Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Limburg 161213 kosten rb-verz. gevorderd 20 uur x € 125,00 excl. btw.; geen begroting omdat gelet op het expertiserapport het deelgeschil onnodig is ingesteld

Rb Limburg 161213 val fietser tijdens afdaling; uit expertiserapport blijkt niet dat remmen fiets ondeugdelijk waren; geen aansprakelijkheid verkoper;
- kosten rb-verz. gevorderd 20 uur x € 125,00 excl. btw.; geen begroting omdat gelet op het expertiserapport het deelgeschil onnodig is ingesteld

4.11.

Art. 1019aa Rv bepaalt dat de rechter in de beschikking de kosten begroot die gemoeid zijn met de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt, en daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW in aanmerking neemt.

4.12.
[verzoekster] heeft in het kader van deze deelgeschilprocedure twintig uren gedeclareerd tegen een uurtarief van € 125,00 (exclusief btw).

4.13.
Omdat in het onderhavige geval geen grond is voor het vaststellen van de aansprakelijkheid van Oan de Stasie voor het door [verzoekster] overkomen ongeval, zal de kantonrechter ook het verzoek tot het opstellen van een kostenbegroting afwijzen. De kantonrechter neemt hierbij in overweging dat uit de - voorafgaand aan dit deelgeschil - door Delta Lloyd (namens Oan de Stasie) gevoerde correspondentie blijkt dat zij de gestelde aansprakelijkheid gemotiveerd van de hand heeft gewezen. Het gaat hierbij om de brieven van 19 februari 2013 en 6 mei 2013 die als bijlagen aan het verzoekschrift zijn gehecht. Uit de inhoud van de brieven blijkt dat Oan de Stasie zich op het standpunt stelt dat uit het expertiserapport niet is gebleken dat de remmen van de fiets een gebrek vertoonden. Het had voor [verzoekster] daarom duidelijk moeten zijn dat het expertiserapport van de CED als zodanig geen grond biedt voor de aansprakelijkheid van Oan de Stasie en dat zij zich (behoudens alsnog bij te brengen bewijs van een zich voordoend gebrek dat wel op non-conformiteit wijst) niet op het standpunt kon stellen dat het rechtsvermoeden van art. 7:18 lid 2 BW zich voordeed, zodat het aan Oan de Stasie was om de conformiteit aan te tonen. Het deelgeschil is naar het oordeel van de kantonrechter om die reden onnodig en ten onrechte aanhangig gemaakt. ECLI:NL:RBLIM:2013:12307