Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 220422 mishandeling (nekklem) in TBS kliniek; geen sprake van OSVO of sport- & spel situatie; smartengeld € 500,00

RBROT 220422 mishandeling (nekklem) in TBS kliniek; geen sprake van OSVO of sport- & spel situatie; smartengeld € 500,00

2.
De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1
Op 7 april 2019 werden [eiser] en [gedaagde] beiden als TBS-gestelden verpleegd in Forensisch Psychiatrisch Centrum ‘de Kijvelanden’ te Portugaal.

2.2
Op bovenvermelde datum zaten [eiser] en [gedaagde] op de kamer van een medepatiënt. Op een gegeven moment is [eiser] uit de kamer gelopen, waarna [gedaagde] [eiser] van achter in een nekklem heeft genomen. [eiser] is vervolgens in elkaar gezakt en enige tijd buiten westen geraakt.

2.3
Naar aanleiding van bovenvermeld incident is op 11 april 2019 door de Kijvelanden schriftelijk aangifte gedaan tegen [gedaagde] . In het proces-verbaal van bevindingen staat – voor zover hier van belang – het volgende:

“(…) In verband met het incident ter zake poging doodslag cq poging zware mishandeling heb ik, verbalisant [naam verbalisant] , de camera beelden opgevraagd. Vervolgens heb ik, verbalisant, de camera beelden bekeken en heb het volgende bevonden:

Bij aanvang van de beelden zag ik; verbalisant [naam verbalisant] , twee personen uit een kamer/cel komen. De personen op de camera beelden waren mij ambtshalve bekend patienter [eiser] en [gedaagde] . vervolgens is op de camera beelden te zien dat patient/verdachte [gedaagde] in de richting loopt van de kamer welke uit onderzoek blijk te zijn van medebewoner (naam weggelakt). Achter verdachte [gedaagde] te zien dat patient/slachtoffer [eiser] achter [gedaagde] de kamer van medebewoner (naam weggelakt) binnen gaan.

Na ongeveer twintig (200 seconden komen [eiser] en [gedaagde] uit de kamer de gang op lopen. op de camera beelden is te zien dat verdachte [gedaagde] zijn arm als wurggreep om de nek van slachtoffer [eiser] heeft geslagen als een zogenoemde nek klem. Vervolgens is op de camera beelden te zien dat het slachtoffer [eiser] enkele ongecontroleerde bewegingen maakt en vervolgens voorover valt. Doordat verdachte [gedaagde] zijn arm nog steeds om de nek van slachtoffer [eiser] heeft geslagen als een zogenaamde nek klem valt verdachte [gedaagde] over het slachtoffer heen. Tijdens de val is op de camera beelden duidelijk een harde bonk cq plof te horen en is te zien dat het slachtoffer [eiser] met zijn hoofd op de grond valt en slachtoffer [eiser] het bewustzijn zou zijn verloren.

op de camera beelden is te zien en te horen dat de verdachte [gedaagde] in paniek raakt en tegen het slachtoffer [eiser] begint aan te roepen waarop het slachtoffer niet reageerde. Tegelijkertijd is op de camera beelden te zien dat er personeel ter plaatse is en de zorg over het slachtoffer over nemen_ Uit onderzoek blijkt dit staflid te zijn geweest. Op de camera beelden is tevens te horen dat de stafleden contact proberen te maken met het slachtoffer [eiser] . Na ongeveer vier (4) minuten is op de camera beelden te zien dat het slachtoffer [eiser] onder begeleiding word opgetild en onder begeleiding naar een/zijn kamer word gebracht.(…)”.

Verklaard door mevrouw [naam persoon 1] :

(…) De medepatiënt [eiser] . wordt regelmatig gepest door de heer [gedaagde] . Ook stoeit de heer [gedaagde] regelmatig met deze medepatiënt. Voor het incident waren zij aan het stoeien op de kamer van een andere medepatiënt; deze zei dat ze moeten stoppen waarna medepatiënt [eiser] . uit deze kamer weg liep. Op dat moment loopt de heer [gedaagde] achter hem aan, voert een nekklem bij hem uit en loopt richting een kamer van een andere medepatiënt. (…)

Medepatiënt [eiser] . heeft hij een dikke rode wang, snee in zijn kin en pijnlijke knie waardoor hij mank loopt aan het incident overgehouden. Ook heeft hij last van zijn nek, maar dit is niet zichtbaar. Medepatiënt [eiser] . is die avond voor controle naar het ziekenhuis overgebracht, maar er waren geen bijzonderheden te zien. Er zijn foto's gemaakt van de verwondingen.(…)”.

2.4
[gedaagde] heeft voor bovenvermeld incident een strafbeschikking met de kwalificatie eenvoudige mishandeling door het openbaar ministerie opgelegd gekregen, zijnde een geldboete van € 150,-.

2.5
In het schrijven van forensisch arts [naam persoon 2] van 3 september 2019 staat het volgende:

“(…) 29-8-2019 S Informatie ontvangen van chirurg in Maasstad Ziekenhuis betreffend consultatie op 07-04-2019.
S Ter plaatse van het jukbeen aan de linkerzijde werd een schaafverwonding gezien.
O In de hals werden oppervlakkige puntvormige bloeduitstortingen gezien. Röntgenonderzoek toonde geen objectiveerbaar letsel.
P Bij ongecompliceerd beloop circa 1 á 2 weken. (…)”
.

3.
Het geschil
3.1

[eiser] vordert – na vermindering van eis ter zitting – [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 700,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag van vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, beperkt tot de griffiegelden.

3.2
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door hem op enig moment in een nekklem genomen te hebben. [gedaagde] heeft [eiser] hiermee lichamelijk leed aangedaan en [eiser] heeft hierdoor recht op vergoeding van ander nadeel.

3.3
[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

4.
De beoordeling

4.1
Ingevolge artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden.

4.2
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] [eiser] in een nekklem heeft genomen. Wel in geschil is of [eiser] een belang heeft bij zijn vordering; of [gedaagde] met de gepleegde nekklem onrechtmatig heeft gehandeld; en of er (nog) sprake is van schade. In dit kader voert [gedaagde] meerdere verweren, waarop hierna afzonderlijk zal worden ingegaan.

Onvoldoende belang?

4.3
[gedaagde] stelt dat [eiser] onvoldoende belang heeft bij zijn vordering, nu de door hem gepretendeerde schade reeds op andere wijze is vergoed. [eiser] heeft namelijk een schikking getroffen met de Nederlandse Staat c.q. de kliniek, waarbij [eiser] stereoapparatuur heeft gekregen. Het gaat hier om dezelfde schade als waarvoor, in onderhavige procedure, vergoeding wordt gevraagd. [eiser] heeft deze informatie achtergehouden en schendt hiermee de in artikel 21 Rv vervatte waarheidsplicht. [eiser] betwist het door [gedaagde] gestelde en voert in dit kader aan dat de door de Staat vergoede schade ziet op een andere onrechtmatigheid en dat hiermee immateriële schade is vergoed. De kantonrechter overweegt als volgt. Het staat [eiser] allereerst vrij om een schikking te treffen met een wederpartij, zonder medeweten van een derde (zoals in dit geval [gedaagde] ). Gelet op de dagvaarding kan dan ook niet worden aangenomen dat [eiser] artikel 21 Rv heeft geschonden, hij was immers niet op de hoogte van [gedaagde] zijn verweer en had er dan ook geen belang bij om de schikking met de Staat te benoemen. [gedaagde] laat daarnaast na zijn stelling nader te motiveren met feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat [eiser] de door hem gevorderde schade in onderhavige procedure reeds is vergoed. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan het verweer van [gedaagde] .

Onrechtmatige daad of osvo (ongelukkige samenloop van omstandigheden)

4.4
[gedaagde] betwist dat hier een onrechtmatige daad aan de orde is en voert in dit kader primair aan dat sprake is van een osvo, en van een verhoogde drempel voor aansprakelijkheid, nu er in dit geval een sport- en spelsituatie was. [eiser] en [gedaagde] zochten elkaar regelmatig op en waren geregeld fysiek met elkaar bezig. Het was onderdeel van hun spel. Het is daarbij nooit de bedoeling geweest om de ander te verwonden. Hierbij is van belang dat partijen bewoners van een TBS-kliniek zijn en dat hierin het socialiseren met andere bewoners een wezenlijk onderdeel van de behandeling is, die hoort bij de voorbereiding op de terugkeer in de samenleving. Het is in dit kader onwenselijk als bewoners elkaar aansprakelijk gaan stellen en voor de rechter dagen. Dit staat haaks op de therapeutische doelen die beoogd worden, aldus [gedaagde] . De kantonrechter overweegt in dit kader als volgt. Het klopt dat een TBS-kliniek een afgesloten sociale omgeving vormt, waarin bewoners met een bepaalde achtergrond wonen, maar dat wil echter niet zeggen dat met het aanleggen van een nekklem sprake is van een sport- en spel situatie. Daarnaast valt niet in te zien in welke zin het aansprakelijk stellen van een medebewoner haaks staat op de therapeutische doelen die beoogd worden. Evenmin wordt [gedaagde] in zijn betoog gevolgd dat sprake is van een osvo. Hierbij wordt in het bijzonder waarde gehecht aan de bevindingen van de verbalisant betreffende de camerabeelden in de Kijvelanden waaruit duidelijk blijkt dat [eiser] de gang op loopt, waarna [gedaagde] [eiser] van achteren heeft aangevallen (zie r.o. 2.3). Uit diverse verklaringen (zie r.o. 2.3) blijkt dat partijen aan het stoeien waren, maar dat dit ten einde was, op het moment dat [eiser] de kamer van een medebewoner verliet. Dat [gedaagde] [eiser] vervolgens heeft aangevallen staat dan ook los van de gestelde stoeipartij in de kamer zelf. De nekklem van [gedaagde] maakt daarom – los van het feit of dergelijke nekklem tijdens het stoeien een osvo zou uitmaken – geen osvo. Ook een situatie van eigen schuld (zowel in de zin van de onrechtmatige daad als in de begroting van de schade) doet zich niet voor.

4.5
Uit het voorgaande volgt daarom dat [gedaagde] door [eiser] in een nekklem te nemen een onrechtmatige daad heeft gepleegd, die hem is toe te rekenen. Dit brengt met zich dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en eventueel (door de onrechtmatige daad veroorzaakte) nog te lijden schade.

Causaal verband mishandeling en klachten?

4.6
Voorts dient beoordeeld te worden of causaal verband bestaat tussen die onrechtmatige gedraging en de schade die [eiser] stelt als gevolg daarvan te hebben geleden.

4.7
Indien door een als onrechtmatige daad aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, is daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel gegeven en is het aan degene die op grond van die gedraging wordt aangesproken (in casu: [gedaagde] ) te stellen en te bewijzen dat die schade ook zonder die gedraging zou zijn ontstaan. Het door [gedaagde] gevoerde verweer dat er geen schade (meer) is, omdat [eiser] heeft nagelaten te motiveren welke schade hij lijdt die niet reeds door de Staat is vergoed, gaat dan ook niet op. Door de onrechtmatige gedraging van [gedaagde] , hierin bestaande dat hij [eiser] heeft mishandeld, is een risico op het ontstaan van letsel in het leven geroepen, welk risico zich ook heeft verwezenlijkt. De geneeskundige verklaring (r.o. 2.5.) is weliswaar opgesteld op 3 september 2019, maar de daarin genoemde letsels zijn op de datum waarop [eiser] is mishandeld en door het Maasstad ziekenhuis is onderzocht, te weten 7 april 2019, vastgesteld. Door [gedaagde] zijn geen feiten en omstandigheden gesteld die meebrengen dat moet worden aangenomen dat de letsels een andere oorzaak hebben en ook zonder de mishandeling zouden zijn ontstaan. [gedaagde] voert daarnaast als verweer dat de aard en ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor [eiser] geen vergoeding van € 700,- rechtvaardigen. [gedaagde] stelt dat het letsel bestond uit een schaafverwonding bij het jukbeen en blauwe plekken in de nek, met een verwachte genezingsduur van 1 tot 2 weken. De kantonrechter volgt [gedaagde] in zijn verweer, in die zin dat zij overweegt dat slechts de door de arts vastgestelde verwondingen in aanmerking genomen zullen worden voor de begroting van de schadevergoeding. Het had op de weg gelegen van [eiser] om ook zijn verwondingen aan de knie (met mank lopen tot gevolg) nader te onderbouwen met medische verklaringen. Dat hij dit heeft nagelaten komt voor zijn rekening en risico. Wat de kantonrechter wél meeneemt in de begroting van de schadevergoeding is het feit dat [eiser] op enig moment buitenwesten is geraakt. Los van de mogelijke schade die dat met zich meebrengt is het namelijk voorstelbaar dat [eiser] hierdoor grote angsten heeft uitgestaan.

4.8
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat het causale verband tussen de mishandeling en de klachten is gegeven, ten aanzien van de hierboven gestelde schades. In de begroting van de schade wordt aansluiting gezocht bij vergelijkbare gevallen in de smartengeldgids.1 In het aangehaalde geval was er eveneens sprake van een aangelegde nekklem. In onderhavige zaak “ontbreken” de slagen in het gezicht van het slachtoffer – met kneuzingen als gevolg –, maar geldt als verzwarende omstandigheid dat het slachtoffer buiten westen is geraakt. In redelijkheid begroot de kantonrechter de schade van [eiser] daarom op € 500,-.

4.9
De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd. Gelet op het moment van de onrechtmatige daad zal 7 april 2019 als ingangsdatum van de wettelijke rente worden genomen.

4.10
[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op de eisvermindering ter zitting beperkt tot de griffiegelden ECLI:NL:RBROT:2022:3132