Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb. A'dam 131206 Klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven?

Rb. A'dam 13-12-06Klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven? psychiatrisch deskundigenbericht, IWMD-vraagstelling.
5.19.  Ten derde heeft A met het onder 5.16. genoemde oordeel tevens het bewijs geleverd dat deze klachten ongevalsgevolg zijn, mits deze klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Nu Winterthur gemotiveerd heeft bestreden dat de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn, heeft de rechtbank behoefte aan deskundige voorlichting op dit punt. Na afloop van het pleidooi heeft de rechtbank partijen reeds gelegenheid gegeven zich bij akte uit te laten over de persoon van de eventueel te benoemen deskundige en de te stellen vragen, waarbij zij ook hebben gedebatteerd over de vraag of de deskundige een zenuwarts of een psychiater zou moeten zijn. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank voorlichting door een psychiater aangewezen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de te benoemen psychiater. De rechtbank zal thans prof.dr. R, psychiater, als deskundige benoemen en hem de vragen voorleggen die hierna onder de beslissing zijn vermeld. Daarbij wordt aangeknoopt bij de IWMD-vraagstelling, waarover partijen overeenstemming hadden.


5.20.  Als na het deskundigenbericht niet wordt geoordeeld dat de door J aanwezig geachte en als ongevalsgevolg aangemerkte klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn, is de vordering niet toewijsbaar. Als de rechtbank na deskundigenbericht wel tot dit oordeel komt, is Winterthur gehouden de schade van A die voortvloeit uit deze klachten te vergoeden. Voor dat geval staat als overigens onvoldoende weersproken vast dat de door J genoemde beperkingen de beperkingen zijn die bij de verdere beoordeling van de vordering tot uitgangspunt zullen worden genomen. Dit betreft een verminderde belastbaarheid van de nek en de schoudergordel.
Bij de beoordeling van de gevolgen van deze door J genoemde beperkingen voor de vordering zal de rechtbank dan behoefte hebben aan deskundige voorlichting van een (verzekerings)arts en een arbeidsdeskundige.

De rechtbank:
- beveelt een deskundigenonderzoek;
- bepaalt dat aan de hierna te noemen deskundige de volgende vragen zullen worden voorgelegd:

1.  Welke differentiaal diagnose stelt u?
2.  Welke klachten en afwijkingen op uw vakgebied constateert u bij betrokkene?
3.a.  Zijn deze klachten en afwijkingen direct of indirect gevolg van het ongeval van 6 november 1997, in die zin dat zij er niet zouden zijn geweest als het ongeval zich niet zou hebben voorgedaan?
3.b.  Indien dit laatste het geval is (zonder ongeval toch klachten), kunt u dan aangeven op welke termijn en in welke mate de klachten en afwijkingen dan waarschijnlijk zouden zijn ontstaan?
4.a.  Heeft betrokkene medische beperkingen op uw vakgebied?
4.b.  Zo ja, welke?
5.  Heeft u verder nog opmerking die voor de beslissing van het geschil van belang kunnen zijn?
LJN AZ5732