Overslaan en naar de inhoud gaan

Ambtshalve toetsing of een verzoek zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure - door S. Rutten op 200716 op Dirkzwagerasv.nl

Ambtshalve toetsing of een verzoek zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure - door S. Rutten op 200716 op Dirkzwagerasv.nl

Een rechter beoordeelt ambtshalve of een zaak zich leent voor beoordeling in een deelgeschilprocedure. Dit geldt ook wanneer partijen in onderling overleg hebben besloten de zaak aan de deelgeschilrechter voor te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 juni 2016, (ECLI:NL:RBROT:2016:4243).

Feiten & omstandigheden
Op enig moment heeft een aanrijding plaatsgevonden, waarbij verzoekster schade heeft opgelopen. Ten gevolge hiervan spreekt verzoekster de WAM-verzekeraar aan van de andere partij die bij de aanrijding betrokken is geweest.
Na een toedrachtonderzoek te hebben laten uitvoeren erkend de WAM-verzekeraar aansprakelijkheid van haar verzekerde voor het ontstaan van het ongeval.
Partijen zijn uiteindelijk overeengekomen tot afwikkeling van de hoofdsom over te gaan en hun geschil over de omvang van de aan verzoekster toekomende buitengerechtelijke kosten, aan de deelgeschilrechter voor te leggen.
Door partijen wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze vaststellingsovereenkomst is de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten niet meegenomen. Partijen verlenen elkaar finale kwijting. Alleen ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten, waaronder ook begrepen de kosten ter voldoening van de vordering van de buitengerechtelijke kosten, wordt dus een uitzondering gemaakt.
Ten behoeve van onder meer de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten start verzoekster op de voet van artikel 1019w Rv een deelgeschilprocedure.

Geen sprake van een deelgeschil
Ondanks dat partijen samen hebben besloten een deelgeschilprocedure aanhangig te maken toetst de rechter toch of sprake is van een deelgeschil dat voor behandeling in de deelgeschilprocedure in aanmerking komt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter partijen al voorgehouden dat de onderhavige zaak zich niet kwalificeert als een deelgeschil en de mogelijkheid geboden van omzetting naar een dagvaardingsprocedure. Partijen hebben hiervan afgezien en nogmaals verzocht de zaak te behandelen als het ware het een deelgeschil.
De rechter komt tot het oordeel dat met een inhoudelijke beslissing in de onderhavige procedure het tussen partijen gerezen geschil finaal wordt beslist. De door verzoekster verzochte beslissing kan dus niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Op grond van artikel 1019z Rv wordt het verzoek dan ook afgewezen. De rechter oordeelt verder nog dat de wet niet voorziet in de door partijen voorgestelde mogelijkheid, in weerwil van artikel 1019z Rc, het verzoek toch te behandelen. Teneinde een oordeel te krijgen over het geschilpunt dat partijen verdeeld houdt, was het voeren van een bodemprocedure dan ook geïndiceerd.

Kosten worden ook niet begroot
Op grond van artikel 1019aa Rv dienen de kosten van de behandeling van het verzoek aan de zijde van verzoekster in beginsel te worden begroot, waarbij alle kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking moeten worden genomen.
Nu de gemachtigde van verzoekster wist althans had behoren te weten dat van een deelgeschil in de onderhavige kwestie geen sprake was, zijn de door verzoekster gestelde kosten van de behandeling van het verzoek niet in redelijkheid gemaakt. De kosten worden dan ook begroot op nihil.

Conclusie
Deze uitspraak leert ons dat een rechter ambtshalve toetst of een beslissing van de rechter (in een deelgeschilprocedure) kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Indien dit niet het geval is dan wordt het verzoek afgewezen. Dat partijen graag de deelgeschilprocedure willen gebruiken om aan een bepaald geschilpunt een einde te maken doet dan niet ter zake. In deze mogelijkheid voorziet de wet namelijk niet. dirkzwagerasv.nl