Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb 's-Gravenhage 210312 val van trap vanwege rondslingerende batterij; kosten begroot op € 2.538,42 (8,42 uur x € 239,--, + 6% + 19% BTW), + € 71,-- griffierecht

Rb 's-Gravenhage 210312
val van trap vanwege rondslingerende batterij; wg-er aansprakelijk, bestaan, aard en omvang schade moeten nader onderbouwd worden
- kosten begroot op € 2.538,42 (8,42 uur x € 239,--, + 6% + 19% BTW), + € 71,-- griffierecht

(...)

4.12.[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht de kosten van deze procedure ex artikel 1019aa Rv te begroten en primair Aegon en subsidiair [gedaagde sub 1] te veroordelen tot betaling daarvan. Nu wordt vastgesteld dat [gedaagde sub 1] aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval van [verzoeker], zal zij als aansprakelijke partij worden veroordeeld in de proceskosten van [verzoeker]. 

4.13.Mr. Meijer heeft aangevoerd dat hij in totaal 8,42 uur aan deze zaak heeft besteed en gaat uit van een uurtarief van € 239,--, 6% kantooropslag en 19% BTW. [gedaagde sub 1] en Aegon achten de aan de zaak bestede tijd gezien de omvang en inhoud van het verzoekschrift niet redelijk. 

4.14.De kantonrechter overweegt dat de kosten dienen te voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 BW. In productie 5 bij het verzoekschrift heeft mr. Meijer een beknopt overzicht gegeven van de werkzaamheden die door hem in deze zaak zijn verricht. Dit overzicht geeft voldoende gespecificeerd weer hoeveel tijd aan welke verrichtingen is besteed. De aan de zaak bestede tijd komt de kantonrechter gezien de omvang en complexiteit van de zaak niet onevenredig voor. Dit betekent dat de kosten worden begroot op € 2.538,42 (8,42 uur x € 239,--, vermeerderd met kantooropslag van 6% en BTW van 19%), te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 71,--. LJN BW2526