Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Oost-Brabant 260814 kosten begroot cf verzoek; 15,36 uur x 215; € 4.282,-, inclusief griffierecht; geen veroordeling; art 289 Rv is nvt

Rb Oost-Brabant 260814 aansprakelijkheid overleden voetganger voor schade automobilist; geen overmacht; toedracht onvoldoende duidelijk voor deelgeschil;
kosten begroot cf verzoek 15,36 uur x 215; € 4.282,- inclusief griffierecht; geen veroordeling; art 289 Rv is nvt

4.11.

De slotsom is dan ook dat het verzoek van [verzoekster], om (de omvang van) de aansprakelijkheid van Reaal vast te stellen voor het ongeval van 11 augustus 2011, zich gelet op het bepaalde in artikel 1019z Rv niet leent voor afdoening binnen de kaders van dit deelgeschil.

4.12.
[verzoekster] vordert een bedrag van € 4.282,- voor de kosten die zij heeft moeten maken voor dit deelgeschil (artikel 1019aa Rv). Zij begroot die kosten op € 4.000,- aan advocaatkosten en € 282,- aan griffierecht. Rekenend met een door haar advocaat gehanteerd uurtarief van € 215,- exclusief 21% btw, gaat zij uit van in totaal 15,37 gedeclareerde uren. Ter zitting heeft mr. Schirmeister een specificatie overgelegd van de 11,5 uur die hij tot de zitting in rekening heeft gebracht. Reaal voert verweer en stelt, zonder nadere toelichting, dat bij de begroting van de kosten moet worden uitgegaan van maximaal 10 uur in totaal.

4.13.
De rechtbank acht het totale aantal van 15,37 uur dat mr. Schirmeister aan dit deelgeschil heeft besteed verdedigbaar en niet onredelijk. De rechtbank begroot de kosten van dit deelgeschil dan ook conform het verzoek van [verzoekster] op een bedrag van € 4.282,-, inclusief griffierecht. Deze kosten hebben ingevolge artikel 1019aa lid 2 Rv te gelden als kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW. Omdat (de omvang van) de aansprakelijkheid van Reaal nog niet vast staat, zal de rechtbank de kosten slechts begroten en niet tevens een veroordeling tot betaling daarvan uitspreken.

4.14.
Reaal heeft verzocht om een veroordeling van [verzoekster] in de kosten van deze procedure. Voor een dergelijke veroordeling is geen plaats omdat in artikel 1019aa lid 3 Rv is bepaald dat artikel 289 Rv niet van toepassing is in de deelgeschilprocedure. ECLI:NL:RBOBR:2014:518