Overslaan en naar de inhoud gaan

RBZWB-030626

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBZWB-030626

 

Beschikking 


RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer / rekestnummer: C/02/441050/HA RK 25-239

Beschikking van 3 juni 2026

in de zaak van

[verzoeker],
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
advocaat: mr. J.F. Roth,

tegen

  1. IMMO FRANALI HOLDING B.V.,
    te Terneuzen,
    hierna te noemen: Immo Franali

  2. NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
    advocaat: mr. J.M. Bruidegom,
    te 's-Gravenhage,
    hierna te noemen: Nationale Nederlanden

 verwerende partijen,

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift met producties,

  • het verweerschrift met productie,

  • de spreekaantekeningen van mr. Roth,

  • de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

2.1. Op 3 augustus 2017 liep [verzoeker] tegen de glazen pui in een winkel van Immo Franali in Oostburg. [verzoeker] liep als gevolg hiervan letsel op.

2.2. Nationale Nederlanden heeft als schadeverzekeraar van Immo Franali aansprakelijkheid voor dit voorval erkend.

2.3. Op 3 augustus 2017 is [verzoeker] arbeidsongeschikt uitgevallen. Het UWV heeft hem na keuring volledig arbeidsongeschikt verklaard.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. [verzoeker] verzoekt om het benoemen van drie deskundigen om het letsel van [verzoeker] te beoordelen; een neuroloog, een neuropsycholoog en een psychiater.

3.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat de rapportages van de deskundigen kunnen bijdragen aan het door [verzoeker] te leveren bewijs dat zijn klachten in verband staan met het voorval van 3 augustus 2017. Pogingen tot een buitengerechtelijke expertise te komen, hebben niet geleid tot gezamenlijke benoeming van een deskundige.

3.3. Nationale Nederlanden kan zich vinden in het benoemen van een neuroloog en een neuropsycholoog. Zij stelt zich echter op het standpunt dat de neuropsycholoog het onderzoek moet verrichten als hulponderzoek binnen het kader van het onderzoek van de neuroloog. Nationale Nederlanden verzet zich daarnaast tegen het hanteren van de Tromp/Elemans-vraagstelling voor de neuropsycholoog. Zij voert aan dat vraagtekens kunnen worden gezet bij de objectiviteit van de Tromp/Elemans-vraagstelling en dat deze tot op heden geen algemeen geaccepteerde/gestandaardiseerde vraagstelling binnen de juridische en medisch-juridische praktijk is. Nu het gebruik van deze vraagstelling afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, zijn de resultaten aan interpretatiegevoeligheid onderhevig.

4. De beoordeling

De benoeming van en vraagstelling aan de deskundigen

4.1. Partijen hebben in samenspraak ingestemd met het benoemen van dr. G.W. van Dijk als deskundige in deze zaak. De rechtbank zal hem daarom ook benoemen. Partijen zijn het verder eens over het voorleggen van de IWMD-vraagstelling aan hem. De rechtbank zal de nieuwste versie van deze vraagstelling inclusief de optionele vraag daarom voorleggen aan de deskundige.

4.2. Nationale Nederlanden verzet zich tegen een zelfstandig neuropsychologisch onderzoek. De rechtbank overweegt dat in het kader van een voorlopig deskundigenbericht, de wet maar beperkt de ruimte geeft om het verzoek tot het benoemen van een neuropsycholoog af te wijzen. [verzoeker] heeft onderbouwd dat de benoemingen van de deskundigen bij kunnen dragen aan de bewijslevering van zijn letsel en het causaal verband tussen het voorval op 3 augustus 2017 en het letsel in de procedure. Het door Nationale Nederlanden aangevoerde belang is onvoldoende gewichtig om dit verzoek af te wijzen. Niettemin is op basis van het partijdebat wel gebleken dat partijen het gelet op de bruikbaarheid van de rapporten van de deskundigen en het tegengaan van tegenstrijdige conclusies, wenselijk vinden dat een zeker samenspel plaatsvindt tussen de neuroloog en neuropsycholoog, waarbij de deskundigen acht kunnen slaan op hetgeen de andere deskundige heeft vastgesteld. De rechtbank wil aan deze wens tegemoet komen. De rechtbank zal daarom beslissen dat de deskundigen eerst ieder een eigen conceptrapportage zullen opstellen. De andere deskundige zal indien [verzoeker] geen gebruik maakt van zijn blokkeringsrecht vervolgens de gelegenheid worden gegeven van die conceptrapportage kennis te nemen alvorens een definitieve rapportage op te stellen waarin voor zover van belang - kan worden ingegaan op hetgeen de andere deskundige in zijn conceptrapportage heeft vastgesteld.

4.3. Partijen hebben in samenspraak ingestemd met het benoemen van drs. R. van Oort als deskundige. De rechtbank zal haar daarom ook benoemen.

4.4. De Expertgroep Personenschade van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) heeft de Tromp/Elemans-vraagstelling voorgelegd aan de beroepsverenigingen voor neurologie en neuropsychologie (NVN/NIP). De reactie van deze verenigingen komt erop neer dat de vraagstelling niet bruikbaar is. De beroepsgroep geeft aan dat het vaststellen van cognitieve, gedragsmatige en emotionele gevolgen van hersenaandoeningen het terrein is van de (klinisch) neuropsycholoog en dat specifieke keuzes omtrent de inhoud van een NPO (meetinstrumenten, anamneses) per onderzoek afhankelijk zijn van de te beantwoorden vraagstelling. Zij geven aan dat daar voor hen een fundamenteel bezwaar bestaat tegen de Tromp/Elemans-vraagstelling: "de voorgestelde vraagstelling is over bovenstaande te sturend en tast de professionele autonomie van de (klinisch) neuropsycholoog aan.". Gelet op de bezwaren van de beroepsgroep, ziet de rechtbank aanleiding deze vraagstelling niet voor te leggen aan deskundige.

4.5. [verzoeker] heeft subsidiair verzocht om het voorleggen van de IMWD-vraagstelling. [verzoeker] heeft gesteld dat de NVN-vraagstelling te beperkt is omdat er ook klachten kunnen zijn zonder dat sprake is van (objectiveerbare) hersenbeschadigingen/letsel. Ook stelt [verzoeker] dat de NVN-vraagstelling uitspraken uitlokt over causaal verband tussen de hersenbeschadiging en de schadeveroorzakende gebeurtenis(sen). Nationale Nederlanden heeft de bezwaren van [verzoeker] tegen de NVN-vraagstelling niet toereikend weersproken. De in vraag 3 genoemde 'andere oorzaken' zien op de gebeurtenis of aandoening en daarmee op het causale verband en niet op medisch niet of moeilijk objectiveerbaar letsel. De rechtbank zal dan ook [verzoeker] volgen en de IMWD-vraagstelling voorleggen aan de deskundige.

4.6. De vraagstelling aan de deskundigen luidt als volgt, waarbij drs. Van Oort de optionele vraag onder het kopje 'Medische eindsituatie' buiten beschouwing zal laten:

DE SITUATIE VOOR HET ONGEVAL
a. Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij werkzaamheden in, aan en om de woning, en bij het uitoefenen van hobby's en bezigheden in recreatieve sfeer?

Aanbeveling 8.2 NVMSR: De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet en beperkt zich tot de relevante gegevens ten behoeve van de beantwoording van de aan de deskundige voorgelegde vragen. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de betrokkene, zoveel mogelijk in diens eigen bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebruikt of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Termen als "betrokkene zou (...)" worden vermeden. Ook voegt de deskundige bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. De auto anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden weergegeven

Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van de medische voorgeschiedenis (dat wil zeggen gezondheid voor het ongeval) van de onderzochte op uw vakgebied? Wat is de medische behandeling geweest van de klachten en/of ervaren verschijnselen in gevolg op het ongeval en het resultaat daarvan?

Aanbeveling NVMSR: Bespreking van de ontvangen (medische) gegevens. In deze rubriek worden de beschikbare en ontvangen (medische) gegevens op een zakelijke wijze en zo getrouw mogelijke wijze weergegeven, zonder dat daar een eigen interpretatie of beoordeling van wordt gegeven. Uit brieven uit de behandelend sector wordt zorgvuldig en bij voorkeur letterlijk geciteerd. Indien u onvoldoende medische broninformatie heeft (zowel op, maar ook buiten uw vakgebied) om deze vragen adequaat te kunnen beantwoorden, kunt u deze alsnog in de behandelende sector opvragen, bij voorkeur middels gerichte vragen. Hiervoor is een medische machtiging van betrokkene vereist. Zie: www.knmg.nl/actueel/publicaties/omgaan-met-medische-gegevens.

Medisch onderzoek
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij onderzoek?

Aanbeveling 8.3 NVMSR: Het lichamelijk onderzoek wordt, indien van toepassing, zoveel mogelijk weergegeven zoals dat gebruikelijk is binnen de beroepsgroep. Afkortingen dienen hierbij zoveel mogelijk te worden vermeden of te worden weergegeven in een aparte tabel.

Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen and uw bevindingen bij onderzoek and eventueel hulponderzoek?

e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? NB Confrontatie met gevonden inconsistenties is wel nodig; een betrokkene moet namelijk de kans krijgen om hier persoonlijk and verbaal op te reageren, dit is een ethisch punt.

Aanbeveling 2.2.8 RMSR: Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze inconsistenties werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.

Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Aanbeveling 8.5 NVMSR: Waar nodig of indien van toepassing wordt een differentiaal diagnostische overweging gegeven. In het rapport wordt onderbouwd waarom een differentiaal diagnostische overweging wordt verworpen.

Beperkingen
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Aanbeveling 8.7 NVMSR: De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven and slechts in semi kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn 'geen, licht, matig, ernstig, volledig'. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

Medische eindsituatie
Toelichting: deze vraag heeft als doel om toekomstige risico's en toekomstige verbeteringen in kaart te brengen. Denk hierbij aan enerzijds een kans op post-traumatische artrose, aanwezigheid van osteosynthese materiaal of risico op post-traumatische epilepsie en anderzijds aan mogelijke verbeteringen door therapie

h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel mogelijk?

i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

Optionele vraag:
l. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied als gevolg van het ons aangelegen ongeval? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides, 6e druk), aangevuld met de meest recente richtlijnen/ leidraad van uw eigen beroepsvereniging?

Aanbeveling NVMSR 8.8: Bij de bepaling van de functionele invaliditeit behoort een percentage dat de deskundige met verwijzing naar (in principe) de laatste versie van de AMA-guides en/of de richtlijnen van de eigen beroepsgroep beargumenteert. De functionele invaliditeit betreft de beperkingen ongeacht het beroep en de specifieke vaardigheden en heeft uitsluitend betrekking op de vaardigheden in het ADL, iADL en het maatschappelijk verkeer, zoals weergegeven in de AMA-guides. Het ontbreken van functieverlies conform de bepalingen in de AMA-guides, hoeft niet te betekenen dat er ook geen sprake is van beperkingen bij de beroepsuitoefening of bij specifieke activiteiten, maar dat valt niet onder het begrip functionele invaliditeit. Anderzijds hoeft de vaststelling van mate van functieverlies conform de AMA-guides niet automatisch tot beperkingen aanleiding te geven.

DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL
 

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Aanbeveling 8.4 NVMSR: De vragen worden volledig, begrijpelijk en vooral eenduidig beantwoord. Bij de beantwoording van de vragen komen niet/nooit plotseling aspecten naar voren, die niet worden ondersteund/onderbouwd in de voorafgaande beschouwing. Het kan van belang zijn om bij de beantwoording van de vragen (zoals bij de IWMD-vraagstelling) inzicht te krijgen in de vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de betrokkene zoals die aanwezig is met/ten gevolge van het ongeval en de hypothetische situatie zonder het ongeval. Bij de hypothetische situatie zonder ongeval speelt de gezondheidstoestand vóór het ongeval een belangrijke rol en deze moet zorgvuldig worden beoordeeld and beschreven. Soms is dit door gebrek aan gegevens niet eenduidig te onderzoeken of vast te stellen. Op de deskundige rust de verplichting om de voorgeschiedenis expliciet te onderzoeken en waar nodig hiervoor de benodigde informatie op te vragen. Er dient nadrukkelijk onderscheid te worden gemaakt tussen klachten, afwijkingen en beperkingen in de situaties VOOR en ZONDER ongeval. De betrokkene kan immers na het ongeval een nieuwe of andere aandoening hebben gekregen die los staat van het ongeval of al aan een chronische of genetische aandoening lijden. In sommige gevallen is het niet mogelijk om een vraag te beantwoorden. De deskundige moet dan gemotiveerd aangeven waarom deze vraag niet kan worden beantwoord.

Aanbeveling 8.6 NVMSR: Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten and verschijnselen. Deze vaststelling gebeurt in overeenstemming met de gangbare wetenschappelijk inzichten dan wel richtlijnen binnen het desbetreffende vakgebied. De deskundige zal nooit anamnestische klachten en/of anamnestische beperkingen aan een gebeurtenis (bijvoorbeeld een ongeval of incident) toeschrijven of de causaliteit ervan louter baseren op grond van het feit dat deze na de gebeurtenis voor het eerst worden vermeld. De beoordeling van een eventueel juridisch causaal verband is voorbehouden aan partijen en uiteindelijk de rechter.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval
a. Bestonden voor het ongeval bij betrokkene reeds klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied? Zo ja, zijn die klachten er nog steeds? Bestaan er andere klachten en/of afwijkingen die wel relevant zijn voor uw vakgebied? Kunt u hierbij onderscheid maken tussen de gegevens bij anamnese verkregen en informatie op basis van de medische broninformatie verkregen?

b. Zo ja, kunt u zo mogelijk aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeiden en nu nog steeds uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeien? Kunt u hierbij aangeven, of deze gegevens anamnestisch zijn of gebaseerd op medische broninformatie?

Aanbeveling 8.7 NVMSR: De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven and slechts in semi kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn 'geen, licht, matig, ernstig, volledig'. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied en op grond van de eigen waarnemingen.

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval
c. Zijn er bij de onderzochte op uw vakgebied aanwijzingen dat hij/zij ook zonder ongeval de huidige klachten and/of afwijkingen op uw vakgebied zou kunnen hebben ontwikkeld? Wilt u hierbij de algemene gezondheidstoestand van betrokkene meewegen? Kunt u daarbij aangeven of deze vraag wordt beantwoord op basis van anamnese of dat dit wordt afgeleid uit het medisch dossier?

d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een inschatting geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en/of afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en/of afwijkingen zouden kunnen zijn voortgevloeid? Kunt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en op semi kwantitatieve wijze weergegeven and zo nodig toelichten? Indien dit niet mogelijk is dit graag aangeven.

f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?

g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

h. Kunt u aangeven op welke termijn and in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

Aanbeveling 8.7 NVMSR: De eventuele beperkingen van de betrokkene worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven and slechts in semi kwantitatieve vorm weergegeven. De hierbij geadviseerde termen zijn 'geen, licht, matig, ernstig, volledig'. De deskundige zal zelf geen kwantificerende belastbaarheidsprofielen opstellen. Alleen een bedrijfsarts of een verzekeringsarts is bekwaam om een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen. De deskundige kan wel de vaststellingen in een FML becommentariëren vanuit het eigen vakgebied and op grond van de eigen waarnemingen.

Blokkeringsrecht
4.7. De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] het blokkeringsrecht toekomt. Dit betekent dat [verzoeker] als eerste (steeds) het concept-rapport moet ontvangen. [verzoeker] kan vervolgens besluiten het concept-rapport te blokkeren. Dat betekent dat het verder niet aan anderen wordt gegeven. Als [verzoeker] het rapport niet blokkeert, zal daarna een definitief rapport gemaakt worden. Ook dat moet [verzoeker] (steeds) als eerste ontvangen. Ook dan kan hij de verdere verspreiding van het rapport blokkeren. De deskundigen zullen daarom te werk moeten gaan zoals hierna in de beslissing staat beschreven. De rechtbank wijst er wel op dat als [verzoeker] het blokkeringsrecht gebruikt, de rechtbank daaraan de conclusies kan verbinden die zij daarbij vindt passen.

Benoeming van de psychiater
4.8. Conform de wens van partijen zal het benoemen van een psychiater achterwege blijven tot het moment dat partijen aangeven dat zij alsnog benoeming van een psychiater wensen.

Het voorschot
4.9. Volgens de hoofdregel moet het voorschot op de kosten van de deskundigen in beginsel door de verzoekende partij worden voldaan. In dit geval heeft Nationale Nederlanden de aansprakelijkheid voor het voorval erkend en aangegeven bereid te zijn de kosten van deze onderzoeken te dragen. De rechtbank oordeelt daarom dat Nationale Nederlanden de voorschotten van de deskundigen zal betalen. Partijen hebben zich schriftelijk akkoord verklaard met de begrotingen van dr. Van Dijk en drs. Van Oort.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. beveelt een neurologisch onderzoek door de deskundige om de vragen die zijn opgenomen onder 4.6 te beantwoorden,

5.2. benoemt tot neurologisch deskundige ter beantwoording van deze vragen: dr. G.W. van Dijk, neuroloog, verbonden aan het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ), correspondentieadres: Postbus 9015, 6500 GS Nijmegen telefoon: 024 36 58 765 emailadres: secretariaatneurologie@cwz.nl

5.3. beveelt een neuropsychologisch onderzoek door de deskundige om de vragen die zijn opgenomen onder overweging 4.6 te beantwoorden,

5.4. benoemt tot neuropsychologisch deskundige ter beantwoording van deze vragen: drs. R. van Oort, neuropsycholoog, verbonden aan WPEX, correspondentieadres: Postbus 2783, 3800 GJ Amersfoort telefoon: 088-2550630 emailadres: medischsecretariaat@wpex.nl,

instructies over het toesturen van het procesdossier

5.5. draagt de griffier op een afschrift van deze beschikking toe te sturen aan de deskundigen,

5.6. bepaalt dat de verdere medische stukken en de processtukken van deze procedure binnen één week na de datum van deze beschikking aan de deskundigen moeten worden toegestuurd door [verzoeker],

betalen van de kosten van het onderzoek

5.7. bepaalt dat Nationale Nederlanden de bedragen van de voorschotten moet betalen binnen twee weken nadat zij daarvoor een betalingsverzoek van de griffie heeft ontvangen,

5.8. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

informeren van de deskundigen over de start van het onderzoek

5.9. draagt de griffier op om als het voorschot is betaald de deskundigen daarvan meteen op de hoogte te stellen en hen te bevestigen dat met het onderzoek kan worden begonnen,

wanneer en hoe de deskundige zijn onderzoek moet doen

5.10. bepaalt dat de deskundigen pas met de werkzaamheden hoeven te beginnen nadat de griffie van de rechtbank dat heeft laten weten, waarbij wordt vermeld dat het voorschot op de kosten is betaald,

5.11. wijst de deskundigen erop dat zij direct met het onderzoek moeten stoppen en contact moeten opnemen met de griffie, als tijdens het verrichten van de werkzaamheden het voorschot niet voldoende blijkt te zijn,

5.12. verzoekt de deskundigen om de landelijke Leidraad deskundigen op www.rechtspraak.nl te raadplegen,

5.13. schrijft de deskundigen voor dat zij bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, and dat uit hun rapporten moet blijken of hieraan is voldaan, terwijl in de rapporten ook de inhoud van die opmerkingen en verzoeken zelf moeten worden opgenomen,

5.14. bepaalt dat de deskundigen een concept van de rapporten eerst aan [verzoeker] zullen toesturen and dat zij schriftelijk aan de Nationale Nederlanden zal laten weten dat hij het concept-rapport aan [verzoeker] heeft gestuurd,

5.15. bepaalt dat de deskundigen, als [verzoeker] het blokkeringsrecht niet heeft uitgeoefend binnen veertien dagen, of een door partijen nader overeen te komen termijn, de concept-rapporten vervolgens aan Nationale Nederlanden zullen toesturen,

5.16. bepaalt dat de deskundigen het schriftelijk aan de rechtbank laat weten, met een kopie daarvan aan Nationale Nederlanden, als [verzoeker] binnen deze veertien dagen (of de nader overeengekomen termijn) het blokkeringsrecht wel heeft uitgeoefend,

5.17. bepaalt, als het blokkeringsrecht niet is ingeroepen, dat de deskundigen partijen vervolgens in de gelegenheid zullen stellen opmerkingen over het concept van te maken en verzoeken te doen en dat zij in de rapporten moet vermelden dat die gelegenheid is geboden en waaruit die opmerkingen en/of verzoeken bestaan, en wat de reactie van de deskundige daarop was,

5.18. bepaalt, als het blokkeringsrecht ten aanzien van het concept-rapport van dr. Van Dijk niet is ingeroepen, hij dit rapport aan drs. Van Oort verstrekken zodat zij acht kan slaan op de uitkomsten van de rapportage van dr. Van Dijk,

5.19. bepaalt dat, als het blokkeringsrecht ten aanzien van het concept-rapport van drs. Van Oort niet is ingeroepen, zij haar concept-rapport aan dr. Van Dijk zal verstrekken en verzoekt dr. Van Dijk kennis te nemen van de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek,

5.20. bepaalt dat de deskundigen vervolgens zullen reageren op de vraag of hij/zij naar aanleiding van de uitkomsten van de andere rapportage aanleiding ziet zijn/haar bevindingen aan te passen,

5.21. bepaalt dat de deskundigen de definitieve rapporten eerst aan [verzoeker] zullen sturen and dat hij schriftelijk aan Nationale Nederlanden zal laten weten dat zij het definitieve rapport aan [verzoeker] hebben gestuurd,

5.22. bepaalt dat de deskundigen, als [verzoeker] het blokkeringsrecht niet heeft uitgeoefend binnen veertien dagen, of een door partijen nader overeen te komen termijn, hun definitieve rapporten vervolgens aan de rechtbank zullen toesturen, met een kopie daarvan aan Nationale Nederlanden,

5.23. bepaalt dat de deskundigen, het schriftelijk aan de rechtbank laat weten, met een kopie daarvan aan Nationale Nederlanden, als [verzoeker] binnen deze veertien dagen (of de nader overeengekomen termijn) het blokkeringsrecht wel heeft uitgeoefend,

5.24. bepaalt dat iedere deskundige met zijn rapport of met het bericht dat [verzoeker] het rapport heeft geblokkeerd een gespecificeerde einddeclaratie meestuurt,

5.25. houdt de overige beslissingen aan in afwachting van de rapporten van de deskundigen.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. van Noort en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Met dank aan mw. mr. JM. Bruidegom www.nnadvocaten.nl en mr. J.F. Roth, SAP Letselschade Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBZWB-030626