan de verzekeraar van de Peugeot en de eigenaar van de Suzuki heeft betaald op [gedaagde] kan verhalen omdat de schade niet door de Wam-verzekering wordt gedekt.

2.16.

Tussen partijen is niet in geschil dat Achmea een bedrag van in totaal € 4.518,14 aan de eigenaar/verzekeraar van de twee auto’s heeft betaald. Achmea heeft de hoogte van de schade aan de Suzuki onderbouwd door middel van een schaderapport van [B] van Achmea Expertise van 3 augustus 2018 en de schade aan de Peugeot door middel van een schaderapport van [schade expertise] van 10 augustus 2018 en een factuur van [autobedrijf/garage] van 10 augustus 2018. De hoogte van de toegebrachte schade staat hiermee voldoende vast.

2.17.

Dit betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 4.518,14 - € 56,88 = € 4.461,26 aan Achmea moet vergoeden. Die vordering van Achmea wordt daarom toegewezen.

toewijzing wettelijke rente

2.18.

Achmea heeft op grond van artikel 6:119 BW vergoeding van de wettelijke rente over het bedrag van € 4.461,26 gevorderd. Zij vordert over de periode van 14 januari 2019 tot aan de dag van de dagvaarding een bedrag van € 363,49 en vervolgens de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van voldoening. Omdat Achmea [gedaagde] op 16 oktober 2018 al een brief heeft gestuurd waarin zij hem heeft geschreven dat hij vóór 16 november 2018 een bedrag van € 4.518,14 moet terugbetalen en [gedaagde] daarop geen enkel bedrag heeft betaald, zal deze vordering worden toegewezen.

toewijzing buitengerechtelijke incassokosten

2.19.

Achmea heeft een bedrag van € 691,07 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat Achmea in redelijkheid buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken om de vordering die zij op [gedaagde] heeft voldaan te krijgen en dat de hoogte van de gevorderd kosten ook redelijk is. Het bedrag van € 691,07 wordt daarom toegewezen.

compensatie proceskosten

2.20.

[gedaagde] is in deze procedure in het ongelijk gesteld. Als een partij in het ongelijk wordt gesteld betekent dit meestal dat hij dan ook de proceskosten van de wederpartij moet betalen, maar de kantonrechter vindt dit in dit geval niet terecht. De reden hiervoor is dat de dagvaarding van Achmea ver beneden de maat was. Daarom bepaalt de kantonrechter dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat elke partij de eigen kosten draagt.ECLI:NL:RBMNE:2023:4352